© Gerda Dendooven

Geert Belpaeme

Leestijd 5 — 8 minuten

Leven op de onbalans

Over spelen en kijken en spelen-in-de-blik

Wat is spelen en hoe verhoudt het zich tot onze authenticiteit als mens? Een spel veronderstelt immers een zekere rol die je speelt binnen een set van regels. Toneelspelen gaat nog een stapje verder omdat de blik van de kijker zich inschrijft in deze context, hem uit balans brengt, en zo een nieuwe ‘taal’ creëert. Dat spelen-in-de-blik geeft acteur Geert Belpaeme hier vorm, vanuit zijn eigen praktijk als docent aan het KASK.

Spelen lijkt essentieel vervlochten met wie we zijn. Als kind leren we al spelende de wereld kennen. Wanneer het spel uiteindelijk ernst wordt, blijft een residu van die scheppende vrijheid en abstracte kracht achter in onze omgangsvormen en ervaringen. Een dergelijk restant tref je niet alleen aan binnen helder afgebakende spelen (zoals voetbal of schaken) of binnen de eerder metaforische spelen die ons volwassen bestaan rijk is (zoals het liefdesspel of het politieke spel), ook wanneer wij – of het leven voor ons – doodserieus zijn, blijft een element van die dubieuze speldrift hangen. We vallen nooit volledig samen met wat we doen, we zijn nooit volledig eerlijk, we zijn nooit één of echt.

Dat spelen, dat dubieuze in de wereld staan, is de kern van mijn lespraktijk aan KASK. Daar leer ik dramastudenten uit de eerste bachelor vanuit een reeks abstracte improvisatieoefeningen hoe ze hun aanwezigheid op scène kunnen vormgeven. We bekijken en bestuderen hoe hun aanwezigheid in een ruimte op verschillende manieren inhoud, betekenis of communicatie kan uitlokken. In deze context benader ik spelen in de eerste plaats vanuit beweging. Dat doe ik om een essentie van podiumkunsten te kunnen onderzoeken, nog voor er een tekst, een personage, een choreografie, een concept of idee is. Of zoals Peter Brook het omschrijft aan het begin van The Empty Space: ‘I can take any empty space and call it a bare stage. A man walks across this empty space whilst someone else is watching him, and this is all that is needed for an act of theatre to be engaged.’1

De lege ruimte

In mijn lessen reduceer ik theater dus tot het spelen. En dat spelen reduceer ik daarbinnen nog eens tot de nog ongerichte, nog niet speciaal op iets of iemand afgestemde aanwezigheid van een speler. Zo kunnen we op de vloer onderzoeken hoe inhoud, gemeenschap of taal ontstaan vanuit beweging, ritme, ruimtegebruik, verhoudingen tussen lichamen, beeld, architectuur, geluid enzovoort. Binnen de laboratoriumopstelling van de studio leren we dat aan elke mogelijke inhoud een abstracte en speelse impuls ten grondslag ligt. We ontdekken dat taal een complex netwerk van betekenisvorming is waarin we ons bewegen, en dat zich dus niet zomaar laat herleiden tot de natuurlijke talen die we spreken. Betekenis is een beweging in dat netwerk en is nooit helder afgelijnd of alleenstaand.

© Gerda Dendooven

Ik begin elke lessenreeks op dezelfde manier: samen zitten we op een rij en kijken we naar een lege ruimte. Daarna vraag ik een van de studenten om die ruimte te betreden en daar ‘niets te doen’. Naast het geruststellende besef dat ‘niets doen’ onmogelijk is en de vaststelling dat we meteen ook allerlei vormen klaar hebben om dit ‘niets’ te vertalen of te omzeilen, legt de oefening vooral een onevenwicht bloot dat essentieel is aan de podiumkunsten. We worden geconfronteerd met het onevenwicht van de blik, van vele ogen die op één plek gericht of in één richting georiënteerd zijn en zo een ruimte uit balans trekken.

Spelen-in-de-blik

Toneelspelen of spelen-in-de-blik behelst een bijzondere situatie binnen het spelen. Doordat het plaatsvindt in een ruimte die expliciet wordt geladen door de blik van een toeschouwer, verandert de situatie en verandert de betekenis van elke handeling binnen die ruimte. Kijken is een niet te ontkennen handeling die deel wordt van het netwerk van betekenisvorming. Het oriënteert een ruimte en vervormt alle betekenis die zich daarbinnen afspeelt. Het verstoort het netwerk van betekenissen dat zich heeft verankerd in de dagelijkse realiteit. Alles kan plots ook weer iets anders betekenen. Het genereert een verhoogde aandacht voor (kleine) dingen die normaal gezien onopgemerkt zouden blijven.

“Kijken is een niet te ontkennen handeling die deel wordt van het netwerk van betekenisvorming. Het oriënteert een ruimte en vervormt alle betekenis die zich daarbinnen afspeelt.”

In dit geladen niets – een niets dat nooit ‘niet’ kan zijn – vraag ik een speler om een voorstel te doen: een voorstel tot spel, communicatie of taal. In mijn lessen begrenzen we dat voorstel binnen het register van een abstracte beweging of handeling, maar eigenlijk zou het alles kunnen zijn. Het voorstel kenmerkt zich als een intentionele en gerichte handeling. Het is gericht op de ander (of eigenlijk op de blik van de ander en dus meteen weer op zichzelf) en wil zo, zonder zelf te weten wat het eigenlijk inhoudt, een reactie teweegbrengen. Op die manier is het inherent een taalhandeling.

Bouwen aan een betekenisnetwerk

Vanuit zo’n eerste voorstel bouwen we in de lessen aan een betekenisnetwerk in ruimte en tijd. Een speler gaat zelf variëren op een eerste beweging, bouwt regels en referenties in, vindt ankerpunten in het eigen lichaam en in de ruimte, en veegt die regels en referenties even snel weer van de tafel.

© Gerda Dendooven

In connectie met een tweede speler ontstaat al snel een eigen nieuwe taal waarin benaderd, verleid, misleid, gekopieerd en gevarieerd kan worden. Een derde speler in de ruimte verandert meteen weer de mogelijkheden in de onderlinge verhouding en activeert de ruimte naar een nieuwe dimensie: van een lijn naar een driehoek. Wanneer we in getal blijven opbouwen, dringen nieuwe vormen van organisatie zich op. Er wordt een koor gevormd en een gemeenschap waarbinnen mensen worden opgenomen, uitgesloten, bedreigd, gedood, uiteengereten en weer aan elkaar geplakt. Er wordt gevochten en verzoend, liefgehad en gehaat, allemaal zonder een woord te spreken of afspraken te maken.

“In connectie met een tweede speler ontstaat al snel een nieuwe taal waarin benaderd, verleid, misleid, gekopieerd en gevarieerd kan worden. Een derde speler verandert weer de mogelijkheden.”

Ik houd mij in mijn lessen bewust binnen abstracte registers omdat we geen situaties willen naspelen. We willen de (vorm)kern van een situatie bezoeken en daarbinnen ondervinden hoe inhoud zich ent op ritme, ruimtelijkheid, architectuur en beeld. We ervaren hoe inhoud ontstaat in schikkingen van lichamen, in ‘manieren van samenzijn of gescheiden-zijn, tegenover- of middenin-zijn, buiten of binnen zijn, dichtbij of veraf zijn’2, veel meer dan alleen door een geëxpliciteerde boodschap of mededeling.

De onbalans

Ik definieer abstractie als inhoud die zich niet in zichzelf verhult, als betekenis die zich in zijn vormveelheid durft te blijven openbaren. Een dergelijke abstractie stelt ons als spelers in staat om een situatie door een veelheid van registers te navigeren. Ze helpt ons om in een waarheid te staan die zich niet in een eenheid laat vatten. Hier komen we dan ook in het hart van het spelen en in het bijzonder van wat spelen-in-de-blik mogelijk maakt. Het biedt ons een ervaring die de termen ‘echt’ en ‘vals’ in een nieuwe verhouding tot elkaar plaatst, want in een context waarin alles expliciet ‘gespeeld’ is, gaan we toch op zoek naar ‘authenticiteit’ of ‘geloofwaardigheid’. Die geloofwaardigheid wordt alleen mogelijk door de fundamentele ‘onechtheid’ van onze eigen gedragingen. Als speler plaats je je in posities en situaties die wel of niet dicht bij jezelf liggen. In alle gevallen betekent het: zich een stem of een vorm, een lichaam of een beweging aanmeten. In alle gevallen is spelen het ambigue vormgeven van de eigen aanwezigheid in verhouding tot de blik. Binnen de dubbelheid van het ‘echte’ en het ‘valse’ of ‘gespeelde’ faciliteert de door de blik uit balans gebrachte ruimte een mogelijkheid tot ongeziene authenticiteit: een zijn en handelen waarbinnen we dat restant van onechtheid in ons mogen toegeven.

Als er aan de opleiding drama van KASK een gedeelde visie over spelen ronddwaalt, dan zal het zijn dat spelen leven is, en dat dit leven-in-de-blik vooral leven op de onbalans betekent. Al te vaak zie je spelers op een scène dat onevenwicht oplossen, maar juist dan komen we in een arm en onecht spelen terecht. Leven in de volheid van de vorm waarmee je handelt, dat is de werkelijke kwetsbaarheid van de speler.

 

Illustraties door Gerda Dendooven.

1Brook, P. (1996). The Empty Space. New York: Touchstone, p. 7.2Rancière, J. (2015). De geëmancipeerde toeschouwer. Amsterdam: Octavo publicaties, p. 58.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 5 — 8 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Geert Belpaeme

Geert Belpaeme is theatermaker, -speler en -docent. Hij studeerde in 2010 af aan de opleiding drama van KASK School of Arts, waar hij sindsdien lesgeeft en onderzoek voert. Deze tekst is ontstaan in het kader van het onderzoeksproject Towards a New Materialism.