“Le diable au corps” (De Witte Kraai) – Foto Keoon

Paul Pourveur

Leestijd 26 — 29 minuten

Le diable au corps

naar RADIGUET = PETRARCA X DE SADE / GRIMM SCENARIO: PAUL POURVEUR

In stilte
verliet zij het kasteel.
In stilte
liep zij weg
zonder om te kijken
naar wat liefde was.
In stilte
keerde zij Huiswaarts
en dat was de enige gedachte
waar zij zich
als een drenkelinge
aan vastklampte
Zij stapte
dag na dag
over het pad
zonder rusten
en ontmoette
op de 7de dag
de kikker.
En de kikker
had medelijden
en sprak:
Ongelukkig meisje,
Wat kan ik voor u doen?
Ontvouw uw wensenlijstje,
Voor mij alvast een zoen.
Maar zij
in stilte
vervloekte hem
en stapte verder.
Op de 14de dag
kwam zij
uitgeleefd en broos
aan het Huis
waar het grondbeginsel van kracht is:
Het Verhaal Voor De Nieuwgekomenen.

en Zij was zwanger van een nieuwe Zij.
Ze betrad de Tuin (waar het stil was), (zeer stil),
waar deze keer geen vogel zong, waar door de
takken van de appelboom geen zonnestraal drong.
En zij beviel van een nieuwe Zij.

***

Zij Door hemel en aarde,
door spraak en slijm,
door afwezigheid en gewoonte,
door paradox en ambiguïteit,
door attentie en intentie,
door begeerte en beheerlijkheid.
Onder invloed,
mijn brein,
mijn hormonen,
maneschijn & rozegeur – incluis,
verslagen…
rotten weg…
de stank van…

Ik sterf,
en moet je mijn verhaal vertellen,
waarin…
waarin melkstralen
… geen melkstralen.
Mijn verhaal waarin op een dag een zachte en warme wind in de… Waarin het meisje terugkomt en…
Waarin er verdomme steeds een begin, een midden…

Waarin de wereld ineenstort
onder het gewicht van woorden.



Ik kan niet,
wil niet…

Ik wil geen wortels nalaten…
geen erfenis… geen… verhaal…

Ik moet je deserteren…
dat is je enige kans…

begrijp je…

want anders gaan zij…


Ik zeg al te veel…

Leef in onbestemde Vrouwelijheid…
en wantrouw de kikker…
Niets heeft betekenis…
Niets tekent iets…
niets…

***

En de Vrouw beet de navelstreng door en legde haar kindje onder de appelboom. In stilte verliet zij het zonder omkijken en werd één met de aarde.

***

Later, veel later.
En de wind waaide weer in de appelboom. Een wolvin vond op haar weg twee verlaten kinderen aan de oever van de Stroom. En ze gaf aan de Ene en aan de Andere haar melk.

Hij Nu.
Nu moeten we iets verzinnen.
Hij bis Ja… iets verzinnen.
Hij
Hij bis
Hij Met een begin beginnen lijkt mij op dit moment… juist.
Hij bis
Hij Wij zijn tenslotte de eersten.
Hij bis
Hij Maar hoe eerstelijk en beginnelijk we ook denken te zijn… voorzichtigheid.
Hij bis
Hij
Hij bis Misschien hebben we reeds een verkeerd woord gepleegd.
Hij Laten we die gedachte even opzij zetten en vergeten.

Met een orde beginnen lijkt mij op dit moment… juist.
Hij bis
Hij

Een orde.
Of om het anders te stellen: Eerst… Dan…
Hij bis Laten we op die basis een ‘waarin’ plegen.
Veronderstel in het absolute: Waarin… eerst… dit… dan… dat.
Hij Stoutmoedig.
Hij bis Ja…
Laten we die gedachte even opzij zetten.
Hij
Hij bis 

Waarom moeten wij nu juist iets verzinnen?
Hij Omdat we de eersten zijn
en daarom moeten we
het begin plegen…
Veronderstel…
Waarin…
Eerst… ‘A’.
Hij bis

Hij
Hij bis Nu moeten we doorgaan.
Hij Waarin…
Eerst ‘A’… dan ‘B’
Hij bis Eerst ‘A’ dan ‘B’ bedoelt U?
Hij ‘U’!? ‘U’ lijkt mij een gevaarlijke zet.
Hij bis ‘Z’!?
Hij
Hij bis Wereldschokkend!
Hij Wereldschokkend!?
Laten we die gedachte bijhouden.

***

En de Ene en de Andere waren verheugd en trokken verder.
Ze vonden vele nieuwe woorden en maakten vele combinaties.
Toen vonden ze het punt. En de zin ervan. En zo, zin na zin, stapten zij dieper in het verhaal.

***

Het meisje, dat als baby aan de voet van de appelboom verlaten werd, was met de jaren een mooi meisje geworden dat in vrede leefde met de natuur maar ook met haar natuur. En op die dag ontmoette zij de kikker, die oud en versleten was.

***

Kikker Ongelukkig meisje,
Wat kan ik voor u doen?
Ontvouw uw wensenlijstje,
Voor mij alvast een zoen.
Zij
Kikker Ongelukkig meisje,
Wat kan ik voor u doen?
Zij Intussen is het ‘s herfsts

Zon komt op en gaat weer onder.
En maan komt op en gaat weer onder.
En wind waait.
En boom kleurt.
Kikker Wat kan ik voor u doen?
Ontvouw uw wensenlijstje.
Zij Intussen is het ‘s winters.
Zon komt vlug op en gaat vlug onder.
En regen sneeuwt.
En boom sterft.
Kikker Voor mij alvast een zoen.
Ongelukkig meisje…
Zij Intussen is het ‘s lentes.
Boom knopt
en zon gaat onder
en maan komt op,
en uit de holte verschijnt mevrouwelijke schorpioen,
en mevrouwelijke schorpioen zoekt meneerlijke op,
en alle andere dieren trekken zich terug,
en meneerlijke voert een dans uit,
en dan eist mevrouwelijke schorpioen de bevruchting,
en als maan weer ondergaat,
eet mevrouwelijke schorpioen meneerlijke op…
en mevrouwelijke schorpioen maakt een nestje…
Kikker Wat kan ik voor u doen? Voor mij alvast een zoen.

***

Berg en dal komen elkaar niet tegemoet, maar mensenkinderen wel, en zo gebeurde het.

***

Hij Waarin een zachte warme wind waait in een appelboom
waaronder twee jongens een picknick houden.
Waarin één van de jongens sterft maar toch gered wordt.
Waarin de twee jongens en het meisje lang en gelukkig leven.

Goed.
Je bent dus eenzaam en verlaten. Niemand in de wereld om je klachten te aanhoren.
Je stiefmoeder haat je.
Iedereen trouwens haat je. Zelfs het gras waarop je zit haat je, veracht je.

Je rukt je haren uit. Bezwangerd, vol van pijnen, lig je in het bed der tranen, met weeklachten versierd.

Sterven is je enige gedachte. Je neemt een mes, drukt het tegen de keel, maar het doet pijn. Je houdt niet van fysieke pijn, enkel van morele pijn.
Dus… je gooit het mes weg, op de grond, op het gras dat je nog steeds veracht.
Nu.
Op een zondagnamiddag.
Een bijzonder traag verlopende zondagnamiddag
… eet je… onder een appelboom… een appel.
Je denkt nog steeds hoe je er een eind aan zou kunnen maken… maar je vindt niets, weet niet hoe…
… en plotseling…
oh wonder…
je verslikt je…
en je sterft…
gelukkig…

***

De Andere, die van elke letter had genoten, was zeer ontroerd.

***

Hij bis Wondermooi einde…
Hij Wacht even.
Het is nog niet afgelopen.
Nu komt de beloning.
Wereldschokkend.
Wereldschokkend mooi en blond.

en op een paard…

daar komt zij…
in een maneschijn…
een krans van bloemen in het haar…
Zij… zij ziet je dode lichaam aan de voet van de appelboom…
ze stapt van haar paard…
als gedragen door de wind…
komt ze nader…
buigt zich over jou.

Een rozegeur spreidt zich als een voile over jou.
Ze kust je.
Lang…

En zie…
Niet meer dood.
Je bent niet meer dood.
Springlevend.

***

En het toeval wil dat het meisje, dat iets verder te slapen lag, ontwaakte. De Andere schrok van haar aanwezigheid, verslikte zich en…

***

Hij Niet weglopen! Kom, kom…
Je loopt toch niet weg als je lang en gelukkig gaat leven…
Kom toch terug…
Je gaat toch niet…

***

en stierf…

***

Hij Vriend…
Vriend…
Wat gebeurt er?

We hadden voorzichtiger moeten zijn…
Ik wist het.
Ik wist het.
Men begint nooit ongestraft aan iets…

En dit is… onze straf…
onomkeerbaar…

reeds afgelopen voor het begonnen was…
misschien is er dan ook nooit een midden na een begin en geen einde na het midden…
We zijn te stoutmoedig geweest…
Duistere dag…
de woorden dragen hun rouwgewaad.

Tot binnenkort, vriend…
de bittere pijn, de treurnis,… het verdriet
zullen thans mijn lot zijn…
tot mijn dood die ik zeer binnenkort wens…

***

En de Ene wachtte aldus op de dood.
Maar toen kwam Zij, en boog zich voorover en kustte. Lang.
Niet de Ene, maar de Andere.
En zie… niet meer dood.
Springlevend.

***

Hij Kom
Nu moeten we lang en gelukkig leven.

***

Alle drie zaten ze naast elkaar, dag na dag, zonder een vin te verroeren, maar wel bewogen door een verwachting.

***

Hij Onbeweeglijk naast elkaar zitten: dit moet het zijn?
Zij Intussen is het ‘s herfsts.
Zon komt op en gaat weer onder.
Wind waait, boom kleurt.

***

De Ene en de Andere, die nochtans iets van woorden wisten, keken bedenkelijk voor zich uit.

***

Hij Ja! Natuurlijk!
Een dak.
Een dak moeten we hebben.
Hij bis En muren.
Muren en een dak.
Hij Kortom… een huis.
Hij bis … de hagel, de rukwinden… de stortregens?
De bliksem vooral…
Hij de wolf… of andere wilde dieren?
Hij bis Een huis dat ons zal beschutten.
Hij Een huis dat de eeuwen zal trotseren.
Hij bis Onbeweeglijk naast elkaar zitten, in het huis: dit moet het zijn.

***

En de dagen gingen voorbij.

***

Zij Intussen is het ‘s winters.
Zon komt op, vlug, en gaat onder, vlug,
en regen sneeuwt,
en boom sterft.
Hij Ja! Natuurlijk!
Een graf!
Een graf moeten we hebben. Of beter.
Een mausoleum, Griekse stijl, met zuilen?

Een mausoleum dat de eeuwen zal trotseren.
Hij bis Onbeweeglijk naast elkaar zitten, in het huis, naast het mausoleum: dit moet het zijn.
Hij En later! Veel later!
Als de mensen het mausoleum bezoeken,
zullen zij vragen:
Wie waren zij?
Hij bis
Hij
Hij bis De mensen zullen gefrustreerd zijn.
Hij En dat is niet niets.
Hij bis Onbeweeglijk naast elkaar zitten, in het huis, naast het mausoleum, met in petto duizenden mensen die gefrustreerd zullen zijn: dit moet het zijn!
Hij Dat is het…

***

En de dagen gingen voorbij.

***

Zij Intussen is het ‘s lentes.
Boom knopt.
En zon gaat onder.
En maan komt op.
En uit de holte verschijnt mevrouwelijke schorpioen,
en mevrouwelijke schorpioen zoekt meneerlijke op,
en alle andere dieren trekken zich terug,
en meneerlijke voert dans uit,
en dan eist mevrouwelijke schorpioen de bevruchting,
en als de maan weer ondergaat,
eet mevrouwelijke schorpioen meneerlijke op…
en mevrouwelijke schorpioen maakt een…
Hij Maar ja!!
Natuurlijk!!
Waarom heb ik er niet eerder aan gedacht!

Natuurlijk!
Natuurlijk…
Hij bis Ja!… Opdat wat wij in gang hebben gezet verder zijn gang zou kunnen gaan. Ben ik duidelijk?
Hij Nu… Nu moeten we goed opletten…
Goed opletten waar we onze woorden steken…
Dit geeft een totaal andere dimensie aan ons verhaal…
En de verantwoordelijkheid die ermee gepaard gaat…
Want nu, als de toekomstige generaties het mausoleum zullen bezoeken…
zullen zij weten:
Wie waren zij?

Ik duizel als ik een woord verder durf zetten…
Hij bis Het is onvermijdelijk,
onontkoombaar… onherroepelijk…
We kunnen het niet meer uit de weg gaan…
Hij Wat je mij aandoet…
Wat je mij vraagt…
Oh…
…….het zal groots zijn, zoiets als een oerlement…
immens en onmenselijk:
de onsterfelijkheid…
Hij bis zo fataal… en foudroyant…
onze hormonale systemen laaien op…
dwingen ons…
de drift… verplicht ons…
de begeerte… manipuleert ons…
Hij … de kracht die ervan uitstraalt…
en mij langzaam maar zeker aantrekt…
Ik hoor nieuwe horizonten,
ik voel nieuwe landschappen,
ik smaak onbekende ruimten, extracorporele ruimten…
Ik zie de exaltatie, de uitvergroting, de theatraliteit, de vervoering, de universaliteit… ik weet niet wat allemaal… zaken waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde, die ik ervaar op manieren waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde…
Hij bis Oh… die visuele stimuli die tumulten veroorzaken… oncontroleerbare tumulten… de behoefte van de onderwerping… je wilde haren die thans als… de warme en zachte cascade van je borsten waar wij… de hitte van je dijen waar wij… de overgave, totaal en zonder reden… aan… de sexe…
Hij Alles gaat zo snel…
Ik… ik kan niet meer volgen… Ik ben op de grens van het onbegrip…

Ik beloof het je… Ik zweer het je…
Ik zal mijn opdracht vervullen… hoe immens en onmenselijk ze…
Maar ik heb tijd nodig… tijd… geef mij tijd…
Maar ik zweer het je… opnieuw… Ik zweer het je: wij zullen onze naam bestendigen door onze liefde… Onze namen zullen schitteren over de hele wereld… Onze namen zullen de wensen zijn van iedereen…
Wij zijn onsterfelijk.
Hij bis … De volledige overgave aan de biologie van onze liefde waaruit…
waaruit de vrucht zal ontstaan…
het levendig bewijs van onze liefde…
het bewijs van onze liefde…
het bewijs van wat we geweest zijn…
het allesomvattend… kind…

***

Het meisje, verwonderd over deze lange stilte van de Ene en de Andere, ging verder op stap, zonder om te kijken naar wat niets geweest was.

***

Kikker Ongelukkig meisje,
Wat kan ik voor u doen?
Ontvouw uw wensenlijstje,
Voor mij alvast een zoen.

Maar het meisje was al weg.

Kikker Ongelukkig meisje,
Wat kan ik voor u doen?
Ontvouw uw wensenlijstje,
Voor mij alvast een zoen.

***

Hij bis We moeten haar achterna lopen…
Hij Néé!
Hij bis We moeten haar overtuigen dat we het zo niet meenden… dat wij..
Hij Wilskracht!!
Geen overhaaste beslissingen nu we een beetje emotioneel onstabiel zijn.
Hij bis We mogen haar niet alleen laten… wie weet wat..
Hij Karaktersterkte!!
Laten we die boel opruimen… het zal ons bezig houden…
Hij bis Als we nu naar haar toegaan, zal zij er misschien een bewijs van onze liefde in zien…
Hij Niet toegeven aan impulsen…
Nu niet… zeker nu niet…
Zelfbeheersing om tot rust te komen.
Hij bis Ik moet naar haar toe.
Hij En wat als ze het niet begrijpt: dat bewijs?
Hij bis Dan zal ik haar daartoe wel weten te dwingen.
Hij Zie je,
overhaaste bedenking…
Dwingen!
Liefde dwingen!
Hoe kun je zo impulsief met woorden omspringen!

Vooral nu… Vriend…
Laten we even goed beseffen…
de belangrijkheid van dit moment.
Ik bedoel… de onsterfelijkheid voorbereiden…
dat is niet niets…
ons talent in juiste banen leiden opdat er niets verloren zou gaan…
dat is…
Ik weet het, ik weet het…
Het is allemaal zo overdonderend wat er met ons gebeurt…
Eerst Anonymus Dan Bepaald.
Dat is…

Daarom… voorzichtigheid…
Laten we even tot rust komen om het vervolg met de nodige sereniteit tegemoet te gaan.
Onze volgende stap moet juist zijn of…
We moeten de woorden goed afmeten.
Niet eender wat plegen…
Daarom…
Laten we een faalveilig en afgeschermd middenstuk plegen.
Laten we denken dat we verder moeten leven met de gedachte dat we niet meer aan haar mogen denken.
Hij bis Dus toch maar aan haar denken…
Hij Dan enkel maar denken dat zij de enige geliefde was die ons waardig was.
Hij bis We denken dat we ons leven lang van haar zullen houden zonder haar ooit terug te zien…
Dus… we zijn ongelukkig.
Hij We blijven ons leven lang van haar houden met de ingebouwde mogelijkheid dat zij op een dag zal verschijnen en ons zal zeggen: Ik begrijp niets van jullie stilzwijgen. Jullie zijn zeker vergeten dat jullie mij een huis en een mausoleum hebben gebouwd? Jullie zijn zeker vergeten dat jullie mijn behang hebben uitgekozen?
Hij bis
Hij
Hij bis En als ze niet verschijnt?
Hij Laten we die gedachte opschuiven naar later.
We hebben de tijd.
Hij bis
Hij Laten we eerder denken aan het begin.
De eerste ontmoeting.


Dit moeten we goed bijhouden.

Kijk…
Daar komt zij.
Zoals een dichter later zal dichten, de voetstap ongehaast en licht.


en plotseling…
plotseling…
Hij bis Ik wou haar borsten kussen. Ik durfde het haar niet vragen, hoopte dat zij ze zelf zou aanbieden… In feite was het jouw aanwezigheid die mij ervan weerhield het haar te vragen… Anderzijds dacht ik: wat een geluk dat ik niet alleen ben, want in dat geval had ik het haar ook niet durven vragen… en dan had ik geen enkel excuus…
Hij De tijd stond stil toen ik haar voor het eerst zag… niets bewoog meer… enkel zij… Toen… toen draaide zij haar hoofd naar mij toe en… haar ogen… twee brandende kolen die mij voor eeuwig hebben gebrandmerkt… net of ik haar bezit werd… Ik was te veel onder de indruk om een compliment te maken… het was zo onvatbaar… ondefinieerbaar… woorden schoten mij te kort… mij…… zwijgen leek mij het geschikste… niet omwille van de stilte maar wel omwille van de afwezigheid van geluid… de afwezigheid van storingen die hét ogenblik zelf zouden kunnen bederven…
Hij bis Misschien heb ik een verkeerde indruk gewekt… misschien heeft ze mij niet begrepen of misschien wel verkeerd begrepen toen ik haar een compliment maakte over haar kleding… misschien heeft ze daardoor begrepen dat ik haar borsten wou kussen… maar wat ik in feite bedoelde met dat compliment was dat het leek alsof haar kleding enkel en alleen gemaakt was om de ronding van haar borsten beter te onderlijnen en daardoor wou ik haar borsten kussen… dat bedoelde ik juist… Begrijp jij mij?
Hij Het is allemaal zo heerlijk complex. Wat wel was, wat niet was, wat misschien was… we hebben veel stof om over te denken, om uit te werken, om te interpreteren… om… Het mooie is dat nog alles open is… zo wijds… zo vers…
Daarom, laten we ten volle genieten van dit moment dat nog zo onbestemd is… laten we de tijd nemen om ervan te genieten… zoals een nieuwe morgen… een morgen die nog een belofte inhoudt… laten we van die belofte genieten…
Hij bis Anderzijds denk ik dan… misschien heeft ze mij wel begrepen… en wat dan zeker is… ik heb haar niet begrepen… toen ze blijk gaf van het feit dat ze mij begrepen had… misschien is dan het spelletje begonnen… woorden met half uitgesproken betekenissen waarvan verondersteld wordt dat ze begrepen worden… zonder er echt een gevolg aan te geven… hoe dan ook… ik heb er wel een gevolg aan gegeven… omdat ik vreesde dat ze mij niet of verkeerd begrepen had… en heb dan maar geantwoord met andere woorden met andere half uitgesproken betekenissen… … Ik weet het niet meer… wat ik moet denken… wat ik niet moet denken… Ik weet het niet meer… dit onbegrip… dit verpletterend onbegrip achtervolgt mij, het haalt mij in, steekt mij voorbij en ik moét er achter lopen… Ik moet. Ik moet met haar gaan praten… haar uitleggen wat ik juist bedoelde… Ik ben meer bekommerd om wat zij nu aan het denken of voelen is dan om mijn eigen… En de angst… de angst dat het onbegrip ons zal scheiden voor altijd…
Ik wil haar niet verliezen…

Wat doe ik hier… zo ver weg van haar, van haar warmte, van haar tederheid…
Wat doe ik hier!
Ik moet achter haar aan lopen…
Hij Ja… natuurlijk!
Dat is het!
Waarom heb ik er zelf niet eerder aan gedacht.

Maar ja…

Wat een geluk dat we geen overhaaste beslissingen hebben genomen.

Ja… er achter aan…

maar niet zomaar…
als verslaafden…
maar enkel en alleen omwille van de verslaving…
voor dewelke we alles zullen opofferen…
Alles…
Ons talent zal er des te meer door aangewakkerd worden…
Hij bis Oh ja… verslaafd zijn aan de oncontroleerbare tumulten… de visuele stimuli… wilde haren die thans als zwepen over mijn tere huid slaan… de warme en zachte cascade van haar borsten waarin ik mij stort… de hitte van haar dijen waaraan ik mij wil verbranden… en tenslotte… de totale overgave… aan de sexe… de wrede moordenaar…
steeds dwingend en opnieuw opeisend… nooit aflatend…
steeds de laatste krachten puttend uit,
steeds de allerlaatste krachten puttend uit, tot het einde… waar alles zo wonderlijk is… wonderlijk omwille van de pijn, van een moord, … nooit verzadigd…
Ik wil duizend maal vermoord worden… steeds met het besef dat ik meer geef om mijn moordenaar dan om mijzelf… steeds met het luciede besef dat ik mij opoffer opdat de moordenaar zijn vruchten zou kunnen afwerpen… en uit het bloed en de tranen zal het kind geschapen worden… een kind dat zal ontstaan uit een nietsontziend pervers talent…
Hij het talent om slaaf te zijn… een slaaf die voor haar glorie kathedralen van Woorden zal scheppen, overal ter wereld…
kathedralen die even groots, even immens, even onmenselijk zullen zijn als mijn liefde voor haar…
En ondanks de grootheid van mijn werk, zal elke dag grijs en grauw zijn voor mij, elke dag een nieuwe foltering,
de eenzaamheid die als kleine klauwtjes aan het lichaam zal knagen…
de lichamelijke aftakeling…
zonder enig verweer…
en dan…
dan zal het ogenblik komen…
de zuiverheid…
een naam bevrijd van zijn ballast: het lichaam…
Een naam die in staat zal zijn om boven de kathedraal een hemel te scheppen, en boven de hemel een ruimte, en boven de ruimte een eeuwigheid en boven de eeuwigheid de onsterfelijkheid…
En dan… en dan… als ik dit bereikt heb, zal ik alles in brand steken en wegvluchten naar de hoogste bergtoppen waar ik als een kluizenaar zal leven, niet alleen met de macht van de zuiverheid, niet alleen met de macht van de onsterfelijkheid, maar tevens met de macht van de wijsheid…
De mensen zullen mij smeken om van de berg te komen en hen de kennis te geven… en ik… ik zal hen niets geven, niets.
Beter dan een naam, ik laat hen een begrip na…
een enigmatisch begrip……het lot van de mensheid zal de eeuwige zoektocht zijn naar de betekenis van het begrip…

Ik denk dat we nu het middenstuk kunnen plegen…
Hij bis Oh ja… laten we er in tuimelen…
Hij Het geniale van ons verhaal is dat het Woord onbevlekt zal blijven…
Hij bis Onbevlekt!?
Hij Natuurlijk, daar we het Woord van de Daad dissociëren.
Hij bis De daad dissociëren!?
Hij Welja… In feite… hebben we de geliefde niet nodig… we kunnen alleen verder met ons talent…
Hij bis Wacht even…
Hij Waarop?
Alles is bedacht, doordacht…
Wij hebben haar niet meer nodig, als fysiek element…
Hij bis
Hij
Hij bis Ik heb haar toch nodig, hoor…
Hij Ik ook…
Hij bis Ik bedoel… als fysieke aanwezigheid…
Hij Je begrijpt het niet…
Hij bis Maar… je hebt gezegd dat we haar achterna gingen lopen…
Hij Maar ja!
Maar we lopen achter het concept van het lichaam aan…
Het concept…
begrijp je?
Hij bis …nee…
Hij Het is nochtans een mooi woord. Concept.
Snijdt als een mes,
sist als een slang,
zegt alles,
zegt niets,
volg mij goed.
We lopen ons leven lang achter haar aan zonder haar echt in te halen…
De onzekerheid en de ontevredenheid die deze situatie teweegbrengt, zal ons talent voortdurend aanwakkeren en het tot ongekende hoogten brengen…
Hij bis Met haar – fysiek – is dat toch ook mogelijk…
Hij Ah, néé!
Fysiek is fysiek…
niets meer, niets minder.
Concept van een fysiek is iets anders,
het is alles…
Trouwens…
ik vrees dat onze doelstellingen te hoog liggen vóór haar…

Geloof mij…
we hebben haar niet meer nodig om iets achter te laten voor de toekomstige generaties…
de originaliteit van mijn overleving, overlevering is dat ik in feite niets concreets achterlaat…
Hij bis Ja, ik ook en dat is niet zó origineel.
Ik kan helemaal niets achterlaten als zij er niet is…
Geen kind, geen naam…
laat staan het concept van een kind…
wat dat dan ook moge betekenen.
Hij We moeten de zuiverheid aanhouden…
Alles opofferen indien nodig..
Hij bis Dan ben ik haar voorgoed kwijt…
Hij Eh bien soit!
Dan is het zo…
Het is niet meer wat wij wensen… Het is nu wat ons doel wenst…
Hij bis Goed. Dan sterf ik liever. Nu. Onmiddellijk!
Hij Neem een appel.
Hij bis Nu ik weet wat liefde is, wat tederheid is, wat drift is, wat begeerte is, haat ik alles wat met eenzaamheid, zuiverheid te maken heeft…
Ik zal mijn leven haten
ik zal alleen en verlaten zijn,
geen kinderen, geen stiefmoeder,
ik zal iedereen haten en iedereen zal mij haten.
Telkens als ik aan haar zal terugdenken zal ik wenen, zuchten…
Sterven zal mijn enige gedachte worden…
En op een traag verlopende zondagnamiddag zal ik het onvermijdelijke aangaan…
Mijn dood.
Hij De dood is geen eindpunt…
de beloning…
Hij bis Wat voor beloning…
Er is geen beloning meer voor mij…
Niets…

Ik ben bang…
Bang alleen achter te blijven…

Alleen en verlaten…
Ik…
Hij
Hij bis
Hij Vriend…
Wees niet…
Ik… ik zal je helpen…
Ik zal je bijstaan in je treurnis…

Hij bis
Hij
Hij bis
Hij Ik weet niet wat ik moet zeggen…

Ik…
Hij bis Misschien hebben we genoeg aan elkaar…
Uiteindelijk…
Vlees is vlees…
en het vlees is een zwak werkwoord…
Hij Dat denk ik niet…
We moeten ons toch ergens aan de stelregels houden…
Hij bis We kunnen een paar uitzonderingen verzinnen.
Hij Zolang de uitzondering geen taalfout is…
Hij bis Wie bepaalt wat…
Wij zijn tenslotte de eersten…
Laten we een paar neologismen plegen…
Hij Neologismen zijn taalbedervers.
Ze creëren bastaardvormen, hybridische woorden…
Wij zijn puristen.

Geen barbarisme, a.u.b..
Het woord moet onbevlekt blijven, anders…
Hij bis Laten we meteen het woord onbestemd maken.
Met dubbele, driedubbele betekenissen, met verschillende schrijfwijzen, verschillende vervoegingen…
Het woord zal pervers ambigu worden…
Hij Dit zal onduidelijkheid scheppen.
Hij bis De enige manier om met een gerust geweten te leven…
Het woord zal niet meer pijn doen, noch vreugde opwekken, noch schaamte veroorzaken…
Dat is mijn redding.
Want wat is dan de betekenis van alleen en verlaten nog…
Het kan eender wat zijn…
Wat is dan de betekenis van “Ik wil je bespringen”.
Het kan eender wat zijn…
Hij Dit kan niet.
Wat voor kathedralen moet ik dan bouwen.
Mijn kathedralen van het Woord.
Dat gaat niet…

Hij bis Laten we een waarin plegen.
Hij Ja… we moeten onmiddellijk zonder dralen naar het middenstuk overgaan…
Het wordt hier ongezond.
Waarin het meisje terugkomt.

***

En het meisje kwam terug.
Anders. Vol van.

***

Hij bis Terwijl wij op u hebben gewacht, hebben we in het salon een vuur van olijvenhout gemaakt.
Zij Waarin het meisje terugkomt en…
Hij bis Laten we samen liggen, je hoofd tegen mijn arm geleund.
Hij Waarin… Laten we eerst elkaar bekijken in het schijnsel van het vuur…
Zij Waarin het meisje terugkomt en de toeschouwers inlicht over wat er met haar gebeurd is sinds… haar uitdrijving…
Hij bis In de vlugte dan…
Hij Voorzichtigheid…
Kikker Ongelukkig meisje,
Wat kan ik voor u doen?
Ontvouw uw wensenlijstje,
Voor mij alvast een zoen.
Zij
Ik vlucht uit de baarmoeder.
Ik vlucht van de baarmoeder, om het labyrint van mijn eigen lichaam te ontdekken. Ik verlaat de moederwarmte om de kille wegen van mijn menszijn te betasten.
Bekleed met vaginale weefsels, daal ik,
voorzichtig, langs oesophagistische gangen,
waarvan de kleverige substraten mij omringen
met een te harde kilte, die mijn overgevoelige huid prikkelt.
Ik tracht deze kilte te ontvluchten wanneer plots erectiele lichtflitsen mij van deze kilte bevrijden. Meer en meer licht vult mijn ogen en verwekt deze tot leven.
Een nieuwe leegte verovert mij, een omvangrijke leegte, die mij bewust leidt naar de ruimtelijke ontdekking van mijn eigen lichaamsgrenzen. Ik was er eens.
Hij Terwijl wij op u hebben gewacht, hebben we in het salon een vuur van…
Zij Ik was er eens.
Aldus.
Een Scor-Pioen ontwaakt op een mooie herfstnacht.
Uit het ‘iets’ een massa.
Contouren verliezen een vaagheid.
Een lichaam wordt.
Bij de eerste vage zonnestralen wordt het lichaam bevrijd uit de greep van de Scor-Pioen en ondergebracht in het 4de huis van een ascendant.
Bij de laatste glinsteringen van de zon wordt dit huis uitgebalanceerd naar de zeven hemelen van de onschuld.
Daar verbleef mijn lichaam tijdens twintig nachteveningen.
Dan, met een nieuwe maan, was het tijd om – als een vroeg vallend herfstblad – het huis te verlaten.

Er was geen keuze mogelijk.
Er was slechts één enkele weg.
Goed onderhouden trouwens.

Van bergtop tot bergtop.
Bergtoppen hebben flanken.
Flanken leiden naar een dal,
en het dal leidt naar de haven,
met de kaai en het schip voor de nieuwe wereld.
Twee jongens vonden mij, zoekend, op de weg naar de haven en ontfermden zich over mij en brachten mij naar hun huis.
Ze gaven mij eten, drinken en kleren. De eerste dagen verliepen in stilte. Geen woord werd gezegd.
Voor mij was deze stilte een bewijs van geluk.
Toen was het tijd voor de nieuwe wereld.
Op de kaai echter vond ik de twee jongens terug.
Ditmaal waren ze spraakzaam en we maakten veel plezier. Zoveel plezier dat ik mijn schip miste.
Maar goed. Een nieuwe dag brengt ook een nieuw schip.
De volgende dag ging ik weer naar de kaai en daar waren ook de jongens weer. En we maakten veel plezier. Zoveel plezier dat ik mijn schip miste.
En zo gingen dagen voorbij. Elke dag had ik zoveel plezier met de jongens dat ik telkens het schip miste.
Op een dag werd de kaai opgeblazen, zodat er geen nieuw schip kon aanleggen. Het is ook omstreeks die tijd dat ik de jongens minder en minder zag.
En ik begon de kaai te missen en het schip, en daardoor de nieuwe wereld, en de jongens ook.
Hij Waarin… Laten we eerst elkaar bekijken in het schijnsel van het vuur.
Hij bis Waarin… Laten we eerst samen liggen, je hoofd tegen mijn arm geleund.
Zij Ik ga voor het haardvuur liggen want ik heb het koud.
En vooraleer we gaan slapen vertellen zij mij een verhaaltje.
Hij Waarin… Liefde dwingt mij om te vertellen…
Hij bis Waarin… Van de natuur heb ik bepaalde neigingen gekregen en ik zou haar ergeren als ik daartegen weerstand bood…
Hij Waarin… Ik vertel over een rivier die duizenden rose en witte bloemblaadjes meevoert…
Hij bis Waarin… Verbaasd over onze stoutmoedigheid zoenen we elkaar… en we vertrekken voor 120 dagen naar een huis op het einde van de wereld.
Hij Waarin… Ik herdoop je in de rivier.
Ik neem wat water in mijn hand… sprenkel het over je hoofd… en noem je voortaan… Cocaïne… want het is de naam van een Griekse godin.
Hij bis Waarin… Er is niets wat zo tot verder handelen aanspoort als een eerste misdaad die ongestraft blijft.
Hij Waarin… Je geeft me je hand en je belooft: Ik zal een zin aan je leven geven, ik zal je koning maken.
Deze liefdesverklaring is subliem in haar kinderlijkheid. Alle druk is van mij weggenomen. Ik loop net zo licht als in mijn dromen.
Hij bis Waarin… Je komt gehurkt over mij liggen en je zegt: In feite hunkert de vrouwelijke borst naar liefkozingen, omdat de overbrenging van de prikkels van de borst naar de baarmoeder subliem is.
En je vertelt me dat liefkozingen aan de tepels automatisch zorgen voor een zich samentrekken van de spieren van de baarmoederwand en ervaren worden als erotische prikkels.
Hij Je ontvoert mij naar je eiland…
We liggen op het witte zand onder de blauwe hemel en drinken van hetzelfde glas champagne. Op zee vaart een schip voorbij.
Hij bis Na de vuurproef laten we alle teugels vieren…
Indien iemand ons een strobreed in de weg legt, zullen we naar het vergif grijpen. Maar ondertussen grijp je mijn geslachtsdelen hard aan en het doet pijn…
Hij En het Schip gooit anker. Je ziet het en je zegt opnieuw op een kinderlijke, sublieme manier: Ik zal nooit weggaan, nooit. Ik zie in welke storm je vertoeft, ik zie dat je alleen bent, zonder roer.
In mijn handen ligt de fatale beslissing.
Maar ik zal je brengen daar waar je moet zijn.
Hij bis En je vertelt verder dat deze liefkozingen gecombineerd moeten worden met de stimulering van de geslachtsdelen door de hand. Je neemt mijn penis en drukt deze tegen je borsten aan, dan neem je mijn penis in je mond en ik ontmaagd je…
Hij En je zegt op een plechtige toon:
Zelfs de Dood zal geen vat op jou hebben, want ik zal je onsterfelijk maken…
Ik zal je tijd geven, veel tijd… oneindig veel tijd opdat je je taak zou kunnen vervullen.

Nobele Woorden.
En we drinken verder champagne.

***

En zij verslikte zich op haar beurt.

***

Kikker Ongelukkig meisje
Hij bis Waarom loop je zo zenuwachtig rond?
Kikker Wat kan ik voor u doen?
Hij Hebben we iets verkeerd gedaan?
Kikker Ontvouw uw wensenlijstje
Hij bis Vertrouw je ons niet?
Kikker Voor mij alvast een zoen.
Hij We…
We hadden echt niet durven verwachten dat je terug zou komen…
Hij bis We zijn een beetje onhandig…
Weten niet goed hoe…
Hij Het is zo onverwacht…
je liefde voor ons…
en ja…
Angst.
Hij bis En daarom… duidelijkheid in de bedoelingen…
Hij Klare taal…
Hij bis Uitgesproken betekenissen…
Hij Openhartig.
Hij bis De ware toedracht.
Hij Positieve bijdrage.
Hij bis Begrijp je?
Hij Voorzichtigheid indien we de volmaakte vorm van ons talent willen bereiken…
Zij Hier ben ik – aldus –
De Vrouw.


Zaad- en champagnelozingen in de mond.

Is het voortbestaan van onze liefde hiermee verzekerd?
Wordt hiermee de volmaakte vorm van ons talent bereikt?
Zijn zaad- en champagnelozingen niet schadelijk voor de gezondheid? Hij
Hij bis
Zij Stel ik te veel vragen?
Hij
Hij bis …
Zij Vergeef mij…
Ik voelde de behoefte om het te zeggen.
Ik ben verbaasd over mijn stoutmoedigheid.
Maar van de natuur heb ik bepaalde neigingen gekregen.
Ik zal zwijgen.
Hij
Hij bis Voel je iets voor mij?
Zij Ik veronderstel dat mijn liefde voor jullie nu omslaat in hartstocht en ik zou je ergeren als ik daartegen weerstand bood…
Is deze liefdesverklaring niet subliem in al haar kinderlijkheid?
Hij Zij verengt ons verhaal.
Zij Stel ik te veel vragen?
Hij In liefde is er slechts één vraag: Hou je van mij?
Zij Vergeef mij… weer voelde ik de behoefte om het te zeggen.
Hij Om wat te zeggen?
Zij Dit incident maakt mij melancholisch.
Hij Ik kan haar niet volgen…
Hij bis Zet die gedachte opzij.
We zijn pas bezig.
We hebben nog een hele weg…
Zij Er is al zoveel opzij gezet…
Het doet me denken aan een rivier met duizenden bloemblaadjes…
Hij Ik heb de indruk dat ik middenin een nachtmerrie terecht ben gekomen…
Hij bis We moéten nu wel doorgaan…
Zij Ik ben nu dronken van hartstocht en zie…
ik loop net zo licht als in een droom…
Hij Hou haar toch in toom.
Hij bis Kom, kom…
Geef haar de tijd om zich aan te passen…
Zij Je komt gehurkt over mij liggen en je zegt:
Kom, kom en je past in mij.
Hij Ze begrijpt er niets van.
Zij En daarom… straks zullen onze ogen opengaan en wij zullen naar vergif grijpen.
Hij Ik doe niet meer mee… dit kan niet.
Wat heb je verdomme in huis gehaald.
Hij bis We hebben toch talent genoeg om onze ogen open te laten gaan…
Hij Je bent te toegeeflijk…
Zij Dost thou love me?
I know thou wilt say ay
and I will take thy word:
Yet, if thou swear’st,
thou mayst prove false; at lover’s perjuries
They say Love laughs.
O gentleman…
If thou dost love me, pronounce it faithfully;
Or, if thou think’st I am too quickly won,
I’ll frown, and be perserve, and say thee nay…
Hij bis Dat is mijn verhaal niet.
Hij Nee… maar het was… zo mooi… zo zuiver… en die klanken… Wie heeft je dat gedicteerd? Is het onze liefde misschien…
Zij Ik hoop toch dat, als we samen verder leven, we het huisgerief en het behang niet zullen houden…
Hij Huisgerief!?
Wat vertelt ze nu?
Zij Vergeef mij, opnieuw.
Mijn hartstocht.
Mijn hartstocht hunkert naar de cascade, de zwepen, de prikkels van de baarmoeder.
Hij Uit mijn zicht! Breng haar weg…
Hij bis Laten we ons verhaal een beetje aanpassen. Liefde is nemen en geven.
Hij Wat is dat voor nonsens.
Zij En je zegt mij: Ik zal je tijd geven.
Oneindig veel tijd… en ik ben je dankbaar,.. en het schip gooit het anker.
Hij Wat doe je, verdomme!
Je geeft toe!
We mogen geen afstand doen van onze doelstellingen: de kathedralen…
Zij Een nieuw jaar breekt aan.
Hij bis Geef haar toch een kans om zich aan te passen…
om het te begrijpen.
Zij En weer een nieuw jaar.
Met zijn plezieren en zijn zorgen.
En in de lente komt het kind.
Hij Een kind!?
Nu al!?
Hij bis Ja… je gaat te vlug. We slaan te veel over… de drift, de begeerte…
de overgave… weet je…
Zij Ga niet zo achteloos om met zijn bestaan.
Heb tenminste medelijden met ons kind.
Hij bis Medelijden!?
Maar waarom?
Laat me je tenminste begrijpen…
Ik wil je begrijpen…
Hij Waarin het meisje aan tuberculose lijdt.
Hij bis Laar haar toch met rust. Zie je dan niet dat ze in de war is.
Hij Tuberculose dat is niet niets…
Misschien kunnen we het daarmee redden…
Misschien is alles nog niet verloren…
Zij En ondanks mijn verslaafdheid aan Cocaïne zweer je mij dat je me nooit zal verlaten…
Hij Je geeft het op!
Hij bis Néé… niet wat de inhoud betreft.
Zij Ik ben jullie echt dankbaar dat ik nog geduld wordt en had ik meer kracht ik zou jullie ontvoeren een eiland.
Hij Ik voel me zeeziek worden.
Ik geef het op. Ik doe niet meer mee.
Al mijn illusies… al mijn…
Zij Beter is er niet aan te denken en verder een zin te geven aan de overbrenging van de prikkels van de baarmoeder…
Hij bis Mijn geliefde…
Ik…
Laat me je gelukkig maken…
Laten we de tederheid, de genegenheid heruitvinden…
Ik zal afstand doen van alles…
Zij Nu ons kind groot geworden is en zijn eigen gezinnetje sticht, ben ik nog slechts een slordige vrouw die niet veel meer te bieden heeft…
en die spoedig sterven zal…
en die orde op zaken wil stellen…
Hij bis Laten we daar niet aan denken…
Zij Dus toch denken…
Hij bis Laten we gewoon onbeweeglijk naast elkaar zitten in ons huis…
Zij Maar… er is zoveel wanorde…
overal… als na een feest…
We moeten opruimen…
Hij bis Het heeft geen belang meer…
Zij Maar… ik hou van orde…
Hij bis Kom… laten we gewoon, onbeweeglijk, hand in hand, naast elkaar…
Dan hebben we toch tenminste iets dat op genegenheid, tederheid zal lijken…
Zij Maar… ik moest nog zoveel schikken, want straks moet ik… mijn verhaal… het enige verhaal dat van mij is…

mijn verhaal…
mijn verhaal dat ik straks aan mijn kind zal moeten vertellen…

En jullie antwoorden mij:
Doe je mond iets verder open…
Dat wij je beter begrijpen…
En jullie zeggen:
We hebben je alles gegeven.
Een naam. Een kleding. Een huis. Een mausoleum.
Een altaar. Een Bed. Een Eiland. Om je warm te houden.

Onwaardige vrouw, dat je dat niet weet.
En dan vertellen jullie verder:
Wat hebben wij in ruil gekregen? Niets.
Toen wij ‘s avonds thuiskwamen was je
onverschillig
in bed onvatbaar
op de vraag of je van ons hield onmondig

Wij daarentegen hebben je een unieke liefde gegeven.
In de vorm van een sprookje.

En ik zeg jullie:

Maar jullie onderbreken mij:
Hoe minder…
Hoe minder we erover spreken, hoe beter. Het heeft geen zin om een oude wonde terug open te rijten.
Hoe minder we elkaar spreken, des te minder we elkaar kunnen kwetsen…
Woorden zijn kwaadaardig in de schemering van het leven.
We moeten voortleven en niet denken. Gewoon samenblijven.



En de Vrouw.
En de Vrouw
had tranen in haar ogen
en keek naar de Man.
En de Man.
En de Man keek naar het behang dat oud en versleten was.

En de Vrouw was alleen om haar tranen weg te vegen.
Alleen en oud.
Oud en wachtend.
Wachtend op de dood.
Dood.


Waarom heb ik nu napalm in mijn stem…
Waarom heb ik nu de glimlach van een gefolterd kind…

En plots denkt de Vrouw terug aan de zomermorgen.

De beloftevolle morgen.
Waarin alles anders was…
Waarin alles wit was…

Wit zoals winter…

De winter…

Wintersss

Regen… sneeuwt.
Boom…sterft.

***

En zo gebeurde…

***

Zij Waarin de twee jongens en het meisje beloven haar te volgen in de dood.
Hij Verder… kom verder praten want zolang de vertelling duurt… spreken… over eender wat… als het maar spreken is… want zolang de vertelling duurt… spreken… over eender wat… als het maar spreken is… want zolang de vertelling duurt blijft de meest fatale beslissing het einde aan te snij den opgeschort… woorden… enkel woorden… vlug…
Hij bis Ze was niet meer dezelfde…
Hij Ze was anders dan ik mij haar had voorgesteld…
Hij bis Woorden… woorden als reddingsplankjes om toch niet kop onder water te gaan…
Hij De vrouw… een echte duivel… vijand van de rede… een bron van ongeduld… oorzaak van ruzie die de man moet mijden… wij… wij daarentegen zullen onze naam bestendigen door ons talent en niet door de Vrouw en onze kinderen… angst… angst geen woorden meer te vinden… De angst omwille van de nadere punt… de paniek als een zin beëindigd is…
Hij bis De nachtmerrie van dit al… spreken… over de dood misschien… uitmoorden van de walvissen…
Hij Over de pijn… de fysieke pijn… de angstwekkende pijn als men een mes tegen de keel drukt…
Hij bis Over de voorbije liefde… over het embryo… de pijn die het embryo ondergaat… de verschrikkelijke pijn om uit de buik van de moeder te geraken… de scheurende pijn… en dan plots het verblindende licht… de koude… de afgrijselijke koude… wat kunnen we nog naar boven halen…
De moederkoek die uit de baarmoeder wordt gehaald… het bloed… de viezigheid van iets waarvan men houdt zoals van onze geliefde…
Hij Nee dat verhaal toch niet opnieuw…
Hij bis Ken jij er dan een ander…
Hij Nee niets meer verzinnen… uit de voorraad putten want zolang de voorraad strekt… de zelfmoord… van onze geliefde gesprongen van de 50ste verdieping… de snelheid van het lichaam dat naar beneden stort… zelfs geen kreet… dan het contact met de grond… onze geliefde spat uit elkaar…
Hij bis en lijkt op de moederkoek in de bevallingskamer… de viezigheid…
Hij Een ander verhaal vlug…
Hij bis Dat van het bos…
Hij Och nee…
Hij bis Heb je iets anders…
Hij Soit… we wandelen in het bos… we wandelen zeer onschuldig door het bos… een groot bos…
Hij bis Nee een klein mooi bosje… zoals men die vindt tegenwoordig vol peperkoek en suikergoed…
Hij We zijn dus aan het wandelen zoals eerder vermeld tot wij plots
Hij bis een bord zien staan met een inscriptie niet verwondelijk
Hij tot daar toe
Hij bis maar we kunnen onze ogen niet geloven op het bordje staat Hij disaster area maar het bosje is zo mooi dat we beslissen toch maar verder te gaan in alle onschuld wandelen we voort af en toe eten we van de peperkoeken maar ze lijken zo zuur
Hij bis zal het seizoen niet zijn en
Hij kijk een eindje verderop zien we Roodkapje staan hoe gaat het ermee zeggen we maar… maar…
Hij bis wat hebben ze met je ogen gedaan…
Hij En kijk Hans en Grietje waarom zitten jullie te huilen
Hij bis en daar Klein Duimpje en daar Sneeuwwitje je witte jurk helemaal bebloed
Hij Wat gebeurt er hier verdomme
Hij bis zeggen wij…
Hij Waarom wordt het plots donker… wegwezen vlug er is hier iets gebeurd… we lopen weg van het bos en zweren er nooit meer binnen te gaan…
Hij bis Waarom baren wij geen andere verhalen… mooiere verhalen zonder bloed of tranen…
Hij … het kan niet… we moeten doorgaan… eens je met zo’n liefdesverhaal begint moet je verder gaan… het ritueel begrijp je… dan krijgen we applaus…
We mogen geen spelbrekers zijn… anders geen applaus… je hebt het zelf gewild… lang en gelukkig… de vuile was moet nu bovengehaald worden… het ritueel… applaus…
Hij bis We hadden mee in haar verhaal moeten springen…
Hij Nee we waren best onbeweeglijk naast elkaar blijven zitten… kom iets anders nu een ander verhaal…
Hij bis Het verhaal van een droom omtrent het verleiden van een maagd… Nee dat niet dat loopt goed af.
Hij Ik had nooit mogen toegeven… haar nooit mogen terugvragen… wij hebben het verknoeid voor de toekomstige generaties… ze zullen des te meer gefrustreerd zijn…
Hij bis Het verhaal van cocaïnevelden die gebombardeerd worden…
Hij Dat niet… néé…
Hij bis Waarom…
Hij Omdat…
Hij bis Je denkt nog steeds aan haar…
Hij Ja…
Hij bis Zelfs de gruwelijkste verhalen genezen de wonde niet…
Hij Nee…
Hij bis Ik denk ook aan haar… ik denk ook zij is als een orkaan in ons leven gepasseerd en wij… idioten… klootzakken… we hebben haar willen doorstaan… zoals het Spaanse graan… maar het is te laat…
Hij Het orkaan is voorbij en het graan in de schuur… zit er nog een beloning voor ons in… blond naakt op een paard… waar blijft de godverdomse beloning…
Hij bis Ik weet niet meer… dood… ik weet niet meer wat… doodheid…
Hij Gooi maar wat met woorden eender dewelke het heeft geen belang meer… dit alles heeft toch geen belang meer… als de vertelling maar duurt en we het einde niet moeten aansnijden…
Hij bis Doodheid… koude machines…
woorden…
Hij Dood…
Hij bis Doodheid…
Hij Koude machines…
Hij bis Kaartborden…
Hij Niets beters…
Hij bis Onbehoorlijke stralen…
Hij Stralen… later…
Hij bis Veranderen in zichtbare doodheid…
Hij Koude…
Hij bis Hoge geboorte focussering…
Hij Dodelijk doorheen…
Hij bis Stralingslasten…
Hij Koude naam…
Hij bis Koude namen…
Hij Geboorthanasie…
Hij bis Acties van motorische dood…
Hij Niets beters…
Hij bis Ultieme exterieurs… circulatie van het leven…
Hij Een compositie geest om te… een compositie geest om te leven… later…
Hij bis Veranderen in composities van koude machines…
Hij Veranderen in stralingen doorheen stralingslasten…
Hij bis Perceptie van een geboortificatie… circulatie van het leven… Hij In koude machines…
Hij bis Op kaartborden…
Hij Niets beters…
Hij bis Perceptie van een geboortificatie…
Hij Perceptie van circulatie… iedereen kan perceptie leren…
Hij bis Milieukundige perceptie…
Hij Nodig is een compositorische geest…
Hij bis Motorisch…
Hij Perceptie…
Hij bis Zonder naam zonder koude machines…
Hij Niets beters…
Hij bis Zonder koude machines…
Hij zonder zichtbare dood…
Hij bis Iedereen kan perceptie leren…
Hij Milieukundige perceptie…
Hij bis Met een compositiegeest…
Hij Doodheid…
Hij bis Kaartborden…
Hij bis Niets beters…
Hij Doodheid…
Hij bis Koude machines…
Hij Kaartborden…
Hij bis Niets beters…
Hij Doodheid…
Hij bis Koude machines…
Hij Kaartborden…
Hij bis Niets beters…
Hij Niets beters…
Hij bis Niets beters…
Hij Niets beters…
Hij bis Niets beters…

***

Waarin de wereld ineenstort onder het gewicht van woorden en waarin temidden van deze catastrofe een geboorte plaatsgrijpt.

***

theatertekst
Leestijd 26 — 29 minuten

Paul Pourveur

theatertekst