© Michiel Devijver

De Abrikozenboom – Klub Kilim

Een voorstelling zonder losse eindjes

In NTGent ging de voorstelling De Abrikozenboom van het Gentse collectief Klub Kilim (Turks: Kulüp Kilim) in première voor een overvolle zaal. Deze nieuwe groep makers – met acteur en theatermaker Ali Can Ünal als verbindende figuur – heeft als doel om verhalen te tonen zoals op een kilim (Turks voor tapijt), dat via eeuwenoude symbolen wijsheden en vertellingen deelt. Het publiek kon deze voorstelling vol kronieken en treffende beelden duidelijk smaken, alsook de gedroogde abrikozen die tijdens de voorstelling werden aangeboden. De Abrikozenboom – een coproductie van Eigen Kweek en NTGent – is een stuk dat gaat over persoonlijke verhalen en hoe we ze kunnen vertellen opdat ze niet vergeten worden.

De scène is nog donker. Het publiek wandelt de zaal binnen. Plots wandelt er een vrouw uit het publiek het podium op. Ze is geen deel van het gezelschap Klub Kilim, maar wil snel een filmpje maken om de avond vast te leggen. Vanaf het podium filmt ze zichzelf, met als achtergrond de tribune vol babbelende mensen. Ze wil het moment registreren, een houvast hebben om naar terug te grijpen wanneer ze zich de avond voor de geest wil halen. Op haar eigen manier draagt ze bij aan het thema waar Klub Kilim het die avond over wil hebben: herinneringen. De makers tonen met De Abrikozenboom hoe je herinneringen kan ophalen, tonen, delen en zo doen verder leven.

Dan wandelt de echte Klub Kilim de scène op, beginnend met de celliste die de voorstelling van muziek zal voorzien. Ze heet ons welkom, eerst in het Nederlands, dan in het Turks. Het is na die tweede taal dat een groot deel van het publiek zich écht welkom voelt, en applaudisseert. Samen met het opwellen van de cellomuziek, begint de herinneringenmolen te draaien: een rij aan geslachte – gelukkig plastiek – kippen doemt achteraan op en draait als een geoliede nachtmerrie rondom rond. Al snel knipt dit bevreemdende beeld weer weg en ontwaakt er een muur van kartonnen dozen op de scène, gebaad in een gloed van warm oranje licht. Het is als een stad die het eerste ochtendlicht begroet. De sfeer kantelt en wordt haast melancholisch. We krijgen lang de tijd om dit mooie beeld van een muur, een fort, een stad, in ons op te nemen en dan deint de dozenmuur uiteen. Spelers slepen de rijen aan dozen uit elkaar en onthullen een nieuw beeld: een oude man – gespeeld door Lieselot Siddiki met masker – die zich achter de dozenmuur schuilhoudt aan een klein bureautje. De man drinkt een theetje, luistert naar Turkse radio, en zal in zijn gemoedelijkheid het middelpunt vormen van De Abrikozenboom. 

Dan staat Ali Can Ünal op uit de schaduw van een kartonnen toren en wendt zich tot het publiek. Hij verduidelijkt dat deze man zijn grootvader is en dat hij ‘een verwarde man is geworden’, iemand met ‘gaten in zijn geheugen’. Wat volgt, zijn scènes waarin Ünal teruggrijpt naar zijn kindertijd in Turkije en herinneringen aan zijn grootvader. De meest sprekende herinnering is natuurlijk die van de abrikozenboom, die plots op de dozenmuur tevoorschijn komt. ‘Hier is ie dan,’ stelt de derde speler van Klub Kilim – Joeri Happel – opgelucht, ‘de abrikozenboom’ Veel meer dan een Happel met in zijn hand een takje, stelt de boom niet voor. Wat echter duidelijk wordt, is dat het beeld van de boom er minder toe doet dan wat het representeert: de legendarische verhalen die Ünals grootvader vertelde in Turkije onder die boom. De boom biedt vruchtbare grond om de kartonnen dozen te reorganiseren en de verhalen tot leven te laten komen. Happel vertelt – in een labyrint van torens – het sprookje van Het paleis van de macht, over hebzucht en tevredenheid. Later vertelt Ünal Het verhaal van de beren, over moed en miscommunicatie. In beide verhalen spreekt een verteller het publiek rechtstreeks aan en geeft hij ook duidelijk de moraal mee. 

De Abrikozenboom is een voorstelling waarin dromen, verhalen en moralen als een wirwar door elkaar geregen worden. Elk beeld en elk verhaal maant je aan om op zoek te gaan naar de diepere, symbolische, betekenis erachter.”

Wanneer tussen deze sprookjes door een boos monster de scène betreedt, worden we even uit de moraliserende droomwereld getrokken. Ünal – met het lichaam van een jonge man, de bewegingen van een oude man en de pamper van een baby – komt als een soort mythologisch wezen de scène opgedraafd en heeft daar een driftbui. Hij slaat in het rond en loopt hierbij alle nauwkeurig geplaatste dozen omver. Dit bevreemdende intermezzo valt uit de toon van het stuk dat tot nu toe eerder zacht, poëtisch en melancholisch was, en zet ons als publiek aan het denken over de betekenis ervan. Stelt deze man de grootvader voor? Is hij de verpersoonlijking van de innerlijke woede van een dementerende man? Of stelt dit beeld de tegenslagen voor waardoor herinneringen en verhalen van een familie zomaar verloren kunnen gaan?

De Abrikozenboom is een voorstelling waarin dromen, verhalen en moralen als een wirwar door elkaar geregen worden. Elk beeld en elk verhaal maant je aan om op zoek te gaan naar de diepere, symbolische, betekenis erachter. Er wordt bijvoorbeeld niet voor niets halverwege een kilim opgehesen op de scène én eentje onthult onder de papieren vloer. Of Happel als abrikozenboom zegt niet voor niets ‘Mijn vruchten zijn gevallen’, waarna er gedroogde abrikozen aan het publiek worden uitgedeeld. De voorstelling haalt zijn kracht uit de manier waarop aan elk verhaal een symbolisch beeld wordt gekoppeld, maar af en toe lopen de makers hun publiek hierin ook voorbij en worden verbanden iets te uitdrukkelijk gekaderd. Zo wordt de relatie tussen Ünal en de oude man expliciet toegelicht, alsook de moraal van elk verhaal en de betekenis van de abrikozenboom in het geheel. Al deze verklaringen maken dat de voorstelling soms iets te strak geweven is, waardoor deze bol gaat staan van de kadering. Dit resulteert in een voorstelling waarin we als publiek weinig persoonlijke invulling kunnen geven aan de beelden die we zien, waardoor de magie ervan wat verloren gaat.

Al is de vraag of De Abrikozenboom een andere persoonlijke invulling nodig heeft naast die van de makers. De voorstelling vertelt immers het specifieke verhaal van Ünal en zijn dementerende grootvader, en het Turkse dorpje uit zijn vervagende jeugdherinneringen. Dit persoonlijke perspectief hoeft niet aan te sluiten bij de gevoelswereld van elke individuele toeschouwer, al zal de voorstelling dit wel kunnen doen bij mensen die de Turkse (beeldende) taal machtig zijn. De Abrikozenboom vertelt een verhaal dat mensen van Turkse afkomst kunnen herkennen en dat anderen kunnen ontdekken. Eentje waarvan Klub Kilim zelf heel goed weet hoe het in elkaar geweven moet worden.

De Abrikozenboom speelt nog het hele voorjaar, de speeldata vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#174

15.12.2023

14.03.2024

Charlotte Durnajkin

Charlotte Durnajkin behaalde een master in de taal- en letterkunde, is leerkracht en schrijfster. Momenteel studeert ze voor theaterdocent en regisseur aan de Toneelacademie Maastricht.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Theater Aan Zee 2024

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!