Leestijd 6 — 9 minuten

LIMP – Ugo Dehaes/kwaad bloed

Een voorzichtig duet tussen mens en machine

Limp is het derde deel van Ugo Dehaes’ ‘Forced Labor’-cyclus, waarin hij de mogelijkheden en beperkingen van dans(creatie) met robots exploreert. Klassiek balletdanser David Framba, die na een motorongeluk zijn rechter onderbeen verloor, balanceert voorzichtig op de artificiële grenzen tussen mens en machine. Maar net door deze als scheidbare eenheden voor te stellen, lijkt Limp nooit helemaal ‘post-human’ te worden.

Sinds 2018 richt danser en choreograaf Ugo Dehaes zich op het maken van choreografieën voor objecten, met behulp van nieuwe technologieën. In Arena (2020), een interactieve installatie met acht robots, nodigde hij het publiek uit de robots te manipuleren en hen te trainen tot autonome dansers. In Simple Machines (2021) programmeerde Dehaes zelf de robots, zodat zij zowel de rol van danser als choreograaf op zich kunnen nemen. Limp vloeide voort uit eenzelfde fascinatie: hoe kunnen mens en technologie samenwerken in het creëren van dans?

Op het donkere speelvlak licht langzaam een ineengedoken lichaam op. Op het ritme van de pulserende elektronische muziek vormen zich trillende beelden op een projectiescherm die aan synaptische verbindingen of schimmelstructuren doen denken. Gelijktijdig rolt een kleine robot zoemend naar voor. Weifelend draait het wezentje rond het lichaam van Framba, die op die manier zorgvuldig gescand en vervolgens wordt gekopieerd op het scherm. Uiteindelijk begint het opgekrulde lichaam traag te bewegen. Framba’s soepele armbewegingen staan in schril contrast met het strakke grid dat op zijn lichaam wordt geprojecteerd en dat zich langzaam uitstrekt. In vloeiende vormen, dicht bij de grond, ontvouwt het lichaam van de danser zich terwijl het rollend over de scène beweegt.

De organische choreografie, duidelijk beïnvloed door Framba’s achtergrond als balletdanser, wordt plots doorbroken door een middelgrote robot die de danser een kruk aanreikt. Alsof het een onbekend object is, benadert de Framba het voorwerp, dat aarzelend wordt opgenomen in zijn elegante bewegingen. Doorheen de voorstelling worden verschillende prothesen geïntroduceerd, die steeds een korte impuls geven om andere manieren van beweging te onderzoeken: een tweede kruk zorgt ervoor dat Framba langer in de lucht kan blijven en dat de reikwijdte van zijn armgebaren wordt vergroot, een speciale balletprothese leidt tot soepelere pirouettes en wat later wordt de voet van een prothesebeen achterstevoren gezet, wat opnieuw zorgt voor een andere evenwichtsoefening. Ook het stoeltje dat wat later op scène wordt geplaatst zorgt voor nieuwe vormen van bewegen: met zijn buik op de zitting zweeft de danser horizontaal boven het speelvlak. De manier waarop de instrumenten worden geïntroduceerd, eerst als autonoom object, dan pas als gebruiksvoorwerp, legt een zekere onderliggende spanning bloot: fungeert de prothese als dienstig hulpstuk of als beperkend ornament van een normaliserende ideologie die de danser graag weer ‘heel’ wil maken?

Doorheen het stuk gaat Framba in interactie met de projectie, die lijkt te reageren op zijn bewegingen, ze analyseert en vereenvoudigt. Zo verschijnt zijn veelvuldig gekopieerd lichaam onder meer als een stokfiguurtje, dat uiteindelijk ook autonoom beweegt en bovendien wél steeds twee onderbenen lijkt te hebben. Zijn de beelden zodoende een reflectie op het eindeloos projecteren van een ideaalbeeld op gemarginaliseerde lichamen in de wens ze te conformeren en ‘verbeteren’? Is wat we zien op het scherm een weerspiegeling van een transhumanistische utopie waarin technologie het antwoord zou bieden op de menselijke angst voor vergankelijkheid in een wereld die steeds minder leefbaar lijkt te worden zonder die artificiële hulpmiddelen —  niet in het minst voor lichamen met een handicap? Of is de projectie eerder een waarschuwing voor de tekortkomingen van technologie en A.I. in het lezen en (h)erkennen van ‘andere’ lichamen, die tegelijk voortdurend worden geïnspecteerd en geobjectiveerd?

Voorgeprogrammeerde paden

Hoewel in zowel de beelden als de choreografie verschillende manieren van bewegen worden onderzocht die vragen oproepen over hoe het lichaam van de danser zich verhoudt tegenover de technologie waarmee het is omringd, lijkt Limp niet helemaal te durven loskomen van een dominant schoonheidsideaal. Zo lijkt Limp te zwichten voor de verleidelijke esthetiek van een klassiek dansidioom, dat door de robots en projecties vooral wordt gestut in plaats van vervormd. Het lijkt dus alsof in Limp technologie en A.I. eerder worden ingezet als esthetiek, dan dat zij deel uitmaken van de methodologie. Waar Limp zichtbaar flirt met de artificiële grenzen tussen mens en machine, zoals in een duet tussen de danser en een spinachtige robot die boven het speelvlak neerdaalt, lijkt de voorstelling er echter niet in te slagen een bewegingstaal te vinden die zich voorbij een dialectische voorstelling van mens versus machine durft te wagen. Hoewel in hun uitwisseling de idee sluimert van een complexere verhouding, blijft het bij een korte ontmoeting tussen twee afzonderlijke werelden, die zowel voor de robots als voor de danser niet tot radicaal andere expressievormen leidt: een wisselwerking maar geen echte versmelting. Ook de projecties blijven haken in eenzelfde dichotomie: het menselijk lichaam en de digitale projectie ervan reiken elkaar tevergeefs de hand.

Framba probeert tenslotte de kleine robot die hem in beeld brengt te vangen onder de koker van de beenprothese. Toch blijft de interactie lieflijk en speels aanvoelen. Je zou bijna hopen dat de danser het gevecht zou aangaan met de robot, deze te lijf zou gaan met datzelfde hulpmiddel dat hem wordt aangereikt (of opgelegd?). Wie weet wat voor interessante vormen zouden kunnen voortkomen uit de ‘defecte’ machine: wat zou er gebeuren wanneer de robot diens zorgvuldig voorgeprogrammeerde paden zou verlaten? Hoe zou een losgeslagen machine met een herwonnen subjectiviteit de danser kunnen uitdagen om voorbij een esthetisch keurslijf te bewegen? Wat als de grenzen tussen beiden zouden vervagen in het gewoel van een gevecht op leven en dood? Voor het grootste deel van de voorstelling blijft de meerderheid van de robots echter braaf aan de zijlijn en rollen zij enkel het speelvlak op in functie van de vooropgestelde choreografie. Een woeste strijd zou dus misschien een waarachtiger beeld zijn geweest van de hedendaagse spanning tussen de utopie van technologie als een verzekering voor het voortbestaan van de mens en de angsten die daaruit ontstaan: dat de mens uiteindelijk zou worden overmeesterd door diens eigen creaties of, meer nog, moet erkennen dat zij onlosmakelijk zijn verbonden met elkaar en de mens niet langer de maat van de dingen is. In de conflictvermijdende houding en de schroom om een complexere relationaliteit te onderzoeken, voorbij de mens als middelpunt, durft Limp nog niet volledig posthumaan te zijn.

Hoewel Limp een reeks urgente vragen oproept, blijft de voorstelling dus besmet met een zeker antropocentrisme waarin technologie slechts een keuzeoptie lijkt —  terwijl, zoals Donna Haraway stelt, we reeds lang deel zijn van dezelfde uitgestrekte familie: “We are all cyborgs.” In plaats van een incestueze paringsdans tussen mens-machine en machine-mens, waaruit radicaal nieuwe vormen worden geboren, blijft de voorstelling zodoende een voorzichtig duet tussen kunstmatig gescheiden entiteiten, bang om op elkaars tenen te trappen.

De tournee van Limp vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#174

15.12.2023

14.03.2024

Margot De Grave Loyson

Margot De Grave Loyson heeft een achtergrond in de beeldende kunsten (KASK, Gent), culturele studies (KU Leuven) en gender studies (Universiteit Utrecht). Via taal en beeld onderzoekt ze het potentieel van (feministische) artistieke praktijken en alternatieve vormen van kennisproductie in het verbeelden van verdrukte verhalen en het uitdagen van een dominant cultureel geheugen.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!