Outside eyes uit Iran: Nasim Ahmadpour
Als macht afwezigheid performt [NL]
Nasim Ahmadpour
© Thomas Jean Henri
Karel Vanhaesebrouck doceert sinds bijna vijftien jaar aan deze en gene zijde van de taalgrens. Hij volgt de ontwikkelingen in het theater op in beide delen van het land, onder meer via het werk van (oud-)studenten. Nog steeds heeft hij het gevoel te navigeren tussen twee werelden die weinig van elkaar weten, elk met hun eigen discussies, referentiekaders en codes. In zijn column bericht Vanhaesebrouck over het theater in dat andere land, zo dichtbij en toch zo ver.
Koulounisation van Salim Djaferi begint met een simpel beeld. Djaferi pulkt aan een stevig in de war geraakte draad. Beetje bij beetje slaagt hij erin draad los te wrikken. Die draad wordt vervolgens als een waslijn over en rond het podium gespannen. En meteen is de dramaturgie van de voorstelling duidelijk: het kluwen van de geschiedenis wordt een tijdlijn. Aan die tijdlijn zal Djaferi documenten uit zijn persoonlijke geschiedenis hangen. Want wie wil begrijpen, moet ordenen. Om dan te zien dat de werkelijkheid complexer is.
De ouders van Djaferi immigreerden tijdens de kolonisatie van Algerije naar Frankrijk. Technisch gezien is dat eigenlijk niet correct, zo werpt hij schalks op: zijn ouders verhuisden van Frankrijk naar Frankrij – “gewoon een rivier over gestoken”. Djaferi kwam naar België om te studeren aan de theaterschool in Luik. Koulounisation is zijn eerste voorstelling als maker. Het is een ware historiografische krachttoer: via zijn familiegeschiedenis probeert hij vat te krijgen op de manieren waarop woorden en historische narratieven vorm krijgen. Dat doet hij op een speelse, inventieve manier. Maar achter de ludieke aanpak gaat grondig onderzoek schuil.
Het uitgangspunt van Koulounisation is erg eenvoudig. Maar eenvoudige vragen leiden tot ingewikkelde antwoorden. Salim Djaferi gaat op zoek naar het Arabische woord voor ‘kolonisatie’. Een eerste zoektocht lijkt niet zoveel op te leveren. ‘Kolonisatie’ wordt in het Arabisch ‘koulounisation’. Dat is een bekend taalkundig fenomeen. De inwoners van kolonies namen de bureaucratische realiteit van de kolonisator over, en pasten die fonetisch aan de eigen taalkleur aan – fonetische interferentie, zo noemt men dat in de tak van taalkunde zich bezighoudt met leenwoorden. Zo wordt niet alleen ‘kolonisatie’ ‘koulounisation’, maar wordt ‘collège’ ‘coullège’, en ‘commissaire’ ‘coummissaire’. Grappig en triest tegelijk. Maar Djaferi is niet tevreden en zoekt verder. In gesprekken met Arabische kennissen leert hij dat er ook een aantal andere, taal-eigen woorden bestaan. En die woorden dekken een breed scala aan betekenissen: ‘bouwen’, ‘ordenen’, ‘vullen’, ‘bezitten zonder toestemming’, ‘vervangen’ (isti’ammar) of ‘vernietigen’ (istidammar).
Woorden zijn nooit neutraal. Ze komen steeds met een perspectief op de werkelijkheid. En precies die perspectieven wil Djaferi bloot leggen. Om zo de geschiedenis transparant en leesbaar te maken. Djaferi verwijst in zijn voorstelling expliciet naar psychiater en essayist Franz Fanon, die erg betrokken was bij de Algerijnse Revolutie. In Peau noire, masques blancs (1952) beschrijft Fanon de gewelddadige impact van taal. De taal van de kolonisator spreken, betekent dat je ook het waardensysteem van die kolonisator interioriseert. En dat waardensysteem is steeds negatief over jouw identiteit. Om aan die talige associatie te ontsnappen (tussen de eigen identiteit en het negatieve waardensysteem van de kolonisator), meet je je een ‘wit masker’ aan. En zo vervreemdt de gekoloniseerde letterlijk van zichzelf, met alle psychologische gevolgen vandien.
De trukendoos van het theater is de illusie van de geschiedschrijving.
Taal en geweld zijn onontwarbaar met elkaar verweven. Woorden zijn steeds politiek. Koulounisation gaat over het geweld van de taal van de bureaucratie. Over formulieren, namen en categorieën. Djaferi legt dat geweld bloot aan de hand van de geschiedenis van de namen van zijn familie, en hoe die namen systematisch ingeschaald worden in het koloniale perspectief. Namen en tradities worden veranderd, formulieren ingevuld, identiteiten ontnomen. Wanneer de mama van Djaferi naar Frankrijk komt, verfranst ze haar voornaam, in de hoop op een betere toekomst. Ze kiest voor de naam Milena, die vindt ze mooi. Maar een ambtenaar verandert die naam, wegens (nog) niet Frans genoeg, zonder verpinken in Milène. Die naam vindt ze lelijk. Djaferi hangt alle documenten netjes op aan de waslijn. De documenten van zijn grootouders en ouders vormen zo een persoonlijke tijdslijn van de kolonisatie. En ze laten ook zien dat het symbolische geweld, beschreven door Fanon, bleef verder gaan, ook na de onafhankelijkheid. Djaferi maakt zo de geschiedenis letterlijk leesbaar, niet vanuit theoretische modellen, maar vanuit de beleefde werkelijkheid van zijn eigen familie. Hij heeft daarvoor niet meer nodig dan een draad, een paar documenten, en een paar bloederige sponsen.
Koulounisation is een toegankelijke én complexe (maar niet moeilijke) voorstelling, die zich via een persoonlijke geschiedenis ontwikkelt tot een historiografische reflectie. Woorden doen ertoe, en woorden schrijven geschiedenis. Aan het begin van zijn onderzoek gaat Djaferi op zoek naar documentatiemateriaal in een Franstalige boekenwinkel in Algerije. Tevergeefs zoekt hij naar de afdeling “Guerre d’Algérie”. Wanneer hij meer uitlegt vraagt aan een verkoper, antwoordt die dat hij in de sectie “Révolution” moet kijken. Wat voor het ene perspectief een periode van oorlog en instabiliteit is, is voor een ander paar ogen een momentum van opstand en emancipatie. Woorden zijn geschiedenis.
Die complexiteit gaat Djaferi spelenderwijs aan. Niet met een documentair betoog, ook al is de voorstelling het resultaat van doorgedreven bronnenonderzoek, maar door een slim gebruik van het medium zelf, en dan vooral van het spelen zelf. Hij krijgt daarvoor de hulp van een medespeelster, Delphine De Baere, die een beetje verrassend opduikt en uiteindelijk concreet vorm zal geven aan Djaferi’s punt: ze komt de theatrale ruimte koloniseren, volgens de verschillende Arabische betekenissen van het woord. De Baere en Djaferi doen dat prachtig samen. Gespeeld timide en onzeker, open en transparant. Niets is wat het lijkt, en toch wordt steeds de goocheltruc onthuld. En zo laat Djaferie vorm en inhoud naadloos in elkaar glijden: de trukendoos van het theater is de illusie van de geschiedschrijving. Koulounisation is een bedrieglijk eenvoudige voorstelling, schijnbaar los uit de pols, maar het resultaat van doorgedreven onderzoek.
Djaferie doet dat minzaam en met humor. Maar zijn humor is niet die van de goedkope bulderlach, maar eerder die van de minzame glimlach – die uitnodigt tot reflectie, afstand, kritiek. Koulounisation overstijgt niet alleen de obsessie voor het ‘zelf’ zo aanwezig in het hedendaagse theater, maar omzeilt ook al te eenduidige narratieven over de wonden van de kolonisatie. Koulounisation is geen didactisch theater, maar pedagogisch theater: het leert je denken, ontdekken, meedenken, en dat spelenderwijs. Want gaan leren en spelen niet steeds samen? Djaferi bewijst dat toneel, de meest valse der kunsten, nog steeds een krachtig instrument is om onszelf uit het moeras van de geschiedenis te trekken.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.