Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
Gruis/aan de twijfel, Werktoneel © Michiel Devijver
Chaos, isolement, pessimisme, nihilisme… Het zijn woorden die steevast klinken wanneer het literaire universum van de Nederlandse auteur Willem Frederik Hermans (1921-1995) beschreven wordt. Het is met dat eigenzinnige oeuvre dat het jonge gezelschap Werktoneel aan de slag ging. De wereld van W.F. Hermans krijgt in hun voorstelling een extra portie humor toebedeeld en wordt zonder veel moeite de 21ste eeuw binnengeloodst.
Een verrassende keuze, zou je kunnen denken, dat het Werktoneel – de groep KASK-alumni rond regisseur Jesse Vandamme – teruggrijpt naar een inmiddels klassieke auteur als Hermans. Maar eigenlijk is het een vrij logische keuze. Hermans’ tijdloze werk verdient letterlijk een podium: het leent zich namelijk goed tot een analyse van de werkelijkheid in haar geheel. Vandamme zei in een interview in Culture Club op Radio 1 dan ook dat hij vooral gefascineerd is door de filosofische ondertoon van Hermans ideeën: ook al denken we vat te hebben op de wereld, we kunnen haar nooit volledig begrijpen.
De jonge makers bijten zich vast in een oeuvre dat zelf ook bijt. Hermans staat namelijk bekend om zijn scherpe analyses van een wereld die in feite niet veel voorstelt. Het is ook dit pessimistisch universum dat hij oproept in zijn boek Uit talloos veel miljoenen (1981), het werk dat het vertrekpunt vormde voor de voorstelling Gruis/aan de twijfel. Hoofdpersonage is Sita van de Wissel, een schrijfster van dichtversjes over beren. Het door haar ontwikkelde karakter Beertje Bombazijn speelt viool, eet peren, drinkt bier en ‘ook nog iets met een treinreis’… Zoals al mag blijken, heeft Sita niet het literaire talent van Hermans zelf, maar ze heeft zichzelf opgesloten in haar droomambities. Hopeloos op zoek naar inspiratie en een uitgever, probeert ze haar burgerlijk bestaan enigszins zinvol te maken. En ze is niet de enige: de roman van Hermans zit vol met mensen uit de middenklasse die in feite niets anders doen dan ronddwalen in de samenleving die hen omringt.
“De armzaligheid van het bestaan vormt de rijkdom van het stuk.”
“Ik ga van alles gaan doen”, zeggen ze tegen elkaar. Sita’s man is een professor met een alcoholverslaving en haar dochter is infantiel en psychopathisch tegelijk. Maar zijzelf kan zich daar allemaal niet te veel mee bezighouden; ze moet haar versjes afkrijgen. Op de momenten dat Sita aan het schrijven is, zetten de andere acteurs een berenmasker op in de voorstelling. Dit is een mooie manier om weer te geven hoe Sita enkel wordt vergezeld door haar denkbeeldige personages. De beren zelf zijn nochtans ook niet zo’n fan van Sita’s versjes: ze buigen het hoofd wanneer Sita haar versjes vol trots voorleest. Zelfs de fantasie werkt dus tegen…
De armzaligheid van het bestaan vormt de rijkdom van het stuk. Personages lopen op, en lopen weer af. Ze proberen gesprekken aan te knopen of zonderen zich net af (“Ik ben niet aan het luisteren. Ik heb er even geen ruimte voor.”). Ze luisteren naar de radio, zitten in de auto en zingen Bruce Springsteen. Tussen de lijnen van deze bezigheidstherapieën voltrekken zich pijnlijke situaties en dramatische wendingen. “Het zal allemaal wel meevallen”, is dan echter de reactie.
Verschillende bouwstenen in de voorstelling weten de ontreddering van Hermans’ wereld goed te vatten. Ten eerste is er het ronduit sublieme acteerwerk. Louise Bergez, Lucas Van der Vegt, Joeri Happel en Lucie Plasschaert spelen uitgeputte schrijvers, gefrustreerde ambtenaren, bureaucratische psychiaters, opgewonden radiostemmen en verwende kinderen. De acteerstijl is sterk ironisch: de absurditeit van de situaties wordt vanuit het acteren zelf benadrukt. Alsof de personages diep vanbinnen weten dat het allemaal zinloos is. Toch kunnen ze niet anders dan als een Sisyphos hun eigen lot te blijven voortduwen.
Ten tweede is er ook de scenografie die de Hermansiaanse sfeer een theatrale vorm geeft. Het decor – of het gebrek eraan – benadrukt de nihilistische oppervlakte waarop de personages hun tijd doorbrengen. Scenografe Chloé Wasselin-Dandre zorgde voor een toneelbeeld met aan elkaar genaaide grijze dekens. In het midden van het stuk rijzen deze naar boven, maar tegen het einde van de voorstelling zakken ze opnieuw naar beneden, over de spelers heen. Ze vallen terug in de plooien waarin ze aan het begin van het stuk lagen. Een tentenconstructie die langzaam inzakt en terug uitkomt bij haar beginpositie: het toont een imploderende wereld, maar ook een wereld die eigenlijk onveranderd blijft, ondanks de gebeurtenissen in de levens van de personages. Als het erop aankomt, trekt het podium zich niets aan van wat er op haar rug gebeurt.
Goed, maar is W.F. Hermans niet gewoon een vervelende persoonlijkheid die thuishoort in de vorige eeuw? Jesse Vandamme antwoordt met deze voorstelling duidelijk ‘nee’ op die vraag. De literatuur – of noem het filosofie — van Hermans lijkt geen expliciete actualisering nodig te hebben om relevant te blijven. Frustraties op het werk, gedoe met kinderen, onverwachte medische diagnoses… Het zit allemaal in de roman van 1981 en in de voorstelling van 2023. Werktoneel trapt dan ook niet in de val van een bijkomende moralistische vertaalslag naar het nu. De link met het heden wordt amper op het podium gearticuleerd en kan dus door de toeschouwer zelf worden gezocht. Wat Werktoneel wél ‘opdringt’ is een humoristische interpretatie van Hermans’ oeuvre. Doordat het stuk een zeer vrije bewerking is van de roman Uit talloos veel miljoenen worden er veel humoristische passages toegevoegd. Je zou kunnen denken dat dit pessimistische ondertoon overschaduwt, maar gelukkig is er het ijzersterke acteerwerk. De ironische speelstijl zorgt voor ongekende diepte, zelfs tijdens ogenschijnlijk oppervlakkige dialogen. Iedere ‘ja’ en ‘nee’ is zodanig goed getimed, dat de bijtende vervreemding overeind blijft.
Gruis/aan de twijfel toont het universum van Hermans, maar vormgegeven door de recepten van Werktoneel. Spitse humor via karakter- en situatiestudies vormen de kern van dat recept. Ook hun voorstelling Solipsists (2022) toonde in zichzelf gekeerde mensen die ronddraaien in hun eigen wereld. Het is duidelijk dat ze met Gruis/aan de twijfel hun eigen weg zochten doorheen het oeuvre van de Nederlandse schrijver. Op die manier combineren ze pessimisme met humor. Het resultaat is toegankelijk, maar ook diepzinnig. Want geef toe; wat lopen we hier eigenlijk allemaal te doen op deze wereld?
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.