Tesla

Leestijd 8 — 11 minuten

Het ongrijpbare charisma

Talent of techniek?

Sommigen hebben het, anderen niet. Maar iedereen kent het verlangen het te bezitten. Of toch minstens te ervaren. Charisma, présence, aura: dat moeilijk te definiëren iets waardoor een speler boven zichzelf uitstijgt zodra hij het toneel of de set op wandelt.

Het is de stof waaruit performance gemaakt is. Maar in zijn verdichte vorm blijkt het ook bijzonder zeldzaam, uniek zelfs. Wat is het precies? Leeft het in taal? Verschijnt het in de ruimte? Verandert het doorheen de tijd? Is het bovenal lichamelijk? Is het wederkerig, uitdrukking van een verbond tussen de actrice of acteur en haar of zijn publiek?

We zijn geneigd te denken dat aura verschijnt in wisselwerking met de media, zoals de filmster destijds kon rijzen op het zilveren scherm. Feit is dat charisma macht impliceert, de macht om te fascineren en de blik van de ander te gijzelen. Misschien is het een aangeboren kwaliteit die wortelt in persoonlijke intuïtie en het uitzonderlijk vermogen zich te onderscheiden – ‘als vanzelf’. Of is dat een mystieke vooronderstelling, die door kunstopleidingen net wordt weerlegd, en kan présence aangeleerd, gecultiveerd en ontwikkeld worden?

Deze vragen vormen de kiem van een onderzoek naar dat fascinerende iets dat moeilijk te grijpen valt maar toch zo essentieel blijkt in theater en film. In dialoog met praktijk-deskundigen uit de Vlaamse theater- en filmwereld willen onderzoekers van The Research Centre for Visual Poetics de kenmerken en voorwaarden van charisma in kaart brengen en analyseren. Visual Poetics is de onderzoeksgroep die spoort met de opleiding theater- en filmwetenschap van de Universiteit Antwerpen. In april 2014 organiseerde de groep een onderzoeksseminarie met de gerenommeerde literatuurwetenschapper Hans Ulrich Gumbrecht. Tijdens een lentesymposium dat hieraan voorafging werden verschillende makers, regisseurs en theaterdocenten uitgenodigd vanuit hun praktijkervaring een licht te werpen op charisma.

Filmmaker Stefaan Decostere maakte voor de gelegenheid een beeldmontage en ging hierover in dialoog met auteur en theatermaker Bart Meuleman. Laatstgenoemde had fotoboeken van David Bowie en Hitler bij zich. Choreograaf Marc Vanrunxt bracht danser Igor Shyshko mee, die met een korte performance het magnetiserende effect van charisma in ervaring bracht. Zijn gesprekspartner Katleen Van Langendonck, programmator podiumkunsten van het Kaaitheater, plaatste daartegenover de charismatische maar controversiële performer Ivo Dimchev. Ten slotte debatteerden Lucas Vandervost (theatermaker en docent Conservatorium Antwerpen), Ivo Kuyl (dramaturg en docent RITS) en Jan Steen (acteur en docent KASK) over de vraag naar het wezenskenmerk van charisma en het belang ervan voor de acteur in opleiding. De dialoog werd gevoed door vijf thesen die de onderzoekers van Visual Poetics formuleerden op basis van een voorafgaand leestraject.1

1. In zijn boek It komt Joseph Roach tot de opmerkelijke vaststelling dat ‘it’ of ‘hét’ steeds het resultaat is van een samenspel van tegenstrijdige kwaliteiten in eenzelfde lichaam. De glamoureuze filmster is een bekende publieke figuur, maar is tegelijk ook eenzaam en mysterieus, zowel nabij als veraf. De charismatische speler blaakt van zelfvertrouwen, maar lijkt zich daarvan niet bewust, ogenschijnlijk onverschillig voor de effecten die zijn of haar aantrekkingskracht uitoefent op de omgeving. De acteur heeft net als de koning twee lichamen, het natuurlijke lichaam dat aftakelt en sterft, en het symbolische lichaam dat verder leeft.2 Kortom, de charismatische persoon verenigt sterkte en kwetsbaarheid, een bovenaards aura en sterfelijkheid, uniciteit en herkenbaarheid. Niet toevallig inspireerde Marc Vanrunxt zich voor zijn performance met Igor Shyshko op de klassieke beweging van het contrapposto, de figuur bij uitstek waarin deze onverenigbare eigenschappen tijdelijk kristalliseren in een delicaat evenwicht.

Roach noemt deze uiterlijke, haast goddelijke kenmerken van kracht charismata. de sporen van kwetsbaarheid stigmata. De androgyne uit straling van David Bowie bijvoorbeeld, de prachtige benen en sensuele lippen van Marilyn Monroe, of de viriele gelaatstrekken van Willem Dafoe zijn bekende voorbeelden van charismata. Stigmata daarentegen zijn de lichamelijke onvolkomenheden, fysieke afwijkingen die iemand kwetsbaar maken. menselijk en dus sterfelijk. Denk maar aan Bowie’s intrigerende blik als gevolg van een beschadigd oog. Monroe’s geboortevlek op de wang (die Madonna kopieerde) of Dafoe’s vileine grijns.

2. Charisma is seculiere magie. Er gaat een betovering uit van charisma. Het belooft de deelname aan iets hogers via aardse representatie. Charisma drukt een verbond uit, het is een bindend element dat gemeen schap sticht. Het is de gift van Gods gratie, vrij geschonken aan allen die het geloof aanvaarden. In een onttoverde wereld vult de charismatische persoon een spirituele leemte. Voor socioloog Max Web er bijv oorbeeld bezit de charismatische leid er een heroïsch aura dat op een schijnbaar bovennatuurlijke manier een volk kan inspireren. Ook onze hedendaagse sterrencultus draagt sporen van religieuze adoratie.

De toeschouwer is gefascineerd (wil gefascineerd zijn; etymologisch is fascinatie betovering: cf. fascisme), gehypnotiseerd en in de ban van de performance. Charisma is met andere woorden een intrinsiek esthetische en/aring. Charisma ontstaat als een representatie van een uitzonderlijk individu. Hetis de presentatie van het unieke zelfvooreen groep toeschouwers die actief deelnemen in deze wisselwerking. Sjamanen zijn charismatisch, omdat ze een gebeuren op gang trekken waarin ze een mandaat krijgen van de gemeenschap om- plaatsvervangend voor die gemeenschap – de link met het bovennatuurlijke te maken (het Latijnse religare betekent (verbinden). Charisma bestaat bijgevolg ni et 2ond er performance.

3. Charisma is reproduceerbaar. Charisma hangt in de twintigste eeuw nauw samen met het spektakel in de media. Het heeft de media nodig als voedingsbodem. Toch is de relatie tussen charisma en mediatisering niet recht evenredig. Charismahistoriograaf John Potts stelt dat de celebrity cultus van populaire massamedia illusies van charisma produceert. De uniciteit van de charismatische acteur wordt voor iedereen toegankelijk in wat Roach een ‘synthetische ervaring’ noemt. Een goedkope namaakversie van Audrey Hepburns ‘little black dress’ uit Breakfast at Tiffany’s, bijvoorbeeld, werd massaal gekopieerd door verschillende confectieketens. Dankzij ‘Katy Perry eyelashes’ of de populaire ‘Rachel haircut’ lijkt charisma aan iedereen toe te behoren. De uniciteit van de charismatische persoon wordt in de reproductie een ‘type’. Dit type kan worden verspreid en is, bovenal, verkoopbaar.

Maar het beeld dat we vandaag via de agressieve paparaz-zicamera’s van onze mediagoden krijgen, is niet langer flatterend en ondermijnt hun uitstraling van onsterfelijkheid, aldus Potts. Close-ups van hun cellulitis, snapshots van hun door drugs verwrongen gezichten of andere uitvergrote sporen van hun menselijke aard brengen het precaire evenwicht tussen charismata en stigmata uit balans. Deze sterren zijn te nabij, te aanwezig geworden: ze lijken te veel op ons, waardoor de noodzakelijke afstand die het verlangen voedt, verkleint.

4. Charisma is tijd- en contextgebonden. Tijdens de jaren 1920 werd actrice Clara Bow gebombardeerd tot de eerste ‘It-girl’, naar aanleiding van haar rol in de film It uit 1929. Hoewel ze voor altijd geassocieerd zal blijven met de onbenoembare It-kwaliteit, was Bow vooral bekend als het archetype van de ‘flapper’, een vrouwbeeld heel eigen aan de roaring twenties. De charismatische persoon lijkt bijgevolg iemand die de gevoeligheden van zijn of haar tijdgeest weet te belichamen. Charisma is dus mogelijk geen tijdloze kwaliteit; de historische context schept de voorwaarden waarbinnen charisma kan worden waargenomen. Zo blijkt charisma ook niet universeel, maar bestaat het in the eye of the beholder. Charisma is het resultaat van een talent van een individu (een gift) dat evenwel onbestaande is zolang het niet herkend wordt door de toeschouwer die het bestaan ervan bevestigt.

5. Charisma is (niet) maakbaar. Charisma is een openbaring van een bijzondere manier van spreken, bewegen en communiceren voor een publiek, dat op zijn beurt de aanwezigheid van charisma attesteert. Als charisma het samen bestaan is van tegenstrijdige eigenschappen in eenzelfde lichaam, dan zijn die eigenschappen bovendien benoembaar en in principe om te zetten naar een aantal parameters die we kunnen aanleren. Charisma is dus ook techniek.

De oude Grieken en Romeinen begrepen al dat de kunst van het spreken een berekend samenspel is tussen ethos, pathos en logos. In hun traktaten over de retorica ontwikkelden Aristoteles, Cicero, Quintillianus en Longinus verschillende kunstgrepen die de overtuigingskracht van het spreken en de spreker verhogen. Zo wekken bepaalde metaforen bepaalde emoties op. De charismatische spreker weet op die manier de ‘ziel’ van zijn toehoorders te roeren. Vandaag beroepen politici en andere publieke sprekers zich nog steeds op de kunst van de retoriek om hun charisma te versterken, wat er mogelijk op wijst dat het, ten minste deels, geconstrueerd kan worden.

Toch waren de theaterdocenten op het lentesymposium het er opvallend over eens dat charisma niet maakbaar is. Iemand heeft het, of niet. De oorspronkelijk religieuze betekenis van charisma als ‘een gift van Gods gratie’ resoneert hier nog steeds in het hedendaagse gebruik van de term. Binnen de Vlaamse acteursopleidingen (de Waalse komen later in het onderzoek aan bod) wordt charisma beschouwd als een aangeboren kwaliteit die mogelijk versterkt, gecultiveerd of uitgespeeld kan worden, maar die als zodanig nooit zomaar valt aan te leren. In de woorden van theatermaker Lucas Vandervost is het de taak van de theaterdocent deze aangeboren kwaliteit bij een acteur in opleiding te herkennen en te ‘ontbloten’.

1 We lazen Hans Ulrich Gumbrecht: The Production of Presence: What Meaning Can Not Convey (2004) en In Praise of Athletic Beauty (2006); Joseph Roach: It (2007) en John Potts: 4 History of Charisma (2009).

2 In The Kings Two Bodies. A Study in Mediaeval Political Theology (1957) traceert de Duitse historicus Kantorowicz het concept van het dubbele lichaam van de koning tot in de middeleeuwen. Zijn natuurlijk lichaam is sterfelijk en vatbaar voor alle zwakheden veroorzaakt door de natuur of het toeval. Het politieke lichaam van de koning is een lichaam dat symbolisch en ontastbaar is en de staat of de macht vertegenwoordigt.


Volgende auteurs werkten mee aan deze tekst: Aan deze bijdrage werkten mee: Edith Cassiers, Frederik Le Roy, Karel Pletinck (stage), Esther Tuypens, Kurt Vanhoutte en Nele Wynants.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 8 — 11 minuten

#139

15.12.2014

14.03.2015

Kurt Vanhoutte, Visual Poetics

Kurt Vanhoutte is coördinator van de Master Theater- en Filmwetenschap van de Universiteit Antwerpen en woorvoerder van het Research Centre for Visual Poetics.

artikel

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!