State of the Future 2026 – Kristien De Proost
Uitgesproken op woensdag 2 september op het TheaterFestival (Brussel)
Kristien De Proost
Leni Riefenstahl, Olympia, 1938.
Ranke, naakte vrouwen op verkiezingsaffiches en een spottende afkeer van handicaps: uiterst rechts is geobsedeerd door een welbepaald lichaamsbeeld. In The New Fascist Body ontleedt cultuurhistoricus Dagmar Herzog de fysieke fixaties van het hedendaagse fascisme, van de Duitse AfD tot Donald Trump. Etcetera brengt een unieke vertaling van het eerste hoofdstuk uit haar spraakmakende boek.
Hoe herkennen we een fascisme als we er oog in oog mee staan? De afgelopen twintig jaar werden gekenmerkt door de opkomst van uiterst rechtse bewegingen en partijen waarvan we dachten dat ze al lang achterhaald waren – een fenomeen dat voor velen pijnlijk en schokkend is, maar voor anderen duidelijk bemoedigend en bevredigend. Zowel mondiaal als lokaal leven we niet langer ‘na het fascisme’, maar bevinden we ons er plotseling weer middenin. Keer op keer zien we hoe uiteenlopende vormen van racisme sommigen een verheven gevoel van eigenwaarde geven, hoe seksuele minderheden worden beschimpt en gekleineerd, hoe het zwaarbevochten recht op reproductieve zelfbeschikking opnieuw ter discussie staat en hoe schelle verontwaardigingscampagnes de gemoederen opzwepen.
Tegelijkertijd verspreidt er zich een verrukkelijk plezier in het schenden van taboes. Zonder de immense verschillen tussen toen en nu te negeren – zoals de toenemende ondoorzichtigheid van het mondiale financiële marktkapitalisme en de door sociale-mediafilterbubbels versterkte polarisatie en fragmentatie van de werkelijksheidsperceptie – maken de huidige ontwikkelingen op veel plaatsen de gebeurtenissen van de jaren dertig en veertig in Centraal-Europa emotioneel helaas veel begrijpelijker en meer herkenbaar. Hoe kan het dat burgers van verschillende landen zo misleid zijn en ‘tegen hun eigen belangen’ stemmen? En waarom zijn ogenschijnlijk progressievere of gematigdere stemmen plots zo bereid te flirten met rechtse standpunten? Het is bij veel waarnemers gaan dagen dat het succes van de nieuwe rechtse bewegingen niet alleen te maken heeft met angst of woede, maar met het – behoorlijk onomwonden – genot van agressie, wreedheid en geweld.
Een goed voorbeeld van zo’n nieuwe uiterst rechtse beweging is de Duitse politieke partij Alternative für Deutschland (AfD), die in 2017 de Bundestag binnenkwam en sindsdien angstaanjagend goed scoort met een tweede plaats en 20,8 procent van de stemmen bij de laatste nationale verkiezingen. Haar politiek laat zich het best omschrijven als een soort postmodern fascisme. ‘Postmodern’ in de zin dat ze slim zelfreflexief is en vrolijk speelt met de onvermijdelijke betwistbaarheid en instabiliteit van waarheid. ‘Fascistisch’ omdat ze zich virulent vijandig opstelt tegenover principes als menselijke gelijkwaardigheid en solidariteit, en meedogenloos is voor zij die ze als kwetsbaar identificeren; omdat ze geracialiseerde verklaringen spuit voor wat in feite complexere economische en sociale dynamieken zijn; en, niet in de laatste plaats, omdat ze appelleert aan narcistische verlangens naar grootsheid.
Aangezien het primaire, verbindende ethos van de partij racisme tegen migranten is, schuwt ze het niet om wettelijke normen en grenzen op te rekken door telkens nieuwe concepten te lanceren en te promoten tot ze genormaliseerd raken. Het meest recente voorbeeld hiervan is ‘remigratie’, het plan om massaal migranten en asielzoekers te deporteren. De term verloor zijn schokeffect al snel omdat hij overal werd gemunt, en waaide zelfs de oceaan over tot bij Donald Trump. Een belangrijk effect van de introductie van het concept is namelijk dat alle andere Duitse politieke partijen nu druk discussiëren over de vraag welke migranten voldoende plichtsgetrouw, hardwerkend en cultureel geïntegreerd zijn dat ze het recht verdienen om te mogen blijven.
“Het is bij veel waarnemers gaan dagen dat het succes van de nieuwe rechtse bewegingen niet alleen te maken heeft met angst of woede, maar met het – behoorlijk onomwonden – genot van agressie, wreedheid en geweld.”
Met het opmerkelijke succes van de AfD als uitgangspunt, zal ik hierna de emotionele huishouding van zowel het historische als het hedendaagse fascisme onderzoeken. Ik richt me daarbij op twee onderling samenhangende terreinen: een fenomeen dat ik ben gaan omschrijven als ‘sexy racisme’, en een obsessieve vijandigheid jegens handicaps. Dat laatste manifesteert zich vandaag de dag op talloze manieren en uit zich bij de AfD in het bijzonder in een hardnekkige afwijzing van de inclusie van kinderen met een verstandelijke of emotionele gedragsstoornis in het reguliere onderwijs.
Sexy racisme – libidinaal geladen boodschappen om angst, verontwaardiging en aversie te mobiliseren of, omgekeerd, om de kick van dominantie over geracialiseerde kwetsbaarheid over te brengen – vertoont, zoals ik zal aantonen, sterke visuele echo’s met de antisemitische en de ‘Arische’ perfectie verheerlijkende beelden uit het Derde Rijk. Wat de vijandigheid van de AfD jegens handicaps betreft: ook die heeft complexe wortels. De verderfelijke propaganda over de droom van een natie zonder handicaps gaat terug tot vóór de nazi’s, maar werd door hen sterk aangewakkerd. Door de intellectuele voorgeschiedenis van de nazi-politiek van gedwongen sterilisatie en moorddadige ‘euthanasie’ te traceren, en door aan te tonen dat de opkomst van een erotisch geladen ‘eugenetisch’ paradigma een cruciale factor was voor het algehele succes van het nazisme bij het grote publiek, hoop ik een dieper begrip te vestigen voor hoe het al vóór 1933 maatschappelijk acceptabel werd – en voor velen simpelweg emotioneel juist voelde – om mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische aandoening te minachten, of hen onzichtbaar te willen maken.
Niet minder belangrijk is het echter om deze herleefde vijandigheid tegen individuen die als cognitief of psychologisch beperkt worden bestempeld te plaatsen in de context van een veel bredere, recente culturele obsessie in Duitsland met ‘slimheid’ en IQ, die hand in hand gaat met een tegelijk arrogante als angstige afkeer van elke vorm van kwetsbaarheid, die zich uitstrekt over grote delen van het ideologische spectrum. Mijn doel hier is steeds om de multifunctionele effectiviteit te begrijpen van zowel de erotisering van vermeende superioriteit als de repetitieve drang om de menselijke waarde te herhiërarchiseren. Opvallend is bovendien dat al deze dynamieken zich tegenwoordig (weliswaar in varianten) aan weerszijden van de Atlantische Oceaan manifesteren. Niettemin beoogt dit essay te onderzoeken – op basis van wat zichtbaar is in de strategieën van de hedendaagse politieke beweging AfD en wat we inmiddels weten over de historische ervaring van het nazisme – hoe we het terugkerende fenomeen van het fascisme beter kunnen begrijpen wanneer we haar politiek van seksualiteit en handicap in onderlinge samenhang bekijken.1

Affiche voor de verkiezingscampagne van de AfD in Saksen in 2019: “Peperspray helpt niet altijd. Goede politiek wel.”
Een aanzienlijk deel van het succes van de AfD stoelt op haar gekoketteer met ‘gezinswaarden’ – terwijl ze tegelijkertijd, in een slechts schijnbare tegenstrijdigheid, provocerend baadt in een doelbewuste sexiness. Zoals al opgemerkt zijn er enorme echo’s met de nazi-ideologie, die een nagenoeg identieke mix van racisme en prikkelende ophitsing hanteerde. Deze doelbewuste contradictie is uiterst functioneel: het vergroot het potentiële publiek, houdt tegenstanders in het ongewisse, entertaint met gewiekste humor en biedt een pasklare ontkenningsmogelijkheid in geval van kritiek. Naargelang de context profileert de partij zich bijvoorbeeld als anti-gay en pro-gay. Aan de ene kant omarmen AfD-politici een nationalistische ‘trotsmaand’ (Stolzmonat), inclusief de slogan “tegen regenboogshit en genderwaanzin”, die openlijk de aanval opent op lhbtqia+-emancipatie. Aan de andere kant worden homoseksuele kiezers verleid met onverbloemd racisme in slogans als: “Mijn partner en ik passen voor contact met moslimmigranten, voor wie onze liefde een doodzonde is.”
“Al vóór 1933 werd het maatschappelijk acceptabel om mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische aandoening te minachten, of hen onzichtbaar te willen maken.”
In haar partijprogramma’s verzet de partij zich tegen de verdere uitbreiding van lhbti-rechten; herhaaldelijk roept ze op tot het terugdraaien van het in 2017 aangenomen homohuwelijk. Ze houdt er expliciet een reproductieve, witte en gender-gepolariseerde heteronormativiteit op na, met vader, moeder en kinderen als het absolute ideaal. Een dolgelukkig gezin dat over het strand huppelt, verkondigt: “Ouderwets? Ja graag!” (“Traditionell? Uns gefällt’s!”).
Daartegenover staat dan weer een poster – die bewust knipoogt naar de anti-bolsjewistische beeldtaal van de nazi’s, maar tegelijkertijd campy en kolderiek aandoet – waarop een dragqueen à la Conchita Wurst een kind ‘bedreigt’, als symbool voor het gevaar van seksuele voorlichting die gericht is op tolerantie.
En toch is een van de partijleiders een vrouw die samenleeft met een partner van hetzelfde geslacht, en die te pas en te onpas verkondigt dat de partij absoluut niet homofoob is. Haar beeltenis wordt bovendien ingezet om homoseksuele kiezers te ronselen op een poster die verwijst naar de Christopher Street Day (CSD)-parade.2 Opeens is de boodschap hier pro-CSD, hoewel de partij zich doorgaans profileert als fel anti-CSD. Sterker nog: de partij heeft zelfs een officiële werkgroep voor homoseksuele leden (de Alternative Homosexuelle).
De heteroseksuele signalen zijn evenzeer gemengd. De partij viert het ‘traditionele’ gezin en propageert gekscherend tienerseks. Ze verheerlijkt sensuele, zwangere lichamen en de deugdzame, reine witte moeder en ze toont zowel meisjes in krappe bikini’s als wulpse barmeiden. En ze roept het schrikbeeld op van verkrachting door mannen van kleur, terwijl ze tegelijkertijd de gelegenheid aangrijpt om vrouwelijk naakt in de publieke ruimte te etaleren – bijvoorbeeld op een groot billboard dat alludeert op het schilderij De slavenmarkt van Léon Gérôme (dezelfde kunstenaar als op de cover van Saids Orientalisme) met de oneliner: “Zodat Europa geen Eurabië wordt.” Zoals de feministische kunsthistorica Linda Nochlin decennia geleden al opmerkte over dit genre schilderijen: witte mannen kregen de kans om naar lekker naakt vlees te kijken en zich tegelijkertijd vol verontwaardiging moreel superieur te voelen aan mannen van kleur.3 Nogmaals: dit AfD-affiche is per slot van rekening ook gewoon naakt dat in de openbare ruimte wordt tentoongesteld. Het beeld verschilde wezenlijk niet veel van de vele illustraties in het nazi-blad Der Stürmer, dat hordes tieners en andere ‘voyeurs’ trok als het in vitrines op stadspleinen hing, en waarop herhaaldelijk te zien was hoe een naakte blondine werd aangerand door Joodse mannen – of door slangen met Joodse namen.
“Een aanzienlijk deel van het succes van de AfD stoelt op haar gekoketteer met ‘gezinswaarden’ – terwijl ze tegelijkertijd, in een slechts schijnbare tegenstrijdigheid, provocerend baadt in een doelbewuste sexiness.”
Andere wetenschappers lijken dit minder op te merken, maar in het algemeen is de succesvolle strategie van het gebruik van sexyness eigenlijk een van de sterkste parallellen tussen de AfD en de nazi’s. De nazi’s hanteerden bijvoorbeeld al portretteringen van sexy doch deugdzame borstvoeding en een overvloed aan ranke naaktbeelden. Op een AfD-billboard uit 2019 ligt de strategie er vingerdik op, als was het een campy horrorfilm. Recente beelden uit 2024 zijn griezeliger en wreder, zoals de even racistische als sexy AfD-videoclip van hun dansbare ‘Remigratiehit’. De videoclip is bewust brutaal: met behulp van AI creëert ze een visuele echo van het beruchte feest op het eiland Sylt in mei 2024, waar jonge Duitse elites op camera werden vastgelegd terwijl ze “Deutschland den Deutschen, Ausländer raus” zongen.4
Dit getuigt van nog een ander soort opwinding, het flagrant etaleren van een viriel superioriteitsgevoel ten opzichte van bruine en zwarte mannen. Tussen 2019 en 2024 is er, denk ik, een verschuiving zichtbaar: van geseksualiseerde angstzaaierij (hoewel die niet is verdwenen – integendeel, de andere partijen, van de christendemocraten tot de groenen, springen inmiddels op die kar5) naar onvervalste opschepperij, waarbij leedvermaak regeert en – zoals Adam Serwer stelde over het trumpisme – “de wreedheid zelf het doel is”.6 Er schuilt blijkbaar een heerlijk, wellustig genoegen in het kunnen kwetsen van de ander. Het heimelijke memorandum dat het fascisme zijn volgelingen voorschrijft, is niet repressie. Integendeel: het is een boodschap van toestemming, een vrijbrief, een belofte van straffeloosheid. Of zoals politicologe Robyn Marasco opmerkt: het draait er simpelweg om dat je zélf mag meedelen in de brutale macht.7 Soortgelijke vormen van sexy racisme zien we overigens belichaamd door Trumps (voormalige, nvdr.) minister van Binnenlandse Veiligheid, Kristi Noem.8

Adolf Ziegler, De vier elementen (Vuur, Water en Aarde, Lucht), vóór 1937, Collectie Moderne Kunst, Pinakothek der Moderne, München.
Er zit echter nog een ander kenmerkend element in de AfD-politiek: een openlijke en aanhoudende anti-handicapboodschap. Geen enkele andere uiterst rechtse partij ter wereld is zo geobsedeerd door handicaps als de AfD. Ze grijpen hiervoor terug naar beproefde strategieën uit het anti-handicaphandboek dat al vóór de nazi’s sterk was ontwikkeld, maar door hen met propaganda en een ongekende wreedheid werd uitgewerkt: het aanwakkeren van gevoelens als walging en economische angst. Deze combinatie kwam bijzonder pijnlijk aan het licht tijdens een officiële parlementaire ‘vraag’ aan de regering in 2018 over de (volslagen verzonnen) kwestie dat migrantengezinnen proportioneel meer kinderen met cognitieve beperkingen zouden voortbrengen vanwege het — wederom imaginaire — frequente voorkomen van ‘incestueuze’ huwelijken tussen bloedverwanten onder vluchtelingen. Wat bleek: deze anti-moslimclaim was geënt op een oudere antisemitische trope uit de jaren twintig, waarin werd beweerd dat Joden verhoudingsgewijs meer cognitief beperkte nakomelingen voortbrachten dan niet-Joden vanwege het grote aantal huwelijken tussen bloedverwanten.9 En hoewel deze stunt stuitte op verontwaardigde reacties van gehandicaptenorganisaties en de kerken, liet de AfD zich niet afschrikken; een partijlid hield vol dat het stellen van vragen louter een “vorm van onderzoek” was.10
Toch is de meest hardnekkige vijandigheid van de AfD gericht tegen de inclusie van kinderen met een beperking in het reguliere onderwijs. Dit is blijkbaar uitgegroeid tot het meest omstreden aspect van de rechten die mensen met een beperking nog maar kort geleden hebben verworven, toen Duitsland in 2009 het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VRPH) ratificeerde. Het verdrag heeft Duitsland grote vooruitgang gebracht; het is, zoals een juridisch expert het uitdrukte, “een ongekend succesverhaal” geweest.11 Op het gebied van het onderwijs is er echter sprake van een publiek en politiek conflict. Het UNCRPD verplicht in artikel 24 dat het gesegregeerde speciaal onderwijs voor kinderen met diverse handicaps moet worden afgebouwd en dat alle kinderen vanaf het prille begin moeten worden opgenomen in de reguliere scholen in hun eigen buurt. Er werd verwacht dat het verdrag het Duitse schoolsysteem zou dwingen om kinderen in al hun diversiteit aan vermogens en talenten te verwelkomen. Het eigen handboek van de VN voor politici — al in 2007 in het Duits vertaald — was optimistisch over hoe onproblematisch, gemakkelijk en goedkoop het zou zijn om leraren vanaf het begin te trainen in inclusieve strategieën.
Maar dat is niet wat er gebeurde. De onwil om inclusie te omarmen reikt in Duitsland verder dan de AfD alleen; er blijft een sterke gehechtheid bestaan aan het hiërarchische, op competitieve selectie gebaseerde driestromensysteem waarin kinderen al op tienjarige leeftijd op basis van verwachte prestaties worden verdeeld over het Gymnasium (als opstap naar de universiteit), de Realschule (voor bedienden) en de Hauptschule (voor arbeiders), aangevuld met het gesegregeerde speciale onderwijs. Het was de AfD die al vroeg de leiding nam in het mobiliseren van het verzet hiertegen, en vooral de onverbloemde kwaadaardigheid in hun taalgebruik valt op.
Welke diepgewortelde onzekerheden over de intelligentie van de eigen burgers zorgen ervoor dat het vooruitzicht van langdurige nabijheid — kinderen met en zonder beperking die samen tijd doorbrengen — zo’n fel strijdpunt wordt? Al in het partijprogramma van 2016 maakte de AfD er niet alleen bezwaar tegen dat inclusie “aanzienlijke kosten” met zich mee zou brengen, maar ook dat het andere kinderen zou “belemmeren in hun ‘leersucces'”.12 In 2018 voerden AfD-politici fanatiek campagne voor de herinvoering van het “prestatiebeginsel” en het beëindigen van wat smalend werd omschreven als een “knuffelcurriculum”. Eén politicus ging zelfs zo ver te beweren dat het samenzetten van kinderen met het syndroom van Down en “normale, gezonde” leerlingen in de klas te vergelijken was met het samenplaatsen van mensen met “ernstige besmettelijke ziekten” met niet-geïnfecteerde patiënten in een ziekenhuis.13 En deze obsessie hield de jaren daarna aan, wat telkens weer blijkt uit de regionale partijprogramma’s. Het meest berucht is een televisie-interview in de zomer van 2023, waarin het prominente AfD-kopstuk Björn Höcke – zijn campagne in Thüringen was destijds goed voor 32 procent van de stemmen – opnieuw de inclusie van kinderen met een beperking in het onderwijs aanviel. Volgens hem schaadt die inclusie het vermogen van kinderen zonder beperking om uit te groeien tot de “vakmensen van de toekomst”. “Gezonde samenlevingen hebben gezonde scholen”, verklaarde hij, en de Duitse jeugd loopt momenteel achterop wat betreft de “meest basale” vaardigheden als taal en rekenen. De oorzaak van deze ontluisterende achteruitgang? Scholen moesten volgens hem dringend worden “bevrijd” van “ideologische projecten zoals inclusie”.14
“De onwil om inclusie te omarmen reikt in Duitsland verder dan de AfD alleen; er blijft een sterke gehechtheid bestaan aan het hiërarchische, op competitieve selectie gebaseerde driestromensysteem waarin kinderen al op tienjarige leeftijd op basis van verwachte prestaties worden verdeeld.”
Er valt veel te zeggen over deze angst om als natie op de een of andere manier niet intelligent genoeg te zijn. Zoals Kirsten Ehrhardt, een pro-inclusieactiviste en moeder van een zoon met het downsyndroom, tien jaar geleden al met bijtend sarcasme vroeg: “Worden duizend leerlingen soms dommer, puur omdat Henri daar in de klas zit?”15

De eerste landelijke demonstratie van activisten voor de rechten van mensen met een handicap vond in 1980 plaats in Frankfurt am Main. De demonstranten protesteerden tegen een rechterlijke uitspraak waarin een reisbureau werd veroordeeld tot het vergoeden van een West-Duitse vrouw die had geklaagd dat haar strandvakantie in Griekenland was verpest door de aanblik en de geluiden van mensen met een lichamelijke beperking die in hetzelfde hotel verbleven. Op het spandoek dat boven de menigte werd gehesen, stond te lezen: “Heb geen medelijden met de gehandicapte; heb medelijden met de samenleving die hem afwijst.” Foto © 1980 door Walter Pehle.
Maar een nog crucialer punt dat onderstreept moet worden, is dat van inclusie in het Duitse onderwijs in de praktijk nog amper sprake is.16 Het is gewoon niet waar; het kán simpelweg niet de oorzaak zijn van de vermeende povere prestaties van Duitse leerlingen. De naleving van het VN-Verdrag door de verdragsstaten wordt periodiek gecontroleerd, en Duitsland schiet steevast ernstig tekort — en het uitblijven van inclusie op scholen is een van de belangrijkste redenen voor dat oordeel. De aanval van de AfD op inclusie is dan ook niet wat het lijkt. Het is, zouden we kunnen zeggen, een preventieve contrarevolutie. Geen ‘backlash’, maar eerder iets wat we een ‘frontlash’ kunnen noemen: een anticiperende vijandigheid jegens iets dat nog nauwelijks op brede schaal is uitgeprobeerd.
Voor nu is dit een vraag om vast te houden: wat zou het verband kunnen zijn tussen die prikkelende sexyness van het fascisme en de ranzigheid jegens kinderen met leeruitdagingen? Een ander raadsel is: wat is er aan de hand met de cultuur van Duitsland dat de Duitsers plotseling zo geobsedeerd raken met het (vermeende) intelligentieniveau van de natie? En een laatste vraag zou kunnen zijn: waarom zou het degenen die zichzelf als niet-gehandicapt beschouwen überhaupt iets kunnen schelen — wat hebben de anti-handicap-provocaties van de verschillende fascismen met ons allemaal te maken?
Niet toevallig kent Trump, net als bij het sexy racisme, zijn gelijke niet in zijn bespotten en beschimpen van mensen met (al dan niet vermeende) cognitieve of fysieke handicaps, zowel in het openbaar als privé.17 Denk aan zijn agressieve, minachtende imitatie in 2015 van journalist Serge Kovaleski, die lijdt aan de spier- en gewrichtsaandoening arthrogryposis.18 Of denk aan de uitspraken aan het adres van zijn neef Fred Trump III, wiens volwassen zoon William aan ernstige beperkingen lijdt. Nadat Fred tijdens Trumps eerste ambtstermijn een groep activisten uit de gehandicaptenbeweging had meegenomen naar het Witte Huis, zei de president achteraf tegen hem dat “die mensen” — volwassenen met meervoudige en ernstige beperkingen — “gezien hun toestand en de torenhoge kosten misschien maar beter gewoon dood kunnen gaan.”19 (Later suggereerde hij zelfs dat dit ook voor William de beste oplossing zou zijn.)
“Niet toevallig kent Trump, net als bij het sexy racisme, zijn gelijke niet in zijn bespotten en beschimpen van mensen met (al dan niet vermeende) cognitieve of fysieke handicaps, zowel in het openbaar als privé.”
Hetzelfde hoorde je in zijn absurde bewering dat Kamala Harris “retarded” was, een schril contrast met zijn eindeloze claims over zichzelf, dat hij “smart” is en gezegend met “good genes“.20 Minstens zo lachwekkend was zijn stelling, kort na zijn recente terugkeer in het Witte Huis, dat een tragische vliegtuigcrash weleens de schuld kon zijn van luchtvaartmedewerkers met “ernstige verstandelijke beperkingen” die door Joe Biden zouden zijn aangenomen, terwijl luchtverkeersleiders enkel zouden mogen bestaan uit “onze allerslimste mensen… talenten, natuurtalenten. Genieën.”21
Vertaling: Floris Baeke.
Dit essay verscheen oorspronkelijk in e-flux Journal #157. Het is een bewerkt fragment uit hoofdstuk 1 van Dagmar Herzog, The New Fascist Body (Wirklichkeit Books, 2025): https://wirklichkeitbooks.com/the-new-fascist-body/.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.