© KVS

Leestijd 22 — 25 minuten

Hannibal: een brief aan een theaterrecensent

Tocht door het donker

Beste theaterrecensent,

Ik schrijf je nogmaals, ditmaal publiekelijk. Zoals je weet ging ik twee weken geleden kijken naar Hannibal, de productie waarmee Michael De Cock en Junior Mthombeni het seizoen van de KVS openden. Vol ongeloof in mijn ogen zag ik daar iets gebeuren wat ik in eerste instantie zou omschrijven als een betekenis-chaos. Terwijl ik daar wat ongemakkelijk half op een verhoogje stond (de theaterzaal is ingericht als een catwalk/concertzaal met zowel zit- als staanplaatsen), keek ik al uit naar wat voor recensies ik over de voorstelling zou vinden, in de hoop dat de blik van de getrainde criticus mij zou kunnen begeleiden bij het ontleden van die chaos. 

De volgende ochtend vond ik op het internet jouw recensie. Naar aanleiding daarvan schreef ik je een lange mail. Jij beantwoordde die, en vertelde me dat je op basis van onze uitwisseling een opiniestuk wilde schrijven voor de krant. Je deed dat, maar de krant wilde het niet publiceren. Ik schreef jou daarna weer een lang antwoord, en we besloten dan samen dat ik over al dat heen-en-weer iets zou schrijven, hier in Etcetera. Daarbij richt ik me graag weer tot jou, om nogmaals op het spel te zetten wat hier volgens mij op het spel zou moeten staan: de betekenis van Hannibal

Laat ik daarbij eerst toch even opmerken dat ik je voorstel om mijn tekst hier niet als een theaterkritiek van Hannibal te publiceren, maar als ‘iets opiniërend’, jammer vind. Volgens jou is dit geen recensie. Ik denk daarentegen wel dat wat ik over Hannibal te vertellen heb een waarheidsgetrouwe analyse en interpretatie is van de betekenis ervan, en niet slechts mijn mening. 

In de eerste mail die ik je schreef, die ochtend nadat ik Hannibal had gezien, stelde ik je de vraag waarom jouw recensie over de voorstelling zo flauw was. Ter provocatie zei ik dat ik je hoog inschatte, als iemand die in staat is om op een complexe manier betekenissen te ontleden. Ik vroeg waarom je dat niet had gedaan. Ik stelde je mijn interpretatie voor, en vroeg je wat je daarvan vond. 


Laat ik nogmaals mijn interpretatie voorstellen: 

De voorstelling Hannibal, waarmee de KVS haar seizoen opent, gaat over oorlog. Vermoedelijk is de oorlog waarnaar de titel verwijst, die tussen de Carthagen en de Romeinen, een teken voor een meer algemene oorlog. Het wordt mij nooit helemaal duidelijk of dat ‘oorlog als oorlog’ is, dat wil zeggen eender welke oorlog; of eerder de verzameling van oorlogen tussen Europa en diegenen die Europa ziet als ‘barbaren’. In de andere teksten die ik ondertussen over de voorstelling las, is eerder dat laatste het geval. In Pzazz schrijft Wouter Hillaert bijvoorbeeld dat Rome en Carthago niet toevallig zijn gekozen: ‘Ze vertegenwoordigen de polen van een schijnbaar eeuwenoude tegenstelling tussen het westerse machtscentrum, strak en rationeel gestructureerd, en zijn Afrikaanse ‘achterland’, in nauw contact met de kosmos.’ Er wordt echter ook, later in de voorstelling (daarover zo meteen meer), duidelijk verwezen naar wat er op dit moment in Palestina gebeurt, dus ik denk dat we ‘Afrikaans’ kunnen abstraheren tot alles wat het westen als ‘achterland’ beschouwt. Goed, dus: Hannibal vertelt, in eerste instantie, over de eeuwenoude oorlog tussen het westerse (of Europese) machtscentrum en al wat het als ‘achterland’ beschouwt, maar, in tweede instantie, veroordeelt het die oorlog ook. Dat Hannibal zich uitspreekt tégen geweld, wordt duidelijk door tekens zoals een monoloog waarin ons, cynisch, wordt gevraagd of we misschien van de oorlog aan het genieten zijn, of een andere monoloog waarin de wapenbouwers van de wereld worden aangesproken, die ‘spelen met onze wereld alsof het speelgoed is’. Dus, in het kort: Hannibal veroordeelt de westerse oorlog tegen het ‘achterland’.  

Maar hier wordt het al verwarrend: zoals we namelijk onmiddellijk bij aanvang van de voorstelling te weten komen, is het Hannibal die vanuit Carthago (symbool voor ‘achterland’) Rome (symbool voor ‘westerse machtscentrum’) bestormt, en niet andersom. Is dit een specifieke historische interpretatie van die eeuwenoude oorlog waarnaar de twee steden verwijzen? Is het een voorspelling? Een alternatieve geschiedenis? En wat denk jij van de openingsmonoloog waarmee het symbolisch conflict tussen Carthago en Rome wordt gekarakteriseerd? Als aanvoerder van het Romeinse leger spreekt acteur Marios Bellas ons aan: ‘We zijn te lang politiek correct geweest’, zegt hij. En dan zegt hij iets over dat we lang geleden de kans hadden ‘ze’ allemaal uit te roeien, ‘daar in de bergen’, maar dat ‘we’ dat niet hebben gedaan, dat ‘we’ ‘ze’ te lang hebben getolereerd, met hun inclusie en diversiteit etc. Heb jij kunnen begrijpen wie die ‘ze’ zijn die ‘we’ hadden moeten uitroeien? 

© Stef Stessel

Op het niveau van het plot zijn het natuurlijk de Carthagen. Maar waren die dan woke of zo? Of wat delen de Carthagen met de categorie waarnaar met woorden als ‘politiek correct’ wordt verwezen? Is ‘het achterland’ volgens ‘het westen’ te links intellectueel? Zit het vol hippe jonge mensen die allemaal genderneutraal willen zijn? Er lijkt hier enige politieke verwarring op te treden: waar ‘politiek correct’ en ‘tolerant’ in de Trumpiaanse N-VA-retoriek die hier door Marios Bellas in de mond wordt gelegd gaat over spanningen binnen de westerse samenleving, verwijzen ze in deze monoloog plots juist naar dat wat zich buiten die samenleving bevindt en die samenleving bedreigt. Wat Hannibal hier lijkt te vertellen is dus dat al die mensen die door een N-VAer onder de vage categorie van woke worden geschoven buiten de West-Europese samenleving staan. Ieder die zich zou willen herkennen in die categorie, wordt op die manier gevraagd zich te identificeren met de Carthagen. Vermoedelijk zouden Michael De Cock en Junior Mthombeni zich woke durven noemen. Maar laten we even duidelijk zijn: de reden waarom de N-VA zich door ‘het achterland’ bedreigt voelt is niet omdat dat ‘achterland’ woke is. 

“Waar ‘politiek correct’ en ‘tolerant’ in de Trumpiaanse N-VA-retoriek gaat over spanningen binnen de westerse samenleving, verwijzen ze in Hannibal plots juist naar dat wat zich buiten die samenleving bevindt en die samenleving bedreigt.”

Na deze hoogst verwarrende openingsmonoloog krijgen we vervolgens anderhalf uur lang een grote kakofonie aan tekens op ons afgevuurd. We zien en horen: een nagebootste rave gedraaid door twee coole DJ’s, operagezang, harpmuziek, popballads, een kora, live grondschilderingen, een oud-Egyptische mythe over een ei, Purcells liefdestragedie tussen Aeneas en Dido, danssolo’s en groepsdansen, vele verschillende special effects op live opgenomen beelden geprojecteerd op twee schermen, tekst op die schermen, oorlogsbeelden op die schermen die van de televisie lijken geplukt, bloedzakjes bungelend van het plafond die dan beginnen druppelen. En dan verschijnt plots ook nog een koor op het balkon in de zaal, wordt Aeneas als een halfnaakte Christus weggedragen, is er een luide knal en dwarrelen gouden papiertjes naar beneden. En al die tijd draagt een deel van het publiek vreemde witte maskers. 

Nogmaals: Hannibal gaat dus over de oorlog tussen het westen en het achterland. Dat westen wil het achterland uitmoorden omdat het woke is. En tegelijkertijd is het dus het achterland dat tegen het westen ten strijde is getrokken. De enige motivatie daarvoor overigens die uit de voorstelling blijkt, is dat Hannibal als jongeman wraak beloofde te nemen. Wat hebben die belofte en de symboliek van Rome als het westen en Carthago als het achterland met elkaar te maken? Ook dat blijft een groot mysterie. 

Goed, tot op dit moment van de voorstelling kijk ik vooral wat verveeld toe omdat er te simpel met vage tekens verwezen wordt naar oorlog en de verrechtsing van het westen om er iets interessant in te lezen. 

Maar dan verschijnt plots, tegen het einde van de voorstelling, in tekst op een van de schermen (en ik parafraseer op basis van wat ik me herinner) dat het geweld in de Mediterrane regio nog steeds in alle hevigheid woedt en vele mensenlevens kost. Wat Wouter Hillaert het ‘Afrikaanse’ achterland noemt, wordt hier ingevuld als de ‘Mediterrane regio’. Het is onmogelijk dat op dit moment niét te lezen als een verwijzing naar Palestina. En dan, daarna, als ‘toemaatje’ zoals Wouter Hillaert het beschrijft: de verklaring van de rechten van de mens. 

Beste theaterrecensent, terwijl wij elkaar aan het schrijven waren, werd hier in Etcetera een kritiek van Hannibal gepubliceerd, geschreven door Aïcha Mouhamou. Volgens haar gaat Hannibal over de vraag waarom de geschiedenis zich blijft herhalen. Opnieuw: de geschiedenis? Of een specifieke geschiedenis? Wat precies wordt er volgens Hannibal steeds herhaald? In haar tekst wijst Mouhamou op de aanwezigheid van ‘subtiele verwijzingen naar de huidige geopolitieke realiteit’, maar de enige concrete invulling van waar die verwijzingen voor haar dan over gaan vinden we pas in haar slotzin: ‘Een stad die volledig wordt verwoest, van de kaart geveegd. Een verhaal dat vandaag wrang herkenbaar klinkt…’ 

Die drie puntjes aan het einde van deze zin zijn betekenisvol: wat precies vertelt Hannibal ons nu over die herhaling van de geschiedenis, die volgens Mouhamou de betekenis is van de voorstelling? 

“Er valt toch méér te lezen in Hannibal dan alleen maar dat een gewelddadige geschiedenis zich herhaalt, en dat die kakofonisch is?” 

In mijn zoektocht naar kritieken over de voorstelling hoopte ik een gids te vinden die mij doorheen de betekenischaos ervan zou leiden. Ik blijf teleurgesteld achter: er valt toch méér te lezen in Hannibal dan alleen maar dat een gewelddadige geschiedenis zich herhaalt, en dat die kakofonisch is? 

Laat mij namelijk nog even inzoomen op hoe de voorstelling eindigt. We krijgen dus een opmerking die ons herinnert dat het geweld van het westen tegen ‘het achterland’ (aka Palestina) nu nog steeds woedt. En dan, op hetzelfde scherm, krijgen we de verklaring van de rechten van de mens. En dan een onvermijdelijke staande ovatie. De voorstelling is zodanig opgebouwd, met de vele performers en muzikale acts, de DJ’s, de verschijning van het koor, de gouden confetti, dat we aan het einde ervan, na de verklaring van de rechten van de mens, bijna niet anders kunnen dan in luid applaus losbarsten. 

Maar dan komt het: terwijl het publiek vanuit hun enorm applaus de volgende techno-set in gang zet, komt Junior Mthombeni nogmaals op. Hij nodigt ons uit om nog een applaus te geven, ditmaal voor onszelf. Because we are amazing. En dan: ‘Now let’s party! Let’s celebrate love, and life!’ Er wordt ons gevraagd naar buiten te gaan langs de poort achter op scène. O ja, ik heb nagelaten te vertellen dat die poort ergens in de chaos van het einde opengaat, en daarmee een enorme vuurkorf onthult die op straat staat en die wordt aangestoken, waarna Dido erin wordt geofferd (wat moeten we hiermee? de achtergebleven verliefde vrouw wordt geofferd voor het feest?). En dan worden wij dus uitgenodigd om onszelf te applaudisseren en te komen dansen, buiten op straat. 

Eerder in de voorstelling werden we door een boze Marios Bellas toegesproken, ter onderbreking van een stukje harp-muziek: ‘Are you enjoying this war?’ Wouter Hillaert stelt: ‘Hoe die directe realiteit van oorlog weer injecteren in het burgerlijke bewustzijn aan deze zijde van het scherm? Die uitdaging blijkt een groot verlangen achter deze ‘Hannibal’, zeker met Gaza in het achterhoofd.’

Eerst wordt ons dus kwalijk genomen dat we comfortabel (of minder comfortabel, zo half op een verhoogje) genieten van harpmuziek, maar nu mogen we onszelf vieren. Waarom? Omdat we de voorstelling hebben uitgezeten en in een nagebootste rave ons van onze burgerlijkheid hebben ontdaan? We mogen dansen, pintjes kopen in de bar die ook achter de poort op straat werd opgesteld, of merchandise kopen in het tentje ernaast: hippe hoodies en jeans vesten voor zo’n 60 euro.  

Goed, even tot hier (want de tocht door het teken-oerwoud van Hannibal stopt hier effectief nog niet). Dus, ik vroeg al: wat voor herhaling van de geschiedenis wordt in Hannibal precies getoond? Hier wordt het ingewikkeld.

Enerzijds gebeurt er dus iets spannends hier. Hoe een voorstelling die gaat over het zich herhalende geweld tussen een westen en een ‘achterland’ de verwijzing maakt naar het huidige geweld in de mediterrane regio is op zijn zachts gezegd spraakmakend. Het is niet algemeen aanvaard om de genocide in Palestina te karakteriseren als westers geweld. De Cock en Mthombeni geven hier dus wel degelijk een specifieke interpretatie van de herhaling van de geschiedenis. Veel Europese instellingen, zoals de Universiteit van Gent bijvoorbeeld (waaraan ik verbonden ben, maar dat wordt later nog relevant), doen nog steeds alsof de enige betrokkenheid van Europa er één is van ‘humanitaire hulp’. Het masker van de humanitaire hulp weigert te erkennen dat Israël eigenlijk een Europees project is, gesteund door de VS. Dat dus het geweld ‘in de mediterrane regio’ effectief een westers geweld is. 

En daar zit precies de spanning: hoewel De Cock en Mthombeni hier dus wel degelijk een specifieke interpretatie van het herhaalde geweld lijken te suggereren — één die (helaas) nog niet evident is, één die de moeite is om te blijven uitdragen — doen ze er anderzijds ook alles aan om die interpretatie te ondermijnen. Ondanks, of zelfs dankzij, de verwijzing naar Palestina blijft de dominante betekenis van Hannibal de humanitaire: de verklaring van de rechten van de mens aan het einde is daarvan het duidelijkste teken. De oproep om het leven en de liefde te vieren het tweede duidelijkste. De vaagheid van verwijzingen naar oorlog en geweld het derde, samen met het feit dat geen enkele recensent een meer specifieke interpretatie heeft van wat soort oorlog of geweld hier wordt betreurd (is ook het bloed dat het gevolg is van verzet tegen koloniaal geweld af te keuren?), of welke zich herhalende gewelddadige geschiedenis (tegen Afrika als ‘achterland’? Tegen de Arabische wereld als ‘achterland’? Of is dat allemaal hetzelfde?). 

“Hoewel De Cock en Mthombeni wel degelijk een specifieke interpretatie van het herhaalde geweld lijken te suggereren — één die (helaas) nog niet evident is, één die de moeite is om te blijven uitdragen — doen ze er anderzijds ook alles aan om die interpretatie te ondermijnen.”

Het is juist in de context van het geweld in Palestina dat universele of algemene verklaringen een teken zijn geworden van het wegkijken van een specifieke gewelddadige geschiedenis en politieke situatie. Dit is niet de plaats om daar uitgebreid op in te gaan, maar velen zien in het lot van de Palestijnen niet het falen van de toepassing van de universele verklaring van de rechten van de mens, maar het falen van dat document zelf, dat het product is van diezelfde westerse universaliserende macht wiens geweld Hannibal wil aanklagen. Het citeren van dat document aan het einde van een voorstelling over dat westers geweld voelt dus, op zijn minst, wrang. 

But we are amazing. Let’s celebrate love and life. We hadden het Palestijnse verzet kunnen vieren. Het langzaam afbrokkelen van Europese koloniale instellingen samen met de staat Israël. Maar we vieren onszelf, wij die een ticketje hebben gekocht voor de opening van het theaterseizoen van de KVS. In twee van de besprekingen die ik kon vinden over Hannibal wordt verwezen naar de zichtbaarheid van andere aanwezigen in het publiek: in de ene is het een bekende politicus, in de andere een grote choreograaf. 

Nu lijkt me het juiste moment om op te merken dat de KVS het afgelopen jaar heeft geweigerd om de BDS-campagne (een oproep tot een Boycott, Divestment en Sanctioning tegen Israël) te ondersteunen. Hun excuus daarvoor is dat ze met hun handen geboeid op hun rug zitten. Er is politieke druk, van bovenaf, om zoiets niet te doen. Michael De Cock is de artistiek leider van de KVS.  

Omdat niet alleen voor de KVS de BDS-campagne ’te extreem’ is, werd er door enkele kunstenaars een ander initatief genomen: ‘Naar Apartheid Vrije Zones’, waarbij vooral de ‘naar’ opvalt (letterlijk ook, in het logo). Er wordt niet verwacht dat kunstinstellingen van de ene op de andere dag echt apartheidsvrij worden, maar alleen dat die hun neus in de juiste richting zetten. Laat ons nu eens kijken hoe de KVS hun deelname aan deze campagne aankondigt op de website: ‘KVS is een traject gestart om te evolueren ‘Naar Apartheid Vrije Zone’.’  

De voorzichtigheid van de ‘naar’ die al in de campagne zit, wordt hier vervierdubbeld: De KVS is begonnen (traject) te beginnen (gestart) te beginnen (evolueren) te beginnen (naar) Apartheid Vrij te worden. Techno. Staande ovatie. Feest. 

Je merkt op dit moment ongetwijfeld een boosheid in mijn schrijven. Hier is dat je wellicht opnieuw denkt: dit is toch wel echt opiniërend. Nochtans: ik had me in mijn schrijven pamflettair tot Michael De Cock kunnen richten, maar dat doe ik niet. Ik richt me tot jou, beste theaterrecensent. En dat is niet alleen omdat Michael De Cock op dit moment een beetje mijn baas is (want dat moet dan toch ook maar even gezegd: ik ben op dit moment aan een productie aan het werken die in november bij KVS in première gaat).

© Stef Stessel

Ik geloof best dat De Cock met zijn handen op zijn rug geboeid zit, en dat hij, moest hij zich straffer uitspreken, ontslagen zou worden, en dat er dan misschien een artistiek directeur van een veel enger kaliber op zijn plaats zou komen, en dat dat de goede zaak op geen enkele manier verder zou helpen.

Maar laat het nu net daarover gaan: dat probleem, het probleem van De Cock, lijkt een belangrijke kern te zijn van wat er op dit moment aan de hand is met Europa. Al die leiders (of toch vele, en zeker in België) van al die instellingen zeggen wel dat ze het eens zijn dat het geweld in Palestina moet stoppen, maar hun macht om daar iets aan te doen blijkt dus ontzettend beperkt. En hoe dat precies allemaal werkt, hoe die macht beperkt wordt, dat is één van de meest belangwekkende betekenissen van het moment om te ontrafelen. Als Hannibal dus wil gaan over de herhaling van het geweld vanuit Europa, en als Michael De Cock daar een van de auteurs van is, dan had ik zo graag gewild dat de voorstelling ons iets had kunnen vertellen over waarom, of op zijn minst hoe precies dat geweld zich op dit moment aan het herhalen is. Het gebrek aan specificiteit van de betekenis van de voorstelling is betekenisvol. Waarom precies kan de KVS geen banner uithangen met From the river to the sea erop? 

“Als Hannibal dus wil gaan over de herhaling van het geweld vanuit Europa, en als Michael De Cock daar een van de auteurs van is, dan had ik zo graag gewild dat de voorstelling ons iets had kunnen vertellen over waarom, of op zijn minst hoe precies dat geweld zich op dit moment aan het herhalen is. Het gebrek aan specificiteit van de betekenis van de voorstelling is betekenisvol.”

Nu, laat ik, ter ontspannende uitweiding, even een ridicule hypothese voorstellen: misschien hoopt Michael De Cock (en Junior Mthombeni met hem?) dat het betekenisvolle gebrek aan betekenis in Hannibal precies zo ontleedt zal worden zoals ik het nu aan het ontleden ben: dat het verwijst naar zijn eigen onmacht en de wanhoop waarmee hij vastgeketend zit. Dat wij hem moeten komen bevrijden. 

Ik kondigde eerder al aan dat mijn afdaling in de betekenis van Hannibal nog niet was voltooid. Toen ik na de voorstelling even langs het merch standje liep en dan ‘het feest’ maar verliet, ging ik nog even de foyer binnen. Daar viel mijn oog dan plots op een aantal posters die ik nog niet eerder had opgemerkt. De posters, in geel en blauw, hebben het logo van de Europese Commissie en vertellen over het OPPORTUNITIES-project, gefinancierd door Horizon 2020. Hannibal is gemaakt in het kader van dat project. 

Horizon 2020 is een financieringsprogramma van de EU. Dit is hoe het zichzelf omschrijft: ‘Horizon Europe is the EU’s key funding programme for research and innovation.‘ Het is een project dat loopt tot 2027. ‘It tackles climate change, helps to achieve the UN’s Sustainable Development Goals and boosts the EU’s competitiveness and growth.’

In de Europese protesten voor een academische boycot tegen Israël de afgelopen lente was Horizon 2020 één van de grote aandachtspunten. Israël maakt er namelijk deel van uit en ontvangt via Horizon grote bedragen aan financiering van de EU, als ‘associative country’. Israël was overigens het eerste land ooit van buiten de EU dat aan EU-gebaseerde research funds kon meedoen, sinds 1996.

De reden waarom Horizon dus onder vuur lag het afgelopen jaar is omdat veel van de samenwerkingsverbanden tussen onze universiteiten en Israëlische instellingen via Horizon verlopen. 

Hier is een artikel uit het studentenblad van de UGent, Schamper, ter illustratie van de focus op Horizon in de UGent-campagne ‘Break up with Israel’. En hier de academische oproep die werd verspreid om de financiering aan Israël via voornamelijk Horizon te stoppen.

Ik kan het niet nalaten om één van de aangehaalde projecten uit die oproep hier even over te nemen: ‘POLIIICE (running until 2025), which aims to advance European law enforcement agencies’ investigation and intelligence methods in order to effectively investigate crime and terrorism. Two Israeli partners together receive a net EU contribution of €730k.’

Het afgelopen jaar werd Horizon een teken dat verwijst naar de manier waarop Europa medeplichtig is aan de genocide in Palestina doordat het Israël blijft legitimeren als een westers kolonisatieproject. In de foyer van de KVS hangt uit: ‘How to show that a so-called migration crisis is actually an opportunity for Europe. This is the research work of the European Horizon research project OPPORTUNITIES.’ En: ‘KVS is the proud partner who received the main commission to make a play called Hannibal.’

Toen ik je, naar aanleiding van jouw nogal flauwe recensie, dit alles voor het eerst schreef, antwoordde jij (onder meer) dat jij het als jouw taak zag als recensent om een werk te proberen beoordelen op zichzelf, tussen de vier muren van de theaterzaal. Je verwees daarnaast ook naar de andere manieren waarop theater ‘vuil geld’ ontvangt, zoals via Tax Shelter, die jij ‘aka BNP’ noemde. Het is waar dat, hoogstwaarschijnlijk, het meeste geld dat circuleert hier op aarde vuil is. Het is ook waar dat we niet alles kunnen weten. Zoals ik eerder al schreef, ben ik verbonden aan de UGent, en het is door de studentenprotesten van afgelopen lente daar dat ik weet waar Horizon voor staat. 

“Ik stoor me niet aan de financiering van Hannibal, maar aan de betekenis ervan.”

Maar ik schrijf deze tekst niet om De Cock en Mthombeni op hun morele verantwoordelijkheid te wijzen. In de column die je wilde publiceren stelde je de retorische vraag: ‘Een voorstelling als Hannibal met een duidelijke boodschap tegen wapenhandel en vóór mensenrechten, wordt betaald uit dezelfde pot die Israëlische wapens financiert. Is dat irrelevant voor mij als theaterrecensent?’ Vlak daarvoor schreef je over mij dat ik ‘de betekenis van Hannibal bedenkelijk vond’, maar dat ik me ‘vooral stoorde aan de financiering van de nieuwe megaproductie van de KVS’. Maar dat is niet waar. Ik stoor me niet aan de financiering van Hannibal, maar aan de betekenis ervan. 

Laat ik mezelf verhelderen: alle betekenis, ook de betekenis van Hannibal zoals ze werd gelezen door jou, door Wouter Hillaert, door Aïcha Mouhamou, is geïnformeerd door wat er buiten de muren van de voorstelling gebeurt. Zo wat alle tekens die in eender welke theatervoorstelling worden gegeven kunnen alleen maar gelezen worden door ze te laten refereren aan wat buiten de muren van de zaal gebeurt. Op geen enkel moment tijdens de voorstelling wordt ‘Palestina’ of ‘Gaza’ gezegd, en toch weten we allemaal, of de meesten onder ons toch, dat het op een bepaald moment daarover gaat. En diegenen die dat niet weten, daarvan kunnen we dan vinden dat ze te weinig geïnformeerd zijn over de wereld, of niet goed genoeg gekeken hebben. 

Er wordt wel eens gezegd dat kunstenaars zich dezer dagen te veel bezighouden met politiek. Dat ze dat minder moeten doen. Dat ze zich niet bezig zouden moeten houden met hoe het geld voor hun kunst circuleert, bijvoorbeeld. Maar als wij ons daarmee bezighouden, dan gaat dat misschien helemaal niet om ‘politiek’, maar om betekenis, dat wat precies onze bezigheid zou moeten zijn. Als een performer morgen in een Coca-Cola T-shirt op en neer zou staan springen terwijl die ‘I love freedom’ schreeuwt, en ik interpreteer dat als gaande over de onvrijheid van het westers imperialisme omdat ik het een en ander over Coca-Cola weet, dan is dat niet omdat ik ‘te politiek’ ben.  

© Stef Stessel

Als een theatermaker het in zijn voorstelling heeft over het waarom van een steeds terugkerend geweld, dat gespecificeerd wordt als een geweld tegen Europa’s ‘achterland’,  en dan de verklaring van de rechten van de mens voordraagt in hetzelfde gebouw waar hij trots de EU-financiering uithangt die hij wellicht zelf heeft aangevraagd, en ik word daar cynisch van in mijn lezing van die voorstelling, dan is dat niet omdat ik ‘te politiek’ ben. 

Nogmaals: dit is een theaterkritiek. In deze tekst stel ik niet dat er met ‘vuil geld’ geen theater gemaakt mag worden. En ook niet dat alle theater klaar en duidelijk over Palestina moet gaan. Ik probeer hier niemand aan te spreken op een moreel bewustzijn of ethische verantwoordelijkheid. Ik heb het alleen maar over de betekenis van Hannibal. En de betekenis die ik erin lees is uiteindelijk diezelfde humanitaire betekenis die zovele Europese instellingen uitdragen, die een masker is voor hun onmacht om aan geschiedenis en aan politiek te doen. Hannibal is een symptoom/symbool voor het falen van die Europese instellingen die zo trots zijn op projecten als Horizon. En, nogmaals: misschien is dat ook wel wat de voorstelling heeft willen zijn. En ben ik alleen maar de enige (zover ik weet) die dat heeft gezien. 

Jouw column werd geweigerd bij de krant om een wellicht juist reden: je uitspraak dat Horizon Israëlische wapens financierde was ‘wat kort door de bocht’. Maar je hebt mij er wel de kans mee gegeven om wat langer door de bocht te gaan. Dus, liefste theaterrecensent, nog een laatste maal: ik schreef jou aan omdat ik na Hannibal vooral teleurgesteld achterblijf in de al te zwakke pogingen tot betekenisgeving. Die van Hannibal zelf, maar ook die van jou en je collega’s, als interpreterende experten. De tekens om ons heen liggen voor het grijpen. Laat anderen ze niet met kwaadaardige doeleinden voor je wazige ogen weghalen! 

En tot slot, toch nog even tot Michael: wanhoop niet, ik kom je redden!


De redactie van Etcetera biedt de kans aan T-AFZ om op hun vraag als reactie op deze tekst hun opzet en missie te verduidelijken, aangezien ze worden vermeld in deze tekst. De redactie van Etcetera benadrukt dat deze reactie geen feitelijke correcties op de oorspronkelijke tekst bevat, maar enkel het standpunt van T-AFZ weerspiegelt. De redactie wil debat faciliteren en streeft ernaar alle betrokken partijen de kans te geven hun standpunt te uiten, maar neemt zelf geen standpunt in.

Reactie van T-AFZ

‘Towards Apartheid Free Zones – Culturele Sector Solidariteit met Palestina’ is een traject naar een niet-discriminerende en apartheidvrije culturele sector in België, geïnspireerd door mensenrechten en internationaal recht. Dit initiatief is op maat gemaakt voor verschillende culturele en artistieke organisaties die zich via kunst en reflectie bezighouden met urgente sociaal-politieke kwesties en mag worden geassocieerd met de campagne Belgian Apartheid Free Zone en het AFZ-initiatief vanuit de Zuid-Afrikaanse en de Palestijnse bewegingen – mee opgericht door BDS. T-AFZ staat niet in oppositie tot de BDS-campagne, maar het idee van ‘apartheidvrije zones’ is een onderdeel van de BDS Movement. Wij zijn een coalitie van kunstenaars en culturele werkers uit België die, van beide kanten van de taalbarrière, bezorgd zijn over onze rol in de maatschappij, een maatschappij die we blootgesteld zien aan een groeiende oorlogscultuur en aan het gevaar van censuur en politiek-economische intimidatie. We nodigen alle individuen en organisaties met interesse in ons werk en de campagne T-AFZ uit om rechtstreeks contact met ons op te nemen via [email protected]. Instagram: towards_aparteid_free_zones

Namens het initiatief T-AFZ”

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

open brief
Leestijd 22 — 25 minuten

#177

05.09.2024

14.12.2024

Jana De Kockere

Jana De Kockere is doctoraatsstudent wijsbegeerte aan de UGent en theatermaker en performer. In haar onderzoek focust ze op de verschuivingen in wat het betekende om kennis te hebben over de wereld in het 17de-eeuwse Europa. Ze was te zien in o.a. Ten Oorlog van Camping Sunset en Mount Average van Julian Hetzel. 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!