‘Jules en Alice’ (NTG) – Foto Luk Monsaert

Paul Demets

Leestijd 3 — 6 minuten

Jules en Alice

door het NTG

Theater dat ook maar een schijn van realisme vertoont, daar hebben de Vlaamse repertoireregisseurs het nog altijd moeilijk mee. Tom Lanoye zegt daarover in Het spiegelpaleis van Hugo Claus, gepubliceerd naar aanleiding van het Amersfoortse festival dat aan de Meester gewijd was: “Ik zie dat nu zelf met de regie van mijn stuk Blankenberge (1991); men zou dat moeten spelen boven of iets onder die realistische toon; maar helaas, men ziet dat niet in (…) je kunt beter schrijven over een melaatse neger in New York die zich lyrisch uitlaat over de existentie… Dan vragen zij zich af hoe dat gespeeld moet worden. Schrijf iets over een Vlaamse man, baf, zij zullen u vertellen hoe het moet.”

Eddy Vereycken, die in het NTG Bij Jules en Alice als seizoensopener regisseerde, is te zeer een geestesverwant van Tom Lanoye om zoiets te laten gebeuren. Waar Lanoye zijn uiterste best doet om van zijn stuk eerder mythologie dan huiskamer-realisme te maken, laat Vereycken zijn acteurs een verhevigde acteerstijl hanteren. Maar het blijft een verhaal dat op de scène wordt gezet.

Tom Lanoye is een meester van de groteske. Hij is een vakman in het uitspinnen van kleinburgerlijke, Vlaamse situaties. Door zijn stijl van beschrijven laat hij niet alleen de kleine, komische kantjes zien, maar laat hij de situaties ook uitrafelen tot de tragiek van de gewone man bloot komt te liggen, en maakt hij er een stukje mythologie binnen vier muren van.

Het maakt de kracht uit van zijn verhalenbundel Een slagerszoon met een brilletje (Bert Bakker, 1985). Het verhaal Bij Jules en Alice vertoont in die bundel al een dramatische spanning vooral door de talrijke perspectiefverschuivingen en flashbacks. Het is het verhaal van twee mensen van middelbare leeftijd die elkaar nog graag zien, maar dat niet meer kunnen uiten. Wanneer dat dan toch gebeurt, lijkt dat zo onecht dat Jules zichzelf van de fysieke mogelijkheden berooft om zijn Alice nog graag te zien. Toen Tom Lanoye Bij Jules en Alice vorig jaar voor het toneel bewerkte, heeft hij die structuur behouden. Hij bewaarde de inhoud, maar voegde een heel aantal expliciterende passages toe. In plaats van de theatraliteit te versterken, wekken zij een indruk van overbodigheid. Gebaldheid maakt plaats voor herhalingen en haperingen in het ritme. Ik blijf Lanoye een uitstekend verhalenschrijver vinden, maar in zijn werk van langere adem, zijn theaterstukken en zijn romans, loop je toch wat verloren.

Het is niet gemakkelijk voor een regisseur om een stuk dat geen strakke structuur bezit compact op de scène te zetten. Een gedreven ritmiek kan dan een oplossing zijn. En Eddy Vereycken trekt de touwtjes bij momenten goed aan, maar kan niet verhinderen dat de expliciterende scènes soms de ritmiek uit de voorstelling halen. Het volkse huwelijksfeest van Jules en Alice, dat herinnert aan een gelijkaardige scène in Alles moet weg is daar een voorbeeld van. Toch moeten we het toegeven: men is in het NTG op zoek naar een andere, directere theatertaal en acteerstijl. Dat is onmiskenbaar de stempel van Hugo Van den Berghe die zich hier laat voelen. We kunnen dat alleen maar toejuichen.

In Bij Jules en Alice wordt die directheid uitgedrukt in de opbouw van de scène en de positie van het publiek. Het decor is opgebouwd langs een zijwand van NT2-Minne-meers, en laat de uitvergroting zien die we ook in Eddy Vereyckens acteursregie terugvinden. Het realisme wordt onmiskenbaar doorbroken door wat decorbouwer Andreas Szalla met de Vlaamse huiskamer gedaan heeft: het bloemetjesbehang is te groot, net zoals de diepvrieskast waarin Jules teelballen liggen te glimmen, de deurtjes waardoor de acteurs verdwijnen en waarachter de buren hokken, zijn dan weer te klein. Wanneer de deurtjes openklappen, krijg je een poppenkast van roddels, geruchten en bekrompenheid te zien. Omdat de deurtjes zo onverwacht open- en dichtzwaaien, heb je het gevoel dat de buren constant meeluisteren. De muren hebben oren. Maar er zijn meer van die uitvergrotingen: de autowrakken, en de lijkwagen die dienst doet als ziekenhuis.

Het publiek zit daar zeer dicht bij, en dat versterkt het gevoel van betrokkenheid als buren die op een ongewenst ogenblik komen binnengluren. Als toeschouwer word je binnengelokt, maar je krijgt door de acteerstijl het deksel op de neus. Vereycken vermijdt de psychologisering en de moralisering door het realisme hilarische trekjes mee te geven. Walter Moeremans en Magda Cnudde neigen in hun rauwe acteerstijl naar het hyperrealisme, dat desondanks toch emotionaliteit opwekt. Het acteren van de buren is eerder karikaturaal, waardoor je als toeschouwer voortdurend gedwongen wordt je aan de acteerregisters aan te passen. Eddy Vereycken probeert daarmee vaart in de enscenering te brengen, en creëert daardoor een soort afstandelijke betrokkenheid, die culmineert in de centrale neukscènes tussen Jules en Alice. Hij zet daarmee ook de toon van de voorstelling: het is zo schokkend dat je soms het hoofd wil afwenden, maar je moet meekijken om niet tegen de muur te lopen. We maken immers allemaal deel uit van één of andere huiskamermythologie.

Bij Jules en Alice

van Tom Lanoye,

door het NTG in NT2-Minnemeers.

Regie: Eddy Vereycken.

Met Walter Moeremans, Magda Cnudde, Eddy Spruyt, Blanka Heirman, Mark Van Den Bos, Chris Thys, Mark Willems, Els Magerman en Pjeroo Roobjee.

Gezien op 28 september 1991.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#36

15.12.1991

14.03.1992

Paul Demets

Paul Demets (1966) is dichter, vertaler en publicist. Hij werkt aan een biografie van Paul Snoek, schrijft over podiumkunsten en literatuur voor Ons Erfdeel en bespreekt poëzie voor De Morgen.

recensie