Liv Laveyne

Leestijd 4 — 7 minuten

Klauwaerts en Clauwaert

De eerste aflevering van wat met grote trom aangekondigd werd als een cultuurprogramma, ‘De Leeuw in Vlaanderen’, heb ik gemist. Dat had zo zijn redenen: ik kan nog altijd geen video programmeren en dat digitaal ‘Net gemist’-ding kan ik me niet veroorloven. Maar dat is benevens de kwestie, feit is: cultuurminnaars en -getrouw(d)en zal je zelden aantreffen op een vrijdagavond voor de buis.

Het kan niet anders of net daarom heeft Canvas ‘De Leeuw’ op die avond gekooid. Het programma is immers niet bedoeld voor wie een innige verhouding met de muzen heeft. Zo was althans op te maken uit de tweede aflevering, waar onder meer het baasje van Samson en Studio 100, Gert Verhuist, te gast was. Misschien werd er wel een boompje over musical opgezet?

Althans dat hoopten we. Anciaux had enkele uren voordien immers zijn Cultuur-Invest-programma voorgesteld en de media spelen graag kort op de bal. Toch? Helaas, zo bleken noch die Vlaamse langharige hond noch die Hollandse poëzie-blaffer opgevoed. Verder dan wat wildplassen op de film ‘The Producers’ (ooit een musical) kwam het niet. Geen kakken op het beleid, zelfs niet even aanschurken tegen de vraag naar de kwaliteit van de Vlaamse musical. Hier kwispelden interessantere vragende staarten om aan te ruiken. De hoofdbreker was: hoe homofiel is musical en kan dat kwaad? Verhulst mocht zich graag ergeren aan de musical West Side Story die hij overzees was gaan zien. De straight-guy-die-graag-met-poppen-speelt had zich geïrriteerd aan de nichterige straatvechtscènes, er kwamen net geen handtassen aan te pas. ‘Op het podium zie ik toch liever een echte man,’ concludeerde Gert Verhulst.

Daarmee was de roze kous af en mocht Verhulst een deurtje kiezen. Boven het ene stond in de neonletters van een louche late night bar te lezen: ‘Respect en Elite’, boven het andere deurtje blonk: ‘Succes en Volk’. Nu kunnen we al jaren bezig zijn om de grenzen tussen high en low culture te slechten, dit cultuurprogramma vond het ‘wel leuk’ om ze middels twee deuren weer op te trekken. Alsof om het even welke creatieve opvlieger zich laat knechten tot een one way ticket naar ‘De wereld van K3’ of ‘Een studie van het performante vloeibare lichaam’.

Ik vroeg me af wat er achter die deuren schuilging. Tuimelde je achter de deur ‘Respect’ in een slangenkuil vol doornen en ‘ een jonge Régine Clauwaert? Lag achter de Poort naar ‘Succes’ een bed van rozenblaadjes en chocolademuntjes op je te wachten met een dom blondje zoals Lieven Vandenhaute zich graag voordeed? Ik kreeg een visioen uit een katholieke jeugd over de smalle rotsige weg naar zieleheil en de brede weg naar het verderf. ‘Wie niet met mij is, is tegen mij’, zei Jezus.

Voor of tegen: de werkelijkheid wordt gesimplificeerd, het debat geweerd. Wie dicht bij de mensen van de straat wil staan, spreekt hun taal. In een enquête gepubliceerd door De Standaard werd gepeild naar het belang van kunst, en hoe kan dat beter afgewogen worden dan met geld? ‘Vindt u dat de overheid artiesten financieel moet steunen?’, luidde de vraag. Meer dan 63 procent, 4.180 bezoekers, antwoordde ‘neen’. Je kunt dan wel de taal spreken, maar als het onderwerp de andere koud laat, botert het gesprek ook niet. Daar sta je dan als cultuurminister nietje mond vol tanden en je ogen vol waterlanders, als het op cultuurparticipatie aankomt.

Zou het anti-intellectualisme ontstaan zijn na het vaststellen van de kloof tussen politiek en volk? Tussen maker en publiek? In een poging de toeschouwer en toehoorder terug te winnen? Met als gevolg dat het anti-intellectualisme de mensen wel laat horen en zien, maar het ‘weten’ verkettert. Rick De Leeuw kreeg van Het Nieuwsblad een multiple choice taak met tien cultuurvragen ter voorbereiding van zijn nieuw programma. ‘De man die zijn haar kort liet knippen’, noemde hij een film van Lieven Debrauwer. Keuze drie kon het in elk geval niet zijn ‘want Filip Kowlier is van nature kaal’, aldus een opmerkzame De Leeuw. Het zal je maar gebeuren dat je Johan Daisne kent, voor je het weet word je een intellectueel genoemd. De Leeuw haalde een score van vier op tien, daarmee zal hij het ongetwijfeld niet veel slechter doen dan ‘de gemiddelde Vlaming’. Gemiddeldheid is de standaard. Iedereen bereiken is een doel op zich geworden.

Alleen hoeft dat niet iedereen op hetzelfde moment op dezelfde manier te zijn. Er is niks verkeerd met Kris Verdonck, Lawrence Malstaf of Johan Simons in ‘De Rode Loper’ op te voeren. Net zoals de Helmut Lotti’s en Geert Allaerts op Canvas zinnige dingen kunnen zeggen. De splitsing tussen Canvas en Eén moet er geen zijn van high of low culture, maar wel van high of low treatment. En daarin bestaat geen middenweg. Cabaretier Theo Maassen oppert een interessante theorie. Volgens hem is het allemaal fout beginnen lopen met de uitvinding van de dubbelvla. Vroeger kon je een pak vanillevla en een pak chocoladevla kopen. Al naargelang je daar zin in had, kon je de twee volgens je eigen smaak mixen. Toen de dubbeldrank werd uitgevonden, werd de vla na proefsessies gemixt volgens de papillen van de grootste gemene deler, ‘speciaal voor jou’.

Cultuur is evenmin een dubbeldrank, probeer het dan ook niet zo aan televisiekijkend Vlaanderen te verkopen. Als de kijker zin heeft in een frisse pint die vlot doorspoelt, geef hem die dan. Heeft hij meer zin in een goed glas rode wijn waarvan hij lang kan genieten, gun hem dat dan ook

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

column
Leestijd 4 — 7 minuten

#102

15.06.2006

14.09.2006

Liv Laveyne