Hier, ik als keizerin. Molenstraat 103/bus 5 – Veerle Baetens & Bo Spaenc
Radicale eenzaamheid
Klaas Tindemans
Johan Thielemans trok in juni voor een weekendje theater naar Londen. Hij was benieuwd naar wat de hier te lande vooral door zijn films bekende regisseur Sam Mendes in het ambitieuze Brits-Amerikaanse The Bridge Project met De Kersentuin en A Winter’s Tale zou doen. Helaas, dat viel een beetje tegen. Maar Londen zou Londen niet zijn als er niet elders wat te zien was dat de trip worthwhile maakte.
Een weekend Londen: voor de theaterliefhebber een feest met de allure van een zelfbedacht festival, zo liet het zich aanzien. Al in januari had ik kaartjes besteld voor The Bridge Project. Op papier moest dat het hoogtepunt van het Engelse theaterseizoen worden. Toen ik in juni beide voorstellingen zag, bekroop me echter een gevoel van ontgoocheling. Dat kwam onder meer omdat ik in datzelfde weekend ook andere voorstellingen zag, waaruit bleek dat in die bredere Londense context The Bridge Project zijn beloftes niet kon waarmaken. Opwindend toneel vond ik dus op andere plekken. Laat ik alvast bekennen dat, als ik het over ‘mijn eigen festival’ heb, mijn gedachten in de eerste plaats uitgaan naar War Horse, een succesproductie van het National Theatre. Het is een bewerking van een jeugdboek van Michael Morpurgo, een schrijver met Vlaamse roots. Zijn grootvader was Emile Cammaerts, de biograaf van koning Albert I. Morpurgo omschrijft hem als ‘a great poet and Belgian patriot’. Verhalen uit de Eerste Wereldoorlog zullen dan wel tot de familietraditie behoren.
Morpurgo was gefascineerd door het lot van de paarden in de oorlog, omdat het iets van de waanzin op een wrange en originele manier illustreert. De Engelsen zetten hun ruiterij in tegen Duitse kanonnen. Rond dat gegeven heeft hij een verhaal bedacht waarbij zowel een Engelse jongen als een Duitse officier alles doen om een warhorse – een oorlogspaard – te redden. Het merkwaardige van de voorstelling schuilt in de theatrale uitwerking. Het National Theatre heeft samengewerkt met de Handspring Puppet Company uit Zuid-Afrika. Wij kennen hen dankzij William Kentridge, die samen met hen Il Ritorno d’Ullisse in Patria in De Munt heeft gemaakt. Hier geven ze een superieur staaltje van figurentheater. Ze hebben levensgrote paarden nagebouwd, met een sculpturale vorm. Zo zijn het prachtige objecten, die kunnen lopen, steigeren, ploegen trekken en zelfs ruiters dragen. Elk paard wordt door drie mensen gemanipuleerd – net zoals de poppen in het Japanse bunraku. De hele avond lang raak je niet uitgekeken op deze magische manipulatie. Het spel van de acteurs is uitstekend, maar ze moeten het afleggen tegen de virtuositeit, expressieve kracht en esthetiek die ontstaat uit de spanning tussen het realistische en het abstracte van de vele poppen. Zo maken de Zuid-Afrikanen er een unieke avond van. De objecten komen zo sterk tot leven (ook al zie je voortdurend de manipulators) dat ze zonder moeite een hele reeks emoties bij het publiek losweken. Als ze op het einde komen groeten, weet je niet of je voor de paarden applaudisseert of voor de poppenspelers.
Sam Mendes
Zoveel theatrale opwinding is er bij The Bridge Project niet te beleven. Nochtans mocht de theaterliefhebber veel van deze productie verwachten, al was het maar door de aard van het initiatief en door de vele talenten die erbij betrokken zijn. Het project is op een merkwaardige manier ontstaan. De Amerikaanse acteur Kevin Spacey, huidig directeur van het Londense Old Vic, had in een gesprek met de Engelse regisseur Sam Mendes en met de directeur van de Brooklyn Academy of Music, Joseph Melillo, het plan opgevat om een heel uniek en groot theaterproject op te zetten. Engelse en Amerikaanse acteurs, en niet van de minste, zouden broederlijk en zusterlijk naast elkaar op het toneel staan. Mendes had een briljante rolbezetting op het oog en wilde een groep acteurs samenbrengen die een hele tijd bij hem zouden spelen. Het zou ei zo na een ensemble zijn, iets wat Mendes noodzakelijk vindt om goed theater te maken. Aangezien hij putte uit talent aan beide zijden van de oceaan, viel hem de naam The Bridge Project te binnen. Het zou een unicum worden: een ensemble dat twee theatertradities met elkaar verzoent. De contracten werden getekend. Het nieuwe gezelschap zou over een periode van drie jaar drie stukken van Shakespeare en drie van Tsjechov opvoeren. Sam Mendes kon in Amerika Ethan Hawke inschakelen. In Engeland wist hij in de eerste plaats Simon Russell Beale warm te maken. Deze acteur, zo vinden de Engelsen, is geniaal en heeft zijn belangrijkste successen geboekt onder regie van Mendes. Dat was in de tijd dat die artistiek directeur was van het Donmar Theatre. In de jaren negentig was het Donmar een lichtbaken voor het toneel in Londen. In zijn kleine zaal maakte Mendes spraakmakende voorstellingen, die dankzij hun vitaliteit golden als een aanklacht tegen de grote gezelschappen als het National Theatre of de Royal Shakespeare Company. Daarna ging hij zelf in die grote huizen werken. Zijn reputatie was zo groot, dat Gerard Mortier zijn Othello (met Simon Russell Beale) naar Salzburg liet komen. Maar toen lonkte Hollywood, en Mendes ging Amerikaanse films maken. De eerste was meteen een schot in de roos: American Beauty (1999), met in de hoofdrol Kevin Spacey. Daarna maakte hij Road to Perdition, een interessante genrefilm, en Jarhead, over Amerikaanse mariniers tijdens de Golfoorlog, een rustige antimilitaristische film. Daarop volgde nog Revolutionary Road (2008), een wat afstandelijke beschrijving van een huwelijk met problemen, de minst overtuigende film uit de reeks, ook al stond zijn echtgenote Kate Winslet er tegenover Leonardo DiCaprio – het Titanic-paar. Na tien jaar filmen wilde Mendes terug de schouwburg in, en zo is The Bridge Project ontstaan. Dat er wereldwijd veel belangstelling was, blijkt uit de uitvoerige tournee van de eerste aflevering. Er wordt gespeeld in Brooklyn, Londen, Madrid, op de Ruhrfestspiele te Recklinghausen, in Singapore, en de laatste voorstellingen staan op het Athene & Epidaurus Festival in Griekenland. Er zijn dus wel een heleboel bruggen in het spel.
Tsjechov
De keuze voor de eerste aflevering viel op A Winter’s Tale van Shakespeare en De Kersentuin van Tsjechov. Om het nog spannender te maken, werden in Londen tijdens het weekend marathons voorzien: twee teksten van het grote repertoire op een halve dag en met dezelfde acteurs.
Mendes heeft dan wel een rare combinatie van stukken gemaakt, maar nergens wordt duidelijk waarom deze twee na elkaar gespeeld moeten worden. Door al die coproductietoestanden zijn er ook eenvoudige oplossingen bedacht, zodat er niet te veel vrachtwagens of vliegtuigen het materiaal moeten vervoeren. Het toneelbeeld is dus eenvoudig. Dat hoeft natuurlijk geen bezwaar te zijn, maar dat de gedachte bij je opkomt dat Mendes en zijn ontwerper Anthony Ward vooral praktische beslissingen hebben genomen, wijst erop dat het resultaat niet echt overtuigend is.
Voor De Kersentuin heeft Mendes, volgens het programmaboek, een tekst gebruikt die als een nieuwe vertaling van Tom Stoppard wordt aangekondigd. Men vergeet er wel bij te vermelden dat Stoppard niet meer dan een bestaande vertaling van Helen Rappaport wat heeft opgepoetst. Dat is niet netjes tegenover de officiële vertaalster van Tsjechov. In deze voorstelling speelt Simon Russel Beale de rol van Lopakhin, de man van de nieuwe tijd. Hij moet niet weten van de sentimentaliteit van de verarmde vrouw des huizes Ranevskaya, noch van haar geweeklaag. De kersentuin kan dan al zoiets betekenen als een droom van schoonheid, maar als hij ook de financiële ondergang van de familie betekent, hoopt Lopakhin dat hij kan ingrijpen. Hij wil het stuk grond verkopen en verkavelen. Wanneer dat uiteindelijk gebeurt, koopt hij de kersentuin, voor hem een triomf die ook een historische dimensie krijgt, want als knecht is hij de zoon van een slaaf, en nu wordt hij grootgrondbezitter. De verkoop voelt dus niet alleen aan als het resultaat van praktisch vernuft, maar ook als een welkome wraak. Zijn vreugde uit hij door al het meubilair tegen de vloer te gooien. Wanneer hij weer vat op zijn emoties krijgt, zegt hij laconiek: ik kan alles betalen. Het is het sterkste moment van het stuk, en ook het ogenblik waarop Simon Russel Beale toont tot welke kracht hij met weinig middelen in staat is. Hier kan je concluderen dat het Mendes om een interpretatie te doen was, want de andere personages (met Sinéad Cusack als Ranevskaya, en Ethan Hawke als een interessante, cassante student Trofimov) verdwijnen wat naar de achtergrond. Het sociale fenomeen met zijn politieke implicaties wordt duidelijk naar het voorplan geschoven. Dat alles is niet fenomenaal of verbazend, maar bij deze Tsjechov voelt Mendes zich beter in zijn sas dan bij Shakespeare. Er gaat zelfs zoiets als een noodzaak doorschemeren.
Shakespeare
Meteen is gezegd dat er aan Shakespeares A Winter’s Tale heel wat scheelt. Het grootste verwijt is dat de voorstelling risicoloos is. Het stuk gaat over Leontes, koning van Sicilië, die plots razend jaloers wordt op zijn vrouw Hermione. Het heeft haar dood tot gevolg. Simon Russell Beale kan als koning niet echt overtuigen. Bij Shakespeare zijn er hevige, irrationele en destructieve gevoelens aan het werk, maar deze dimensie van het personage roert Beale niet aan. Is hij geniaal? Misschien in andere omstandigheden, maar hier lijkt hij wat te oud voor de rol, al zijn de afgronden van de liefde van alle leeftijden. Hij heeft wel die unieke kwaliteit van de animale aanwezigheid van een groot acteur: als hij opkomt kijk je naar hem. Als hij spreekt kan je elk woord proeven. Maar waar is de waanzin? In het Siciliaanse deel van de voorstelling komt hij niet verder dan een heel degelijke lezing van Shakespeares stuk.
Het tweede deel voert ons naar Bohemen (dat bij Shakespeare aan de zee ligt). Daar groeit de verstoten dochter van de koning op onder de naam Perdita. Mendes heeft Bohemen een duidelijk Amerikaanse toets gegeven. Er is een schaapscheerdersfeest dat je met weinig moeite ergens in Oklahoma plaatst, al is dat dan misschien eerder het Oklahoma uit de gelijknamige musical. Mendes heeft er een stout feestje van gemaakt, waarbij met ballonnen penissen worden voorgetoverd. Grappig en leuk, maar bij de Engelse critici en bij de toeschouwers die reageren in de krant valt dat niet in goede aarde. Ze vinden het te ver gaan.
In het stuk loopt de vagebond Autolycus rond, die voor de ontwikkeling van het verhaal weinig betekent. Maar hier wordt de rol gespeeld door Ethan Hawke. Je kan het alleen een opluchting noemen, want hij doorbreekt het academisme van de rest van de opvoering. Hawkes verschijning wordt door verschillende critici anders omschreven: hij is Johnny Depp, of Bob Dylan, in ieder geval een wat louche troubadour, die men in Amerika een trickster zou noemen. Maar, en dat is meteen duidelijk, hij is zeer zeker Amerikaans. Met zijn vinnige energie is Hawke de ster van deze voorstelling: hij is grappig, sluw, vals, wereldwijs en vol vitaliteit. De tekst van Shakespeare gaat plots leven – en dat dankzij een bijrol. Een ogenblik is ook duidelijk hoe je acteurs van beide zijden van de oceaan tegenover elkaar kan plaatsen, wat toch de uitdaging van The Bridge Project is: Sicilië wordt bewoond door de deftige Engelsen uit de cast, en in Bohemen houden zich Amerikanen op. Deze oplossing is natuurlijk vreselijk eenvoudig, en levert geen echte inhoudelijke meerwaarde op.
Wanneer het verhaal ten slotte terugkeert naar Sicilië, volgt een merkwaardige ontknoping: de koningin was natuurlijk niet gestorven; de treurende, schuldbewuste koning bezoekt haar zogenaamde graf, waar haar standbeeld levend blijkt te zijn wanneer hij het aanraakt. Deze laatste scène wordt met veel zorg gespeeld, alsof Mendes toch nog wil tonen dat hij een regisseur van formaat is. En zowaar ontstaat er een ogenblik vol emotie. Maar dat maakt van The Bridge Project nog geen onmisbaar evenement. Moe maar niet helemaal tevreden verlaat ik dus de Old Vic, en omdat ik van acteurs houd, ben ik blij dat ik filmacteur Ethan Hawke ontdekt heb als een grote theaterpersoonlijkheid.
Je vraagt je af of de aard van het project geen schuld heeft aan de algemene makheid van de voorstellingen. Aangezien Mendes zijn werk op de internationale scène wil tonen, lijkt hij wel een soort Engelse kwaliteit te willen aanbieden, die op de drie speelcontinenten op instemmend geknik zal onthaald worden. Vandaar gunt hij zich geen extravagante of controversiële aanpak. Je hoopt dat hij voor de volgende afleveringen van het project meer moed zal tonen.
Volks
Omdat er op verschillende plekken in Londen stukken van Shakespaere te zien zijn, dringt een vergelijking met andere producties zich op. Een algemene opmerking: er wordt op dit ogenblik op een veel interessantere manier met Shakespeare omgegaan dan bij Mendes het geval is. Hoe bleek zijn Shakespeare is, blijkt bijvoorbeeld wanneer je in het Globe Theatre een boeiende Romeo and Juliet meemaakt. Shakespeares stuk over de ‘starcrossed lovers’ wordt geregisseerd door Dominic Dromgoole, die artistiek directeur van dit theater is. Met Will and Me (Penguin Books, 2006) heeft hij een heel boeiend en geestig boekje geschreven over zijn relatie tot Shakespeare. Er spreekt een grote liefde voor de schrijver uit. Hij ontwikkelt ook een duidelijke opvatting over de manier waarop Shakespeare moet gespeeld worden.
Zijn Romeo and Juliet is een perfecte illustratie van zijn artistieke opvattingen. Een eerste vaststelling: in tegenstelling tot eerdere interpretaties door grote acteurs, gaat Dromgoole er niet van uit dat de tekst door iedereen gekend is. Daarom wordt zwaar op woorden en zinnen ingezet, niet met de bedoeling de muziek van Shakespeares taal te laten weerklinken – zoals Laurence Olivier of John Gielgud dat zo voorbeeldig deden – maar om de directe betekenis zo klaar en duidelijk mogelijk naar voor te halen. Meteen valt een zware last van de schouders van de acteur, en ontdekt hij binnen deze overbekende teksten een nieuwe vrijheid.
Als men Shakespeare speelt in een Elizabethaans theater als de Globe, ontstaat daarbij als vanzelf een andere verhouding tussen tekst, acteur en toeschouwer. Omdat een deel van het publiek (de groundlings bij Shakespeare) o zo dicht bij het podium staat, kunnen de acteurs niet anders dan op hun nabijheid reageren. In deze Romeo and Juliet laat Dromgoole de voorstelling aanvangen met een ontspannen muzikaal moment. De acteurs zingen lustige renaissanceliederen vol eenvoudige polyfonie. Dat schept meteen een losse, vriendelijke band met het binnenkomend publiek. Deze energie weet Dromgoole goed te gebruiken in de rest van het stuk. Veel taferelen hebben iets volks. Zo ontstaan er vanzelf komische scènes. Je staat wat verbaasd te kijken dat er zoveel gelachen kan worden zonder dat aan de tragedie afbreuk wordt gedaan en zonder dat men de relativerende toon uit Vlaanderen of Nederland aanslaat. Op het einde van het stuk – Romeo en Julia zijn gestorven, de twee families hebben zich verzoend – wordt de voorstelling afgesloten met een liedje en een dansje, waaraan alle acteurs deelnemen. Dat is natuurlijk een verwijzing naar een historische praktijk, en Dromgoole slaagt erin om dat vrolijke moment heel natuurlijk te laten overkomen, omdat zingen en dansen al eerder onderdeel van de opvoering waren. Dromgoole mikt duidelijk op een volkse Shakespeare, die verschillende registers moeiteloos naast elkaar weet te plaatsen.
Het belangrijkste aspect van Shakespeare in de Globe zijn de monologen. Ze worden niet psychologisch en naar binnen gekeerd opgezegd. De acteurs richten zich direct tot het publiek. Zo wordt een monoloog een samenspraak, met de toeschouwer als volwaardige partner. Romeo, gespeeld door Adetomiwa Edun, is een energieke jongeman, die op het podium zeer goed weet dat het publiek rond hem zit en daarom de verschillende fases van de tekst in de ruimte plaatst. Hij loopt van links naar rechts, om iedere toeschouwer bij de handeling te betrekken. Zijn zeer jonge tegenspeelster Ellie Kendrick heeft een spontane frisheid. Wanneer ze overweegt het gif van Friar Lawrence in te nemen, kijkt ze het publiek aan en weet zo een verrassende betrokkenheid te doen ontstaan, met een diepe ontroering tot gevolg. Shakespeare is dan ontdaan van retoriek en weet woorden te schrijven die recht naar het hart gaan.
Zeggingskracht
Eenzelfde omgang met tekst kan je ook beleven bij Hamlet, geregisseerd door Michael Grandage, die Mendes als artistiek directeur van de Donmar is opgevolgd. Hij heeft voor de mythische rol van de Deense prins Jude Law warm kunnen maken. De filmacteur heeft al een hele tijd geen toneel meer gespeeld, want zijn laatste optreden – in van Christopher Marlowe – dateert uit 2002. Het theater heeft voor hem een grote aantrekkingskracht, zegt hij, omdat hij de repetitieperiodes zalig vindt. Grandage heeft rond de figuur van Hamlet een zeer degelijke voorstelling gemaakt. Ook hier is het zo dat dit stuk voor een groot deel van het publiek een nieuwe tekst is – zeker als de filmfans van Jude Law komen kijken. Grandage spitst zich toe op een vlotte vertelling van een ernstig verhaal. Het valt op dat hij in tegenstelling tot Dromgoole de komische noot niet opzoekt, en daarom van Polonius een toegewijde minister maakt, waar anderen hem graag als schertsfiguur op de planken brengen. Een enkele keer zie je een duidelijke regievondst – zoals een nutteloze sneeuwvlaag –, maar die lijkt eerder misplaatst. Het merendeel van het werk heeft Grandage besteed aan de behandeling van de monologen. Hij en Law hebben, zo zeggen ze, veel apart gerepeteerd. Je kan het ook voelen aan het eindresultaat. Law heeft zich de tekst zo eigen gemaakt, gaat zo magistraal door alle lagen ervan, kan zo schitterend van de ene stemming naar de andere overschakelen, dat je de indruk krijgt Shakespeares tekst van nu af aan altijd met zijn stem te zullen horen, en met zijn intonaties en pauzes. Daarbij vermijdt hij een makkelijke virtuositeit. Ik was enkele jaren geleden helemaal ondersteboven van de vertolking van Adrian Lester, in een regie van Peter Brook. Daar zag en hoorde je een gevoelige, kwetsbare maar zeer lucide jongeman. Hier is Law een energieke, krachtige prins. We horen hem denken, overwegen, met ons zijn twijfels delen, maar nergens is hij zwak. Ook hij richt zich tot het publiek, en al speelt de voorstelling zich af in een traditionele schouwburg (het Wyndham’s Theatre), toch weet hij een dialoog van mens tot mens te ontwikkelen. Wanneer deze prins sterft, voel je heel fel het verlies aan, want drie uur lang heb je aan zijn zijde gestaan, heb je zijn lotgevallen en zijn innerlijke strijd gedeeld.
Deze twee Shakespeare-opvoeringen zijn een voorbeeld van de huidige aanpak van tekst. Ze mikken op een onmiddellijke verstaanbaarheid, als was dat hun graadmeter. Maar door de doorgedreven analyse van de tekst in al zijn geledingen, geven ze Shakespeare een grote zeggingskracht. Het zijn natuurlijk Engelse opvoeringen – mijlenver van een Duitse aanpak met zijn erg gewilde ingrepen. Hier heb je nog te maken met regisseurs die een tekst dienen, en er niet zo op gebrand zijn op te vallen. Maar ze geven blijk van een grote gevoeligheid die zich vertaalt in respect voor het woord. Slaafs zijn ze niet en binnen hun idioom gaan ze op zoek naar eigen persoonlijke accenten. Zo spit Dromgoole in de tekst op zoek naar de humor, die hij vindt bij de knecht Peter, die ons er zonder moeite aan herinnert dat Shakespeare in zijn troep over een begaafde clown/nar beschikte. Grandage laat Jude Law toe om langs de tekstanalyse toch de persoonlijkheid van de acteur te laten doorschemeren. Bij de voorstelling van Grandage kom je buiten met de overtuiging dat je ‘een Hamlet’ hebt gezien die in de lange rij van briljante vertolkers toch zijn eigen stempel op de woorden en de rol weet te drukken. Jude Law is, zo bewijst hij ten overvloede, een toneelacteur met een overweldigende autoriteit.
Zo is mijn weekend Londen toch nog iets geworden als een festival, want voldoende voorstellingen hadden dat ietsje bijzonders wat toneelbezoek weer tot een belevenis maakt. Alleen dat Bridge Project behoort niet tot mijn grote herinneringen. Sorry, Sam Mendes.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.