Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Danny Willems
In zijn nieuwe voorstelling nodigt Daniel Linehan negen performers uit om na te denken over hun eigen dansverleden. Wat is de betekenis van dans in iemands leven? Waarom kiest iemand ervoor om te blijven dansen? Waar begint en eindigt de dans? Het resultaat is een aanstekelijke viering van het plezier van dans en beweging die hier en daar toch ook een beetje gevangen zit in een te ‘letterlijke’ dramaturgie.
Net als in eerder werk hanteert Linehan in Kiss the one we are een archeologische blik. Montage for three (2009) was bijvoorbeeld opgebouwd rond de iconografie van ons collectieve beeldgeheugen. In het recentere Body of Work (2019) onderzocht de choreograaf dan weer zijn eigen dansverleden. Kiss the one we are is in zekere zin een verderzetting van dat biografische onderzoek waarin Linehan de blik dit keer naar buiten richt. Niet alleen naar de levens van een groep dansers, maar ook breder naar hoe dans en beweging ons allen verbindt met elkaar en met de wereld. De persoonlijke verhalen van de performers komen dan ook niet concreet aan bod in de voorstelling, maar vormen eerder de voedingsbodem voor een associatieve montage van beelden en scènes die allen gaan over de verbinding tussen dans en biografie, beweging en natuur, het individu en de wereld.
“Alles danst, lijkt Linehan te suggereren, en wij trillen mee.”
De onderliggende dramaturgie is die van het holisme, het filosofisch concept dat stelt dat elk geheel meer is dan de som van de delen. Zo is de natuur prominent aanwezig op scène. In de vorm van bomen bijvoorbeeld die omgekeerd van het plafond naar beneden hangen, emmers vol zand die de dansers op een bepaald moment over het hele speelvlak uitstrooien of objecten zoals stenen, takjes en schelpen die door de performers op sokkels geplaatst worden en die ze op een bepaald moment betrekken in hun dans. Ook in de kostuums zijn hier en daar organische vormen verwerkt, zoals lange slierten die uit het hemd van een performer lijken te groeien en die uitwaaieren als een verenkleed tijdens het dansen. Daarnaast komt ook de figuur van de cirkel, holistisch symbool bij uitstek, op verschillende manieren terug in de voorstelling. Alles danst, lijkt Linehan te suggereren, en wij trillen mee.
Heel concrete en meer abstracte invullingen van dit idee wisselen elkaar af. Zo maakt de openingsscène een heel letterlijke verbinding tussen dans en het pre-talige, viscerale en rituele. De performers staan, liggen of zitten in het halfduister verspreid over het speelvlak. Ze kijken naar een vuurtje dat brandt in het midden van een cirkel op de grond. Behalve het zachte knetteren van het vuur is het stil. Tot een van hen een instrument vastneemt en in een steeds sneller tempo een ritme slaat terwijl hij kreten uitroept die van diep in zijn lichaam lijken te komen. Wanneer het weer stil wordt, begint een andere performer te dansen. Ze trekt een tweede mee in haar bewegingen, en dan nog een en nog een, tot alle dansers in haar dans betrokken zijn, als één lichaam dat geleidelijk groeit. Het is alsof de performers bewogen worden door de dans en niet omgekeerd: ze worden opgetild, getrokken, geduwd. Het geheel is vloeibaar, bijna plakkerig, teder en intiem.
Waarom dansen we? Omdat het ons verbindt met een bepaalde energie. Dat primaire, zinnelijke plezier van (kijken naar) dans traceert Linehan doorheen de tijd. Het ene moment vormen de dansers al zingend een kring en trekken ze met hun voeten een cirkel in het zand alsof ze een ritueel uitvoeren. Het volgende moment klinken de beats van Björks ‘Big Time Sensuality’ door de boxen en wordt de scène een dansvloer in een club of bar. In een andere scène gaat een van de performers met een kinderlijk enthousiasme helemaal op in een nummer uit zijn jeugd terwijl hij aangemoedigd wordt door de rest van de groep. De voorstelling maakt zo heel mooi het verlangen voelbaar dat in ieder van ons schuilt om op te gaan in iets anders: in de roes, in elkaar, in de beweging.
Dat er daarbij geregeld teruggegrepen wordt naar een bijna ritualistische iconografie is misschien onvermijdelijk, maar zorgt er ook voor dat sommige beelden te gedetermineerd zijn, hoe sober de scenografie ook is. Wanneer de performers door een steen of een takje in de hand te nemen plots bewogen worden om een stukje te dansen, voelt dat als een te letterlijke invulling van het idee dat dans ons verbindt met de wereld om ons heen. Kiss the one we are is voor mij het mooist op die momenten waarop de dans voor zichzelf mag spreken. De eindscène is in die zin een pareltje. Op de mooie muziek van Christophe Rault maken de dansers samen een soort van menselijke draaikolk die doet denken aan foto’s van sterrenstelsels of satellietbeelden van stormen en tornado’s. Eindeloos draaien ze rond terwijl ze zich afwisselend van de buitenkant naar de kern van de draaikolk bewegen. Ondertussen raken ze teder elkaars gezichten aan, trekken ze elkaar dicht naar zich toe en duwen zich van elkaar af in een soort echo van de openingsscène. Een helder en poëtisch beeld dat nog lang natrilt.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.