Leestijd 10 — 13 minuten

Hey Nostradamus! Wat met de podiumkunsten in de jaren ’20?

Vijf take aways.

Het is het jaar 2030. Hoe oud ben je? Hoe ziet je straat eruit, je stad, je wereld? Ga je nog naar het theater? Blik je tevreden terug op de podiumkunsten van het voorbije decennium? Tijdens de Etcetera x NTGent reflectiedag van 2 oktober ging het publiek in debat over vijf cruciale podiumkwesties. Er werden stellingen en wensen en principes en suggesties en toekomstvisioenen geoogst. Check ze hier. Wil je graag iets belangrijks aanvullen? Reageer dan via Facebook of Instagram!

Eerst nog dit. Waarom vormden twee heetste hangijzers van de voorbije jaren in de podiumkunsten – sociale diversiteit en ecologische duurzaamheid – geen aparte gespreksonderwerpen? Het leek ons vruchtbaarder om er transversale aandachtspunten van te maken binnen élk debat…

Bon, hier gaan we dan:

  1. Hoe zorgen we beter voor elkaar? Een charter voor podiumorganisaties in tien principes.

1.1. Volg de krachtlijnen van www.juistisjuist.be, een website die heldere en eerlijke principes en praktijken definieert voor samenwerkingen in de kunstensector. Fair practice gaat uit van het principe dat werk waarde heeft. Ook in geld.

1.2. Organiseer het informele. Maak tijd en ruimte voor échte ontmoetingen tussen personeel, artiesten en publiek. Zorg voor een warm onthaal en las regelmatig gezellige ‘lege momenten’ in.

1.3. Practice what you preach. Voer de idealen die op je podium worden uitgedragen ook door in de eigen organisatie. 

1.4. Zakelijk beleid is in de eerste plaats personeelsbeleid. Werk een personeelsbeleid uit dat inzet op welzijn en samenwerking in plaats van prestatiedwang en competitie. En kijk voorbij de functie naar de mens. Privé mag bestaan op het werk. Leer elkaar echt kennen.

1.5. Erken diversiteit en verschil. Op vlak van gender, statuut, afkomst, thuissituatie,… Houd rekening met asymmetrische verhoudingen en maak ruimte voor de nodige ongemakkelijke gesprekken erover. 

1.6. Schenk elkaar tijd om te groeien. Geef in gelijk welke werksituatie open feedback en weet dat groeien maar mogelijk is als je je veilig voelt.

1.7. Maak gebruik van eenvoudige gespreksmethodieken om gesprekken binnen de organisatie op een horizontale en vruchtbare manier te laten verlopen. Waarbij iedereens stem, ook die van de verlegen medewerkers, zo gelijkwaardig mogelijk aan bod kan komen.

1.8. Zero tolerantie voor seksuele intimidatie en geweld. Werk met vertrouwenspersonen die klachten ernstig nemen. 

1.9. Houd rekening met zelfzorg. Zeg niet altijd ja. Geef je grenzen aan, inclusief van diegenen die van jouw zorg afhankelijk zijn: kinderen, ouderen, zieken.

1.10. Verdeel de macht. Vertaal ‘zorg’ in de harde structuren. 

  1. Aan welke soorten podiumkunst hebben we nood? Zesentwintig esthetische wensen.

Aanvankelijk stelden we ons de vraag waar er artistiek al teveel of genoeg van was, en waar er te weinig van was. We zouden bovendien twee verschillende lijsten opstellen, een vanuit de noden van de sector (kunstenaars en instellingen) en één vanuit de noden van publiek en samenleving. Maar we vonden het toch best moeilijk om te bepalen wie ‘het publiek’ dan was. We hadden ook geen idee waar ‘zij’ dan nood aan zouden hebben. Waren wij als mensen werkzaam in het podiumkunstenveld trouwens ook geen deel van het publiek? Na veel vijven en zessen beslisten we om enkel onze eigen uiteenlopende individuele wensen en verlangens op te lijsten: naar welk soort werk keken we als liefhebbers elk apart uit? 

2.1. Ik verlang naar toneel waarbij je niet in een stoeltje moet blijven zitten.

2.2. Ik verlang naar meer goede schoolvoorstellingen. (Die eerste theaterervaring is zo bepalend voor de rest van je leven. Ze bepaalt of je als jongere liefhebber, onverschillige of hater wordt.)

2.3. Ik verlang naar historisch verdiepend repertoiretheater en opera. Podiumkunst waarbij bewust wordt omgegaan met de tijdskloof tussen een stuk of een geënsceneerde geschiedenis en de eigen tijd.

2.4. Ik verlang naar meer diverse historische en culturele referenties in podiumkunstwerken.

2.5. Ik verlang naar een toneel dat zich bewuster en directer verhoudt tot een specifieke gemeenschap, of dat zelfs gemeenschap genereert.

2.6. Ik verlang naar theater op andere plekken dan in het theater.

2.7. Ik verlang naar meer prikkels. Er liggen zoveel mogelijkheden op vlak van soundscapes en videoprojecties.

2.8. Ik verlang naar doorwrocht performancewerk dat digitalisering op onderzoekende, experimentele manieren doordenkt op alle niveau’s: het performatieve, scenografische, multimediale, tekstuele, compositorische,…

2.9. Ik verlang naar ensemblespel gegrond in een gelaagd, collectief dramaturgisch gesprek.

2.10. Ik verlang naar podiumkunsten die nauwer aansluiten op de wereld zoals ze vandaag functioneert: technologisch, sociaal, politiek, economisch, ruimtelijk, op vlak van taal,…

2.11. Ik verlang naar sciencefictiontheater. 

2.12. Ik verlang naar spannend formalistisch-experimenteel acteerspel. Weg met het acteerplezier omwille van het acteerplezier, de nieuwe l’art pour l’art!

2.13. Ik verlang naar casts, vormen en disciplines die de diversiteit van de straat beter weerspiegelen.

2.14. Ik verlang ernaar om meer werk te zien in de experimenteerfase. 

2.15. Ik verlang ernaar om meer betrokken te worden als toeschouwer in artistieke werkprocessen. 

2.16. Ik verlang ernaar om andere lichamen te zien dansen dan degene die ik er meestal zie.

2.16.b. Ik verlang ernaar om een grotere diversiteit aan lichaamsbeelden te zien in hedendaagse dans. 

2.17. Ik verlang naar meer humor in theater. 

2.17.b. Ik verlang naar humor in het theater die niet per se samenvalt met ironie.

2.18. Ik verlang naar meer fictie, sterker nog: regelrechte fantasie. Met exuberante decors en kostuums vervoerd worden naar een andere wereld. 

2.19. Ik verlang naar theater dat de vrucht is van een doorgaande langetermijnpraktijk, eerder dan de realisatie van de plannen in een projectsubsidiedossier.

2.20. Ik verlang naar theater dat niet doet alsof we nog in het Holoceen leven. We leven ondertussen in het Antropoceen. Hoe vertaal je de veranderde verhouding tussen mens en omgeving op een permanente manier naar het podium (en niet omdat een voorstelling er toevallig ‘over gaat’).

2.21. Ik verlang naar toneel dat me iets leert zonder belerend te zijn.

2.22. Ik verlang naar theater dat zich niet tevreden stelt met een kale blackbox. 

2.23. Ik verlang naar de pensionering van individuele genieën.

2.24. Ik verlang naar het einde van middelmatig hipster performancewerk met popsongs en fluo sneakers. 

2.25. Ik verlang ernaar de mogelijkheden te zien van experimenteel circus. 

2.26. Ik verlang naar het gebruik van poëzie als tekstmateriaal op scène. 

  1. Duurzame loopbanen in de podiumkunsten? Dertien suggesties voor de cultuurminister in bijberoep.

3.1. Stop de loonkloof tussen de Johan Simonsen en de gemiddelde freelancers met loontransparantie en loonplafonds. Als we de klassenstrijd in de podiumkunstwereld kunnen beslechten in het voordeel van de have-nots, dan is er meer ruimte voor faire vergoedingen voor iedereen.

3.2. Draag zorg voor àlle fases van een loopbaan. Er zijn heel wat instroommogelijkheden voor jonge kunstenaars. Maar in de fase daar net na wordt het voor te velen te precair. Ontwikkel ook een visie op waardige uitstap-opties en de begeleiding daarvan. 

3.3. Veel kunstenaars branden op in het begin van hun carrière omdat hun verloningen vaak gelinkt zijn aan projecten van korte duur. Daardoor nemen velen te veel hooi op de vork om rond te komen. Zorg voor betaalde momenten van rust en herbronning.

3.4. Beschouw grillige loopbanen als de norm en stem het beleid daarop af. De jonge kunstenaar die na een aantal projectsubsidies kan doorstromen naar structurele ondersteuning is steeds zeldzamer geworden. Hoe een kunstenaarsloopbaan beter rijmen met moeder- en vaderschap? Wat als een kunstenaar ernstig ziek wordt? Hoe ervoor zorgen dat hij of zij na een luwere periode toch terug kan aanhaken?

3.5. Trek de samen gepuzzelde lonen en uitkeringen van elke kunstenaar boven de armoedegrens.

3.6. Maak een online databank waarin kunstenaars en kunstwerkers hun skills, interesses, werk en beschikbaarheden kunnen beschrijven en podiumkunstorganisaties zoekertjes, open calls en vacatures kunnen plaatsen.

3.7. Er wordt teveel met taaklonen gewerkt.

3.8. Verander de verkeerde perceptie rond het kunstenaarsstatuut: geen werkloosheidsuitkeringen maar stimuleringsbudgetten voor artistiek onderzoek.

3.9. SBK’s (Sociale Bureau’s voor Kunstenaars) zijn commerciële instellingen geworden die teveel geld opslorpen. Ondersteun de kunstensector bij de opstart één sociaal secretariaat, waarbij je als kunstenaar kan aansluiten. 

3.10. Organiseer ateliers waarin kunstenaars van verschillende generaties en met verschillende skills en ervaringen kennis kunnen doorgeven tussen generaties.

3.11. Uitvoerende kunstenaars die zowel in het theater als in film werken kennen enorme pieken en dalen in hun loon (omdat bvb. draaidagen of een filmproject op korte tijd veel loon opbrengen, maar het toewerken naar die dagen niets). De fiscus houdt daar op dit moment geen rekening mee. Zo kan het zijn dat een kunstenaar in de hoogste belastingschaal valt in het ene jaar terwijl hij in het andere jaar onder het minimumloon verdient. Zorg ervoor dat kunstenaars loon kunnen overdragen van het ene jaar naar het andere.

3.12. Grote instellingen zijn aangesloten bij OKO (Overleg Kunstenorganisaties). Dit geeft hun medewerkers de gelegenheid kortingen te verkrijgen op allerlei aanbod. Zorg voor een erkenning van kunstenaars in dezelfde trant van de lerarenkaart waarmee zij bijvoorbeeld goedkoper gebruik kunnen maken van openbaar vervoer of kortingen kunnen krijgen op theatertickets.

3.13. Neem een clausule op in het kunstendecreet waarin staat wat het minimumpercentage is dat kunst- en cultuurinstellingen moeten uitgeven aan de honoraria en verloning van kunstenaars.

  1. Welke verantwoordelijkheden kunnen grote huizen opnemen? Zes stellingen.

Grote huizen krijgen flink meer middelen en hebben de zekerheid dat ze tien jaar lang gesubsidieerd worden. Wat zijn er de mogelijke voor- en nadelen van? Hoe kunnen zij de rest van het veld het best ten dienste staan?

4.1. We moeten voorbijgaan aan de gelijkschakeling van ‘groot’ met ‘van hoge kwaliteit’ en ‘met meer prestige’ en ‘klein’ met ‘van lagere kwaliteit’ en ‘met minder prestige’. Grote, middelgrote en kleine organisaties hebben gewoon andersoortige kwaliteiten en functies in een cultureel ecosysteem. Ze zijn allen even cruciaal. Het beleid drijft de tegenstellingen tussen groot en klein nu op de spits. 

4.1.b. De groten kunnen echt wel niet zonder de kleinen. Capice?

4.2. Grote huizen nemen de vijf gesubsidieerde functies – productie, presentatie, ontwikkeling, reflectie, participatie – nu vaak nog niet voldoende op. Vooral op vlak van productie is de situatie soms schrijnend. (Lees in dat verband het artikel van Charlotte De Somviele: https://e-tcetera.be/de-impliciete-boodschap-aan-kunstenaars-is-trek-uw-plan/)

4.3. De functies ‘productie’ en ‘ontwikkeling’ kunnen eigenlijk beter (efficiënter, fijnmaziger) bottom-up gerealiseerd worden dan als ze gecentraliseerd zijn in grote huizen. De kleinere spelers die deze taken op zich nemen moeten daar dan wel voldoende voor ondersteund worden natuurlijk. Desnoods moet er minder naar de groten en meer naar de kleinen.

4.4. De tienjarige regeling bedreigt de complexiteit, de fijnmazigheid, de diversiteit en de beweeglijkheid van de biotoop van de podiumkunsten.

4.5. De tienjarige regeling zorgt voor rust, duurzame samenwerkingen en maatwerk in plaats van gejaagdheid en competitiviteit. 

4.6. De tienjarige regeling zorgt ervoor dat de noodzakelijke zelfreflectie die bij het schrijven van een subsidieaanvraag komt kijken, voor een stuk verdwijnt. 

  1. Het podiumkunstlandschap in 2030? Zes ingrediënten voor een toekomstvisioen.

5.1. Twee data zullen cruciaal gebleken zijn als we in 2030 terugkijken: 

  • 1 juli 2022: de verdeling van de structurele subsidies.
  • mei 2024: haalt het Vlaams Belang wel of niet de Vlaamse regering bij de verkiezingen? 

5.2. Welke huidige tendenzen zetten zich (waarschijnlijk) door?

  • De macht en positie van het Westen zal veel kleiner zijn: Geopolitiek, economisch, cultureel.
  • Ecologische onvoorspelbaarheid: we kunnen ons niet indenken wat er op ons afkomt.
  • Identiteitsdenken groeit: niet alleen het Vlaams-nationalisme als denkkader, ook waar heel wat jongeren op focussen: genderfluïditeit, blackness, wokeness,… Je ziet het ook in theater. Veel jonge makers zijn bezig met expressie van identiteit, meer dan met suggestie. 
  • Groeiende polarisering: de idee van één publieke ruimte waarin we een gemeenschappelijk debat voeren, brokkelt af. Iedereen trekt zich terug in peer groups binnen bubbels op sociale media, overtuigd van het eigen gelijk.
  • Anti-democratische tendensen nemen toe: de weerzin tegenover politiek groeit. Steeds meer jongeren verlangen naar een sterke leider. Is participatieve democratie niet vooral een fenomeen in de marge?
  • Robotisering: jobs lijken steeds uitzonderlijker te worden voor mensen die met de handen werken. 
  • De impact van neoliberalisering op het welbevinden van mensen: burn-outs, depressies, eenzaamheid,…
  • Het politieke draagvlak voor kunst: we vermoeden een verder dalende overheidssteun.

5.3. Hoe evolueren de podiumkunsten en het algemene kunstbegrip?

  • Zal kunst in 2030 nog bestaan in haar huidige functie? Wat herkennen we dan nog als kunst? Veel zal afhangen van de notie ‘mens’ – ook die zal sterk veranderen onder invloed van ecologische en mondiale tendensen.
  • Nu al zien we een tendens waarin meergelaagdheid als nastrevenswaardig basiskenmerk van kunst afneemt. Het is steeds moeilijker om aan studenten de eigen kracht en het belang van esthetische ‘stijl’ uit te leggen. De expressie van het ‘ik’ gaat primeren op vormonderzoek. Kunst wordt steeds meer een kapstok voor politiek en identiteit.
  • Is de autonomie van kunst als eigen expressie nu wel of niet in gevaar? Er zal altijd plaats voor zijn, maar zal er ook publiek geld voor blijven? Verschuift het van een maatschappelijk idee naar een gekoesterde overtuiging binnen de kunsten zelf? 
  • Tegelijk komt er een contrarevolutie tegen maatschappelijk engagement aan, die is zelfs al bezig. Kunstenaars gaan op zoek naar een nieuwe autonomie, voeren opnieuw vormonderzoek. ‘Ik wil geen theater maken met content,’ zei een theaterstudent onlangs. 

5.4. Dystopie: we krijgen een splitsing tussen boven- en ondergronds theater

5.4.1. In het centrum zien we een tendens naar een verdere instrumentalisering van kunst:

  • De politiek zal zich enkel nog interesseren voor de instellingen die voldoen aan een klassiek begrip van wat theater is, die zichtbare symbolen zijn van cultuur. De focus op instellingen is al een tijdje bezig. Wordt er ook repertoire opgelegd? Zal men kunst die niet in bepaalde plaatjes past verbieden? Gaan we richting Hongarije?
  • De stedelijke politiek wordt steeds belangrijker als beslissingsmacht over cultuur. Dat kan positief maar ook negatief uitdraaien. Denk aan theater als instrument in city marketing, als instrument voor steden om zich te profileren. 
  • Cultuurcentra en hun witte en nu al sterk verouderende publiek (als resultaat van een klassieke abonnementspolitiek en een klassiek-Vlaamse relatie tot het lokale publiek) zullen steeds meer leeg komen te staan. Ze zullen steeds meer multifunctioneel worden gebruikt als grote infrastructuur: van testcentrum tot ontspanningsbeurs, om colloquia te organiseren en desnoods ook sport. Kunst wordt niet meer de enige functie. CC’s zullen steeds meer verhuurd worden aan wie het kan betalen, om disbalans in stedelijke middelen te compenseren. Hoe lang duurt het voor Studio100 het eerste CC opkoopt?
  • Er komen steeds meer mecenassen het culturele veld op, van Fernand Huts tot progressieve advocaten die coproduceren. (Zo werd de laatste voorstelling van Action Zoo Humain met 20.000 euro ondersteund door Walter Van Steenbrugge.)

5.4.2. Theater buiten de instellingen gaat weer ondergronds, underground:

  • De politiek interesseert zich steeds minder voor wat we zelf aan het veld hoogachten: een rijk lappendeken van ook kleine structuren, ontwikkelingsplekken, groeiruimtes,… Basically zijn ze er niet in geïnteresseerd. Er zullen steeds minder middelen naartoe gaan. Zie de te verwachten kaalslag in het middenveld.
  • De idee van een levenslang kunstenaarschap wordt een luxe voor enkelingen. We zien een verdere precarisering van de meerderheid. Ploeteren wordt een basisbezigheid. We transformeren opnieuw allemaal in amateurs en liefhebbers. Kunst wordt iets on the side. 
  • We gaan naar het Amerikaanse model, waarin je enkel kunstenaar kan zijn als ondernemer. Zie de nieuwe subsidielijn à la de culturele activiteitenpremie om je businessmodel op punt te zetten. Vormt dat een vruchtbare grond voor nieuwe modellen, voor de heruitvinding van kunst? Nieuwe collectieve samenwerkingsverbanden? Of is dat veel te romantisch? Amerika leert: een gebrek aan publieke middelen levert lang niet meer boeiende kunst op, eerder integendeel. 
  • Vraag: Zal iets van de dynamiek van de marge (zoals aandacht voor zorg, identiteit en dekolonisering) doorvloeien naar de instellingen? Of krijg je net een grote kloof, een nieuwe oppositie, waarin de marge zich positioneert tegenover het centrum, zoals in de jaren 1980? 

5.5. Utopie: een waaier aan plekken tegen de tijd

  • Het zorgbewustzijn dat nu groeit, breekt door in het hele veld: een nieuwe omgang met kunstenaars en werknemers, waarbij uitbuiting naar de geschiedenisboeken verwezen wordt. 
  • Diversifiëring van het nu hoofdzakelijk witte publiek.
  • Er komt een meer kwaliteitsvolle internationalisering: voorbij Europa, naar en met nieuwe groeilanden. 
  • Er komt een meer ecologisch duurzame internationalisering.
  • Er komt veel meer vrije tijd voor mensen, waardoor de nood aan theater groeit. Of zal die zich eerder uiten in persoonlijke digitale ontspanning? De kans dat we een tegenbeweging krijgen tegen de digitalisering, naar offline-zijn, is groot. Theater als collectieve live-ervaring als het nieuwe goud? Theater als dé plek voor zingeving in de 21e eeuw? 
  • Theater wordt een gekoesterde zone voor de ervaring ‘tegen de tijd’: verstilling, nieuwe noties van tijd ervaren, langdurigheid van creatieve ervaringen.
  • We krijgen een diversiteit aan financiering, voorbij louter subsidie-afhankelijkheid. Zoals solidariteit in delen van expertise (Je hebt genoeg, je draagt je expertise gratis bij aan mensen die het nodig hebben).
  • Universiteiten en kunsthogescholen worden dé bakens waar de kunst wordt gered: ze blijven meer autonoom, hebben nog middelen, daar floreert de ontwikkelingsfunctie die in het veld zelf steeds precairder is geworden. 

5.6. Twee concrete slotbeelden:

  • De grote staking van de instellingen na de subsidieverdeling 2022: grote huizen gaan solidair in staking tegen de ongelijke middelenverdeling, een maand lang, allemaal.
  • We richten samen een coöperatie op voor podiumhits en herverdeling, naar het voorbeeld van PC Music: een wisselende groep ontwikkelt voldoende (kwaliteitsvolle) hits die spelen met wat een publiek wil en daarvoor ook graag betaalt, waarvan de overschot verdeeld wordt onder wie tegelijk aan verdieping toe is. 

Proficiat aan al wie na 2896 woorden tot hier geraakte. Respect. Jullie zijn nu helemaal voorbereid op de jaren 2022, 2023, 2024, 2025, 2026, 2027, 2028, 2029 en 2030. Ready, set and go.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

toekomstvisioen
Leestijd 10 — 13 minuten

#165

03.09.2021

30.11.2021

Etceteranen x NTGentenaars

De deelnemers aan een Etcetera x NTGent reflectiedag

toekomstvisioen

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!