Troje, Lazarus voor beginners – Lazarus en studenten
Kilometers maken in het oude Griekenland
Simon Knaeps
Kiana Porte transformeert zichzelf in Mag ik alstublief mijn schorpioenendans voor u doen? met een intimiderende rust tot een moeder die zwelgt in zelfmedelijden. Porte zet een vrouw neer die weet wat ze doet: ze toont de kant van zichzelf en het verhaal waarvan ze wil dat wij die kennen. Ze verliest het publiek nooit uit het oog, alsof ze lijkt te zeggen ‘Waag het niet geen medelijden met mij te hebben, of mij in vraag te stellen.’
We zitten in het donker. Er klinkt stil gehijg. Of het van genot of uit pijn voortkomt is nog niet te onderscheiden. Maar het voelt eerder comfortabel dan dat het ongemak teweegbrengt. In een kale ruimte, zit Porte met blote benen en een grote ouderwetse maar elegante t-shirt aan een tafel. In deze monoloog speelt ze Tanja, een moeder die afziet. Ze is zo geloofwaardig als vrouw van middelbare leeftijd, dat je haast zou vergeten dat ze nog maar een jonge actrice is. Ze kiest voor een specifiek taalregister: in verstaanbaar maar niet te duiden dialect spreekt ze ons direct aan. Ze kijkt onverschrokken het publiek in. Ze lijkt te genieten van onze aanwezigheid. Zonder schroom doet ze de ene na de andere plompe bekentenis. Zo vertelt ze over haar vriend Olivier en hoe die haar ten huwelijk heeft gevraagd. Voor we het weten zijn we verwikkeld in het verleden én het heden van haar leven. Het universum waar we een glimps van krijgen spreekt tot de verbeelding. Ondanks de kale enscenering had ik het gevoel bij Tanja in de living te zitten.
“Het personage Tanja belichaamt zelfmedelijden in al haar schakeringen.”
Al snel blijkt dat het leven van Tanja zwaar is. Ze is hulpbehoevend, dankbaar voor de hulp die ze krijgt, maar toch nog hongerig naar meer. Ze vertelt over allerlei pogingen die ze al ondernam, maar elke anekdote eindigt in mineur. En net zoals waarover ze vertelt, vertelt ze ook. Ze begint telkens hoopvol en vertelt vervolgens zoveel details dat ze de afloop van het verhaal lijkt te willen uitstellen. ‘Ik maak aanstalte’, begint ze op een bepaald moment. En die onaffe zin vat de tragiek treffend samen. Het gaat niet over wat ze van plan was en wat er dus niet lukte. Dit is het niet lukken, de kern van haar ongeluk. Ze doet tekort aan iedereen en zichzelf, maar ze is zich er bewust van. En ze heeft het toch maar weer geprobeerd. Door dit herhaaldelijk te zeggen lijkt ze het falen toch te proberen goedmaken.
Het personage Tanja belichaamt zelfmedelijden in al haar schakeringen. Dat blijkt uit haar woorden en de manier waarop ze die zegt. Het lijden zit in hoe haar benen staan, haar handen bewegen, hoe ze traag zichzelf aanraakt. De voorzichtige lach rond haar lippen, het knikje van haar hoofd: elke millimeter is getransformeerd. Wanneer Tanja zich verplaatst, neemt ze daar haar tijd voor. Zo mogen we bijvoorbeeld kijken naar haar poging om weer op de stoel terecht te komen. Dat deze scène begeleid wordt door het nummer La Llorona van Chavela Vargas, maakt dat het niet lukken tot de eigenlijke kunst wordt verheven.
In een volgende fase belandt Porte op de stoel op de tafel. De kamer kleurt paars en plots zit er iemand jong en soepel en Brits voor ons. Porte imiteert vermoedelijk prinses Diana en laat ook hierin het niet lukken schaamteloos doorschemeren. Onder Diana’s typerende beleefdheid is de vermoeidheid die gepaard gaat met moederschap voelbaar.
Het gekreun keert terug en nu blijkt dat het van pijn voortkomt. Dit is het begin van een van pijn doordrenkte vertelling over Tanja’s bevalling die wordt opgebouwd tot de knip van de navelstreng. Dit lijkt meteen de verklaring te zijn van de onoverbrugbare afstand tussen haar en haar dochter waar ze zegt van af te zien, maar niet in staat is zelf een tegemoetkoming te doen. Hoe vaker ze zegt dat ze haar kinderen graag ziet, hoe meer je voelt dat het over zichzelf gaat. Het feit dat de voorstelling over een moeder-dochterrelatie gaat, maar dat de dochter zo goed als afwezig is en we geen beeld van haar krijgen doorheen de hele vertelling, spreekt boekdelen. Ze houdt van haar dochter zolang het haar dochter is. Wie die dochter geworden is, dient haar niet meer en daar ziet ze van af.
Naar het einde toe benoemt Porte met een slimme zin de olifant in de kamer. Tania wordt gebeld door haar dochter, met de vraag of zij haar zou mogen spelen. Tania is dus gebaseerd op haar eigen moeder maar dit maakt het alles behalve een autobiografisch relaas. Omdat ze het verhaal niet vanuit haar persoonlijk perspectief vertelt. Ze kijkt door de ogen van haar moeder als een onafhankelijk personage. De gedetailleerde vertolking en vertelling verraden dat het personage het gevolg is van een jarenlange observatie. Het komt niet aan als een verrassing maar wel als een cadeau om te mogen weten waar dit intieme portret vandaan komt.
Porte lijkt in haar rust en concentratie alles aan te kunnen; ze speelt comfortabel in op onze aanwezigheid. Haar onverschrokken blik is innemend. We storen haar niet, integendeel. De liefde van Porte voor het personage is een prachtig antwoord op de hulpreketen van de vrouw die ze neerzet. Deze parel van een voorstelling is een troostend portret dat barst van de liefde.
Deze tekst werd geschreven in kader van de Summerschool Kunstkritiek van Etcetera en rekto:verso. De andere teksten vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.