Leestijd 3 — 6 minuten

Het R-woord

Franz Marijnen en Laura van Dolron: verschillender kun je ze niet hebben, toch? Hij: ‘Op zeker moment ben ik heel trouw geworden aan tekst. Waarom? Ik vind dat we de grote verhalen van de mens moeten blijven vertellen.’ Zij: ‘Repertoire wil zich altijd maar weer bewijzen: dat het stuk vandaag wél nog iets te zeggen heeft. Hopeloos vermoeiend vind ik dat.’

Toch komen ze elkaar meer dan eens tegen. Laura van Dolron geeft in haar verteltheater de indruk dat ze maar wat loopt te praten. ‘Schijnbaar uit de losse pols. Schijnbaar voor het eerst. Maar laat niemand zich vergissen,’ schrijft Wouter Hillaert, ‘elke wending is precies voorzien.’ Is die meticuleuze omgang met de (eigen) tekst anders dan die van Franz Marijnen wanneer hij zegt: ‘Ik speel die stukken integraal want ik kan daar geen woord uithalen zonder de auteur te beschadigen.’

Beiden waren/zijn de buitenbeentjes van Het Nationale Toneel. Van Dolron slaagt erin om het Haagse publiek te charmeren met haar stand-up philosophy. Marijnen zet het op zijn plaats met de donkerste schrijvers van de boekenplank, zoals Bataille. Hij heeft er een paar repertoirestukken gedaan, maar hij is er toch vooral opgevallen met wat hij zelf zijn projecten noemt. Als wat hij wil vertellen niet ergens in een stuk te vinden is, dan gaat hij zelf het materiaal bij elkaar zoeken of schrijven, en het vervolgens monteren.

Bij wie hebben we dat nog gehoord? Precies, bij Guy Cassiers. In de nabije toekomst gaat hij Shakespeare regisseren. Dat is nieuw, want we kennen hem toch vooral van zijn ensceneringen van hele romancycli. In een debat over repertoire in de kvs op 4 december zei hij dat het bij hem niet gaat om de vraag: welke theaterstukken moeten we brengen?, maar wel om: wat willen we aan de mensen vertellen?

In een essay in dit nummer heeft Klaas Tindemans het in dit verband over materiaalwaarde. De klassieke stukken uit de toneelcanon zijn niet meer dan materiaal, en ze moeten worden vergeleken ‘met elk ander denkbaar materiaal – literatuur, documenten, beelden en teksten. Misschien zelfs telefoonboeken, want dat is ook archeologie vandaag.’

De repertoirediscussie gaat ook niet alleen over welke stukken men speelt en waarom. Ze gaat evenzeer over waar je ze speelt, en voor wie. Cassiers maakte in het debat in de KVS de ontnuchterende vaststelling dat een groot deel van de mensen die in de Scala zijn ensceneringen van Wagner zien, niet voor hem gekomen zijn. Ze zien een voorstelling omdat ze een weekend Milaan geboekt hebben en daar hoort een bezoek aan de opera bij. Of wat ze daarbij zien van Cassiers is of van iemand anders: het maakt niets uit.

Het omgekeerde bestaat natuurlijk ook. Voor het publiek van de Royal Shakespeare Company krijgt The Comedy of Errors een heel andere dimensie wanneer een regisseur als Amir Nizar Zuabi – ook als spreker aanwezig op het debat in de kvs – ermee aan de slag gaat. Want hij brengt zijn Palestijnse achtergrond mee, en dat doet je het stuk met heel andere ogen zien.

De derde spreker in de kvs was de Congolees Faustin Linyekula. Jawel, het publiek in Congo kijkt vast anders naar zijn Bérénice dan wij dat doen. En in de Comédie Française – de tempel van het klassieke Franse toneel – zien ze het uiteraard nog anders. Over de impact van zijn werk blijft Linyekula erg nuchter: ‘Wat we doen,’ zo zegt hij, ‘zal Congo niet redden. Maar het zal ons wel beletten om gek te worden.’

Franz Marijnen zegt: ‘De tijd dat ik dacht dat ik de wereld kon verbeteren met theater is lang voorbij. Van de tweehonderd mensen die in een zaal zitten, zijn er misschien vijf die buitengaan met iets van: ja godverdomme. Dat is veel hoor. Voor die vijf doe je het.’

Het is dan om het even of je dat met klassiek repertoire of met een bewerking van het telefoonboek doet.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

varia
Leestijd 3 — 6 minuten

#131

15.12.2012

14.03.2013

Johan Reyniers

Johan Reyniers is schrijver en dramaturg. Hij was de directeur van de Leuvense organisatie voor hedendaagse dans Klapstuk (1993-1998) en artistiek directeur van het Kaaitheater (1998-2008). In 2008 werd hij hoofdredacteur van Etcetera. Sinds 2014 is hij hoofddramaturg bij Toneelgroep Amsterdam.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!