Het is niet zo makkelijk om een project van Globe Aroma te recenseren. Bij co-creatie is het werkproces immers even belangrijk, of zelfs belangrijker dan het eindresultaat. Als criticus stoot je op een onoverkomelijk methodologisch probleem: je ziet alleen maar het topje van de ijsberg. Wat volgt is dus een bespreking van dat topje.
Asymmetrie
Ik woon Le Maillot – One Size Fits All bij in de mooie, ruwe zaal van de Monty. Het publiek bevindt zich mee op scène en is verdeeld over twee kleine tribunes, die recht tegenover elkaar staan opgesteld. Vanuit mijn perspectief zitten vier spelers aan de linkerzijde en drie rechts. Je zou de toeschouwers kunnen zien als twee supportersgroepen voor rivaliserende clubs, al voeren de performers eerder een speelse strijd van allen tegen allen dan dat ze onderverdeeld zijn in twee ploegen.
De vloer bevat net zoals een voetbalveld lijnen, maar dan in een andersoortige compositie dan we gewend zijn. Over de witte balletvloer lopen vijf fluoroze getapete strepen: twee verticalen verdelen het speelvlak in drie gelijke zones; twee diagonalen kruisen elkaar in het middelpunt, vanwaaruit een laatste lijn vertrekt naar de linkerkant. Dat asymmetrische element weerspreekt de algemene symmetrische indruk en resoneert met de oneven verdeling van de performers.
Choreografie van randbewegingen
Naast een geluidsscore van zacht ritmisch geklop horen we doorheen de voorstelling voortdurend het snelle gepiep van sportschoenen op de balletvloer. De performers dragen verschillende voetbaltruitjes, hoofdzakelijk oudere exemplaren van minder bekende ploegen. Ze voeren choreografieën van randbewegingen uit het voetbal uit – soms allen samen, soms onderverdeeld in verschillende deelgroepjes, soms elk apart. Af en toe krijgen we een kopstoot in het luchtledige te zien, maar geen schoten op een denkbeeldig doel of de spectaculaire sprongen van een keeper. Het ruwe materiaal bestaat vooral uit de kleinere bewegingen die voetballers tussendoor maken: het nerveuze wachten op een bal, het geven van een simpele pas, of het trekken aan elkaars truitjes.
Dit alles doet sterk denken aan de meesterlijke film Zidane: A 21st Century Portrait (2006), waarin Philippe Parreno en Douglas Gordon een voetbalmatch lang de camera’s enkel op Zinedine Zidane richten. Een groot deel van het anderhalve uur zien we de sterspeler wachten, kijken en anticiperen op een bal die zich meestal buitenbeeld bevindt. Ook de bewegingen in de voorstelling van Ratnamohan en co. openbaren een meer kwetsbare kant van de figuur van de voetballer.
Opbouwende lijn
Le Maillot wisselt choreografische stukken af met gesproken tekstfragmenten. Om beurten nemen de spelers een van de twee microfonen vast die aan lange kabels met hun kop naar beneden hangen. Het onderwerp van deze getuigenissen is telkens het voetbaltruitje uit de titel (het Franse maillot): iemand deelt een herinnering aan zijn eerste exemplaar; wat later volgt een verhaal over hoe de Kameroense ploeg tijdens het wereldkampioenschap van 2002 met mouwloze shirts speelde; iemand anders lijkt ironisch reclame te maken voor een ‘duurzaam’ type truitjes van Adidas, gemaakt van gerecycleerde materialen.
De afwisseling tussen tekst en choreografie in open wit licht dreigt soms iets droogs en monotoons te krijgen, ware het niet dat er ook een eenvoudig opbouwende lijn in de dramaturgie zit. De performers sleuren steeds ostentatiever aan elkaars shirts; iemand tracht hoog in de lucht te springen maar wordt teruggetrokken door een medespeler; er ontstaat een groepssculptuur waarbij iedereen aan iedereens shirt rukt, tot scheurens toe. Aan het einde volgt nog een feestje met dansmuziek, en een modeshow waarin de spelers met een glamoureus-onverschillige blik de vodden als kostbare hebbedingen presenteren.
Stukje textiel
De extreme tijd waarin we leven inspireert de gemiddelde podiumkunstenaar tot het grootse, omtrekkende esthetische gebaar. De eenvoud en bescheidenheid van Le Maillot – One Size Fits All vormen daarmee een opvallend contrast. Een ogenblik vraag je je af of de spoel misschien net iets te dun is? Toch slaagt de voorstelling erin om je aandacht vast te houden. Een klein uur lang sta je stil bij één enkel ding: een cultureel sterk geconnoteerd stukje textiel.
“Een klein uur lang sta je stil bij één enkel ding: een cultureel sterk geconnoteerd stukje textiel. Onder de ogenschijnlijke uniformiteit van het voetbalshirt schuilt een strijdperk van identiteiten.”
Onder de ogenschijnlijke uniformiteit van het voetbalshirt – waar de tweede helft van de titel One Size Fits All naar lijkt te verwijzen – schuilt een strijdperk van identiteiten. Bijvoorbeeld op vlak van gender en seksualiteit: de spelersgroep is hier gemengd, maar het vernoemen van een activistische, openlijk homoseksuele voetbalster als Megan Rapinoe herinnert aan het machismo, de genderongelijkheid en heteronormativiteit die een groot deel van de voetbalwereld kenmerken. Voetbaltruitjes doen ook nadenken over de complexe, conflictueuze verhouding tussen gemeenschap en grondgebied, en dus over lokale en diasporische vormen van verbondenheid, de exclusiviteit van nationale identiteiten, racisme, de big business van internationale transfers, enzovoort. De meest geglobaliseerde sportdiscipline verbindt én verdeelt de wereld.

Nieuwkomers en nieuwkomers
Het is niet verwonderlijk dat Ratnamohan voor deze focus kiest. Net als de performers heeft hij ‘een achtergrond als nieuwkomer’, zoals Globe Aroma het verwoordt. Maar wat is een nieuwkomer precies? Hoe lang kan je ‘nieuw’ en ‘komend’ blijven? Wat betekent ‘inclusiviteit’ voor de ‘andere’ die binnengesloten wordt? En wil die dat wel? Zo ja, onder welke voorwaarden? Dergelijke vragen komen ook aan bod in Ratnamohans bijzondere monoloog All the words I did not yet know (2022), waarin hij reflecteert over het aanleren van de Nederlandse taal. In Le Maillot – One Size Fits All kiest hij voor een westerse meertaligheid: de teksten zijn in het Engels, Frans en Nederlands.
De huidige vluchtelingenstroom uit Oekraïne maakt pijnlijk duidelijk dat er wat nieuwkomers betreft twee maten en gewichten worden gehanteerd: er zijn witte nieuwkomers, en nieuwkomers van kleur. Als toeschouwer van Le Maillot – One Size Fits All kan je niet anders dan opmerken dat het publiek niet uitsluitend maar wel overwegend wit is, en de performers hoofdzakelijk mensen van kleur zijn. Heel even beeld ik me de omgekeerde situatie in: witte mensen op scène, een publiek van kleur op de twee tribunes… Is de aanwezigheid van de jonge witte vrouw met Vlaamse roots in de spelersploeg een manier om deze harde, binaire verhoudingen niet zozeer te overstijgen als wel te hybridiseren?
Het zijn dergelijke keuzes – zowel onnadrukkelijk als cruciaal – die van Le Maillot – One Size Fits All een waardevol kleinood maken. Ratnamohan en co. tonen eenvoud niet als simpelheid of versimpeling, maar als ‘in-een-gevouwen’ veelvoud (Heidegger).
