Jef De Roeck

Leestijd 4 — 7 minuten

Jef De Roeck

Omdat de avond valt over het Donaudal, rijd ik een stadje in, waar wel een Zimmer frei zal te vinden zijn.

Door een smal straatje, met een doorgang zo nauw dat de auto aan beide kanten bijna tegen de muren schuurt, klimmen we naar een plein, de Stadtplatz. Rondom beschilderde huisgevels, een torentje, in het midden een standbeeld met een fontein.

Tijdens het avondeten ontdek ik in een toeristische folder dat Grein het oudste stadstheater in Oostenrijk bezit. Dat moet ik ‘s anderendaags zien. Het gaat pas om half elf open. In afwachting wandelen we de heuvel achter het hotel op, naar de Greinburg. Het binnenplein van het slot is een verrassing: drie verdiepingen met bogen en galerijen omsluiten het; gelijkvloers groeit wilde wingerd langs de zuilen en arcaden; er is een fontein en een oude waterput met een emmer aan een katrol. Dit Arkadenhof en de ridderzaal vormen het decor voor concerten en operavoorstellingen tijdens de Österreichische Donau-Festwochen. Om half elf staat een oudere dame, sleutels in de hand, aan de ingang van het stadstheater te wachten op eventuele bezoekers. Het gebouw ligt aan de Stadsplatz, maar dat had ik de avond tevoren niet gezien. Het heeft overigens niet het uitzicht van een schouwburg. Op de gevel staat een opschrift geschilderd: Altes Rathaus 1563. Daar begint het verhaal van de gids.

In vroegere tijden moesten de schippers in Grein een beroep doen op loodsen. De scheepvaart op de Donau werd hier bemoeilijkt door Strudel und Wirbel: rotsen in de stroom veroorzaakten draaikolken. De schepen legden aan en voeren dan verder met een loods. In 1468 verleende hertog Sigmund aan Grein een wapen. Dat stelt een loods op een scheepje voor. Het hangt in het theatertje boven het toneel en aan het middenbalkon. Grein, dat nu niet meer dan 2 900 inwoners telt, werd voor het eerst in een oorkonde genoemd in 1147 en is stad sinds 1497. De hertogen van Saksen-Coburg-Gotha (wie zijn vaderlandse geschiedenis kent, herinnert zich de herkomt van de eerste koning der Belgen) waren eigenaar van de Geinburg. De prins die het thans bezit, is verwant met de Zweedse koning en het Britse Hof. Koningin Victoria was medeëigenaar van het kasteel.

De commercieel-strategische ligging van het havenstadje verklaart dat Grein enige bloei heeft gekend. Het domineert de linkeroever net voor het begin van een kloof waar de Donau in de enge Strudengau gevangen geraakt om zijn weg te zoeken door de romantische Nibelungengau naar het schilderachtige Wachaudal toe, na de beroemde abdij Melk. In 1563 werd het (nu alte) Rathaus gebouwd, met daarachter een graansilo. Die stapelplaats werd in 1791 omgebouwd tot theater.

Daar had Jozef II mee te maken. Onder de keizer-koster, wiens naam ook in onze geschiedenis met verlichte hervormingen verbonden blijft, ging de armenzorg van de kerk naar de staat over. Vele kloosters, waar de behoeftigen vroeger een kom soep konden krijgen, werden afgeschaft; andere instellingen moesten die zorg overnemen. Inmiddels kende Oostenrijk, naar de woorden van onze gids, een theaterfreudige Zeit.

Keizer Jozef II gaf de toestemming om stukken te spelen ten voordele van de armen. Zo kwam Grein aan zijn schouwburg, een klein rococo theater, dat tot heden in zijn oorspronkelijke toestand bewaard bleef. Het werd destijds ingericht met onderdelen uit een opgeheven minderbroedersklooster op de Donau-oever. De houten kolommen bijvoorbeeld, die het balkon onderstutten, zijn afkomstig uit de koor wand van de franciscanen. Het toneel is zeven meter breed en zes meter diep. De zaal werd bespeeld door een lokaal gezelschap of verhuurd aan reizende troepen. Van zondag 7 januari 1793 wordt nog een affiche bewaard: Der traue Schmaus oder der Bachenmeister Kasperl.

Er zijn 163 zitplaatsen en 70 staanplaatsen. De eerste drie rijen bestaan uit Sperrsitze: stoelen waarvan de zitting opgeslagen en met een sleutel geblokkeerd kan worden. De abonnee kocht de sleutel en was dus zeker dat zijn plaats nooit door iemand anders ingenomen werd. Een huisvader kon zo voor heel zijn gezin een aantal stoelen reserveren. Van de twee loges die er vroeger waren, is er bij restauratiewerken veertig jaar geleden een weggelaten. De overblijvende heet Napoleonloge omdat Bonaparte daar een voorstelling zou hebben bijgewoond. In de linkerzijwand van de zaal is een nis achter een gordijn. Daar was vroeger een toilet. Wie dringend moest, kon door het gordijn blijven meekijken en hoefde niets van de opvoering te missen. De onwelriekende toestanden werden volgens onze gids geneutraliseerd door de parfums van de vrouwen in de zaal.

Bij het oude raadhuis hoorde een gevangenis. Die lag vlak naast de theaterzaal. Als de deur in de rechterzij wand daar openstond, konden de gedetineerden de Bühne zien. Opdat zij de voorstelling niet zouden storen, brachten de theaterbezoekers hun een Imbiss of wijn mee, om hen gunstig te stemmen.

In de jaren 1920 werd eraan gedacht het theatertje tot kantoorruimten om te bouwen, maar twee inwoners van de stad, onder wie een toneelliefhebber, konden daar een stokje voorsteken.

Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Grein door het Sovjetleger bezet. De inwoners verwonderden zich erover dat de Russische soldaten vaak het Alte Rathaus binnenliepen. Wat zochten zij daar? De vergulde sterren die de balustrade van de balkons in het theatertje versierden, althans volgens onze gids.

Nu wordt de zaal vaak gebruikt voor televisie- en filmopnamen, wanneer daar een decor van een oud theater voor nodig is. Sinds 1964 zijn er jaarlijks voorstellingen tijdens de Sommerspiele, elke vrijdag, zaterdag en zondag in juli en augustus. Kaarten kunnen ook besteld worden in Wenen en Linz. Op het programma staat al drieëntwintig seizoenen na elkaar telkens weer een Komödie of een Lustspiel, nooit een drama. Onder de gespeelde auteurs: Wilde, Büchner, Anouilh, de Musset, Feydeau, Lessing, Coward, Molière…

Aan de garderobe vraagt een opschrift dit lokaaltje niet als slaapkamer te gebruiken.

dagboek
Leestijd 4 — 7 minuten

#15

15.09.1986

14.12.1986

Jef De Roeck

dagboek