Leestijd 6 — 9 minuten

IN MEMORIAM

Redactioneel Etcetera 182

De dood, onze zorg.

De dood zien

‘De dood gaat ons niets aan.’ Met dit advies stelt de Griekse filosoof Epikouros (vierde-derde eeuw v.C.) zijn vriend Menoikeus gerust in een beroemd geworden brief over het geluk. De angst voor de dood als iets wat ons bij leven ongemak en pijn zou veroorzaken is irrationeel, want dood en leven, zo verdedigt de filosoof, hebben niets met elkaar te maken. Epikouros zet hiermee de toon voor de radicale ontkenning van iets wat het leven tegelijk constitueert en negeert.

Ontkenning is echter slechts één manier waarop de mens van oudsher met zijn sterfelijkheid is omgegaan. In The Denial of Death (1973) noemt cultuurantropoloog Ernest Becker de diepgewortelde angst voor de dood de drijvende kracht achter menselijk gedrag en culturele en religieuze ontwikkeling. Het besef van de eigen dood en de ervaring van de dood van anderen zorgen op z’n zachtst gezegd voor ongemak, maar blijken tevens een bron van zingeving. De dood gaat ons dus wel aan, zo luidt het mantra van IN MEMORIAM. Meer nog: hij maakt ons tot creatieve wezens die zich niet alleen the end maar ook an end—een doel—in het leven verbeelden.

Aanwezigheid in afwezigheid

Epikouros’ advies negeert de alomtegenwoordige poging, zeker van artistieke en religieuze verbeeldingspogingen, om de dood—de ultieme onbekende en onzichtbare (Hades!)— zichtbaar of kenbaar te maken: als stad ‘achter de rivier’, onder- of andere wereld, als vluchtpunt, een nieuw begin, eindpunt en overgang. Een muur waar je doorheen moet, een berg die je oversteekt, een dal om te doorwaden. En dan vergeten we nog alle spook-, skelet- of vrouwachtige en outsiderfiguren waarin de dood gestalte krijgt.

Ondanks de pakweg 22 eeuwen verschil keert Epikouros’ ontkenningsstrategie terug vanaf het einde van de negentiende eeuw. De dood wordt dan, zo schrijft literatuurcriticus Sandra M. Gilbert, ‘an unmentionable, almost unnatural, subject’. Volgens de Franse historicus Philippe Ariès markeren de opkomst van de moderne geneeskunde en het vooruitgangsgeloof het ‘gevaarlijke’ moment waarop we niet meer over de dood praten en de ‘ruwe extravagantie’ ervan niet meer ‘beteugelen’ via publieke rituelen en spektakel.

Hier haakt IN MEMORIAM op in: hoe gaat het theater—bij uitstek het efemere medium dat leeft van paradoxale presentie en lichamelijkheid—met de dood en de doden om? Paradoxaal, want zijn presentie als medium is (het aanwezig maken van) afwezigheid. Theater is in essentie datgene wat het niet is. IN MEMORIAM is een memento mori dat aanzet tot een herdenken van de omgang met dood en doden in theater, dat een lange traditie kent in het tentoonstellen ervan als een politieke strategie. Klaas Tindemans toont hoe die thanatopolitiek ook tot uiting komt in de ontwikkeling van de anatomische theaters: de geneeskunde verstevigt haar greep op de dood. Sophia Rodríguez en Vivi Focquet gaan in dialoog over deze historische ruimte waar dode lichamen op objectief-wetenschappelijke en kolonialistische wijze binnenstebuiten worden gekeerd.

Death revivalism

Het ‘doodzwijgen’ van de doden is op historisch en cultureel vlak een lokaal en—vergeet Epikouros—eerder recent fenomeen. Het hangt sinds de negentiende eeuw samen met de westerse cultuur, die de wereld probeert te onttoveren en religie, rituelen en magie door wetenschap en vooruitgangsdenken vervangt. Maar zijn we ooit wel ‘modern’ geweest, zoals Bruno Latour zich afvroeg? De radicale negatie onthult het onvermogen van de moderne westerse cultuur om met verlies om te gaan, het een plek en een vorm te geven. Er is juist veel dat leven en dood, levenden en doden samenhoudt, vertelt de Belgische filosoof Vinciane Despret in haar boek Au bonheur des morts. Récits de ceux qui restent (2015). Meer nog, de doden vragen ons hen te helpen ons te begeleiden, om banden te blijven aanhalen, om verhalen over hen te blijven vertellen, zoals de pakjes boter van de coole tante Rudi in Carole de Bucks graphic novel—verhalen die ze graag vóór hun dood mee dirigeren. Het normatieve en op afronding gerichte discours van ‘faire le travail du deuil’—het noeste rouwwerk waarvan zelfs Freud toegaf dat het soms nooit af was—botst met wat we in feite doen: ‘vivre avec nos morts’ (Delphine Horvilleur). De politiek-culturele en intieme realiteit toont aan hoe sterk stervenden en na(ast)bestaanden (blijven) zoeken naar een verderzetting van de band. De doden blijven opvallend vitaal in ons leven. In hun afwezigheid zijn ze allesbehalve onzichtbaar.

IN MEMORIAM onderzoekt hoe de bühne het doodzwijgen van de doden in het (inter)persoonlijke leven kan doorbreken en, zoals Barbara Claes aan Evelyne Coussens over haar overleden zus Katrien vertelt, levenslang rouwwerk kan presenteren. De performatieve kracht van De Eenzame Uitvaart zorgt er volgens Lotte Lola Vermeer voor dat niemand, vooral niet wie bij leven onzichtbaar blijft, in stilte verdwijnt. ‘Dood ben je pas als je wordt doodgezwegen.’ Culturele eigenheden van rouwen licht Remi Cosijn van Ontroerend Goed toe aan de hand van remakes van de rituele voorstelling Funeral in België en China. Ikzelf herken een collectieve dramaturgie van verdriet in de geïndividualiseerde rituele praktijk van Barbara Raes in Beyond the Spoken. Maliqa Fye verkent in schrijvend vervellen het verlies van vroegere en gedroomde versies van zichzelf—tegen verwachtingen in.

Communiceren met de doden

Het belang van relationele praktijken—praten met de doden en naar hen luisteren—voor de culturele en persoonlijke omgang met sterven en de dood kan niet worden onderschat. De ontwikkeling van nieuwe media, van schrift en boekdrukkunst tot elektronische en digitale technologie, hebben telkens opnieuw het verlangen aangewakkerd om het ultieme onbekende te contacteren, signalen ervan op te slaan en te decoderen. Technische media, zoals de brief op het graf, de spirit phone, de AI-chatbot, treden daarbij in interactie met menselijke of mensachtige mediums die over speciale gaven beschikken om contact te leggen met de doden. Denk aan Horatio, Hamlets vriend, spiritistische trancemediums en kinderen (‘I see dead people’) in de populaire cultuur. Hun verbale, visuele, auditieve, tactiele of extatische communicatiepogingen interageren steevast met betekenissen en waarden die binnen geloofssystemen en sociaal-culturele groepen aan dood en leven worden toegekend. Unheimlich of gewoon een truc? Gefascineerd door de spiritistische traditie onderzoeken Lana en Marthe Schneider hoe theater als liminale ruimte contact tussen levenden en doden mogelijk maakt via AI-chatbots, deepfakes en stemklonen. Kristof van Baarle ontwaart in de artificiële aanwezigheid van AI als stemacteur een versterkte afwezigheid van een stem die nergens heen leidt.

‘Live’ (of gemedieerd) vanuit Teheran vraagt Nasim Ahmadpour zich tot slot af hoe het theater de dood verbeeldt wanneer het zelf dood (of ‘underground’) is, wanneer het decor van het leven een land in oorlogsgeweld is, wanneer vertellen niet meer gaat en betekenis niet meer bestaat, wanneer leven en dood, theater en stad onontwarbaar zijn geworden, wanneer theater een opgeschorte staat is tussen zijn en niet-zijn en net als de straat een levend en dood politiek lijk.

Laat die onzichtbare dood ons een zorg zijn.

Zoë Ghyselinck,
Gastredacteur voor dit nummer

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#182

15.04.2026

14.09.2026

Zoë Ghyselinck

Zoë Ghyselinck is gastprofessor Duitse en vergelijkende literatuurwetenschap aan de Universiteit Gent, coördinator van het Consortium for Health Humanities, Arts, Reading and Medicine (CHARM) en covoorzitter van de Jonge Academie (2025-2027). Haar onderzoek richt zich op moderne en hedendaagse voorstellingen en praktijken van dodencommunicatie in het licht van ontwikkelingen in communicatietechnologie. Ze ontwikkelt een onderzoekslijn rond anticipatorische rouw en de postume invloed van verhalen op kinderen en andere nabestaanden, gemaakt door terminaal zieke ouders en grootouders in de palliatieve eindelevenszorg.

artikel

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!