© Mahieu Yvan

Iemands Zus – Mira Bryssinck / Par Hasard & VIERNULVIER

De tedere schaduw van een zus

Je zit met je zus in de auto, met elk een sigaret en harde techno, en denkt na over vervlogen jaren. Over de moeilijke en ook mooie momenten van een zusterband onder spanning. In Iemands Zus neemt Mira Bryssinck het publiek mee in innige gesprekken, typische zusterruzies en ouders die proberen om te gaan met een situatie waar geen handboek voor bestaat. Er is namelijk een belangrijke extra spanningslaag: de ene zus heeft een beperking, de andere niet.

Deze solovoorstelling van Mira Bryssinck werd gemaakt met Par Hasard, een collectief/platform dat zich inzet voor netwerkverbreding van nieuwe makers. Een vorige voorstelling, Malinconico, onderzocht de vele vormen van melancholie, verdriet en rouw. Qua vorm werkten ze met relaxed performances, een prikkelarm en neurodivergentie-vriendelijk format. Iemands Zus is simpeler, maar werkt net zoals Malinconico samen met VGT-tolk Kristien Desmettre om de voorstelling toegankelijker te maken.

Iemands Zus staat voor Theater aan Zee in een soort hoorcollegezaaltje in AZO Damiaan. Terwijl andere mensen met eID paraat zich aanmelden aan de kiosken, staan er TAZ-vrijwilligers klaar om ons een verdieping lager naar de zaal te begeleiden. Deze keer geen bezoek aan een specialist, maar aan een ervaringsdeskundige. Qua onderwerp is er een logische link door de medische context, maar de emotionele kern van Iemands Zus neemt je juist mee naar wat een beperking betekent buiten de ziekenhuismuren, binnen de relatie van twee zussen.

Kinderen in een boom

De voorstelling begint met muziek en met Bryssinck die een abstract Matisse-achtige tekening projecteert die aan natuur doet denken. Aan de ene kant staat Simon Raman, de muzikant, omringd door zijn instrumenten. Aan de andere kant staat Kristien Desmettre. Bryssinck draagt een simpele casual outfit, Desmettre is gekleed in zachte groene tinten. Deze opstelling blijft redelijk ongewijzigd doorheen deze minimalistische voorstelling. Enkel de beelden op de projector wisselen, wat samen met veranderende belichting voor een subtiele visuele dynamiek zorgt doorheen de voorstelling. 

De autobiografische connectie tussen Mira als personage en Mira Bryssinck als speler is steeds voelbaar, maar meer dan documentairetheater, voelt Iemands Zus vooral als een persoonlijke, kwetsbare inkijk.”

Bryssinck vertelt over haar vader die een verhaaltje opzet tegen zijn twee dochters over hoe vaders om ter snelst hun kind uit een eeuwenoude boom moeten plukken. Dat de snelste vaders de leukste, slimste, liefste kinderen krijgen (en hij natuurlijk twee keer eerst was). De twee jonge dochters stellen vragen. Wat als je twee moeders hebt? (Die mogen kiezen wie loopt). Wat als je niet goed kan lopen? (Je krijgt dan voorsprong). Wat met de kinderen die niet worden opgehaald? Het is een mooi verhaal dat echter de toetsing aan de werkelijkheid niet echt overleeft. Een introductie tot het feit dat de realiteit van een beperking evengoed niet eenvoudig te vertellen valt.

Die realiteit is net wat Bryssinck probeert te tonen in verschillende momenten tussen Mira en Eva, fictieve versies van Bryssinck en haar zus, gebaseerd op haar eigen ervaring en dat van andere mensen waarmee Bryssinck ter voorbereiding gesproken heeft. Bryssinck zegt dat Mira en Eva evengoed anders hadden kunnen heten, en dus voor zoveel andere siblings kunnen spreken. Het belangrijkste: Mira houdt van haar zus, enorm veel. Ze vertelt alle aspecten die ze aan Eva bewondert, de houdingen die ze kopieert om even cool te zijn. Eva leert haar danspasjes, die Bryssinck nabootst en later haar houvast zijn wanneer woorden tekortkomen. Desmettre is daarbij telkens een niet al te opvallende aanwezigheid, die toch een interessante toevoeging is. Haar gebaren dragen een zeker gehalte aan dansante poëzie met zich mee. Een teken vervaagt traag met de atmosferische muziek of herhaalt zich wanneer Bryssinck al gestopt is met spreken en zich over het podium beweegt, een poëtische VGT-vertaling.

“”De voorstelling loopt over van kwetsbare vragen zonder antwoord. Er is geen groot conflict of een zwaar emotioneel dieptepunt, enkel een latente fragiliteit en spanning.”

Ruimte geven

De autobiografische connectie tussen Mira als personage en Mira Bryssinck als speler is steeds voelbaar, maar meer dan documentairetheater, voelt Iemands Zus vooral als een persoonlijke, kwetsbare inkijk. Niet in de vele doktersafspraken en diagnoses en therapieën en ziekenhuiszalen, maar in de jeugd van Mira en Eva. Daarmee vermijdt de voorstelling ook een vraag naar sympathie of het voyeurisme van eerder medische narratieven. De zussenruzies tussen Eva en Mira zouden namelijk in veel familieverhalen kunnen voorkomen. Ze kibbelen over wie nu mag kiezen waar er naar gekeken wordt, over niet zomaar in iemands kamer komen (met dreigende post-its op de projector). De beperking is daarbij aanwezig op een heel banale manier, zoals wanneer Mira dreigt haar voorrang in pretparken niet meer met Eva te delen. 

Maar soms is het groter. In een tekende scène speelt er een loop van Eva die steeds opnieuw over haar schooldag wil vertellen terwijl de ouders steeds weer beginnen over Mira’s medische afspraken. Het evolueert later in ruzies tussen de ouders. De zussen vragen zich af of hun ouders zullen scheiden. Eva geeft Mira de schuld. Er zijn altijd momenten dat siblings elkaar even niet kunnen uitstaan, maar Eva’s uitspraak dat ze niet meer “de zus van” wil zijn komt harder binnen.

Er wordt al langer in de zorg gepraat over de schaduw waarin een sibling zich kan bevinden als er een hogere zorgnood is bij een ander kind. Wat Iemands Zus toevoegt aan dat gesprek is wat die complexe constellatie ook doet met de persoon met een beperking. Het is gewoon een complexe situatie, die bestaat zoals die bestaat.”

Bryssinck verkent de moeilijke vragen waar je als zus dan mee worstelt. Het belangrijkste is daarbij vooral de vraag hoe je ruimte verdeelt in een gezin wanneer er zoveel van die ruimte naar het kind met een beperking gaat. Iemands Zus voelt als een poging om daar een plaats aan te geven, maar geeft er geen eenduidig antwoord op. Mira vertelt hoe ze zich inbeeldt dat ze haar zus zou verliezen door het gebrek aan ruimte, dat ze zich afvraagt of er wel nog plaats over is voor Eva in het hart van hun moeder. De voorstelling loopt over van kwetsbare vragen zonder antwoord. Er is geen groot conflict of een zwaar emotioneel dieptepunt, enkel een latente fragiliteit en spanning. 

De voorstelling is eenvoudig in zijn scenografie en opbouw. Hierdoor steunt het vooral op de verhalen, met muziek, dans en beeldende kunst als subtiele onderlagen, die iets sterker aanwezig hadden mogen zijn. Het is bij de metafoor van de kinderen in de bomen dat alles poëtisch kan samenkomen. Drie lagen aan folies met tekeningen bouwen samen op de projector een bos, Mira fantaseert over weglopen in het bos en wiegt tijdens de instrumentale momenten soms als een boom in de wind. Het is op zo’n momenten dat de voorstelling meer wordt dan een verhaal.

Het tedere alledaagse

Er wordt al langer in de zorg gepraat over de schaduw waarin een sibling zich kan bevinden als er een hogere zorgnood is bij een ander kind. Wat Iemands Zus toevoegt aan dat gesprek is wat die complexe constellatie ook doet met de persoon met een beperking. Mira maakt zich even goed zorgen over Eva, dat zij zou verdwijnen in de drukte van alle afspraken met specialisten. Ze weet zelf ook niet wat te doen met de extra zorg die ze nodig heeft. Bryssinck geeft geen suggesties of antwoorden. Het is gewoon een complexe situatie, die bestaat zoals die bestaat.

Iemands Zus is een tedere voorstelling over hoe twee zussen proberen om te gaan met een situatie waar geen van de twee voor gekozen heeft. De jonge Eva en Mira proberen met de frustraties om te gaan zoals kinderen dat doen. En volwassen Mira denkt nu na over wat dat eigenlijk betekende. Je krijgt geen theorie voorgeschoteld over crip of validisme. De samenleving is in kleine momenten aanwezig, maar het is niet de dramaturgische kern. Daarmee vermijdt de voorstelling ook een moralistisch standpunt. Het gaat over twee zussen en hoe hun band geëvolueerd is door de aanwezigheid van een beperking. De voorstelling eindigt dan ook met een simpele vraag van de ene zus aan de andere, zoals dat met volwassen zussen soms gaat: “kom je nog eens babysitten?” 

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#182

15.04.2026

14.09.2026

Noah Lena Vercauteren

Noah Lena Vercauteren behaalde een diploma Vergelijkende Moderne Letterkunde en Theaterwetenschappen aan de Universiteit Gent, waar hen momenteel doctoreert. Daarnaast is die dichter, librettist en poëzieredacteur bij Kluger Hans en lid van de grote redactie van Etcetera.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Theater aan Zee 2026

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!