Demos

Leestijd 7 — 10 minuten

Heeft iemand dit over het hoofd gezien?

Vorige week maakte Vlaams Minister van Cultuur Sven Gatz bekend welke kunstenorganisaties in de periode 2017-2021 werkingssubsidies zullen ontvangen van de Vlaamse overheid. Bij de groep van ‘grote’ verliezers steekt er volgens ons één met kop en schouders bovenuit: kunstenaars met een beperking en kunstenaars met een psychische kwetsbaarheid. Van de drie kunstenorganisaties die zich specifiek richten op kunstenaars met een beperking, verliezen maar liefst twee hun subsidies: Tartaar uit Lennik binnen theater en Platform K uit Gent binnen dans. Enkel Wit.h in Kortrijk hield stand. De enige organisatie in Vlaanderen die werkt met kunstenaars met een psychische kwetsbaarheid verdwijnt: Pas-sage – beter gekend als Kunsthuis Yellow Art – uit Geel binnen de beeldende kunst. De gevolgen van deze beslissing zijn zorgwekkend en dermate vergaand dat wij ons afvragen: heeft de minister dit over het hoofd gezien?

Een persbericht van Demos, kenniscentrum dat inzet op het vernieuwen en verdiepen van de participatie van kansengroepen aan cultuur, jeugd en sport.

Wat ging er mis?

Niet de besparingen. Met de 15000.be-campagne maakt de sociaal-culturele sector vorige zomer een vuist tegen besparingen op de kap van mensen met een handicap. Hun actie verzamelde vlot 18100 handtekeningen en de meerderheidspartijen namen de bekommernissen van de sector mee. In de marge daarvan sprak minister Gatz zijn waardering voor de sector uit en zei gepast te zullen ageren. Daaraan kan het dus niet liggen.

De beoordeling door de peers uit de kunstensector dan? Dat mensen met een beperking of een psychische kwetsbaarheid geweerd worden van de professionele kunsten is een herkenbaar fenomeen. Het wordt internationaal geduid met hetzelfde mechanisme: elke kunstwereld bepaalt welke kunst aanvaardbaar is. Het verleent volwaardig lidmaatschap aan kunstenaars wiens werk het kan plaatsen binnen de gangbare grenzen. Wie deze grenzen uitdaagt, dreigt uit de boot te vallen. “Wherever an art world exists, it defines the boundaries of acceptable art, recognizing those who produce the work it can assimilate as artists entitled to full membership, and denying membership and its benefits to those whose work it cannot assimilate.” (Becker, 1982)[i]

Mensen met een beperking of een psychische kwetsbaarheid passen niet in het dominante beeld van wie kunst kan en mag maken. Organisaties die met deze kunstenaars werken ook niet. Hun uitgangspunt is niet assimilatie maar inclusie: juist in het verschil ligt de meerwaarde en de drijfveer van een dynamisch kunstenveld. Met die wetenschap wordt de beoordeling door peers uit de brede kunstensector een precair gegeven. Diep ingebakken esthetische en artistieke overtuigingen bieden geen houvast en de eigenheid van het creëren, presenteren en spreiden van werk van mensen met een beperking of een psychische kwetsbaarheid moet in rekening worden gebracht. De beoordeling vraagt dus om specifieke expertise. Wie beweert dat deze expertise ontbrak in de brede poule van beoordeelaars maakt hoogstwaarschijnlijk een valabel punt. Zelfs de meest meegaande blik op de samenstelling van de respectievelijke beoordelingscommissies leert dat er op dat punt nog veel ruimte is voor verbetering. Deze vaststelling moet geen afbreuk doen aan het integere werk van alle betrokken commissieleden.

Het is de verantwoordelijkheid van de organisatie om de commissieleden de juiste kaders aan te reiken voor hun beoordeling. Misschien faalden de drie organisaties op dit punt. Hun dossiers lagen na beoordeling inderdaad niet in de bovenste schuif: voldoende/voldoende voor Platform-K, voldoende/nipt-onvoldoende voor Tartaar en nipt onvoldoende/goed voor Pas-sage. Is daar een reden voor? Het zijn alle drie relatief jonge organisaties in het kunstendecreet. Meer dan de collega’s uit gevestigde organisaties stellen jonge organisaties zichzelf bij elke subsidieronde fundamenteel in vraag. In de dossiervorming zorgen dergelijke existentiële ontwikkelingen voor een minder herkenbaar verhaal, zeker wanneer het de beoordelaars ontbreekt aan affiniteit en voorkennis. Alleen, in vorige beoordelingsrondes werden deze zoektochten en de keuzes die eruit voortkwamen vooral gewaardeerd en gehonoreerd. In deze ronde zorgden ze voor een lagere ranking. Het blijft gissen naar de dynamieken en argumentatie in de respectievelijke beoordelingscommissies. Meer openheid en transparantie kan duidelijkheid bieden.

Vast staat dat er verschillende startposities waren in de beoordeling en dat de uiteindelijke beslissing van de minister kwalijke gevolgen heeft. In vorige beleidsperiodes was het startpunt van de beoordeling steevast dat het ging om een kunstpraktijk die in Vlaanderen nog in volle ontwikkeling was. Vandaag primeert in de uiteindelijke beslissing de meritocratie. Dit topt straks alle ontwikkeling af.

De voet tussen de deur

Voor kunstenaars met een beperking valt de poort naar erkenning binnen het Vlaams kunstenbeleid dus dicht. Met zijn beslissing bevestigt de minister dat er binnen de beeldende kunst, de podiumkunsten en de muziek onwrikbare overtuigingen leven over wie ‘échte’ kunst kan en mag maken. Kunstenaars met een beperking of een psychische kwetsbaarheid behoren daar kennelijk niet bij. Dit staat echter haaks op de dynamiek in het Vlaamse cultuurlandschap.

De afgelopen jaren brachten we de podiumkansen van mensen met een beperking hier in Vlaanderen in beeld. Onder de programmalijn Podium*OPS spraken we met bijna 90 organisaties en initiatieven. Van een opstartende theatergroep in een zorgvoorziening tot internationaal gewaardeerde dansgezelschappen. Tussen deze twee uitersten ontdekten we in Vlaanderen de kiem voor een breed toegankelijk kunstenlandschap voor mensen met een beperking of een psychische kwetsbaarheid. Binnen de amateurkunsten, de cultuureducatie, het Deeltijds Kunstonderwijs, de Kunsthumaniora en het Hoger Kunstonderwijs groeien voor hen kansen om hun artistiek talenten te ontwikkelen en om zich volledig te wijden aan hun passie. De decennialange focus op cultuurparticipatie en inclusie heeft Vlaanderen geen windeieren gelegd. Steunpunten, educatieve organisaties en opleidingen; tal van initiatieven ingebed in het lokaal beleid of binnen de zorg; verenigingen van alle soorten geven mensen met een beperking of een psychische kwetsbaarheid vandaag een plaats in het Vlaams cultuurlandschap. Niet in zijn minst aangevuurd door vier – en straks dus nog één – structureel ondersteunde kunstenorganisaties. Deze organisaties zijn nodig. Ze vormen een vitale schakel in een sterk kunstenlandschap. Dat landschap is broos. Het is nog lang geen ecosysteem waarin kunstenaars kunnen doorstromen. De financiering blijft precair, specialisatie gering, drempels blijven hoog en we missen nog belangrijke schakels. Er is werk aan de winkel, zeker als we Vlaanderen vergelijken met de directe buurlanden.

Maar nu is er een vitale schakel verdwenen[ii]. Kunstenaars met een beperking of een psychische kwetsbaarheid blijven afhankelijk van de schaarse mogelijkheden die hen en cours de route of hors circuit geboden worden. Goed wetende dat ze na deze beslissing nooit echt tot dat circuit zullen behoren. Dit heeft een impact op hun kunstenaarschap, niet ten minst op hun mogelijkheden om een zinvol leven uit te bouwen[iii]. Ook het Vlaams cultuurlandschap verliest. De huidige beslissing legt de praktijkontwikkelingen stil en laat zo de potentiële bron van vernieuwing binnen de kunst opdrogen. Waarom zou het hoger kunstonderwijs nog inclusieve dans doceren als er geen vooruitzicht is op inclusieve dansgezelschappen? Vormt de amateurkunst echt het glazen plafond voor mensen met een beperking? Met welke ambitie zetten we dan nog in op cultuureducatie?

Een overheid, zeker één die diversiteit en participatie hoog in het vaandel draagt, moet vanuit democratisch oogpunt uitsluitingsmechanismen opheffen. Het recht op culturele ontplooiing, dat we allen delen en samen moeten realiseren, impliceert voor mensen met een beperking of een psychische kwetsbaarheid meer en meer gelijke mogelijkheden. Die kans heeft de overheid met deze subsidieronde laten liggen. Mogelijkheden slinken en het glazen plafond wordt bevestigd.

Maar er zit nog een voet tussen de deur. De afgelopen jaren hadden we het voorrecht om tal van kunstenaars, recensenten, programmatoren, docenten en professionals uit alle sectoren te ontmoeten die geloven in het artistiek potentieel van mensen met een beperking of een psychische kwetsbaarheid. Ze werden uitgedaagd om hun comfortzone te verlaten, om beproefde technieken, patronen en opvattingen achterwege te laten en terug vanuit de essentie te vertrekken[iv]. Stuk voor stuk zijn het mensen die zich engageren voor meer en meer gelijke kansen binnen de kunst. Essentieel daarin is dat ze vertrekken vanuit talenten, krachten en mogelijkheden en niet vanuit ziekte, problemen of beperking.

State of the Art?

Zij kunnen nu terug naar start. Terug naar de donkere en onzekere dagen van projectsubsidies, dagbesteding en liefdadigheid. Rommelen in de marge. Terwijl zij en de kunstenaars waarmee ze werken net een prangende nood hebben aan meer structurele werkingen waarin ze met regelmaat en het juiste kader kunnen doen wat ze moeten doen: leren, trainen, repeteren, onderzoeken, creëren, tonen… Er is nog zoveel onontgonnen potentieel. In het Verenigd Koninkrijk begeleiden dansers met een beperking inclusieve workshops en toeren ze internationaal met hun eigen choreografieën. Beeldende kunstenaars met een beperking krijgen er een plaats in de Tate Modern. Het is het resultaat van een integrale visie op het cultuurlandschap waar burgers en niet de organisaties centraal staan. Hier in Vlaanderen zitten kunstenaars met een beperking of een psychische kwetsbaarheid in de blinde vlek van het cultuurbeleid. De minister heeft ze over het hoofd gezien.

Dan doet het Verenigd Koninkrijk het een pak beter. Met Unlimited! zet de Britse overheid een ambitieus ondersteuningsprogramma op voor kunstenaars met een beperking. En met Unlimited Impact ondersteunt de UK een strategisch plan om de effecten van haar ondersteuningsprogramma te verduurzamen. Met The Creative Case for Diversity formuleert de Arts Council een doortastende visie op diversiteit in de kunsten. En The British Council promoot met Disability Arts Internationalfier de eigen podiumkunst met mensen met een beperking als ‘groundbreaking’ en ‘the last avant-garde’. Dat lijkt ons nu eens een beleid dat het predicaat ‘State of the Art’ verdient.

Eind dit jaar brengen we met Demos kunstenaars met een beperking voor het voetlicht met een boekvoorstelling en een presentatiedag. Daarvoor nodigen we alle programmatoren en recensenten uit. We tonen podiumkunst die met en door mensen met een beperking is gemaakt om hun spreidingskansen te vergoten. We doen dit om wij, samen met vele anderen, vinden dat de kunst die in Vlaanderen gemaakt wordt met en door mensen met een beperking een publiek verdient. En liefst een zo groot mogelijk. Elk individu kan worden afgerekend op zijn of haar merites. De aanleg, ziekte of beperking die men heeft mag daar niet in meespelen, wel wat men met die merites doet. Elke kunstenaar heeft daarvoor een publiek nodig en de ruimte om zijn/haar talent te ontwikkelen. “Disability might diminish opportunity, but not talent” stelt de Australische danser Marc Brew. Dat heeft de minister misschien over het hoofd gezien.

 


[i] Becker, H.S. (1982). Art Worlds. University of California Press.

[ii] Lees hierover o.a. Van Goidsenhoven, L. (2015) I would prefer not to. Het kritisch vermogen van ateliers. Catalogus Yellow tentoonstelling ‘Facing You’.

[iii] Zie onder andere de reportage die Koppen maakte over Kobe en Hannah, twee dansers met een beperking: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/programmas/koppen/2.42996

[iv] zie onder ander Van der Speeten, G. (2016). Nooit eerder voelde ik mij zo kwetsbaar. Theatermaakster Pascal Platel stapt de scène op, samen met een acteur met het syndroom van Down. De Standaard, 05/01/2016. Afgehaald op 05/07/2016 van http://www.standaard.be/cnt/dmf20160104_02049110.

Meer info:

www.demos.be en Podium*Ops

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

opinie
Leestijd 7 — 10 minuten

#145

15.06.2016

14.09.2016

Demos

opinie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!