Leestijd 2 — 5 minuten

Het Internationaal Theaterinstituut bestaat 40 jaar

KRONIEK – RECHT OP EEN ANDERE VISIE

Het Internationaal Theaterinstituut werd – op verzoek van de Unesco – opgericht te Parijs in juni 1948, dus nog voor de communistische machtsovername in Tsjechoslovakije. Het was één van de vele initiatieven die op de ruïnes van W.O. II uitdrukking wilden geven aan de algemene verzuchting naar solidariteit en vrede onder de volkeren. De kunst – ook het theater – moest mee gestalte geven aan dit universeel verlangen om een nieuwe en ditmaal betere wereld op te bouwen, dank zij een wereldwijde uitwisseling van culturen en veralgemeende menselijke contacten. Omdat dit vandaag allemaal zo vanzelfsprekend geworden is, kunnen de jongeren zich deze geestesgesteldheid allicht niet meer voorstellen. Daarom is het goed eraan te herinneren in een tijd waarin vrede weer op slappe benen loopt, onverdraagzaamheid en racisme weer de kop opsteken. Ook voor de dans en de muziek bevorderde de Unesco soortgelijke initiatieven.

De eerste voorzitter was de bekende Britse toneelacteur John Priestley. Wij vinden er verder de namen van Armand Salacrou, J.L. Barrault, Tyrone Guthrie en ook de Belgen R. Dupierreux en R. Hainaux. Tot voor kort was de algemene voorzitter Wole Soyinka, Nobelprijs literatuur 1986.

Op het eerste gezicht kan de doelstelling van het I.T.I. een paradox lijken. Aan de ene kant het bij elkaar brengen van volkeren en kunstenaars (vooral levendig bij die theatermensen uit landen die op één of andere manier bij de wereldoorlog betrokken waren geweest). Daaruit ontstonden initiatieven als het Théâtre des Nations, l’Université du Théâtre, festivals, publicaties etc… Aan de andere kant wilde de Unesco dat het I.T.I. de traditionele autochtone theatervormen in de ontwikkelingslanden zou beschermen en bevorderen, en zo mogelijk nationale professionele structuren in het leven roepen. In vele van die landen was (en is nog) een dictatoriaal regime aan de macht, en de oprichting in die landen van een nationale I.T.I.-structuur was tegelijk een strijd voor de vrijheid van de kunst, de waardigheid van de kunstenaar, en tegen vervolging en censuur. De theatermensen konden hun stem in de wereld laten horen via een internationaal organisme. Dit is vandaag nog een uiterst belangrijke (zij het discrete) rol van het I.T.I.

Het staat vast dat actie van het I.T.I. herhaaldelijk theatermensen uit de gevangenis heeft gehaald.

Het I.T.I. heeft aldus nationale centra opgericht in 12 landen van Zuid-Amerika, 9 Afrikaanse landen, 6 landen in Azië en 8 centra in de Arabische wereld. (Geen enkel bestond in 1948!)

Aangezien het I.T.I. overwegend moet werken met subsidies van de Unesco, lijdt het aan dezelfde ziekte: bloedarmoede, sedert de U.S.A. en Groot-Brittannië weigeren hun bijdrage te betalen. De vlam staat dus voorlopig op een laag pitje.

België behoorde tot de weinige landen die van meet af aan een nationale afdeling in het leven hebben geroepen. De eerste voorzitters waren Herman Teirlinck en Georges Sion. Behoorden nog tot de stichters: de componist Armand Bayens, Corry Lievens, Michiel Van Vlaanderen (vader van Rudi), Sarah Huysmans (dochter van Kamiel) en Maurice Huismans (broer van Jacques). België heeft meer dan eens gezeteld in het internationaal uitvoerend comité.

Het Belgisch Centrum heeft zich altijd tevreden gesteld met een bescheiden bemiddelaarsrol. Het heeft nooit de middelen gekregen om zich professioneel uit te bouwen. Toch moet de vlam wakker gehouden worden, en moet de theatergemeenschap nationaal en internationaal solidair blijven, om zich te beschermen tot de nationale en internationale leerlingtovenaars weer enig besef krijgen van wat kunst en zo hooggeroemde menselijke waardigheid en vrijheid.

Het is misschien niet overbodig daar ook in Vlaanderen even over te denken.

Alfons Van Impe
Voorzitter Belgisch Centrum I.T.I.

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

varia
Leestijd 2 — 5 minuten

#21-22

15.05.1988

14.08.1988