Jan Decorte & Sigrid Vinks – Foto Danny Willems

Willy Thomas

Leestijd 6 — 9 minuten

Iemand graag zien

over newereld zonderonnozelkinderen

Tot spijt van wie het benijdt, kreeg Jan Decorte voor zijn King Lear-bewerking Meneer de zot en het kind de Toneelschrijfprijs 1991. Een hommage door Willy Thomas aan de man die tien jaar geleden een genie werd genoemd en daarna niet meer mocht doen wat hij wilde. Alsof hij zich daaraan stoorde. Wat de toekomst betreft lijkt de Belgische politieke hofhouding een nar rijker te zijn. Bij de nationale verkiezingen werd Jan Decorte verkozen als volksvertegenwoordiger. “Als ik in het parlement geraak, zal ik nog steeds dezelfde pipo en dezelfde onnozelaar zijn.Dat vind ik belangrijk”, sprak de zot.

Er is goed nieuws voor de kinderen. Het theater van de grote mensen – het toneel dus – heeft een beslissing genomen die jullie ongetwijfeld veel plezier zal doen. Het toneelstuk Meneer de zot en het kind heeft de toneelschrijfprijs van 1991 gewonnen. Het is een stuk van dienen toffen van ‘Sterrenwacht’, met zijn wit haar.

Die moeilijke meneer heeft op een namiddag een toneelstuk gekakt en ‘t is nog prachtig ook. Het is simpel, hard en schoon geschreven.

Het juryrapport stelt het zo: “Met deze tekst, waarin Decorte de tragiek van King Lear toegankelijk maakt voor erg jonge toeschouwers, bekleedt de auteur een volstrekt unieke plaats in het nochtans rijke aanbod kinder- en jeugdtheater dat Vlaanderen en Nederland op dit ogenblik kent. (…) Dat de tekst ook buiten de specifieke doelgroep verwarring kan stichten is voor de Jury een even evidente als verheugende vaststelling. ”

Ziehier, mijn beste kuikentjes, waarom ik jullie hier omtrent toch even wil tippen. Om één of andere reden heeft deze jury dus gedacht dat het hier om een tekst ging die voor jullie was bestemd. Zou het kunnen dat dit stuk zo eenvoudig lijkt dat men met de glimlach over de betekenis heen kijkt? Zou het kunnen dat de kinderlijke manier waarop Decorte dit stuk heeft geschreven tot een kinderachtige conclusie heeft geleid?

Hoe het ook zij, onschuldige ratjes, hier een paar voorsmaakjes:

meneer.
Gawegzwijghoudu.
Cordeliake.

het kind.
Ja meneer.

meneer.
Ge moet braaf zijn memij.
Kom hier. Ik wil u. Ik moet u.
Van voor is gemakkelijk
Maar vanachter is beter.

het kind.
Paslapapa
paslapapa
paslapapa”

meneer.
Ze slaapt.Gelijk nenond op een
matje. Zis schoon.

de zot.
Blijfteraf.

meneer.
Blijfteraf.
Alwagezegtzijdezellef.

de zot.
Ik zeg blijfteraf.

meneer.
Ge zijzotzot.”

Allen daarheen dus! Het is plezant en met veel seks en geweld. Een vader die een moeder de keel overbijt en dan het bloed opdrinkt en zegt dat het lekker is, daarna eet hij samen met zijn kind de moeder op (wel eerst in kleine stukskes gesneden). Of nog: een dochter die haar vader met zijn broek af op een stoel heeft vastgebonden en dan met haar hoge hakken zijn twee ogen uitstampt. En toen? entoen? gijkunt nogal zagegij.

Beste ouders,

het is volledig aan u om te beslissen of deze tekst en de daaraan verbonden voorstelling voor uw kinderen geschikt is, maar vergeet u vooral zelf niet te gaan! Ik weet wel dat u door ongeveer de voltallige Vlaamse theaterpers gewaarschuwd bent. Dat men zelfs zover ging u op te roepen niet naar deze voorstelling te gaan omdat u zich bekocht zou voelen. Maar gelukkig voor het theater is er nog ‘de andere sinema’ want daar hebt u wel een totaal andere klok horen luiden; die van de wanhopige vreugde van Dirk Lauwaert.

In die wanhopige vreugde heb ik mezelf geheel kunnen vinden. De vreugde bij het bekijken van deze voorstelling en de wanhoop bij het bekijken van de algemene reacties erop. En dan vooral de manier waarop die reacties er komen. Vanuit de hoogte, honend, ridiculiserend, geen moment wordt nog een spiegel voorgehouden.

Zelfgenoegzaam ‘zoeken zij het narrendom buiten zichzelf’. Eén alinea uit het artikel van D. Lauwaert die toevallig niet toevallig dit stuk tegelijk met ‘Ein traum, was sonst’ van H. J. Syber-berg recenseert:

Decorte blundert – hij heeft geen argumenten, onttrekt zich aan iedere opinieverklaring, onttrekt zich aan iedere ‘zaak’, ieder ‘doel’ waarop je hem zou kunnen vastpinnen. Syberberg zegt zulke ongepaste dingen dat men hem dan maar met het ongepaste epitheton uitrust (men noemt hem naar een partij waarvan het bestaan en de daden hem als geen ander voor de geest staan om ze grondiger dan wie ook aan te klagen). Ja, waarde kennis schraal is, takelt ook de taal af. Decorte zegt zulke ongerijmde dingen dat men hem met paternalistisch misprijzen blijft betuttelen (ik ben ouder dan vele van zijn achtervolgers en herinner me dat hij toen al vanuit de hoogte gebagatelliseerd werd).”

Naast Decorte ken ik niemand bij wie het leven en het theater zo in mekaar overgaan. Ziedaar het gevaar! Op het Brusselse K.M.C. wees de directeur er, in het begin van de tachtiger jaren, al op dat Decorte niet alleen tijdens de lesuren met zijn werk bezig was. Redenen genoeg dus om hem als lesgever aan de dijk te zetten. Vooral nadat de overige toenmalige docenten zelf eens met ‘de meester’ hadden gewerkt, bleek enig protest van de leerlingen niet meer tegen het ontslag opgewassen. Dit is nu ongeveer tien jaar geleden en kijk maar eens wat er sindsdien niet allemaal uit die school is voortgekomen.

Daarom niet getreurd, Decorte had ondertussen de status van ‘Genie’ verworven. Voor de voorstelling die hem het hoofd kostte aan het K.M.C.Brussel kreeg hij de Oscar de Gruyter-prijs. Met Tasso en Lear bouwde hij de laatste huizekens die hem weldra tot het imperium van de GROOTE RESSIGEURS zouden brengen. Onze Jan bedacht zich echter en zette, toen Wanja helemaal klaar was, een punt achter zijn legende. Bang voor vroegtijdige mummificering verraste hij toen vriend en vijand door op veertien dagen het eeuwige revolverschot aan het eind om te buigen in een voorstelling die als Scènes/Sprookjes achter de souffleurbak terechtkwam. Plots viel alle retoriek over het meesterschap van dit enfant terrible stil. Er werd niet meer zo luid gesproken in de cafés. Hier en daar werd er tweedracht gezaaid. De noodzaak van een fanclub drong zich op. Het persvolkje, hier een daar een eenzaam pennespruitje uitgezonderd, was ontstemd ‘Hebben we daarvoor zo ons best gedaan om het grote pubhek naar zijn voorstellingen te lokken!’ Het werd van kwaad tot erger. Hoe duidelijk Decorte nu ook met zichzelf en het theater omging, men bleef hem maar meten aan zijn goede oude tijd. Geen spoor van onderzoek naar de mogelijke redenen van een dergelijke koerswijziging. Tot op heden bijna geen spoor van erkenning terwijl ondertussen bijna een heel bos paddestoelen om hem heen is ontsproten.

Soms wordt de optelsom van vreugde en wanhoop dan woede en de paddestoelen giftig. Dan zit men op een goede zondag voor zijn scherm en kan men eventjes de oren en de ogen niet geloven als T. VDB. heel serieus het gesprek met de leden van de B.M.C. opent met “ZO, en jullie hebben dus nu de vierde wand gesloopt?”. Mijn onderlip draaide in mijn nek en toen de B.M.C.daar dan nog fier “Ja” op antwoordde en dat ze daarbij in het spoor traden van de groten der aarde zoals daar zijn: Buster Keaton en Freek De Jonge, was ik toch blij dat ik er zeker van kon zijn dat Decorte om dit uur nog in zijn nestje ligt en dat Lamers op dat uur meestal achter de computer zit en dat door de eeuwen heen allen die ooit het publiek in de ogen hadden gekeken niet uit hun graf zouden opstaan om vergelding te eisen. Die dag heb ik trouwens besloten om een nieuwe prijs het leven in te roepen. Om moeilijkheden te vermijden ben ik het enige jurylid van deze onderneming. Voor het jaar ’91 gaat mijn geestelijk troffee: ‘DE GROOTE PRIJS VOOR DE UITVINDING VAN HET WARM WATER’ naar de B.M.C.

Hoewel het soms allemaal niet om te lachen is, blijft het toch de gezondste boodschap. Dat is ook bij Decorte duidelijk te merken. Terwijl de voorstelling de humor niet citeert lach je bij Decorte ondanks jezelf en dus met jezelf. Een brutale en platte humor, niet bedacht, en deel van de rest op de juiste momenten; dus niet ingebouwd maar afhankelijk van de dialoog met het publiek. Ook de huiver, de dubbelzinnige neurose van ‘Meneer’, het gebrul van Decorte rolde door mijn ruggemerg. Misschien maakt Decorte geen ‘voorstellingen’ meer, maar des te meer gebeurt er telkens iets tussen 20u30 en plusminus 21u30 (afhankelijk van het been waarmee hij om 14u uit zijn bed is gestapt). Om nog eventjes op D. Lauwaert terug te komen: “Hoe verfrissend dit theater dat eraan herinnert dat mensen hier lichamen hebben (niet dat de anderen daar lichamen zijn); dat eraan herinnert dat mensen spreken, reëel

Is het niet een klein beetje triestig dat we daar sowieso aan herinnerd moeten worden en dat bepaalde critici dergelijke sporen niet meer willen zien? Zijn zij dan vastgestrikt in een net van theatertheorie en theatertraditie. Hebben degenen die de traditie aan de praat houden zich door diezelfde traditie laten dicteren? Moeten we ons er niet voor hoeden dat, zoals in Duitsland, de traditie in de plaats van het theater gaat nadenken?

De uren die Decorte vult hebben geen bloed, zweet en tranen gekost tenzij die van de durf. Die van de onmetelijke bescheidenheid om zo pretentieus te durven zijn te kunnen staan voor wat je waard bent, zonder ingewikkelde trukendozen, en theatrale poespas. De moed om het ergens over te hebben en de noodzaak kenbaar te maken geliefd te willen worden. Dit blijkt politiek de zwaarste keuze te zijn die men tegenwoordig kan maken. Als je aan Decorte vraagt wat het publiek dan wil dan antwoordt hij “Hetzelfde wat ik wil: iemand graag zien.”

p.s. Mijn nieuwste toneelstuk zal De stoel van Stanislavski heten.

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#36

15.12.1991

14.03.1992

Willy Thomas

Willy Thomas startte als speler bij HTP van Jan Decorte (1981) en richtte in 1984 Dito'Dito op, samen met Guy Dermul en Mieke Verdin. Sinds juni 2016 is hij artistiek leider van ARSENAAL/LAZARUS.

artikel