Hussein Shabeeb

Leestijd 6 — 9 minuten

Hassan Khayoon – Republiek van angst

Haperende ideeënstroom

In Republiek van Angst vertelt de Irakees-Belgische theatermaker Hassan Khayoon, die samen met Hassan Raad op scène staat, over de onophoudelijke angst die het gevolg is van decennia aan oorlog. Waar hij er in de tekst in slaagt op beeldende wijze de belangrijke thematiek elegant aan te snijden, laat de vormelijke uitvoering op verschillende vlakken te wensen over.

Het podium van de Monty is voor de première van Republiek van Angst omgevormd tot een groot, stomend badhuis met aan weerszijden van de scène Khayoon en Raad op houten saunabankjes, in handdoeken gekleed. Vervolgens is daar plots de stem van Rudi Vrancx in reverb, sprekend over wat hij al meteen de “Republiek van Angst” noemt: Irak. Een land waar mensen fysiek of moreel sterven wanneer ze kritiek uiten op het regime, en dat al decennialang. Vijftien jaar na de zogenaamde omverwerping van het regime lijkt er in realiteit weinig veranderd. Of zoals Vranckx het verwoordt: ‘Het spel gaat door, enkel de spelers veranderen’.

Doordrongen van angst

We horen het geluid van een stuiterende pingpongbal reeds enkele seconden voor we op het gigantische scherm in het midden van de scène, tussen de spelers, de effectieve match zien plaatsvinden tussen Khayoon en Raad, beiden in badjas gehuld. Nog voor je je kan afvragen wat dit te betekenen heeft, is de video afgelopen en komt Hassan Raad enthousiast zingend een luxueuze cocktail brengen naar Khayoons kant van het podium. ‘I can see clearly now the rain is gone. I can see all obstacles in my way. Gone are the dark clouds that had me blind. It’s gonna be a bright (bright), bright (bright) sunshiny day.’ Khayoon is duidelijk niet even zorgeloos. Hij geeft vrijwel geen zichtbare respons op Raads aanwezigheid, en zal dat ook enige tijd niet doen. Daarop steekt Raad van wal met een monoloog, in het Arabisch met boventiteling, waarin ook hij al zeer snel het onderwerp van deze voorstelling introduceert: angst. Raad maakt zich zorgen over hoe zijn vriend Khayoon omgaat met de angst, die hij volgens hem had moeten achterlaten in Irak.

Raad geeft aan dat hij helemaal gek wordt van Khayoons stilte, van zijn gepieker, en van het feit dat hij het verleden maar niet kan loslaten. Raad zelf wil liever verdergaan. Hij vervloekt ‘zij die op de ruïnes van het verleden staan te huilen.’ Khayoon is zich bewust van dit verschil, zoals we te horen krijgen wanneer hij uiteindelijk toch antwoordt op Raads betoog. ‘Jouw angst is anders dan de mijne,’ geeft hij toe. Hij kan het maar niet vergeten, de voortdurende angst stroomt nog door zijn aderen. Sommige zaken zijn nu eenmaal niet uit het geheugen te wissen. Wanneer hij politieagenten ziet, denkt hij nog steeds dat die voor hem komen. Hij blijft piekeren over de gruwelijke vloek over het Irakese volk, de eis dat ze ‘eerst uitvoeren en dan pas discussiëren.’ Want moet een mens dan eerst sterven, voor hij iets in vraag mag stellen? Anderzijds worstelt Khayoon ook met de herinneringen die wél verdwijnen. Herinneringen aan familieleden, aan een verloren huis, aan een land dat hij moest verlaten om elders meer kansen te vinden. Khayoon en Raad spelen vooral met het idee dat het een onrealistische verwachting is dat Irakezen die niet meer in Irak leven, voorgoed af zouden zijn van hun angst en zorgen. Want die angst is doorgedrongen tot in alle lagen van de samenleving, en heeft decennia de tijd gehad om dat te doen. Wanneer Raad Khayoons personage probeert gerust te stellen door te zeggen dat de oorlogen en de angst achter hen liggen, dat die dagen voorbij zijn, begrijp je al snel hoe absurd het eigenlijk is om te denken dat angst werkelijk zo functioneert.

Omgaan met een angst die onmogelijk nog uit te schakelen is, dat thematiseert deze voorstelling dus. Want ook over het optimisme van Raad zit bij momenten een laag van ironie en cynisme, wat zich vooral uit in grappen over het westen of specifiek België. Uitspraken als  ‘Waar maak jij je druk om, je bent in het hart van Europa, zelfs de NAVO is vlakbij!’, ‘Relax, je bent hier veilig en comfortabel’ en ‘We zijn in een liberaal land. Je kunt hier alles zeggen!’ maken pijnlijk duidelijk dat het eigenlijk niét zo simpel is. Of nog: ‘Besef dat we hier in hoge kwaliteit leven. Geen chemicaliën. Geen bommen. Geen milieuvervuiling.’ Hij lacht zelfs dat hij Khayoons psychiater wel zal betalen, want van de mutualiteit moet hij daarvoor geen terugbetaling verwachten.

Khayoon en Raad ondervinden dus dat ze als het ware heel andere mechanismen ontwikkeld hebben om om te gaan met de levenslange zorgen, mechanismen die ze in België maar met moeite kunnen loslaten. Wat de meeste Irakezen wél gemeenschappelijk hebben, is een schrijnende moeheid na meer dan dertig jaar oorlog. Ze zijn het beu ‘in iemand anders’ plaats te vechten.’ Door de combinatie van angst en moedeloosheid is het verzet langzaam opgedroogd, iets waarin Khayoon zeer teleurgesteld is. Hij geeft blijk van een soort generationele schaamte, een gevoel dat hun generatie van jonge mensen niet genoeg gedaan zou hebben. ‘Vergeef ons dat we niets nieuws brachten.’ Maar tegelijk koestert hij hoop voor een nieuwe, bewuste generatie.

Kanan Makiya

Khayoon en Raad vertrokken vanuit Republic of Fear van schrijver Kanan Makiya. Voor het eerst gepubliceerd in 1989, vlak voor het uitbreken van de Golfoorlog, was dit het enige boek dat de motieven van het Saddam Hoessein-regime voor de invasie in en annexatie van Koeweit uiteenzette. Makiya beschrijft het soort politiek gezag dat heeft geculmineerd in de persoonlijkheidscultus rond Saddam Hoessein. De auteur onderzoekt de Iraakse geschiedenis om de hedendaagse politieke situatie te begrijpen. Cruciaal in die politiek, is angst. Meer dan dertig jaar later pogen Khayoon en Raad iets gelijkaardigs te doen, maar focussen zij meer op hoe die angst zich vastgrijpt, dan expliciet in te gaan op de politieke context. Want waar het vroeger misschien nog duidelijk was voor wie men angst diende te hebben (een leraar, de sjeik van een moskee of de heilige van een kerk), is er nu sprake van complete chaos door de nieuwe machthebbers en regels. Dat zorgt voor een ongeleide angst in alle richtingen. Naast dit werk van de Irakese Makiya, zijn de verwijzingen die Khayoon maakt trouwens opvallend wit en westers. Hij heeft het over Voltaires overtuigingen, over John Stuart Mills idee dat geluk het ultieme doel is, en over Plato – al maakt Raad over die laatste wel een verbaasde opmerking. “Meen je het? Plato nu?”

Khayoon en Raad weten ons die allesdoordringende, onderhuidse angst uit te leggen in treffende beelden. Ze beschrijven het als een besmettelijke ziekte, een die ze meekregen met de moedermelk. In Republiek van Angst vermengen ze hun eigen getuigenissen, die we op het podium, hier in Antwerpen zien, met het format waarlangs wij Irak eigenlijk vooral kennen: reportages. Reportage-superster Vranckx vertelt ons in een beeldfragment over de belangrijke spanning tussen de angst van de Irakezen en het verlangen naar vrijheid. Hij omschrijft ‘vrijheid’ als een exotisch oord in de Arabische wereld, exotisch omdat ze het niet kennen. Vrijheid om te zijn wie je bent, je te uiten zoals je wil,.. Kennissen van Vranckx die in Mosul leven, moesten hun muziekinstrumenten begraven omdat muziek verboden werd door het regime. Zo werd een jongeman die cello speelde op een dak en dat filmde, de ultieme verzetsdaad. We horen en zien niet alleen Rudi Vranckx preken over zijn perceptie van de situatie in het gebied, we krijgen op het gigantische beeldscherm ook beelden te zien uit een reportage waarin ze lokale mensen aan het woord laten. ‘They said they will change the regime and leave, but they did not leave.’ Die vermenging tussen de hedendaagse reportages, en de zeer persoonlijke getuigenissen van Khayoon en Raad die deze avond letterlijk en figuurlijk een stuk dichter bij ons staan, het is een aangrijpende insteek. Het confronteert je met de afstand die wij normaal hebben en behouden tot Irak en haar inwoners.

Haperend geheel

Er zijn jammer genoeg enkele praktische en technische problemen die de kijkervaring in Republiek van Angst stevig verhinderen. Niet alleen zitten de spelers delen van het stuk aan weerszijden van het podium, waardoor je onmogelijk in één blik ook de boventiteling kan lezen, vanaf het begin is er voor aanzienlijke happen van het stuk geen boventiteling, of komt die ruim te laat. Doordat we de tekst en het acteerwerk niet synchroon op ons bord krijgen, wordt het – althans voor zij die géén Arabisch begrijpen – wel héél moeilijk om mee te gaan in het verhaal. Want ook al verstaan we dan wel geen Arabisch, je wil toch de gepaste intonatie bij elke regel kunnen krijgen. Hier lijdt de geloofwaardigheid enorm onder. Je gaat het stuk bijna beleven als een tekst met wat plaatjes bij.

De kwaliteit van sommige van die ‘plaatjes’, de meer artistieke toevoegingen, laat overigens ook te wensen over. Het geluid en de video hebben een eerder amateuristische uitstraling. Op een gegeven moment wordt een vrij lange tekst over angst geprojecteerd die we zelf moeten lezen, met een jammerlijk lelijke, kinderlijke opmaak. Die zaken lijken naast de kwestie wanneer het over een thematiek gaat als deze, maar in een theatervoorstelling zijn het toch elementen die meer aandacht verdienen.

Maar er zijn ook andere zaken die de kijkervaring niet ten goede komen. Zo zijn de overgangen tussen de verschillende ‘delen’ – want zo afgebakend voelen ze – veel te hakkelig en stroef. De muziek en soundscapes stoppen bijvoorbeeld telkens heel abrupt. Ook wordt er voortdurend van opstelling veranderd op een manier die niet heel organisch aanvoelt, bijvoorbeeld door het tapijt waarop ze spelen nog maar eens te keren. Je voelt ze als het ware naar adem happen en zich herpositioneren tussen de verschillende performances door, maar een vloeiende boog zit er niet in.  Jammer genoeg zitten er ook verschillende vormelijke experimenten in de voorstelling die moeilijk te plaatsen zijn en daarom afleiden van de essentie – waarom wordt er ritueel in een tapijt gestoken met een mes? En wat stelde die pingpongmatch voor?

Als Khayoon nog had gesleuteld aan de uitvoering van zijn ideeën, door na te gaan wat vormelijk écht essentieel is en de overgangen tussen de verschillende scènes organischer te laten verlopen, zou zijn beeldende taal beter tot zijn recht zijn gekomen. Door minder ambitieus te zijn in esthetische leukigheidjes en in een rondje kill your darlings te focussen op de essentie, kon het licht amateuristische effect vermeden worden. Zo had de voorstelling kunnen evolueren van een haperende sequentie rond één thema, naar een indrukwekkende collage. Met Republiek van Angst slaagt Khayoon er dan wel in de afstand België-Irak een stuk te verkleinen, aan deze voorstelling is toch nog veel werk om een geheel te worden.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#167

15.03.2022

14.05.2022

Dagmar Teurelincx

Dagmar Teurelincx vervolgt haar bachelor taal- en letterkunde met een master theater- en filmwetenschap, die ze combineert met een studie wijsbegeerte. Ze schrijft over podiumkunsten en film.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!