‘Het is nieuwe maan…’ (STAN) – Foto Koen De Waal

Dirk Verstockt

Leestijd 4 — 7 minuten

Het is nieuwe maan…

door STAN

Frank Vercruyssen, één van de STAN-leden, heeft iets met acteren, maar ook met Büchner, Bernhard, Afro-Amerikaanse culturen en eenvoud. Hij heeft ook iets met de Golfoorlog en dan vooral met de manier waarop de geallieerden zich van de media bedienden en omgekeerd. Hij heeft ook iets met Dito’ Dito, net zoals de rest van STAN. Hij heeft waarschijnlijk nog veel meer, maar bovenstaande bracht hij in ieder geval toch al bij elkaar in de produktie Het is nieuwe maan en het wordt aanzienlijk frisser…, welke gedurende het bescheiden Bruzzle-festival in première ging.

Jolente De Keersmaeker vlocht de brieffragmenten van Büchner en de tekstpassages uit het werk van Bernhard naadloos door elkaar tot er één schriftuur ontstond die voortdurend pivoteert tussen het mededogen en (zelf)relativeren van Büchner en de permanente weerzin van Bernhard.

Via de brieven die Büchner vanuit diverse Europese steden naar zijn geliefde en familie schreef, midden de rumoerige dagen van de eerste helft van de negentiende eeuw en de eeuwige ergernis van Bernhard komen we veel meer te weten over zijn en ons onbehagen tegenover de politici en de captains in welke industrieën dan ook, de ondraaglijke lichtheid, de woede die geen uitwegen meer kent, de nodeloosheid ervan, het altijd gedwongen relativeren.

Frank Vercruyssen staat niet alleen op de scène, hij zocht het gezelschap van Willy Thomas. Beiden zijn ze gekleed in hemd, stropdas en vest. Ze dragen geen broeken. Dat levert het kijkkastformaat van politici op. In plaats van bijpassende molières dragen ze beiden zwarte Nike– basketschoenen, het schoeisel bij uitstek van de rap- cultuur. Voeten zijn de noodzakelijke onderlaag, maar ook het laagste deel van het geheel. Op twee stoelen en een batterij audio-apparatuur na is de scène leeg.

Frank Vercruyssen, want hij spreekt en niet één of ander personage, begint droogweg de noodzakelijke biografische gegevens over Büchner mee te delen. En vanaf dat ogenblik worden de keuzes voor de voorstelling gemaakt. In dit werk bestaat er niet zoiets als een uitgekiende regie. De acteurs zijn hun eigen regisseurs. Er is niets aan voorafjes, alleen het tekstinzicht, één stem, getraind en persoonlijk gestemd. Hij staat daar zonder iets. Niets in de handen (op een sigaret na), niets in de zakken, geen truukjes of ‘handelingen’. Het ‘conflict’ bestaat tussen hem, de tekst en de wereld. Hij stuurt zichzelf op deze zorgvuldig voorbereide trip. Hij heeft veel van een cabaretier die wel weet wat hij wil vertellen, maar geen hoe heeft ontworpen. Dit is het materiaal. Dit ben ik. Deze ‘tapes’ heb ik gekozen. Hij zapt ons voor door zijn hevige programma, waar geen seconde teveel aan zit. In rechtstreekse aansluiting bij zich ontwikkelende subculturen, plugt hij in op de toenemende snelheid en ambiguïteit van de communicatie, zonder daar in se ‘woorden’ of ‘beelden’ aan vuil te maken.

En van daar is het maar een klein stapje naar de schoenen van de rapcultuur. Hij rapt zonder rhymes, zonder mixer, zonder scratches, zonder beats. Hij rapt wel met de betrokkenheid van Büchner en het venijn van Bernhard. Hij vermijdt evengoed het sloganeske van zovele rappers, het gebrul en het geblaat. Zijn impact is niet afhankelijk van de grootte van zijn muil of het volume van de P.A.

Hij mengt teksten en muziek niet, hij is niet zwart, geen rapper, evenmin een doordrammer, but he likes the shit, het gevoel, de energie. Zijn verhaal is iets complexer dan klaar voor drie minuten stuff, maar de vitaliteit, de woede, de ergernis, de afschuw, de streling en de slag zijn even sterk aanwezig via hem, via de teksten.

De ‘muziek’ jaagt hij ons later in een virtuoos uitgevoerde ‘live-mix’ van tientallen fragmenten uit War in the Gulf-programmas, getaped van televisie en (American Forces Network) radio, uit flarden speedmetal, rap en filmmuziek. En dat gebeurt snel, luid en overweldigend, waarbij de adrenaline opspringt en het ritme zich opdringt. Onwillekeurig zoeken de voeten de beat. De aandacht van de toeschouwer mag niet verslappen of er gaat een pareltje verloren. Elke kraal is even ontluisterend en het is een ‘genot’ om zoveel afschuwelijke dwaasheid die ijzige realiteit heroproept nog ‘s zien becommentarieerd te worden door deze mixer die zijn keuze van tapes en cd’s door en door kent en met vaak zeer eenvoudige gebaren de druk wat wegneemt of net wat dieper in de wanstalt gaat kerven. De verbinding tussen Büchner, Bernhard en vandaag worden overduidelijk.

Deze werkwijze levert telkens een ander resultaat op. Twee keer zag ik de voorstelling en twee keer waren het aanvallen van uitersten. De nervositeit van de première, die meer afstand en ironie toeliet, had later plaats gemaakt voor een bijtende hopeloosheid, een grimmige onmacht die niet gauw overgaat.

Hij is nooit echt alleen, Willy Thomas is luisteraar, steunpilaar, stille commentator, geruststeller en eerste toeschouwer. Hij zit de hele tijd op een stoel en luistert, kijkt. Enkele keren komt Thomas tussen. Hij kiest zijn momenten van interventie zelf uit, om via quasi-absurde zinnen de toestand te verduidelijken, te relativeren, een andere stemming te laten ontstaan, waardoor Vercruyssen weer ‘anders’ verder kan. Thomas werpt geen problemen op, geen conflicten, hij dwingt ook niet. Wat met zijn tussenkomsten gebeurt, zowel bij toeschouwer als medespeler zijn zijn zaken niet meer.

Het is nieuwe maan en het wordt aanzienlijk frisser

door STAN;

teksten: Büchner, Bernhard;

bewerking en vertaling: Jolente De Keersmaeker;

spel en regie: Frank Vercruyssen en Willy Thomas;

produktie: Beursschouwburg.

Gezien in Trefcentrum De Markten te Brussel op 28 augustus en 4 september 1991.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#36

15.12.1991

14.03.1992

Dirk Verstockt

recensie