‘Het heengaan’ (Jeugdtheater Amsterdam) – Foto Ben Van Duin

Marianne Van Kerkhoven

Leestijd 5 — 8 minuten

Het heengaan

Het is avond. De kinderen zijn naar bed. In het niemandsland tussen strijkplank en schrijftafel (condition féminine) komt Het Heengaan opnieuw voorbij. Voelend hoe de beelden opduiken uit je geheugen ? je ziel ? je geest ?, weet je dat bij het schrijven over deze voorstelling slechts één démarche past: terugkeren naar de nulgraad van de kritiek, terugkeren naar een zo zuiver mogelijke vorm van beschrijven, het interpreteren schuwen als een vreemde schimmel, iets van het meegemaakte ‘voortvertellen’, voor het helemaal is heengegaan. Nog bedenkend dat kritiek in feite enkel kan gaan over die golven (grote/kleine) die je raken; al de rest is te verwaarlozen, kabbeling van water dat verloren loopt in het zand.

Deel 1. De Voorstelling.

In het begin mag je kijken. Eén na één verschijnen tien vreemd uitgedoste jonge wezens op de scène. Eerst een meisje in het zwart met lang donker kroezelend haar. Ze begint in verschillende rechte lijnen over de scène te lopen. Dan volgt een meisje met een groot stuk stof (een strik?) op haar borst. Ze heeft iets met rood: een klein stukje rode stof omvat de hak van één schoen; straks zal ze lange rode handschoenen aantrekken. Ook zij schrijft lijnen op de scène. Zij wandelen. Wij kijken. Daarna komen de anderen.

In allerlei lijnen lopen zij kriskras over het plateau : het meisje met het petje met de blauwe band en het brilletje; het sensuele meisje met het vilthoedje; het meisje met het brede gezicht en de bloemen rond haar hoed, een jonge Diana; het balorige prinsesje-dat-eigenlijk-een jongetje–was, in tutu en met een kroontje; het meisje met de dubbelgevouwen papieren waaier op de hoed; het meisje dat blootsvoets blijft, in roosachtig geel pastel; het meisje met de uitstekende zwarte pluimpjes en de lange opgeschoten jongen in korte broek die straks telkens ergens over zal wrijven (over de kapstok, de raket, de kinderwagen).

In de linkerhoek van de ruimte staan wat voorwerpen opeengepakt. Terwijl de tien hun wandeling verderzetten, heb je rustig de tijd alles te bekijken: een ladder, een canapé, een schommelstoel, kapstokken met kleren, een kinderwagen waar paraplu’s in liggen, een paardje, een raket, een eendje, een voetbankje…

Als slingers die uithollen houdt ook het wandelen stilaan op. Traagzaam nestelen ze zich allemaal ergens tussen de voorwerpen aan de linkerkant van de scène. Je hebt naar hen gekeken. Nu mag je samen met hen luisteren. Het wordt erg donker. Hier en daar in kleine lichtvlekken zie je nog een gezicht, een hand, een schoot. Gedurende het hele Erbarme dich uit Bachs Mattheüspassie blijft dat zo. Luisteren.

Dan wordt uit de sfeer van de muziek een nieuwe belichting geboren (dan toch interpreteren?): als grote kerkramen waar de zon op schijnt, geven vier dunne stroken licht een nieuwe indeling aan de ruimte; een nieuwe locatie wordt ingericht voor de tweede fase in het kijken.

De jonge Diana plaatst haar voetbankje vooraan in het midden van de scène en gaat er op staan. Ze kijkt naar ons. Zeer lang. In haar ooghoeken heeft ze twee rode puntjes. Dan slepen de anderen de voorwerpen én zichzelf stilaan naar het middenveld : één hangt op de canapé, één zit bij de kinderwagen, twee bij het paardje, het prinsesje wiegt in de schommelstoel, het meisje-in-‘t-blauw met het petje ligt languit op de grond. Ze doen maar wat: hangen over de ladder, spelen met een hoopje kleren of met de paraplu’s; soms zingen ze, soms dansen ze, een Duitse tekst, een Frans gedicht, een Engels lied. Een stroom van dingen. Er gebeurt niks en er is ontzettend veel te zien. Het is spannend. Af en toe voel je een bijna ondraaglijke gêne omdat je zo schaamteloos en passief toekijkt en néémt wat zij zo overvloedig geven nl. zichzelf.

Intermezzo.

Je had jezelf voorgenomen niet te interpreteren. Neerschrijven wat je gezien, gehoord hebt en wat dat in je losgemaakt heeft, die twee dingen samen, is dat dan kritiek ? Is het: ‘antwoorden geven’ op wat je ziet en meemaakt ?

De voorstelling haalt voor mij twee sferen naar de oppervlakte : die van de erotiek en de sensualiteit enerzijds, die van de politiek en de subversiteit anderzijds. Ze doet mij aarzelen tussen gevoelens van rust en verwarring. Ze heeft -inderdaad- te maken met ontroering en opstandigheid.

Deel 2. Bedenkingen.

1. Kindertjes tonen op een scène die alleen maar door hun aanwezigheid zichzelve blootgeven, die zo warm geladen zijn van binnen dat ze dat ook uitstralen, mag eigenlijk niet. Zoals oude mannen en vrouwen op een scène ook niet mag. Dat gechoqueerd zijn om de oude Cunningham, bijvoorbeeld, die met zijn stramme, kromstaande botten lelijke hoekige bewegingen maakt en precies daardoor – omdat hij doet wat hij kan, wat hij op dat moment is – zo fascinerend mooi wordt.

2. Is het werkelijke dan toch sterker dan het verlangde?

3. Hoe goed en nodig het is taboes te doorbreken.

Verbazing over enkele uitlatingen van Nan van Houte omtrent deze voorstelling in Toneel/Teatraal (maart 1989). Hoe komt het dat zij het tegengestelde ziet van wat ik zie ? Vreemd toch dat je ogen beslissen over houden van of niet houden van. Waarom zouden brutale pubers in een disco

échter zijn dan deze verstilde jonge mensen op de scène ? Waarom wordt bij de relatie tussen regisseur Ritsema en deze jonge mensen en de sensuele voorstelling die daaruit voortkwam, meteen voyeurisme gesuggereerd en zelfs geilheid?

Als straks de kinderen die nu in de kamer hiernaast slapen, wakker worden, bij mij in bed kruipen, hun warme lijfjes aanleunend tegen het mijne, en ik daarvan geniet, ben ik dan al meteen op weg naar incest of pedofilie ? Of is dit gewoon het geven en nemen van warmte in een relatie tussen grote en kleine mensen?

Het taboe op het tonen van kindertjes en grijsaards ‘in hun blootje’, het verzieken van reëel bestaande emotioneel én erotisch geladen gevoelens tussen jonge en oudere mensen: dit zijn maatschappelijke fenomenen.

De wereld op de scène in Het Heengaan is zo indringend, zo op zichzelf staand, dat hij je bewust maakt van de wereld van de toeschouwer (voyeur?) waar je dan inzit, van de wereld erbuiten en zelfs van een verre toekomst (A Space Odyssey) in volgende eeuwen. De voorstelling toont hoe de dingen zijn, zoals ze zijn, en suggereert hoe ze zullen veranderen als ze opbotsen tegen de werkelijkheid daarbuiten, als ze in de maatschappij gesmeten worden. Het niveau van de politiek doet zijn intrede bij de confrontatie met het publiek.

4. Een Foto.

Vorige week stond er in de krant een verslag van een actie van ultra-rechts Vlaams Blok in Antwerpen: aan middelbare scholen werden pamfletten uitgedeeld met de oproep ‘Verklik je linkse leraars’. Door de scholieren werd een tegenaktie georganiseerd. Op de foto in de krant ontdek je bij die scholieren de zonen en dochters van hen die naast je stonden in mei 1968 en daarna slik je iets weg.

5. Een Verhaal.

Het verhaal van een man uit Vilvoorde, een arbeider uit dat gebied met zijn rokende schoorstenen en zijn grijze fabrieksmuren vlak bij Brussel, die ‘s morgens wanneer hij, voor alle andere familieleden, op moest om in mist en regen naar de vroege shift te rijden, soms heel even bij één van zijn jongens in bed kroop om wat met hen te praten en hun fysieke warmte te voelen. “Dat is voor mij socialisme”, zegt hij.

6. Gevoelens en politiek worden ‘normaal’ niet met elkaar verbonden. Politiek is bang voor gevoelens, zeker voor die die ongrijpbaar, onuitgesproken zijn. “Niet uitgesproken gevoelens vergeet je nooit”, zegt de man in Nostalghia van Tarkovsky (een van de vertrekpunten van Jan Ritsema voor deze voorstelling). In Het Heengaan wordt met vuur gespeeld, met het vuur dat deze jonge mensen in zich dragen. Als het onuitgesproken vuur van de scène in de nabijheid komt van het verborgen vuur van de toeschouwer, is er gevaar voor uitslaande brand.

Eén ding is zeker: als morgen de kolonels weerkeren, wordt deze voorstelling op staande voet verboden.

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

Marianne Van Kerkhoven

Marianne Van Kerkhoven (1946-2013) was een Vlaamse dramaturge en theatercriticus. Ze was ondermeer actief als huisdramaturg bij het Kaaitheater en publiceerde tal van artikelen over podiumkunsten. Een aantal van haar teksten werd verzameld in Van het kijken en van het schrijven (2001).

artikel