© Simo Karisalo

Elke Huybrechts

Leestijd 4 — 7 minuten

Howl – Sonja Jokiniemi

Een angel die blijft steken

Vorig jaar toonde de Finse choreograaf en performer Sonja Jokiniemi het intrigerende Blab op het NEXT festival. Ook dit jaar is ze te gast op het internationale festival in de Eurometropool, meer bepaald in het Kortrijkse BUDA, en komt ze met de solo Howl op de proppen. Met deze nieuwe voorstelling werkt Jokiniemi gestaag en consequent verder aan de ingeslagen weg van haar fascinerende oeuvre. En deze voorstelling prikt en prikkelt nóg meer dan haar vorige.

Voor Howl liet Jokiniemi zich inspireren door beeldend werk van haar hand: twee schilderijen in zwart-wit en twee textielwerken, ook zwart, dan wel wit. Op de schilderijen worden op Picasso-achtige wijze figuren afgebeeld met ontblote genitaliën, weefsels en geometrische patronen. Deze vier beeldende werken hangen van het plafond naar beneden, centraal in Jokiniemi’s ‘speelveld’. Rond deze centrale objecten, dit visuele kunsthart, staan nog enkele andere curiosa opgesteld: twee glazen tubes in de vorm van een been, en hoop klei, een roze lap stof en iets wat lijkt op een anorganische plant met aan de uiteinden mondstukjes van verhard rubber. Jokiniemi bouwt haar performance zéér geleidelijk op: aanvankelijk kijkt het publiek, in de vorm van een U vergaderd rond het speelveld, louter naar de reeds opgestelde objecten en naar de geluidskunstenaar Natalia Domínguez Rangel en technieker Heikki Paasonen, die mee geïntegreerd zijn in dit sensorische landschap, tot op het moment dat Jokiniemi door een deur binnenkomt en nog andere objecten, zoals een semi-transparante hand, op een tamelijk geaffecteerde manier, in de ruimte begint te plaatsen.

Wie Blab zag, zou zich in die eerste nogal traag verglijdende minuten al eens durven afvragen hoe Jokiniemi erin zal slagen om een nieuwe voorstelling te maken die even fascinerend en fris is als de vorige. Aan Blab lag de filosofie van het Nieuwe Materialisme ten grondslag, een ideeëngoed dat bijvoorbeeld door de Amerikaanse politieke theoretica Jane Bennet in Vibrant Matter onder woorden gebracht wordt. Eigenlijk verbeelden in Blab drie performers en ontelbare objecten de paradigmaverschuiving die theoretici van het Nieuwe Materialisme inluiden: mensen, dieren en dingen worden in deze performance gelijkgeschakeld want alle materie kan iets doen, bezit vitaliteit. De mens heeft niet langer het monopolie op leven, op betekenis noch op erotiek. In hoeverre blijft het echter boeiend om een bepaald gedachtegoed te illustreren met een voorstelling? Hoe zorg je ervoor dat je voorstelling ook een bepaalde eigenheid vertoont in de omgang met een manier van denken, en dan in het bijzonder met het Nieuwe Materialisme, dat uit zichzelf weinig dramatiek biedt? Immers, als “alles” gelijkgesteld wordt, waar zou het conflict dan nog zitten? In die bewuste eerste minuten van Howl, aldus, lijkt het alsof Jokiniemi van plan is om dit gedachtegoed opnieuw te verbeelden, zonder meer.

Dat blijkt – gelukkig – niet zomaar het geval te zijn. Hoewel de vergelijking tussen de twee performances op heel veel vlakken opgaat, bezit Howl toch een scherpe angel die Blab minder heeft. Het verschil tussen de voorstellingen huist in feite al in de titels: waar ‘blab’ verwijst naar het gebrabbel van een baby, de pre-talige geluidjes waarmee een mensenkind contact probeert te maken met zijn omgeving, wil ‘howl’ evenveel zeggen als ‘huilen, schreeuwen, jammeren’. Howl heeft dan ook een veel melancholischere toon, is ernstiger, gaat eerder over een verlies van onschuld dan over het (her)ontdekken ervan. De rooskleurrijke scenografie van Blab heeft plaatsgemaakt voor een setting in zwart en wit. Van gebrabbel naar huilen: dat is opgroeien, een soort emancipatie van de kunstpraktijk van de theorie, of een opgroeien in de praktijk van Jokiniemi. Na de vreugdevolle bevrijding van het leven van ‘de dingen’, ontstaat er ruimte voor de rauwe, donkere kant ervan.

De sterkte van Howl zit hem vooral in hoe intensiteit op verschillende niveaus ingezet wordt. Ten eerste is er de opbouw van intensiteit in Howl. Het stuk begint dus met Jokiniemi’s nogal sec ontdekken en organiseren van de materie en de ruimte. Deze fase is nodig voor de suspension of disbelief, zodat je als toeschouwer de tijd krijgt om mentaal en fysiek deel te beginnen uitmaken van deze ecologie der dingen. Het draait hier om de intensiteit van de focus: de concentratie van zowel Jokiniemi als het publiek centreert zich rond een aantal objecten. Al snel merk je als toeschouwer bovendien op hoe geaffecteerd Jokiniemi’s omgang met de objecten wordt. Daardoor wordt haar aanwezigheid in de ruimte nogal onheilspellend. Op een bepaald moment begint zij kreetjes uit te slaan en in het rond te spuwen. De animale mens ontwaakt en het ritme van de handelingen, en ook de acties zelf, worden intenser. Gedurende de performance transformeert het nogal sec ontdekken van de materie en de ruimte geleidelijk naar een erotische omgang ermee om tot slot zijn hoogtepunt te vinden in een agressief verkeer tussen beide. In een bloedbad zelfs.

Aan het einde zien we Jokiniemi inderdaad naar één van de glazen tubes grijpen, waar bloed uit stroomt. Ze giet het bloed op de grond en beweegt zich dan over de vloer, waardoor ze volledig onder de rode vloeistof komt te zitten. Op deze manier dwaalt ze nog een tijdje, op handen en knieën onrustig rond in de ruimte. Af en toe zoekt ze intenst oogcontact met haar toeschouwers, die ze zo meeneemt in haar bijwijlen agressieve omgang met de objecten die haar omgeving vormen. Zo vertaalt de intensiteit van deze performance zich het duidelijkst in het laatste deel, waar ze transformeert tot een uiterst expliciete manifestatie van een innerlijke, seksuele drang die volledig op drift raakt. Ook het affect dat ontstaat uit de puzzelstukken van deze performance is niet anders te omschrijven dan intens. Howl huilt, schreeuwt, jammert onophoudelijk en luidkeels uit verzet tegen vastgeroeste normen en hokjes. Howl is een wanhoopskreet waar kracht uit spreekt, een queer angel die blijft steken.

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#158

15.09.2019

14.12.2019

Elke Huybrechts

Elke Huybrechts is Master in de Nederlandse Taal- en Letterkunde en studeerde Theaterwetenschappen. Ze is redacteur bij Kluger Hans, dramaturge van Cie DeSnor en lid van de grote redactie van Etcetera.

RECENT VERSCHENEN

recensie

RECENT VERSCHENEN