SAY performance © Julien Bruneau

Julien Bruneau

Leestijd 16 — 19 minuten

In de schaduw

Oeuvre tussen leven en werk

Dat kunst en leven verweven zijn, hoeft niet te verrassen. Maar hoe lopen de draden die het persoonlijke met het professionele verbinden, het huiselijke met het artistieke? In een beeldenreeks en een paar scènes toont choreograaf en performer Julien Bruneau hoe het ontwikkelen van zijn oeuvre iets is wat hij deelt met zijn gezin. In welke mate is het ‘zijn’ oeuvre? En wat vertelt de innige relatie tussen werk en leven verbonden over het werk zelf?

Om deze bijdrage optimaal tot zijn recht te laten komen, kan je de vormgegeven tekst en de beelden best hier bekijken. Of download de pdfEtcetera159_binnenwerk_DEF_web.

Julien Bruneau, in situaties met Anouk Llaurens en Valère Bruneau

Het is vrijdag 20 september, we zijn op weekenduitstap in Oostende. Het is bijna 20 uur, het weer is zacht, Anouk en ik komen terug van de grote Delhaize vlak bij het station met wat proviand, terwijl Sonia en Maya hun respectieve kinderen voeden in het appartement.

Anouk David vroeg me wat je aan het schrijven bent over je beeldensequentie in The Guardians of Sleep.

Julien Wauw, het nieuws verspreidt zich snel. Zag je hem deze namiddag? Was hij ook in Gent voor jouw bijeenkomst?

Anouk Ja, hij was er. Hij leek erg nieuwsgierig naar wat je gaat schrijven.

Julien Uiteindelijk zou ik hem iets gezegd hebben over dit artikel voor Etcetera, maar nu is dat eerlijk gezegd nog wat voorbarig. Ik weet niet wat ik zou kunnen zeggen, want ik weet nog niet wat ik ga doen. Grappig dat hij er al over gehoord heeft.

Anouk Blijkbaar was het Seba die hem er iets over vertelde. En het is ook normaal dat David benieuwd is, aangezien het zijn werk is. Ik zou het ook spannend vinden.

Julien Natuurlijk. Nu, The Guardians of Sleep1 is zijn stuk, maar de beeldensequentie die ik erin toon is vooral mijn werk. Het zijn mijn beelden, met dingen uit mijn leven en werk. Dat is het lastige met deze uitnodiging van Etcetera: ze willen dat ik het over oeuvre heb, maar ze stellen voor dat ik de beelden en het narratief die ik voor Davids werk heb gemaakt als uitgangspunt neem. Een oeuvre binnen een oeuvre. En in feite laten die beelden niet echt iets zien van mijn eigenlijke artistieke werk. Niets van wat ik als mijn oeuvre zou beschouwen. Wat je ziet, zijn de vader-zoonrelatie – door mijn voortdurende spontane ‘samenwerkingen’ met Valère door de jaren – en de marges van mijn artistiek werk, de vele activiteiten die errond hangen: workshops, schetsboeken, het klaar- maken van de ruimte voor het optreden… Maar het toont niets van wat ik wél laat zien aan het publiek. In de eerste e-mail van Etcetera had Kristof2 het over de tentoonstelling in de woonkamer die we op sommige beelden zien, maar dat was de schilderijententoonstelling van Valère met zijn vrienden op school!

Anouk Wat ga je dan doen?

Julien Ik weet het niet. Ik kan natuurlijk hun intuïtie volgen, maar ik weet niet precies hoe. Het zou een begin zijn om inderdaad wat beelden van de The Guardians of Sleep-sequentie te tonen. En het dan waarschijnlijk ergens anders heen te leiden. Het lijkt me geen slecht vertrekpunt om in te spelen op de manier waarop ze hun uitnodiging formuleren en die dan steeds meer te contrasteren met een ander perspectief.

Anouk Maar het zou toch raar zijn als je je eigen werk niet laat zien, je artistieke werk, als het om jouw oeuvre gaat? Dat zou jammer zijn.

Julien Wel, het gaat niet om mijn oeuvre, het gaat om het idee van een oeuvre, vanuit mijn perspectief als kunstenaar. Het zou zeker niet juist aanvoelen om mijn werk in de vitrine te zetten. Nochtans, wanneer ik aan ‘oeuvre’ denk, komt meteen iets bij me op dat veeleer een soort overkoepelende coherentie is in de werken die men voor een publiek selecteert. Iets dat die werken voor iets anders doet staan dan een loutere verzameling van verschillende stukken. Maar de focus van dit nummer lijkt meer te maken te hebben met de interactie met het dagelijks leven, het door elkaar lopen van leven en werk, hun wederzijdse betrokkenheid. Kristof heeft het over een ‘grijze zone’.

Zondag 29 september. Volledig doorweekt door de regen zitten we op de trein die ons vanuit Doornik terug naar Brussel voert, na een bezoekje aan mijn moeder ter gelegenheid van Valères tiende verjaardag.

Julien Het wordt nu echt tijd dat ik begin te werken aan dat Etcetera-artikel.

Anouk Weet je nu al wat je gaat doen?

Julien Nee, ik denk er nog altijd aan om te beginnen met de beelden van Davids stuk, op z’n minst de beelden met Valère. Ik bedoel de tekeningen en de dingen die we gemaakt hebben. Maar ik zou het updaten met wat er sindsdien naar voren is gekomen.

Anouk Zoals?

Julien Er is van alles. De Odysseus-tekening die hij voor het Contact Quarterly-folio gemaakt heeft, de collages die we deze zomer hebben gemaakt – weet je nog, toen je die foto van ons op Facebook zette… Ik denk ook aan een paar schetsen die ik heb gemaakt om hem mijn ideeën uit te leggen voor het dansduet dat hij ons wil zien doen, tekeningen die dateren van de zomer daarvoor in Aix-en-Provence, toen we aan dat duet begonnen te werken… In mijn schetsboeken zie je ook die opeenvolging van plechtige tekeningen van mij, en dan ineens zie je een tekening van Valère, of een die ik voor hem heb gemaakt. Net zoals de mangafiguren waar hij vandaag mee bezig was in het restaurant.

Valère Maar, euh, heb je mijn toelating al?

Julien Nee, nog niet, het is…

Valère ’t Was maar een grapje.

’Julien t Is omdat het eigenlijk nog te vroeg is. Ik wilde eerst weten…

Valère Grapje! Ik zeg al ja op alles. Ik vind het leuk dat je mijn tekeningen laat zien. Ik maakte maar een grapje.

Julien Maar het is een goed punt.

Anouk Heeft hij die tekeningen in jouw schetsboek gemaakt?

Julien Ja, ja.

Anouk Het moet leuk zijn om die daarin te hebben staan.

Julien Absoluut, ik vind het geweldig. Ik blader door de pagina’s, met al mijn abstracte, redelijk sobere tekeningen en bam! Maar weet je, Valère, het is een goed punt, de kwestie van de toelating. Ik gok overigens dat je ernaar vraagt omdat je gewend bent dat we dit soort dingen zo aanpakken. Ik vraag het je altijd, hè?

Valère Het was maar een grapje. Je mag alles gebruiken.

Julien Goed, dankjewel. Ik kan het je ook laten zien voor ik het afwerk. Het heeft allemaal met ‘oeuvre’ te maken, dit artikel, en dit is allemaal jouw ‘oeuvre’ – min of meer. Nou. Goeie vraag. Ik weet eigenlijk niet of we kunnen zeggen dat jij als kind al een oeuvre hebt.

Anouk Ik weet het niet. Ik denk van niet… Of eigenlijk, waarom niet?

Julien Waarom niet? Ik denk dat het afhangt van hoe bewust je als kunstenaar moet zijn dat je consistent werk creëert of iets als een ‘oeuvre’ kan worden beschouwd.

Valère Mama… Mag ik je telefoon? Ik wil de hoofdtelefoon uitproberen die Babcia me juist gaf.

Anouk Hier. Is hij goed?

Valère De hoofdtelefoon? Supergoed!

Julien Je zet de muziek toch niet te hard, hè?

Als ik aan ‘art brut’ denk, dan vermoed ik dat die kunstenaars soms geen enkele rekening houden met het creëren van een ‘oeuvre’, of geen retrospectieve interesse hebben in het omarmen van de algemene samenhang en dat soort dingen, maar dat ze vanuit een bepaalde noodzaak zo compleet consistent zijn doorheen hun creaties. Er ontstaat dan een specifiek universum, een herkenbare en unieke kunststroom. En eigenlijk moet er zelfs geen noodzaak zijn. Misschien ontstaat een oeuvre wel vanaf het moment dat kunst – in de ene of de andere vorm – blijft voortkomen uit je betrokkenheid op de wereld, en zolang je wegblijft van stereotiepe esthetiek en van wat men van jou verwacht.

Donderdag 3 oktober. Valère en ik zijn weer thuis na zijn zwemles en een frietjeslunch in een koud park.

Julien Poeh, ik heb echt te veel werk. Of eerder veel te veel verschillende opdrachten. Maar wat wel heel goed is, is dat ik nu eindelijk weet wat ik ga doen voor Etcetera.

Anouk Echt? Geweldig. Wat dan?

Julien Het werd allemaal duidelijk toen ik verder inging op de idee van intimiteit. Uiteindelijk wijst de uitnodiging van Etcetera op de intimiteit van het werk, dat wat gewoonlijk in de schaduw blijft, ongezien, buiten het bereik van het publiek. Dat is zeker het geval voor de ‘huiselijke creativiteit’ die ik met mijn zoon deel, en het geldt ook voor de rol van mijn werk in de The Guardians of Sleep-sequentie, die enkel de aspecten ‘achter de coulissen’ van mijn kunst toont. Maar je weet dat intimiteit een veel bredere en grotere pertinentie heeft voor mijn benadering. Mijn werk heeft altijd rond intimiteit gedraaid, te beginnen met de intimiteit van de performer met zijn eigen ervaring. Het doet ook denken aan de enorme hoeveelheid tijd die ik altijd heb gespendeerd aan kunstzinnige praktijken die niet voor het publiek bedoeld zijn. De praktijk van het tekenen, met al die tekeningen die in onze kast blijven liggen… maar ook al die dansen… Snap je? Wat, bijvoorbeeld, wat met al die dansen die we voor elkaar brengen in de Authentic Movement-sessies?

Anouk Ah, zou je Authentic Movement3 er ook bij betrekken?

Julien Ja. Er vinden daar soms zulke geweldige performances plaats, soms zulke opwekkende, betrokken en relevante dansen. Wat in die context plaatsvindt, enkel voor onze groep, maakt dat deel uit van een oeuvre? Hoe openbaar moet kunst zijn om beschouwd te worden als een oeuvre? Het artikel kan de verschillende manieren omvatten waarop intimiteit in mijn leven en werk worden belichaamd. De relatie met Valère, de relatie met mijn eigen ervaring als performer, praktijken die aan het publieke kader ontsnappen… En uiteindelijk de meest recente stukken waarin intimiteit centraal wordt opgevoerd in de relatie met het publiek. Stukken waarin intimiteit opzettelijk geïntegreerd wordt in een publieke vorm. Ik denk daarbij onder meer aan SAY, dat voor één toeschouwer tegelijk is bedoeld, en dat deze vraagt om bij te dragen met persoonlijke zaken. En ik heb het natuurlijk ook over Genius Loci, waarmee we bij mensen thuis optreden, in hun intieme huiselijkheid, en uitsluitend voor de bewoners.4

Anouk Dat klinkt inderdaad geweldig, spannend zelfs. Nu klopt het plaatje helemaal. Intimiteit past echt bij jouw werk. Ik hou ervan wanneer je een uitnodiging krijgt van buitenaf en wanneer dat je helpt om te definiëren waar je eigenlijk mee bezig bent.

Julien Het is leuk. Door in te gaan op hun voorstel, dat eerst contra-intuïtief leek, komt er iets van de kern van mijn werk naar boven.

Anouk Ik ben benieuwd om te zien wat je ermee gaat doen.

Julien En ik wilde nog vragen… Er is in feite een andere belangrijke vorm van intimiteit in mijn ‘oeuvre’. Ik had het al over de relatie met Valère, maar er is natuurlijk ook de onze. Het feit dat we zowel levenspartners zijn als de ouders van het kind van wie ik een paar creaties laat zien, en al jaren naaste medewerkers. Ik zou daar iets mee willen doen. Met name over hoe onze samenwerking, wellicht, voortdurend is, in de zin dat we constant over elkaars projecten en processen overleggen, en elkaar daarom continu beïnvloeden. Dat is een echte verstrengeling van leven en werk. Vandaar mijn wens om de tekst als een opeenvolging van scènes te construeren waarin we het artikel bespreken, zoals dat spontaan gebeurt, tussen de keuken en de woonkamer, bij het avondeten of het ontbijt.

Anouk Welke scènes? Welke gesprekken?

Julien Zoals het gesprek dat we nu hebben. Dit eigenste gesprek. Ik zou het willen reconstrueren in mijn tekst. Of het gesprek dat we op de trein hadden een paar dagen geleden, toen we terugkwamen van mijn moeder.

Anouk In de trein?

Julien Toen Valère vroeg of we zijn toelating zouden vragen voor het gebruik van zijn tekeningen.

Valère (kijkt op van zijn stripverhaal) Maar het was een grapje!

Julien Dus ik wilde je vragen of je het goed zou vinden dat ik je citeer in mijn tekst, of dat ik je erin opvoer.

Anouk Ja. Ja, ik zou het leuk vinden om daarin te verschijnen.

Julien En jij, Valère?

Valère kijkt even op vanuit zijn stripverhaal, en duikt er dan weer in.

Julien Ik zou dan graag een diepgaander gesprek met jou willen hebben. Waarin we het over al deze dingen kunnen hebben, over samenwerken en een koppel zijn, en ook over jouw kijk, als performer en co-creator, op hoe intimiteit aan het werk is in mijn oeuvre.

Anouk Oké. Wanneer?

Julien Ideaal zou zijn ergens begin volgende week, wanneer ik terug ben van Amsterdam.

Anouk Hmmm, even kijken… Ik zou maandagochtend kunnen, voor ik naar Gent ga, of anders woensdag.

Julien Woensdag heb ik al een Skype-gesprek gepland. Maandag is perfect.

Maandag 7 oktober, ’s ochtends vroeg, wanneer Anouk terug is nadat ze Valère naar school heeft gebracht. Ze neemt een douche, we besluiten te mediteren voor we het gesprek beginnen, dat we dan houden terwijl we op het tapijt zitten. Naast ons staat een kom vol druiven en een andere vol popcorn.

Julien (installeert een app op zijn telefoon) Dit gesprek ga ik opnemen.

Anouk Dan let ik maar beter op wat ik zeg!

Julien Ik denk niet dat ik dit echt ga transcriberen, het punt is niet om documentair accuraat te zijn. Maar toch, je weet nooit. Het kan er ook voor zorgen dat jouw stem goed tot zijn recht komt, en niet opgeslorpt wordt door de mijne. Oké, hier gaan we, start!

Het eerste waar ik aan denk heeft niet enkel met jou te maken, of met ons als koppel, maar met de samenwerking die we hebben met Sonia en Maya5, en met het feit dat we al zo lang samenwerken. Zo consequent, en zo diepgaand soms. Wat ik zou willen bespreken, is of een deel van mijn oeuvre eigenlijk niet letterlijk binnen in jou bestaat, en dankzij jou. Voorbij de opgevoerde stukken, zelfs voorbij het creatieproces. Het lijkt er steeds meer op dat mijn werk altijd erg vertrouwelijk is geweest. Niet echt uit keuze, maar het heeft nooit een groot publiek bereikt. Op een of andere manier benadrukt dat alleen maar dat, als we moeten kijken naar de impact van mijn werk buiten mezelf, heel veel van dat werk in jou zit, zou ik denken, door jou bestaat en dankzij jou.

Anouk Als ik je zo hoor, dan moet ik aan esoterie denken. Alsof jouw oeuvre een esoterisch oeuvre is.

Julien In welke zin?

Anouk Omdat jouw werk op praktijken berust die uitgediept worden met een beperkte groep mensen, en bestemd zijn voor een beperkte groep mensen. Terwijl exo-terie min of meer gericht is op iedereen. Het reikt de hand aan anderen, het is naar buiten gericht. Eso-terie blijft op een plaats die, nou, ik zou niet zeggen besloten, maar toch ergens beschermd is. Om een bepaalde diepte toe te laten. Sommige stukken zijn niet voor het licht bedoeld. Ze moeten weg blijven, in de schaduw, zodat ze uitgediept kunnen worden, gecultiveerd en bewaard.

Julien Eigenlijk had ik ook de term ‘esoterie’ in gedachten toen ik SAY en Genius Loci wilde bespreken in dit artikel. In die performances moet je deelnemen, je moet je blootgeven. In SAY moet de toeschouwer persoonlijke kwesties aandragen. Hij moet dan tijdens de performance eerst een aantal dingen opschrijven, en enkel dan kon hij de performer ontmoeten en het orakel ontvangen. Dat vereist sowieso toewijding, betrokkenheid. In Genius Loci is de implicatie ook duidelijk, omdat mensen ons in hun woonkamer moeten ontvangen, in hun eigen huiselijke intimiteit. En omdat geen enkele toeschouwer van buitenaf kon deelnemen. De voorstelling is enkel voor de mensen die bij die plek horen.

Anouk In beide gevallen creëert het een groep van ‘geïnitieerden’.

Julien Ja. En het werk zou ook onvatbaar zijn voor diegenen die niet de stap zetten om eraan deel te nemen. Als je de ervaring niet hebt meegemaakt, hoe eenvoudig die ook mag zijn, blijven het principe en de waarde van de performance onduidelijk. En dat is waarom ik die performances zelfs niet meer probeer te documenteren. Geen beelden, geen video’s meer. Wanneer ik toch foto’s gebruik om erover te communiceren, gaat het enkel om beelden van details, dingen in de marge. Enkel een paar kleine hints die iets suggereren over het werk, terwijl ze je duidelijk tonen dat ze de kern van de zaak niet laten zien.

Anouk Er is een betrokkenheid nodig van de mensen. Iets dat ze moeten doen. En dat veronderstelt een zekere tijdsduur.

Julien Ja. De tijd die vereist is voor elk van die voorstellingen ligt tussen anderhalf en twee uur. Dat doe je gewoonlijk niet met een stuk voor zo weinig toeschouwers.

Anouk Het proces gaat voor de ‘verticaliteit’. Het gaat er niet om het werk zo veel mogelijk te verspreiden, maar om diep te gaan met een beperkt aantal mensen.

Julien Die voorstellingen zijn niet ontworpen voor een algemeen publiek. Ze zijn bedacht om in contact te treden met de mensen die zich zullen voorstellen als beschikbaar voor het proces. En dan investeren we tijd in die relatie. Iedereen is a priori welkom, we richten ons niet specifiek op een bepaald soort mensen, maar eens iemand er is, dan is er ruimte en tijd voor de specificiteit van het traject dat we samen zullen afleggen. Ten koste van het niet bereiken van een breder publiek.

Anouk Praktijken hebben betrokkenheid nodig, en daarom kunnen ze niet het grootste aantal mensen bereiken. Er is de kwestie van het oeuvre, maar ook de kwestie van de praktijk.

Julien Ja, mijn interesse in intimiteit – of eerder mijn onvermijdelijke neiging tot intimiteit – is waarschijnlijk verweven met mijn toewijding tot praktijk, met de hoeveelheid tijd en zorg die ik investeer in praktijken die niet openbaar zullen worden. Die waardering van de praktijk doet me ook denken dat mijn oeuvre gedeeltelijk in jullie zit – in Sonia, Maya, en jou – omdat jullie de primaire uitvoerders zijn van mijn werk. Maar kan je dat volgen wanneer ik zeg dat een stuk van mijn oeuvre in jou bestaat?

Anouk Voor mij… Ik vind dat een delicate vraag – een intieme, om preciezer te zijn. Ik heb het nodig om los te kunnen blijven staan van jouw werk. Ik verwijs vaak expliciet naar Fernand Schirren en ook naar Lisa Nelson6, die me allebei erg inspireren. Maar met jou ben ik vaak voorzichtiger, discreter. Omdat we ook samenwonen. Ik moet een zekere afstand behouden. Maar er zijn zeker elementen van jouw werk in mijn werk. Bijvoorbeeld wanneer ik het tekenen begon te gebruiken in mijn onderzoek naar ‘poëtische documentatie van levende ervaring’. Ik doe het erg verschillend van hoe jij het doet, maar het feit dat ik het tekenen als een direct, intiem spoor van een ervaring benader – veeleer dan als een representatie van een ervaring – dat komt echt van het werk dat wij in jouw projecten hebben gedaan.

Julien Juist. Dus je hebt het nu over wat je meeneemt uit mijn benadering en hoe je dat toepast volgens je eigen inzicht. Maar wat ik in gedachten heb is iets kleiner, diffuser, iets dat dóór jou stroomt. Wanneer we bijeenkomen en gewoon beginnen te werken, zie ik dat er in jou snel iets geactiveerd wordt dat echt hoort bij het werk dat we al zo lang doen.

Anouk Ik herinner me dat Lisa Nelson – die mij en mijn danspraktijk al jaren kent – me vertelde hoeveel mijn dans veranderd was door de praktijk die jouw werk vergt.

Julien Dat klopt, denk ik, zeker vanwege de tijd die we eraan besteed hebben. Maar ook omwille van het soort werk dat we doen. Met aandacht voor hoe we ervaring ervaren, hoe je je verhoudt tot je gevoel van aanwezigheid, hoe je aanraakt, voelt, denkt, verbeeldt… Hoe dat alles belichaamd is, uitgelokt en gekanaliseerd wordt door beweging.

Anouk Je zegt net dat er iets van jouw oeuvre in ons is. Maar er zijn ook dingen van ons die in jouw praktijken zitten.

Julien Natuurlijk. Het werkt en het klopt enkel als jouw subjectiviteiten de ruimte krijgen om te bestaan en te bloeien, op het podium, ook al gebeurt alles via protocollen die vastliggen, die jou beperken en moeilijk op te voeren zijn. Soms raken toeschouwers verward door hoe verschillend individuele performers dezelfde dingen aan het doen zijn.

Anouk Maar toch bewaar je het verschil. Waarom, denk je, ben je daarin geïnteresseerd?

Julien Om zowel esthetische als ethische redenen, denk ik. Ik ben geïnteresseerd in intimiteit, maar ik kan jouw intimiteit niet als matière première nemen, als ruw materiaal dat ik vervolgens boetseer. Ik kan net zo min beslissen hoe diep je zal gaan. Dus jij moet de leiding hebben, jij moet jezelf zijn. Wat ik doe is geschikte voorwaarden creëren, zodat je voelt dat je ervoor kan gaan zonder je te blootgesteld of bedreigd te voelen, of voyeuristisch bekeken door het publiek. De stukken leunen in grote mate op jij die in de diepte van je ervaring duikt, maar de dramaturgie zorgt ervoor dat de toeschouwers bovenal intiem worden met hun eigen ervaringen. Wat betekent het voor hen om ‘toe te schouwen’? Ze kijken enkel naar jou om weer naar zichzelf geleid te worden. Ze kijken naar buiten om binnenin te zien.

Anouk Dat is geen gemakkelijke taak. Het is een grote verantwoordelijkheid.

Julien Je moet daar staan en jezelf zijn, maar je doet dat door met bepaalde protocollen om te gaan waartoe je je strikt moet verhouden, dus er is niet veel ruimte voor je eigen voorkeuren, en zeker niet voor je creativiteit. Er is ruimte voor de speci eke textuur, de specifieke vibe van hoe je met de situatie omgaat, met iets van jezelf dat bestaat ondanks jezelf. Of je zou kunnen zeggen dat je wel keuzes moet maken en creatief moet zijn, maar enkel op de kleinste schaal. Door met jou op die manier te werken, moet ik ook mijn eigen voorkeuren opzijzetten. Ik moet principes vinden die jij kan activeren, op een manier waarop ik dat zelf niet kan, of zelfs niet zou kunnen voorstellen. Ik ben het niet die beslist wat jij op het podium doet. Het is het protocol van de praktijk dat dat beslist, volgens de singulariteit van het moment – die jouw eigen toestand, je eigen stemming omvat.

 Anouk Het ontsnapt je inderdaad. Wat de vraag oproept hoeveel wij, als performers, ook auteurs zijn van het oeuvre waar we het nu over hebben.

Julien Ja, precies, het is ook op die manier dat ik denk dat ‘mijn’ oeuvre in jou zit. Ik vraag me ook af of jij vindt dat het een deel van jouw oeuvre is wanneer je mijn werk uitvoert.

Anouk Ik weet het niet. Het ding is dat, als danser, je oeuvre jezelf is, je eigen lichaam-geest, je aanwezigheid. Je bestaan. Er is totale intimiteit met het werk, dat geen afstandelijk object of productie is. Je oeuvre is je zelf. En het gekke ding is dat je dat ‘zelf’ ten dienste stelt van het werk van iemand anders. Wanneer ik jouw werk uitvoer, voel ik me minder creëren dan dienen,
in de nobele zin van het woord. Daarom ben ik erg voorzichtig met wie ik samenwerk. Wat dan ben ik aan het dienen, snap je? ‘Oeuvre’ lijkt voor mij bovendien een auteur te impliceren. Maar met jouw werk ervaar ik mezelf niet als auteur. Er wordt veel gecreëerd door mijn betrokkenheid, absoluut, en op die specifieke manier komt dat van wie ik ben. Maar ondanks al wat ik moet doen om die praktijken op te voeren, draait het allemaal, uiteindelijk, om ik die receptief ben. In essentie gaat het om ontvangen en kanaliseren.

Julien De praktijk start met het erkennen van jou als persoon, enkel om de mogelijkheid te laten om verder te gaan, naar een groter en minder besloten perspectief dan het jouwe, of evengoed het mijne.

Anouk Het doet me denken aan Meta-Instrument Score7. Je hebt die sporen en je belichaamt ze… (lacht) Het is in feite erg grappig: je wordt binnenin door iets bewogen dat buiten jou ligt. Je staat op het podium voor het publiek, en je hebt die abstracte tekening naast je, op de pupiter. Die sporen van de tekening zijn zoals sporen van energie. Je belichaamt ze en je weet niet wat voor soort vorm ze zullen produceren, je weet niet wat voor beweging eruit zal komen. Maar die externe sporen zijn wat jou doet bewegen. Ze bewegen je van binnenuit, op een erg intieme manier, ondanks het feit dat ze daar zijn, voor je liggen, en ondanks het feit dat de tekening collectief werd gemaakt. Het is dus niet eens jouw tekening, het zijn niet jouw sporen. Het binnenste wordt gemanifesteerd, maar… allee, het is een buitenste – belichaamd, geïnternaliseerd – dat zich opnieuw manifesteert door een soort van keten die binnen-buiten-binnen-buiten gaat…

Julien Ja. Hier gaat het, wat de kwestie van intimiteit betreft, en anders dan wat vaak wordt gesuggereerd door de term, niet om een biografische, noch om een psychologische intimiteit.

Anouk Nee, het is iets energetisch, zou ik zeggen. Een energetische intimiteit. Een onpersoonlijke intimiteit.

Julien Klopt, niet jouw intimiteit als persoon, maar de intimiteit van jouw proces van ervaren hoe beweging bloeit van binnenuit, van het belichaamde spoor.

Woensdag 9 oktober, late namiddag. Valère en ik wandelen terug naar huis.

Valère Heb je een leuke dag gehad?

Julien Hmmmm, ja. Ik ben druk bezig geweest aan het artikel dat ik weldra moet opsturen. Het is wel leuk om onze gesprekken op te schrijven. Had je begrepen dat je er ook in zal voorkomen?

Valère Nee. Nee, wat bedoel je?

Julien We hebben het er een paar dagen geleden over gehad. Na de zwemles. De tekst bestaat uit fragmenten van gesprekken die ik met je mama had, en soms ook met jou, over het artikel zelf. Ik schrijf letterlijk op wat we tegen elkaar zeggen – of toch zoals ik het mij herinner. Vind het je goed als ik je citeer?

Valère Ja. Maar je hoeft dat niet aan mij te vragen, hoor. Ik ga altijd akkoord. Ik vind het goed als je kan gebruiken wat
je wilt. Doe maar.

Julien Dankjewel.

Valère Is dat dan zo’n beetje zoals dialogen in een boek – of niet?

Julien Ja. Of misschien beter nog, zoals in een theaterstuk, waar de hele vertelling ontstaat door wat mensen tegen elkaar zeggen … Hé, laten we hier nog even stoppen voor we een ijsje halen. We hebben nog eten en drinken nodig voor vanavond.

Valère Hier? Gaan we dan fishsticks kopen? Je koopt ze hier toch, niet?

 

Hartelijk dank aan Anouk Llaurens en Valère Bruneau voor hun bijdrage aan deze tekst en aan, nog belangrijker, het leven en de kunst die ze inspireren. Veel dank aan Maya Dalinsky, Sonia Si Ahmed, en ook aan Laure Myers – nu op weg naar andere avonturen – voor de tijd, het talent, de intelligentie en het vertrouwen die ze al die jaren in onze samenwerking hebben gestoken. Dank aan David Weber-Krebs die met zijn voorstelling ‘The Guardians of Sleep’ het proces initieerde dat leidde naar het huidige artikel.

Vertaling: Jürgen Jaspers

1The Guardians of Sleep (2017) is een performance van David Weber-Krebs. Ze begint met een scène waarin elk van de zes performers een sequentie van persoonlijke beelden die op een tablet staan bespreekt met een hun toebedeelde groep van ongeveer tien toeschouwers. http://davidweberkrebs.org/work/the-guardians-of-sleep-2.2Sébastien (Seba) Hendrickx en Kristof van Baarle zijn twee leden van de Etcetera-redactie.3Authentic Movement is een bewegingspraktijk waarbij je gewoonlijk in duo’s werkt en afwisselend de functie van ‘beweger’ opneemt – waarvoor je bewegingsimpulsen uitvoert zoals ze opkomen en de ogen gesloten houdt – en de functie van ‘externe getuige’, die zowel de ‘beweger’ ondersteunt door zijn aanwezigheid als zijn eigen ervaring van het getuige zijn onderzoekt. Balancerend op de rand van kunst, therapie en spiritualiteit, cultiveert deze praktijk aanvaarding, welwillendheid en aanwezigheid door de ontwikkeling van de eigen ‘interne getuige’.4SAY is een één-op-éénperformance die het principe van het orakel verkent. Toeschouwers wordt gevraagd om bij te dragen met enkele persoonlijke bekommernissen die ze zullen verwerken, maar die op geen enkele manier worden meegedeeld aan de performer. Voor meer info, zie: Bruneau, J. (2016). The labor of sense-making. Etcetera, 144. https://e-tcetera.be/the-labor-of-sense-making-2/. Genius Loci is een performance voor huiselijke contexten die in een transitiefase zitten, waaraan uitsluitend de bewoners deelnemen als betrokken getuigen.5Anouk Llaurens, Maya Dalinsky en Sonia Si Ahmed zijn danseressen die, onder meer met Julien Bruneau, sinds 2010 samen hebben gecreëerd en geperformed, met name in SAY (2015) en Genius Loci (2018), alsook in Meta-Instrument Score (2012), dat verderop in de tekst wordt besproken. (Danseres Laure Myers droeg ook bij aan, en danste in, Meta-Instrument Score en Genius Loci).6Fernand Schirren (1920-2001) was een Belgische componist, musicus en ritmeleraar die doceerde aan Mudra, CNDC d’Angers en P.A.R.T.S, waar Anouk Llaurens zijn assistente was. Lisa Nelson (1949) is een Amerikaanse danseres en docente die de rol van de zintuigen exploreert in het uitvoeren en observeren van beweging.7Meta-Instrument Score is gebaseerd op een of meerdere performers die de sporen belichamen van een collectieve, abstracte tekening waar het silhouet van een lichaam overheen ligt. Die partituur wordt op het podium getoond op een pupiter (en kan ook een figuur van een schilderij van een Vlaamse Primitief bevatten, maar de functie daarvan wordt hier niet onderzocht).

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

kunstenaarsbijdrage
Leestijd 16 — 19 minuten

#159

15.12.2019

14.03.2020

Julien Bruneau

Julien Bruneau is danser, choreograaf en beeldend kunstenaar. Hij woont en werkt in Brussel. Gebruik makend van bewegingen, tekeningen en taal onderzoekt hij de dynamische wisselwerking tussen innerlijkheid en collectiviteit.