‘Kicking the dead in 31 short episodes (or less or more)’ © Jonas Verbeke

Ciska Hoet

Leestijd 11 — 14 minuten

Jongleren met feit en fictie

Waarom de Libanese mediakunstenaar Walid Raad zijn publiek een rad voor de ogen draait

De in de VS wonende Libanese kunstenaar Walid Raad (52) staat erom bekend een listig spel te spelen met feit en fictie. Bovendien valt tussen de regels van zijn werk door scherpe maatschappijkritiek te ontwaren op het westerse kapitalisme en neokolonialisme. Maar meer nog toont Raad aan hoe vruchteloos het is om de werkelijkheid te willen vatten binnen een lineair en logisch verhaal.

Het blijft een van de meest memorabele momenten van het vorige podiumseizoen. ‘What the f**ck just happened’, fluistert iemand achter me verbouwereerd nadat Walid Raads Preface to the Seventh Edition is afgelopen. In deze performance spelen feit en fictie dan ook zodanig vernuftig verstoppertje met elkaar dat een deel van het publiek in deSingel enigszins verdwaasd achterblijft.

Al vanaf het begin vraag je je af of je op het verkeerde been wordt gezet. In plaats van dat je een voorstelling te zien krijgt, leidt programmator Karlien Meganck een lezing in. En dat is ook exact wat je vervolgens te zien krijgt: een uur lang staat Walid Raad vooraan op het podium in onopvallende plunje met achter hem op groot scherm een powerpointpresentatie. Maar kocht je geen kaartje voor een podiumproductie? En waar zit dan de artistieke geste?

Raads uiteenzetting begint bij de kunsthogeschool waar hij werkt, de Cooper Union in New York. Geanimeerd vertelt hij hoe het bestuur van de school zich mispakte aan het kapitalisme, op de beurs speelde en tijdens de bankencrisis van 2008 grote verliezen boekte waardoor de Cooper Union voor het eerst in haar bijzondere geschiedenis inschrijvingsgeld moest vragen aan haar studenten. Via het relaas over de gebouwen van de school komt Raad vervolgens uit bij protagonisten in de strijd om het hoogste en meest megalomane gebouw ter wereld: vastgoedmogols, rijke architecten en andere figuren die samen de 1 procent uitmaken. Oké, denk je dan, dit is een verhaal over macht en corrumpering. Dit kennen we.

‘Kicking the dead in 31 short episodes (or less or more)’ © Jonas Verbeke

Maar dan begint de achtbaanrit. Raad springt in ware TedX-stijl fluks van het ene topic naar het andere. Continu laat hij namen en data vallen en op het scherm verspringen de powerpointbeelden in een tempo dat je maar net kunt bijbenen. Heel zijn aanpak lijkt te communiceren dat hij de waarheid vertelt, maar terwijl je probeert om alle stappen die hij neemt in je hoofd te ordenen, voel je aan dat er iets niet klopt. Mede dankzij zijn meesterlijk gladde overgangen is het echter onmogelijk om aan te wijzen waar de feiten verglijden in fictie. Intussen galoppeert Raad voort. Via een toelichting bij het werk dat hij maakte onder de noemer The Atlas Group, komt hij uit bij het Louvre in Abu Dhabi en voor je het weet vertelt hij over vroeg-twintigste-eeuwse Arabische schilderijen die… En dan volgt er iets over spiegels en kunstwerken die hun reflectie kwijtraken. Iets onbegrijpelijks quoi. Kortsluiting bij het publiek. Wie tot dan toe nog bereid was te geloven dat Raad inderdaad een gewone lezing stond te geven, weet dat dit niet waargebeurd kan zijn. Opeens moet je je wel afvragen of er überhaupt wel íéts klopte van alles wat hij zonet vertelde.

Die crux bereikt een hoogtepunt wanneer Raad zijn presentatie afrondt met de mededeling dat er tijd is voor vragen vanuit de zaal. Ondanks de magische elementen in zijn verhaal, blijft Raad zelf zodanig vasthouden aan de genreconventies dat het publiek blijkbaar niet anders kan dan die conventies te bestendigen. Er gaan alleszins enkele handen de lucht in. Eerst informeert er iemand naar hoe Raad zijn functie als docent invult. Maar dan durft iemand het aan om te vragen hoe het nu precies zit met die schilderijen en de spiegels. Want dat was nog niet helemaal helder. Met uitgestreken gezicht geeft Raad een antwoord dat qua lengte en intonatie dan wel logica mag impliceren maar waar je inhoudelijk opnieuw geen touw aan kunt vastknopen. De vragensteller kijkt even niet begrijpend naar zijn buurman maar verderop in de zaal gaat er alweer een andere hand de lucht in voor een volgende vraag. Raad beantwoordt ook die, ontvangt het applaus en verdwijnt in de coulissen. What the f**k just happened? Inderdaad.

‘Kicking the dead in 31 short episodes (or less or more)’ © Jonas Verbeke

Schilderijen met een eigen wil

Preface to the Seventh Edition maakt deel uit van een divers oeuvre dat bestaat uit installaties, video’s, collages en performances. Raad bouwde dat oeuvre uit vanuit de VS waar hij sinds 1983 woont. De kunstenaar ontvluchtte de Libanese burgeroorlog op zijn zestiende in zijn eentje, maakte zijn middelbare school af in de VS en studeerde er fotografie. Vervolgens verdiepte hij zich in Midden-Oosten-studies om zich definitief als kunstenaar te ontwikkelen. Zeker sinds Documenta XI in 2002 mag hij zich internationaal vermaard noemen, een status die hij in 2015 bezegelde met een solotentoonstelling in het MoMA.

“Kortsluiting bij het publiek. Wie tot dan toe nog bereid was te geloven dat Raad inderdaad een gewone lezing stond te geven, weet dat dit niet waargebeurd kan zijn.”

Preface to the Seventh Edition behoort tot zijn recente werk en bevat heel wat elementen uit Kicking the Dead in 31 Short Episodes (or Less or More). Raad presenteerde deze uitgebreidere lecture-performance met expositie in 2017 al op Nextfestival in Buda en herhaalde ze dit jaar onder de noemer Les Louvres and/or Kicking the Dead voor zijn solotentoonstelling Let’s Be Honest, the Weather Helped in het Stedelijk in Amsterdam.

Ook Les Louvres and/or Kicking the Dead begint met een ogenschijnlijk traditionele lezing boordevol informatie over kunst, macht en geld en ook deze keer zoomt hij in op de Cooper Union en Amerikaanse bouwwoede. Alleen krijgt het Louvre in Abu Dhabi een nog grotere rol. Raad vertelt niet alleen over het miljoenencontract dat Abu Dhabi met Parijs afsloot om de naam Louvre te mogen gebruiken, hij belicht zijdelings ook de arbeidsomstandigheden van de vele honderden bouwvakkers die er in de hitte aan het indrukwekkende gebouw moeten werken. Koloniale machtsverhoudingen werken tot op vandaag door, weet je dan. Maar ook hier kiest Raad niet voor een journalistieke politieke analyse. Niet alleen belicht hij de bouwarbeiders via een bizar verhaal over zweet en een databank die de urine van de 7.000 werkers verzamelde. Er zijn opnieuw allerlei bizarre zaken aan de hand. Gestoffeerd met beelden van heftrucks die houten kisten vervoeren door lange gangen, vertelt Raad hoe er objecten uit de afdeling Islamitische Kunst vanuit Parijs aan Abu Dhabi werden uitgeleend. Alleen blijkt bij aankomst dat enkele artefacten er totaal anders uitzien dan bij hun vertrek. Ze hebben immers hun gezicht geruild (‘face-swapped’) en bovendien zijn ze hun schaduw kwijt. Enkel door een nepschaduw te schilderen, kan hun echte schaduw terug verschijnen. Oink?

In tegenstelling tot bij Preface is er aan de meer uitgebreide lezingen in Buda en het Stedelijk een aanpalende kleine tentoonstelling gekoppeld waar Raad zijn publiek heen leidt (in Amsterdam maakte die zaal op haar beurt als een Russische pop deel uit van de grotere tentoonstelling). Op een muur met kleurig behangpapier plakken de hoofden van allerlei protagonisten uit Raads verhaal, en wat verderop zijn de objecten te zien met zowel hun geschilderde nepschaduw als de echte schaduw. ‘Zie je het, zie je het!’, roept Raad haast in overdrive uit terwijl hij allerlei banden benoemt tussen rijke investeerders, dure architecten, westerse politici en sjeiks. Vervolgens loodst hij de groep naar houten kisten en panelen met daarop de afbeeldingen van schilderijen. Volgens Raad behoren ze toe aan een curator uit de Emiraten die jarenlang geprobeerd heeft om een aangekochte collectie schilderijen en tapijten terug te sturen naar Europa. Alleen keerden ze telkens op mysterieuze wijze vanzelf weer terug. Enkel door hun afbeeldingen als ‘omgekeerde magneten’ of spiegels op hun kisten te schilderen, bleven ze definitief weg.

Het is precies door de koppeling aan de tentoonstelling dat er bij Kicking en Les Louvres minder vertwijfeling te zien is op de gezichten van de toeschouwers. Hoewel Raad evengoed met uitgestreken gezicht in zijn rol blijft en hij je hersenen wel degelijk doet kraken, zijn de magische elementen dit keer zo ostentatief aanwezig dat je ze onmogelijk kunt missen. Wie de kans had om de grotere tentoonstelling in het Stedelijk te bezoeken, kreeg bovendien extra sleutels in handen tot de vele betekenislagen die in zijn werk vervat zitten.

‘Kicking the dead in 31 short episodes (or less or more)’ © Jonas Verbeke

The Atlas Group

Een oppervlakkige wandeling door de zalen van het Stedelijk geeft zicht op een kunstenaar die zich ogenschijnlijk van evenveel materialen als stijlen bedient. We zien video’s, installaties, collages, muurschilderingen en foto’s die op het eerste gezicht weinig gemeenschappelijks hebben. Het is pas wanneer je de tijd neemt om de foto’s en collages rustig te bestuderen en de onderschriften te lezen, dat niet alleen duidelijk wordt dat dit het werk is van één auteur, maar ook dat de onderlinge verbanden tussen zowel ouder als nieuw werk oplichten.

“Zijn werk is én traumakunst én canonkritiek én humoristisch én een afrekening met de uitwassen van het kapitalisme en scheefgetrokken geopolitieke verhoudingen.”

Naast de installaties die aan bod komen tijdens zijn performance, is er bijvoorbeeld het bekende werk Let’s Be Honest, the Weather Helped (1998/2006) te zien. Raad nam de zwart-witfoto’s van gebouwen en straten in Beiroet tijdens de burgeroorlog en plakte er later kleurige stippen op die doen denken aan het werk van de Amerikaanse conceptuele kunstenaar John Baldessari. Maar waar laatstgenoemde rondjes plakte op de gezichten van mensen, refereren de stippen bij Raad aan een rauwe realiteit. Elk kleurig bolletje staat voor een kogelgat. De kunstenaar verzamelde de kogels als tiener en ontdekte later dat ze gemarkeerd zijn met een kleur die op hun beurt terug te brengen is naar het land waar ze vervaardigd werden. Naar aanleiding van de tentoonstelling vertelde Walid Raad in mei nog aan De Groene Amsterdammer dat de gekleurde stippen op de foto’s op die manier onder meer verwijzen naar landen als Zwitserland, Egypte en België. Meteen wordt duidelijk hoe beladen deze beelden zijn. Idem dito voor een serie die wat verderop hangt. Het bijschrift leert dat het om pagina’s gaat uit de agenda van de vader van Raad. Daarin hield hij de mortieraanvallen bij, net als de val van de Libanese munt en de prijsstijging van de bouwmaterialen. De foto’s en documenten zijn niet alleen stille getuigen van bruut geweld, ze geven blijk van een verwoede poging om te verzamelen en te ordenen, en dus om greep te krijgen op de omringende werkelijkheid. Daarmee vormen ze typische exponenten van het werk dat Raad maakte onder de noemer The Atlas Group.

Het was onder die naam dat Raad eind jaren negentig aan bekendheid won. Hij schoof de groep naar voren als een collectief dat de geschiedenis van Libanon documenteerde. Hun werk bestaat uit een archief van documenten, beelden en foto’s. Elk document is zorgvuldig voorzien van data en een bron. Zo is er de historicus Dr. Fadl Fakhouri, die instaat voor een groot deel van de collectie. Bekend zijn de schriftjes waarin hij uit kranten geknipte foto’s plakt van paardenraces. De gele pagina’s geven zicht op de wekelijkse gokgewoonte van Fakhouri en zijn collega’s.

In druk neergekrabbeld schrift staan de duur en de lengte van de race ernaast. Alleen voegt hij er telkens wel een heel gekke beschrijving van de winnaar bij. ‘What mattered to her most was to avoid anything that might be reminiscent of empathy’, lezen we bijvoorbeeld. Of: ‘He is a man who presented himself as God-fearing, strict in his personal habits, a teetotaller and a vegetarian’. Het bijschrift vertelt bovendien dat de historici niet gokken op de winnaar van de race, maar wel op hoe accuraat de foto het moment capteert waarop het paard over de finish komt.

Hebt u weer een klein ‘what the f**ck’-momentje als u dit leest? Terecht. De hele Atlas Group is immers fictief, Fakhouri bestaat niet en hoewel heel wat foto’s en beelden daadwerkelijk uit kranten of andere ‘echte’ media komen, blijken hun data of meegegeven context niet te kloppen.

In het artistieke archief dat Raad aanlegde onder de noemer Atlas Group liggen alle elementen vervat die zo kenmerkend zijn voor zijn kunst. Niet gespeend van enige humor opent hij nieuwe perspectieven op de werkelijkheid door feit en fictie slim in elkaar te laten overvloeien. Daarbij boogt hij telkens op de status en autoriteit die we toekennen aan instituten, genres en media. Typerend aan het gokschriftje van Fakhouri is dat op de foto’s nooit het exacte moment te zien is waarop het paard over de finish komt. Telkens werd er een paar seconden te vroeg of te laat afgedrukt. Het is een mooie allegorie voor Raads eerste liefde: de fotografie, het medium waarvan we met z’n allen nog steeds zo graag geloven dat het de waarheid objectief vastlegt. Met een knipoog naar de bekende ‘objectieve’ foto’s van het galopperende paard van Muybridge toont Raad aan dat ook de fotografie gedoemd is onrecht te doen aan de eigenlijke ervaring. Evengoed legt hij de macht van de beschrijving bij het beeld bloot. De foto is als bron niet alleen de facto partieel, binnen een andere context kan ze ook heel wat andere, nieuwe betekenissen krijgen.

Ook de autoriteit die we aan het archief toekennen, weet Raad slim in te zetten. Net zoals het publiek bij Preface hardnekkig blijft geloven dat hij een informatieve lezing geeft, vinden veel kijkers het moeilijk om afstand te doen van het waarheidsgehalte van het archief. Vanaf het prille begin van zijn project heeft Raad aangegeven dat de Atlas Group fictief is maar tot op vandaag blijft het voor veel mensen onduidelijk wat het statuut er nu precies van is. Daarmee legt hij laconiek bloot hoe makkelijk we meestappen in verhalen wanneer ze van een autoriteit worden voorzien: een naam van een historicus, de krant als drager van juiste informatie, foto’s als bewijs van echtheid enzovoort. Fake news avant la lettre. Tegelijkertijd deconstrueert hij dit soort van bronnen door erop te wijzen dat er telkens een onmogelijkheid schuilt in de wens om iets te willen vastleggen, net zoals hij blootlegt dat de geschiedenis er heel anders uitziet als we er andere stemmen over aan het woord laten. Dat hij Fakhouri inzet als bron mag overigens gerust gelezen worden als een spel met de lacunes van de canon die in het Westen werd vastgelegd en dus met de gebrekkige kennis die hier heerst over het Midden-Oosten. De meeste westerlingen hebben er geen idee van of er een bekende Libanese historicus bestaat met die naam.

Grappig en scherp

Het hoeft geen betoog dat Raads fascinaties gelinkt kunnen worden aan zijn biografie. De kunstenaar groeide op te midden van een sektarische oorlog tussen soennieten, sjiieten en maronitische christenen, waarbij Palestijnse, Israëlische, Syrische, Amerikaanse en Franse strijdkrachten betrokken waren. Bovendien merkte hij als jongvolwassene in de VS niet alleen hoe vertekend het beeld is dat er in het Westen bestaat van zijn thuisland, ook moest hij het wat de status van Libanon betrof, rooien met fragmentarische informatie op basis van media en korte contacten met achtergebleven familieleden. Waar hij als tiener de ongrijpbaarheid ervoer van politieke verhoudingen en het geweld dat ermee gepaard ging, moest hij als jongvolwassene opnieuw vaststellen dat de waarheid zich niet laat vastpinnen.

Sinds een jaar of tien heeft Raad onder de noemer Scratching on Things I Could Disavow de focus op het archief en de geschiedenis van Libanon grotendeels verruild voor het thema van de kunsten zelf. Hij belicht met name de relaties die het Midden-Oosten en het Westen op dat vlak met elkaar aangaan. De hogervermelde lecture-performances kunnen binnen dat kader gesitueerd worden. Net als bij het werk van de Atlas Group levert Raad ook hier ideologiekritiek zonder te vervallen in het journalistieke of het pamflettaire. Ook nu doet hij dat door te spelen met feit en fictie. Waar hij zich voorheen bediende van de autoriteit van het archief, gebruikt hij dit keer à la Duchamp de status van instituten als musea en kunstinstellingen. Want ook zij leveren een geloofwaardigheid waar we als toeschouwer moeilijk afstand van doen.

In het Stedelijk doet hij dat het opvallendst door een zaal vol te hangen met doeken die met hun voorkant naar de muur hangen. Op die achterkant staat het werk afgebeeld van Marwan Kassab-Bachi, kortweg Marwan, de Syrische schilder die in Duitsland leefde en in 2016 overleed. Hij exposeerde nooit in het Stedelijk maar Raads bijschrift vertelt dat hij de werken ontdekte in het depot van het museum. Grappig en tegelijkertijd scherp verleent Raad op die manier zijn kritiek op de lacunes in de canon die in onze musea mee gecreëerd en bestendigd wordt.

‘Kicking the dead in 31 short episodes (or less or more)’ © Jonas Verbeke

Maar dus: what the f**k happened? De eerste keer dat ik een lecture-performance van Raad bijwoonde, probeerde ik als een gek alles te noteren wat hij zei. Zodra ik thuis was, googelde ik alle feiten in de hoop om zo mijn vinger te kunnen leggen op waar de waarheid en de leugen precies schuilen in zijn betoog. Niet alleen vroeg ik me halverwege die oefening ironisch genoeg af of de informatie die ik online vond wel betrouwbaar was, mijn zoektocht was vooral naast de kwestie. Misschien hield Raads vader helemaal geen agenda bij waarin hij opschreef welke bommen er vielen. En misschien werden de naïeve vragenstellers uit het publiek in deSingel wel door Raad geïnstrueerd om hun hand op te steken zodat de verwarring alleen maar groter zou worden. Het doet er allemaal niet toe. Want soms is fictie een beter middel om ervaringen te duiden dan dat een beschrijving van de feiten dat is.

De manier waarop Walid Raad als de Atlas Group de Libanese oorlog in kaart brengt, mag dan wel verzonnen elementen bevatten, het is precies die fictie die wellicht het beste de waanzin en de absurditeit evoceert van het geweld in de regio. Net zo goed kun je opmerken dat artistieke objecten niet van gezicht kunnen wisselen, maar het is ook niet moeilijk om in te zien dat we oneer doen aan kunstwerken door ze te reduceren tot handelswaar binnen geopolitieke onderhandelingen. Net zoals dat ze een stuk van hun ziel verliezen door hen lukraak binnen andere contexten neer te planten. Wat dat betreft klinkt er in Raads narratief een echo van de discussies die op onze bodem gewoed hebben naar aanleiding van de renovatie en hernieuwing van het Afrika-museum in Tervuren. Alleen voegt Raad vele lagen toe aan die ideologiekritiek. Zijn werk is én traumakunst én canonkritiek én humoristisch én een afrekening met de uitwassen van het kapitalisme en scheefgetrokken geopolitieke verhoudingen.

Veel meer nog dan dat Raad de onmogelijkheid thematiseert om ervaringen in woord en beeld te vatten, is zijn werk een allegorie voor de werkelijkheid zelf: telkens als je denkt dat je alles kunt aanwijzen en duiden, blijkt er toch nog iets te zijn dat aan je ontsnapt. Op die manier breekt hij de geest van de toeschouwer open en legt hij bloot hoe doordrongen we zijn van de aristotelische drang naar lineariteit, doelmatigheid en de wens om onze ervaringen terug te brengen tot één groot, leesbaar narratief. Walid Raad weet als geen ander hoe ijdel die drang is.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 11 — 14 minuten

#159

15.12.2019

14.03.2020

Ciska Hoet

Theaterwetenschapper Ciska Hoet is directeur van RoSa, kenniscentrum voor gender en feminisme. Daarnaast is ze freelance-cultuurjournalist bij onder meer De Morgen. Ze maakt deel uit van de kleine redactie van Etcetera.