‘La Cifra’ (Foyer /Oud Huis Stekelbees) Foto’s Jan Simoen

Guy Cassiers

Leestijd 7 — 10 minuten

La Cifra

Het migrantencentrum Foyer te Brussel vroeg Guy Cassiers van Oud Huis Stekelbees een voorstelling te maken met migrantenkinderen. De tekst van La Cifra is een collage van fragmenten uit de gelijknamige gedichtenbundel van Jorge Luis Borges en van verhaaltjes en uitspraken van de kinderen zelf. De hier afgedrukte tekst is de weergave van één avond. In de Kroniek bespreekt Erwin Jans de produktie.

“Niet ondenkbaar is een geschiedenis van iemands dromen; een andere van zijn lichaamsorganen; een andere van al het bedrog dat hij heeft gepleegd; weer een andere van alle momenten waarop hij aan de piramiden dacht; een volgende van zijn omgang met de nacht en niet de dageraad.”

(J.L. Borges)

4 januari 1991, Brussel

La dicha.
Het geluk.

El que abraza a una mujeres es Adàn. La mujer es Eva.
Wie een vrouw omhelst is Adam. De vrouw is Eva.

Todo sucede por primera vez.
Alles gebeurt voor het eerst.

He visto una cosa blanca en el cielo. Me dicen que es la luna, pero qué puedo hacer con una palabra y con una mitologia.
Ik heb iets wits aan de hemel gezien. Ze zeggen dat het de maan is, maar wat moet ik met een woord en een mythologie.

El que prende unfosforo en el oscuro està
Wie in het duister een lucifer afstrijkt vindt het vuur uit.

El que mira el mar ve a Inglaterra.
Wie naar de zee kijkt ziet Engeland.

El que duerme es todos los hombres.
Wie slaapt is alle mensen.

Los libros de la biblioteca no tienen letras. Cuando los abros urgen.
De boeken van de bibliotheek hebben geen letters. Als ik ze opensla verschijnen ze.

Ik heb een mooie T-Shirt en ik moet hem laten zien. En ik slaap en ik…

Verleden week, verleden week-end ben ik naar Dardennen geweest met mijn gezin, eh met mijn familie. En eh de dag daarvoor…Allez, we waren aangekomen maar moesten direkt gaan slapen. “Bedtijd” riep mijn moeder. Wij sliepen dus. De volgende dag natuurlijk mijn zus, zo dom als ze is, vroeg me waarom vliegen de wolken. Volgt ze, dan weet ge waar ze gaan uitkomen. Natuurlijk mijn zus op hare fiets gesprongen achter die wolk aan ‘t rijden. Natuurlijk, keek ze naar de lucht, keek ze natuurlijk niet naar beneden en viel ze natuurlijk over een steentje.

Gisteren is mijn neef gekomen, die is zo’n vijftien jaar. En ja, die wou bij ons blijven slapen en mijn mama die zei : ja, dat mag. En we hebben nog naar de televisie gekeken en dan zijn we gaan slapen. Het was zo’n 10u30. Mijn mama die zegt: “Bedtijd, we gaan slapen”. Maar mijn neef die wou wel nog een grapje doen. Kijk, ik heb hem gezegd geen grapjes want mijn mama die kan daar misschien van schrikken. Maar mijn neef die luistert naai* niemand en neemt lucifers. Weet ge wat hij doet…

Er was eens een jongen die noemde Abil. We moesten alle zaterdagen naar toneel gaan. Op een keer waren we met vakantie, dan moesten we maandag gaan. We hebben ons goed geamuseerd. Woensdag moesten we ook gaan. De andere dagen ging het goed, maar één dag niet. Die dag was een woensdag en we moesten allemaal komen. Daar was geen enkele meisjes, maar jongens wel. Het was Erdal, Gioacchino en ik. We moesten naar kleren gaan kijken en we hadden veel tijd. Dan moesten we naar huis en bij de weg had ik aan Guy Kinepolis getoond. Dan heeft hij zeker gezien, ik weet niet. Dan moesten we zaterdag gaan. Maar de jongens, de meisjes hadden congé. Woensdag moeten de meisjes gaan. Zaterdag nadien moesten we ook allebei gaan, maar ik was een beetje te laat in de Vaartkapoen. En dan moesten we weggaan, als ik naar huis ging had ik een plakkaatje gezien met “Jeugdhuis”. Ik ben daar binnen geweest en ze waren daar aan ‘t toneel spelen. We hebben ons goed geamuseerd. We zijn terug naar huis gegaan…

Sandy
Ik ben de mama.

Isabelle
Ik ben de grote zus en de apotheker.

Stefanie
Ik ben de dokter.

Samen
Wij beginnen.

Cengiz
Dienaren, ik heb trek in frites.

Sandy en
We zullen de koninklijke kok roepen, Majesteit.

Stefanie
Koninklijke kok, een portie frites van 30 fr met mayonnaise.

Alstublief, Majesteit.

Cengiz
Dank u wel, kok. Ik heb geen zin meer.

Sevda
MUSTAFA KEMAL’LER TUKENMEZ

Tukenir elbet
Gökte yildiz deniz de kum tükenir
Bu vatan bu topraklar cömert
Kutsal bir atesirn ki ben sönmez
inanin Mustafa Kemal’ler tükenmez

Ben de etten kemiktendim elbet
Ben de bir gün gocecek’im elbet
Iki Mustafa Kemal var iki bilin
Ben iste o ikincisi sonsuzlukta
Ruh gibi bir sey görünmez
inanin Mustafa Kemal’ler tükenmez

Hep kardeslige bolluga giden yolda
Bilimin yapiciligin aydinliginda
Güzel düsünceler soyut fikirlerde ben
Evrensel yepyeni buluslarda
Geriligi kovmusum ben donmez
inanin Mustafa Kemal’ler tükenmez

Basin mi dertte beni hatirla
Duy beni en sikildigin an
Bastan sona her seyiyle bu vatan
Sakin aglamasin kasimlarda
Fatih’ler Kanui’ler ölmez
inanin Mustafa Kemal’ler türkenmez
(Halim Yagcioglu)

Nabil

Als ik Engeland zie, zie ik de zee.
Als ik de zee zie, zie ik het zand.
Als ik naar Spanje reis, reis ik door Frankrijk.
Als ik door Spanje reis, ga ik naar Marokko.
Als ik naar Marokko ga, neem ik de boot.
Als ik de boot neem, vaar ik op zee.
Als ik op zee vaar, zie ik de zee.

Geert
Ik herinner me wat ik gezien heb en wat mijn ouders me hebben verteld. Ik herinner me het geluid van het ijzeren voorhek.

Erdal
Ik herinner me de woorden van mijn ouders die ik niet begreep. Wie mijn woorden hoort bedenkt ze. Wie mijn woorden niet verstaat moet ze maar verzinnen.

Gioacchino
Ik herinner mij de woorden van mijn ouders en wat ze niet begrepen aan
het ijzeren voorhek.
Ik herinner mij dat het ijzeren voorhek mijn ouders niet verstond.

Erdal
Wie het geluid van het ijzeren voorhek herinnert, herinnert zijn ouders
ook.
Wie zijn ouders niet verstaat, verstaat zichzelf niet.
Wie mijn woorden niet verstaat moet ze maar
verzinnen.

Erdal
Ik tover mijn linkerarm in een arendsvleugel. Ik tover mijn rechterarm in een mussevleugel.
Ik tover mijn rug in een paarderug.
Ik tover mijn been in een tijgerklauw. Ik tover mijn andere been in een olifantepoot.
Ik tover mijn hoofd in een apehoofd.

Erdal
Ik ben de enige die geld spaart om dieren te kopen.
Ik heb geen dieren maar ga er kopen.
Ik droom om een grote dierenvriend te worden.

Gioacchino
Ik ben de enige mens op aarde die van de kalachtigen is.
Ik heb twee onnozele katten.
Ik droom dat ik een kat ben.

Kurt
Ik ben de enige die maar een beetje kan tenissen.
Ik heb hersens.
Ik droom dat ik in de geneeskunde slaag.

Cengiz
Ik ben de enige ter wereld die een buitenaards wezen heeft gezien.
Ik heb een ezel gezien die kan praten.
Ik droom dat ik later een uitvinder zal zijn.

Michel
Ik ben de enige ter wereld die mijn droom kan sturen.
Ik heb een hoeskin Malamoet.
Ik droom dat ik de tijd kan sturen.

Ilhan
Ik ben de enige die 26 honden heeft gehad.
Ik heb gedanst.
Ik droom dat ik kan vliegen.

Geert
Ik ben de enige mens op aarde die maandag om 5u zijn kleine pinkvinger
heeft verstuikt.
Ik heb een scatebord van 7 499 fr.
Ik droom dat ik de kampioen van scatebord word.

Nabil
Ik ben de enige die kan tekenen.
Ik heb een paleis.
Ik droom dat ik superman word.

Murat
Ik ben de enige ter wereld die goed kan voetballen.
Ik heb mooie kleren van voetbal.
Ik droom van voetbal dat ik goed speel.

Mohammed
Ik ben de enige die in één uur geen kilometer kan lopen.
Ik heb geen tuin.
Ik droom dat ik een agent ben.

Sandy
De aujerito, de aujerito, de aujerito,
yo te voy a comprar una braga
de aujerito,
yo te voy a comparar una braga
de aujerito, de aujerito.
Pa cuando tu te agaches
te de el frescito
pa cuando tu te agaches
te de el frescito.
Agita clara
yo te digo con orguyo,
agita clara
yo te digo con orguyo
Pa el conejotu yo

Elisabeth
Ik heb mijn hoed gepakt.
Op mijn hoofd gezet.
Die is weggelopen en rood geworden.

Mohammed
Blauw is blauw en alleen maar blauw.
Mijn hoed is blauw.
De lamp is blauw.
Rood is rood en alleen maar rood.
De deur is rood als ze open is.
Wit is wit en alleen maar wit.
De muur is wit.
Mijn tanden zijn wit.
De tas is wit.
De thermos is wit.
daarom ben ik bruin.

Zeynep
Ik heb geleefd in de kleur rood en jij geel.

Sultan
Ik heb rood genomen en jij geel.

Zeynep
Rood als een appel in een grote boom

Sultan
Geel als de zon boven een blauwe moskee.

Isabelle
Ik herinner me het roze lint dat eens rood was.
Ik herinner me het meisje met dat roze lint.
Ik herinner me het lint dat in het water viel.
Ik herinner me het rode lint dat roos werd.
Ik herinner me het water dat rood werd.

Ayse
Wie Engeland ziet, ziet het strand.

Wie het strand ziet, ziet ijskreem.
Wie de zee ziet, ziet Engeland.
Wie drie zeeën ziet, is in Turkije.
Wie de Moskees ziet, is in Istanboel.
Wie mij in Turkije ziet, is in Eskishehir ?

Turkan
Ik herinner me iemand die op mij lijkt maar die ik nooit heb gesproken.
Ik herinner me dat de zon licht geeft.
Ik herinner me dat de maan ook licht geeft.
Ik herinner me dat ik ‘s avonds laat ben opgebleven.
Ik herinner me als de maan half wordt dan gaat het heet worden.
Ik herinner me dat de zon komt in plaats van de maan.

Cengiz
Als ik naar de zee zie, zie ik Engeland.
Als ik Engeland zie, voel ik Noorwegen.
Als ik Noorwegen voel, Brrr, krijg ik kriebels
Daar, waarschijnlijk is daar ongelooflijk veel sneeuw.
Waarschijnlijk zal ik als een ijsblok uitzien.

Sevda
Stefanie is roos roos
als een roos
roos en blauw
als een roos die in de lucht hangt.

Michel
Wie in de duisternis een lucifer afstrijkt, vindt het vuur uit.
Wie de lucifers te ver laat branden, verbrandt zijn vingers.

Kurt
Ik herinner alles wat ik gezien heb en wat mijn ouders mij vertelden.
Ik herinner me mijn broer die zich aan de gaslantaarn heeft verbrand.

Ilhan
Ik herinner me de gaslantaarn de de man met de stok.
Ik herinner me de man die de gaslantaarn kapot sloeg met zijn stok.

Michel
Wie een gaslantaarn met een stok kapotslaat maakt vuur.

Ilhan
Ik herinner me alle brandende huizen.

Ik herinner dat het tijd is om te gaan slapen.

Saida
Wie slaapt is alle mensen.
Wie eet is dik.
Wie lacht draait rond als een gek.
Wie danst wordt zot.
Wie zot is zat
Wie denkt droomt.

theatertekst
Leestijd 7 — 10 minuten

Guy Cassiers

theatertekst