Leestijd 5 — 8 minuten

It’s like a finger pointing a way to the moon – Moya Michael, KVS & WIELS

De weigering om uit te sterven

In It’s like a Finger Pointing a Way to the Moon zoekt choreografe Moya Michael verlichting in het sacrale karakter van gemeenschap en de kracht van transformatie. In deze dialoog met locatie, tijd en nabijheid, zinspelen Michael’s vloeiende bewegingen rond de scenografie op de mogelijkheid om te aarden in de diepere waarheden en ervaringen die zo’n verlichting vertegenwoordigt. 

‘Don’t think. FEEEEEEL! It’s like a finger pointing away to the moon. Do not concentrate on the finger or you will miss all of the heavenly glory!’ De quote van Bruce Lee uit Enter The Dragon is de insteek van It’s Like a Finger Pointing a Way to the Moon, het resultaat van een samenwerking tussen Moya Michael, dramaturg Joachim Ben Yakoub, filmmaker Victoria Karera Kampire en muzikant Simon Thierrée. De voorstelling vaart in het kielzog van Michael’s eerder werk als de Colored Swan-trilogie. De thematiek van gefragmenteerde identiteit is ook hier aanwezig, maar beschikt over de vrijheid om ondoorgrondelijk te blijven. Meer nog: Michael omarmt fluïditeit volledig en vertrouwt op het intuïtieve in zichzelf en de toeschouwer. Zoals Bruce Lee aangeeft in de film, ligt de kern in het gevoel dat de handeling emotionele lading geeft. Daarbij is het belangrijk om de mogelijkheden van het grotere geheel te zien.

Dat groter geheel bestaat uit de invloeden, indrukken, geluiden, geuren en vooral mensen die Michael ontmoette tijdens haar reis in Namibië waar ze verbinding zocht en vond bij gezinnen en mensen uit Ju/’Hoansi-gemeenschappen. Het fragmentarische karakter van de voorstelling lijkt daarom intentioneel en laat de toeschouwer bewust achter met tal van vragen. De voorstelling begint in complete duisternis en het duurt even voordat de scène vorm krijgt. Het begint bij de imposante doeken die als een soort muur en scherm dienen waarop video-opnamen van de reis geprojecteerd worden. 

De eerste fragmenten tonen beelden gemaakt tijdens een nachtelijke reistocht ergens in Namibië. Het zijn het soort beelden dat je zou verwachten en zelf maken vanuit een auto op een hobbelige zandweg in het midden van een uitgestrekte savanne. Even later is het van achter datzelfde doek dat Michael tevoorschijn komt, haar plaats inneemt op de scène, en in dialoog treedt met de beeldenfragmenten en het muziekspel van Thierrée. Aan de rechterzijde van het podium geeft hij met zijn viool en effecten de voorstelling een myserieuze klank die het mystieke karakter van de voorstelling onderstreept. Intussen heeft een wierookgeur, afkomstig van een soort altaar op de linkerzijde van het podium, zich in de ruimte verspreid.

Eenmaal dat Michael zich het podium toe-eigent, overstijgt ze louter beweging en belichaamt ze als het ware de essentie van spirituele expressie door middel van dans. Terwijl ze over het podium glijdt, lijken haar bewegingen eerder ingegeven door het moment, gracieus, maar ongedwongen en telkens met begeestering. Het doet denken aan een tranceachtige staat, waarbij ze zich volledig overgeeft aan het ritme van de muziek en haar lichaam een vessel wordt voor het bovennatuurlijke. Achter de sluier van haar bewegingen schuilt een gevoeligheid en eerbied voor ritueel en traditie. Er is inderdaad een emotionele lading die de fragmenten van haar ervaringen in Namibië samenbrengt en de grenzen van taal en cultuur overstijgt. Het is een oproep aan de toeschouwer om eerder te voelen wat zich op het podium afspeelt.

“It’s Like a Finger Pointing a Way to the Moon gaat verder dan enkel romantiseren van een Afrikaanse cultuur, maar omarmt het volledige spectrum aan overlevingsstrategieën die ervoor zorgen dat een dergelijke cultuur stand houdt en stevig verankerd blijft in de traditie van voorouderingverering.”

De valkuil van exotificatie is nooit ver, omdat dit stuk proximiteit zoekt in een leefwereld en cultuur die voor de doorsnee theaterganger quasi onbekend zijn. Als later in het stuk beelden te zien zijn van mensen uit de Ju/’Hoansi-gemeenschap, lijkt het bijna dat Michael de toeschouwer in de positie van een deelnemer aan een living museum-tour plaatst. Een ongemakkelijke positie die herinnert aan etnologische tentoonstellingen of human zoos die ook hier in België bestonden. 

Maar opnieuw is het hier slechts een klein deel dat we zien van een groter geheel en moeilijk te bevatten realiteiten. Zoals bijvoorbeeld dat dergelijke living museums in Namibië, in de huidige socio-economische realiteit van de Ju/’Hoansi-gemeenschap, ervoor zorgen dat een cultuur blijft bestaan en mensen in hun levensonderhoud voorzien in de moderne wereld. Deze ongemakkelijke vaststelling krijgt de toeschouwer ook onder de neus geduwd in de vorm van een flyer met prijzen voor living museum-ervaringen: een wandeling door het bushlandschap, of op pad gaan met lokale jagers om wild te vangen.

Met deze demarche lijkt Michael zich heel bewust van de spanning tussen cultureel zelfbehoud en consumptie van cultureel erfgoed via producties als deze en living museums. It’s Like a Finger Pointing a Way to the Moon gaat verder dan enkel romantiseren van een Afrikaanse cultuur, maar omarmt het volledige spectrum aan overlevingsstrategieën die ervoor zorgen dat een dergelijke cultuur stand houdt en stevig verankerd blijft in de traditie van voorouderverering.

 

Een passage uit de omschrijving van de productie leest: ‘te verdwijnen om de woorden te behouden die ons voorafgaan, die ons nooit hebben verlaten. Te transformeren om wat ons voorafging te bewaren.’ Dat is een groot risico, maar het is de moeite waard, zou de boodschap kunnen zijn die Michael tracht over te brengen. Wat ze met verve en gevoeligheid doet voor de mensen die dit stuk mee mogelijk maakten. Tegelijkertijd herinnert de voorstelling aan de weerbaarheid van de menselijke geest en verbeelding, maar ook de helende magie van land, taal en gebruiken. 

De weigering om uit te sterven in een veranderende wereld is op die manier ook een vorm van transformatie. Wellicht kan It’s Like a Finger Pointing a Way to the Moon ook vanuit dat perspectief benaderd worden. ‘The heavenly glory’ is hier dan de nabijheid en ontzag voor de rijkdom aan levende ervaringen en gebruiken die Michael in deze voorstelling tracht op te wekken. 

De speellijst vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#175

15.03.2024

—

31.05.2024

Hugues Makaba Ntoto

Hugues Makaba Ntoto (1989) is freelance cultuurjournalist, fotograaf en lid van de brede redactie van rekto:verso.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!