© Michiel Devijver

Leestijd 10 — 13 minuten

I’m Not Done – Simon Baetens

Electra in to-doland

In I’m not done neemt Electra, het drag alter ego van Simon Baetens, het woord. Schommelend tussen uitputting en euforie, verveling en overprikkeling, loodst ze het publiek door een multi-sensorieel exposé van de menselijke conditie. Die is, aldus Electra, fundamenteel aangetast door de alomtegenwoordigheid van digitale media, popcultuur en internettrends. Wie ben je nog als er ook een parallele jij in de cloud bestaat?

Terwijl witte rookslierten door het publiek kronkelen, gaat Electra (Simon Baetens) diagonaal op het vierkante verhoog midden op het podium liggen. Als haar naam je doet denken aan de berooide dochter van Agamemnon en Clytaemnestra, vergis je je: doch tragisch, heeft deze Electra weinig met haar Griekse naamgenoot te maken. Integendeel, ze is onmiskenbaar een product van de 21e eeuw. Ze spreekt in oneliners en is gekleed alsof ze haar gehele Pinterestboard in één enkele outfit — paarse bodysuit, hoge zwarte hakken versierd met zilveren kettingen, een stijve olijfgroene jurk waaraan een gele bikini en gele handschoenen bevestigd zijn, een bot geknipte zwarte pruik en een gezicht vol clowneske make-up — wilde incorporeren. Met haar armen stijf naast zich en haar ogen naar het plafond gericht spreekt ze haar eerste zin uit: ‘It’s not that I don’t want to. I just really feel like I cannot.’

Deze defaitistische opener zet meteen de toon voor de monoloog die volgt. Electra doet een reeks uitspraken die best beschreven kunnen worden als burnout 101. Het zijn de onschuldige leugentjes die we onszelf en elkaar vertellen wanneer we op absolute uitputting afstevenen: ‘I’m not tired, I just need some sleep‘, ‘I just haven’t found the energy yet‘, ‘Maybe the next cup of coffee will be the one to fix me‘. Electra vult elke dooddoener aan met een populair internetmantra zoals ‘I’m protecting my peace at the moment’ en ‘Sometimes I feel like the main character’, alsof ze haar uitputting met de stokpaardjes van influencers wil verlichten. Ze brengen echter weinig soelaas — vermoeidheid, ontwrichting en wanhoop zullen haar blijven achtervolgen.

In I’m not done voert Simon Baetens een karikatuur op van een samenleving die zichzelf de dieperik in gewerkt en gescrold heeft, en zich radeloos tot het internet keert. Meer dan dat Baetens ons probeert te overtuigen van onze post-postmoderne conditie, laat hij Electra ons op melodramatische wijze tonen hoe onze psychologische toestand veranderd is door het internet. Gestructureerd rond drie liedjes, een bevreemdende videomontage en een catwalk, duizelt I’m not done de overprikkeling in.

What does it mean?

Electra heeft een reeks terugkerende dromen. In de ene kruipt ze door een tunnel bezaaid met glasscherven, in een andere is ze getuige van een ongeluk, maar kan ze geen ambulance bellen omdat haar telefoon niet werkt en in een derde probeert ze te schreeuwen, maar komt er geen geluid uit haar keel: ‘Sometimes I’m afraid I’ll die with that scream inside me,‘ bekent Electra, ‘I even wrote a song about it.’

Het is een grappig moment: Electra heeft het nummer namelijk helemaal niet zelf geschreven. Zittend op de rand van het verhoog drukt ze de toetsen van een onzichtbare piano in terwijl op de achtergrond een live versie van Miley Cyrus’ ‘Twinkle Song’ (2015) begint te spelen. Wie niet vertrouwd is met het nummer, herkent het refrein — ‘What does it mean? What does it MEAN? WHAT DOES IT MEAN? AAAAA!’ — uit de tiktoktrend waarin dramatisch gebarende mensen de betekenis van allerhande situaties en uitspraken proberen te achterhalen.

Dat lipsyncen een hoofdrol speelt in I’m not done is geen verrassing. Lipsyncen is doorheen de jaren namelijk uitgegroeid tot een integraal onderdeel van drag performances. Het laat drag artiesten niet alleen de persona’s van de originele artiesten belichamen of tegenspreken — Electra’s donkere verschijning en houterige bewegingen zijn een heel eind verwijderd van Miley Cyrus’ gebleekte dreads en muzikale virtuositeit — maar stelt de performer ook in staat zich het nummer toe te eigenen. Door het nummer in volle ernst te playbacken terwijl de absurde songtekst achter haar uitgebeeld wordt door kleurrijke iPhone-emoji’s, legt Electra de nadruk op de lyrics. Twinkle Song wordt zo een integraal onderdeel van een theatertekst. I’m not done bewijst zo op een heel eigen manier Roland Barthes welgekende vaststelling dat elke tekst een weefsel van citaten is: elk detail verwijst naar iets anders, iets wat het stuk zowel visueel als inhoudelijk enorm verrijkt.

Ondanks haar bevlogen performance blijven Electras vragen, net zoals in de tiktoks, onbeantwoord: flitsende lichten en luide knallen nemen het podium over. Electra lijkt dit niet te merken en gaat rustig op het verhoog liggen, met haar handen onder haar wang. Bij een volgende knal komen de woorden ‘inspiration fatigue’ op het scherm tevoorschijn. De woorden vormen een komisch contrast met de ‘slapende’ Electra en hun strakke, zakelijke vormgeving doet denken aan Charli xcx’s album brat, dat afgelopen zomer viraal ging. Waar brat gekenmerkt werd door rigeur — het lowercase, vierletterige woord en de groene achtergrond kwamen overal terug — wordt de projectie in I’m not done gekenmerkt door constante aanpassingen. Zo passeren onder andere ook ‘toxic positivity fatigue’, ‘Web MD fatigue’,porn fatigue’, ‘meme fatigue’, ‘Taylor Swigt fatigue’,compassion fatigue’ en ‘10000 steps fatigue’ de revue. Alles lijkt tegenwoordig vermoeiend te zijn, te overweldigend, te veel.

Dit sentiment wordt gedeeld door Electra die, wanneer de woorden in en uit de projectie knallen, een lethargische monoloog brengt, waarbij het laatste deel van elke zin steeds wat later komt. Dit zorgt er niet enkel voor dat Electra de geprojecteerde fatigue belichaamt, maar ook dat je altijd twee zinnen te horen krijgt. Zo wordt de op zichzelf staande vaststelling ‘We have obliterated’ na enkele tellen aangevuld met ‘ourselves’, wat de betekenis van de zin verandert. Het is een slimme manier om je je interpretaties en indrukken constant te doen herevalueren en plaatst je perceptie voortdurend op losse schroeven.

“Alles moet niet enkel, maar het moet ook meteen.”

Wanneer de lichten van fel wit naar rood vervagen, verdwijnt Electra van het podium. Op het projectiescherm is een iconische scene uit Walt Disney’s Alice in Wonderland (1952). Alice kruipt het konijnenhol in en begint aan haar val richting Wonderland. Het is zowel een knipoog naar de ‘tunneldroom’ die Electra niet veel eerder beschreef als naar down the rabbit hole gaan, waarbij je op het internet verdwaalt in een onderwerp. Alice wordt afgewisseld met de gesatureerde beelden van een persoon die van een wolkenkrabber valt en van een elfachtig wezen dat rechtstreeks uit een CD-ROM spel lijkt te komen die de camera/ het publiek aanspreekt, en vraagt of we de grens tussen fictie en feiten kennen — een onderscheid waar Electra doorheen de voorstelling op teruggrijpt: ‘Today feelings have obliterated fact,’ stelt ze vast .

Wanneer de video eindigt en Electra weer op het podium verschijnt heeft ze haar latex tenue ingewisseld voor een zilveren glitterrok met een zeemerminachtige zoom — à la Divine in John Water’s Pink Flamingos (1972) — en is haar korte pruik een lange vlecht rijker. Ze paradeert over het podium terwijl ze ons haar piepkleine, compleet onbruikbare handtas toont. Deze catwalk dient echter niet alleen om accessoires te showcasen — elke pose wordt vergezeld door een statement: ‘Today is the day she will call her mother’, ‘Today she will get her inbox under control while drinking a chai latte’, ‘Today she finds herself on a road to nowhere.’ De scène slaagt er in op een speelse manier een leven te tonen dat jammerlijk bepaald wordt door de tegenwoordige tijd. Alles moet niet enkel, maar het moet ook meteen. Al verandert Electra meermaals van outfit, het gevoel blijft hetzelfde: alles op de to-do-lijst is een prioriteit. Vergeet morgen maar — vandaag is de dag.

Pardise lost

Dat al die overprikkeling leidt tot een verlangen naar ‘eenvoudigere tijden’ is bergrijpbaar. Achter Electra zien we landschapsschilderijen: herkenbare klassiekers zoals Abtei im Eichwald (1810) van de romanticus Casper David Friedrich, maar ook landschappen als Bob Ross’ DIYs. Ze delen allemaal hetzelfde gevoel van pastorale sereniteit: de natuur is groot en de mensen die erin voorkomen klein; de landschappen ongerept; het licht helder, zacht, uitnodigend.

Wanneer Electra weemoedig Björks Edda-achtige Bachelorette (1998) begint te playbacken, verschijnt er een tekening van een open raam en later ook van rode gordijnen over het landschap. Het is een duizelingwekkende Magritteiaanse ingreep die je attent maakt op de gemaaktheid van de projectie: we kijken naar een reproductie (de projectie), van een reproductie (de schilderijen), terwijl een lied speelt dat niet echt gezongen wordt (reproductie), maar geplaybackt wordt door een drag alter ego, dit alles voor een reproductie (projectie) van een reproductie (tekening van het raam en de gordijnen).

Al klinkt deze beschrijving ingewikkeld, de impact van de projectie is allesbehalve onzeker. Ze geeft een gevoel van nostalgisch verlangen weer, maar toont ook hoe ver we verwijderd zijn van het vervullen van dit verlangen: we kunnen alleen maar dromen van een tijd waarin de natuur niet zwikte onder menselijke druk, waarin we voldoende tijd hadden om te schilderen, waarin het digitale nog niet bestond. Er is een kloof die noch cottagecore, noch silly little mental health walks kunnen dichten: we staan aan de andere kant van een onzichtbaar raam, van een onzichtbaar gordijn, van een alomtegenwoordig scherm dat ons ervan weerhoudt contact te leggen met de rust die we willen. De wereld is kapotgemedieerd en de idylle heeft haar deuren dichtgetrokken.

Dit ontluikend besef maakt samen met Electra’s smachtende uitvoering van Bachelorette het een huiveringwekkend moment dat bijblijft als een van de meest impactvolle scenes in de voorstelling. In de naweeën van het lied walst Electra over het podium alsof ze rouwt om het leven dat ze nooit zal kennen, dat misschien nooit echt bestaan heeft.

© Michiel Devijver

De emoties die Baetens weet op te wekken zijn een ware verdienste. Ook al is I’m not done doordrongen van slimme zinnen en referenties, ze blijft ook geworteld in de viscerale ervaringen en beproevingen van de hedendaagse tijd. Ondanks al haar theatraliteit en verstandigheid, blijft de voorstelling relatable, invoelbaar. Hier stut de humor van I’m not done dan ook deels op: we lachen zelfbewust wanneer we Electra’s neurotische uitspraken en theoriën in onszelf herkennen. Bovendien vertrouw je er als kijker op dat de dingen die niet meteen resoneren, dat op een ander moment waarschijnlijk wel zullen doen — een niet al te geruststellend vooruitzicht.

Het risico van werken met gedeelde ervaringen is echter wel dat je publiek ook kan herkennen welke aspecten er lijken te ontbreken. Electra sluit I’m not done af met The Knife’s From Off to On (2006), een nummer over het ontsnappen aan een ongelukkige wereld door te schuilen in de vertrouwdheid van het televisiescherm. Ze zingt schor en traag mee alsof haar uitputting haar heeft ingehaald en ze nu enkel nog verlangt naar de rust en stilte die in het lied bezongen wordt. Tijdens het nummer houdt Electra onze aandacht vakkundig en volledig vast. Dit maakt het dan ook verassend wanneer de lichten gedimd worden en applaus losbarst in de zaal.

“Electra, met haar exuberante verschijning en kwetsbare monologen, belichaamt de tegenstrijdigheden van een tijdperk waarin overdaad en leegte, verlangen en teleurstelling hand in hand gaan.”

Het einde van I’m not done overvalt je volledig, deels omdat de slotscene zo krachtig is, maar grotendeels ook omdat die te snel lijkt te komen. Je verwacht nog hetgene dat op Electra’s zang zal volgen — iets dat toont dat dit nog maar het begin is van haar analyse. Als toeschouwer word je op een spijtig moment losgelaten, wanneer je niet enkel op het puntje van je stoel zit, maar ook wanneer je zelf begint na te denken over de manieren waarop ook jij from off to on gaat. Je put uit je eigen ervaringen en kunt pinpointen dat er nog heel veel materiaal was om mee aan de slag te gaan.

De sterkte van I’m not done zit in haar gelaagdheid. Met de voorstelling zet Baetens een scherpe, visueel rijke dissectie van de digitale tijdsgeest neer maar ook een intiem en herkenbaar portret van allesomvattende uitputting in the digital age. De voorstelling overstijgt het persoonlijke om een collectieve diagnose te stellen. Electra, met haar exuberante verschijning en kwetsbare monologen, belichaamt de tegenstrijdigheden van een tijdperk waarin overdaad en leegte, verlangen en teleurstelling hand in hand gaan. I’m not done laat je achter met vragen, maar misschien ook wel met een glimpje hoop dat, ondanks de chaos, het laatste woord nog niet gezegd is. Zoals de titel suggereert: we zijn nog niet klaar.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 10 — 13 minuten

#178

15.12.2024

28.02.2025

Paula Rodríguez Sardiñas

Paula Rodríguez Sardiñas is kunsthistorica, schrijver, onderzoeker en redacteur. Stukken van haar hand verschenen onder meer bij Etcetera, Glean, Metropolis M en rekto:verso.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!