Leestijd 4 — 7 minuten

Amphitryon – Mannen van den Dam, Antwerpen

Kroniek – Het jeugdpuistje van het cultureel proces

Peter Hacks is een Oostduits toneelauteur – in 1956 emigreerde hij van West- naar Oostduitsland – en vertegenwoordigt samen met Heiner Muller en Hartmut Lange wat wel eens het “socialistisch classicisme” wordt genoemd. Hacks, Muller en Lange grijpen in hun toneelwerk namelijk vaak terug naar antieke stof en klassieke toneelstukken om de verwezenlijkingen, problemen en (on)mogelijkneden van het socialisme te behandelen. In stevig op de Duitse traditie gefundeerde verzen evoceren ze de spanningen tussen het reële en het utopische socialisme.

Amphitryon kan zeker beschouwd worden als een exponent van dit “socialistisch classicisme”: in Shakespeariaanse blanke verzen bewerkt Hacks de Amphitryon-stof – voordien al behandeld door zo illustere toneelauteurs als Plautus, Molière en Kleist – tot een komedie over de erotiek als veranderende, utopische kracht. De oppergod Jupiter bedrijft, in de gedaante van de afwezige veldheer Amphitryon, de liefde met diens vrouw Alkmene. Jupiter is god, maar ook op stormachtige manier mens. Hij stort zich in de armen van Alkmene met al de chaotische kracht die schuilt in de eros; hij is, in de woorden van Hacks, de “bundeling en belichaming van alle menselijke vermogens”, in staat tot verstoring en verandering van een in vaste structuren geklemde wereld. Anders dan in de vroegere bewerkingen, herkent Alkmene Jupiter al vrij snel en na haar liefdesnacht twijfelt ze niet, als bij Kleist, aan zichzelf; haar onzekerheid en kritische blik gelden in de eerste plaats haar eens geliefde, nu echtgenoot, Amphitryon. Geplaatst voor de keuze tussen de echte en de stand-in Amphitryon kiest ze bewust voor de laatste. Amphitryon, echter, beroept zich op de noodwendigheden en beslommeringen van de wereld om zich te verdedigen. Aldus wordt Amphitryon een dialectische discussie over de maatschappelijke realiteit en de (in de eros gelegen?) utopische kracht der verandering. Maar ook meer dan dat. Amphitryon is geen beleringsstuk, want de komische relativering, zowel van de fabel en de figuren als van het theater als spel, maakt rechtlijnige interpretatie of simplistische verenging onmogelijk. Bovendien vormt het geloof in de kracht van de individuele eros, zoals die geïncarneerd is in Jupiter, vanuit marxistisch standpunt een meer dan controversiële these. “Nichts ist gelost im Denken und Sein”, besluit Jupiter, alvorens naar de Olympos terug te keren.

Omdat Hacks’ Amphitryon zo nauw verweven is met de problematiek van het socialisme, hebben de Mannen van den Dam -terecht overigens – geopteerd voor een omfunctionering van het stuk. Hun Amphitryon is een burleske geworden, een boertige klucht. De van kracht en levenslust bruisende Jupiter van Hacks is bij de Mannen van den Dam een bronstige stier van het allooi “Ik wil de grootste hebben”. Alkmene onderwerpt zich vrijelijk aan hem, de benen gespreid, in geile verering voor het onuitputbare mannetjesdier. In een cultuursfeer waarin liefde en sex zowat de meest succesvolle koopwaar uitmaken, kan het geloof in de revolutionaire kracht van de erotiek niet anders dan dunnetjes zijn. Meteen wordt ook Amphitryon gereduceerd tot een leeghoofdige bedrogen echtgenoot, recht uit de Middeleeuwse fabliautraditie.

De vinger op de wonde, want het hele stuk geraakt nergens voorbij deze blinde afbraak. Te weinig inventief, te detaillistisch ook, genereert de enscenering van de Mannen van den Dam nergens relevante betekenisstructuren of interessante spanningsbogen. Dat is des te opvallender in die passages waar de hoofdfiguren zich uitputten in ellenlange bespiegelingen, die tussen de ruïnes van het oorspronkelijke stuk kant noch wal meer raken. De geslagen bressen worden dan, waar mogelijk, opgevuld met zware knipogen naar het theatermedium, voluit gespeeld, alsof de fijnzinnige dubbelzinnigheden van Pirandello nooit hebben bestaan.

Een gelukkige uitzondering is het merkwaardige lot dat de figuur van Sosias, hof-filosoof van Amphitryon, is beschoren. Hacks poneert in hem, vanuit een argumentum a contrario, de kern van de filosofische lading van het stuk. “Der Weisheit Krone ist die Seelenruhe” is Sosias’ devies en zijn filosofisch quietisme reikt zover dat hij zelfs probleemloos zijn eigen ego kan opgeven. Zijn cynische gelatenheid en totaal gebrek aan streven naar verandering maakt hem onuitstaanbaar voor zijn tegenspelers, maar plots ook onverwacht herkenbaar voor de westerling anno 1985. Van de Mannen van den Dam krijgt hij een lakonieke luciditeit toegemeten (de rammelingen van Amphitryon vangt hij onverstoorbaar op op zijn hoed – die hij dan wel voor de gelegenheid in de hand neemt), die hem tot de enige geloofwaardige figuur van het stuk maakt. De knappe acteerprestatie van Johan Van Lierde zal daar wel niet vreemd aan zijn, maar ook hij botst tenslotte onvermijdelijk met de dramaturgische gegevenheden van Hacks’ stuk. Sosias wordt uiteindelijk – om voor de toeschouwer onbegrijpelijke redenen – door Jupiter bestraft en als een matte ster ergens in een verloren hoekje van het firmament geplakt.

Als toeschouwer blijft je zitten met de vraag: waar was dit nu allemaal om begonnen?

AMPHITRYON

auteur: Peter Hacks; vertaling: Viviane De Muynck; groep: Mannen van den Dam; spelleider: Lucienne De Nutte; spelers: Johan Van Lierde, Viviane De Muynck, Daan Hugaert, Rafaël Troch, Karen De Visscher.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#13

15.04.1986

14.07.1986

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!