© Alexander Deprez

Evelyne Coussens

Leestijd 3 — 6 minuten

Happiness – Camping Sunset

Weinig voorstellingen zijn wild én secuur tegelijk. Vaak bestaat de ervaring van rock-’n-roll in het theater uit een energie die onbeheerst en ongericht op de toeschouwer wordt losgelaten – dat levert slordigheden op, die we omwille van het kijkplezier liefdevol toedekken. Maar Happiness, de tweede productie van het spelerscollectief Camping Sunset, combineert de opwindende openheid van een onaf werkstuk met een solide structuur. De hertaling van Todd Solondz film uit 1998 naar de bühne is namelijk ook gewoon keigoed geregisseerd.

Solondz’ film stamt niet toevallig uit de jaren 1990, dat decennium waarin de zegetocht van kapitalisme en materialisme zijn hoogtepunt lijkt te hebben bereikt maar de schaduwzijden zich al aandienen onder de vorm van psychische aandoeningen, isolatie, eenzaamheid en onderdrukte seksuele obsessies. De vorm van Happiness heeft iets klassieks en doet vaagweg denken aan sommige van Woody Allens komedies maar bijvoorbeeld ook aan Tracy Letts’ familiekroniek Augustus, ergens op de vlakte. Solondz, niet alleen de regisseur maar ook de scenarist van Happiness, volgt de lotgevallen van drie zussen uit een all American family in hun zoektocht naar geluk. Dat dat een lastige opgave is heeft vooral te maken met hun verknipte wereldbeeld, waarin de schone schijn regeert.

Bijgevolg is geen van de drie dames ‘in touch’ met zijn ware zelf of de realiteit tout court: onder het perfecte gezinsplaatje van Trish schemeren de pedofiele neigingen van haar man Bill, de succesvolle schrijfster Helen weet dat haar carrière berust op lege verzinsels en dan is er nog Joy, de meest gevoelige en naïeve van de drie zussen, die door haar goedhartigheid keer op keer tegen de verkeerde mannen of mensen (inbegrepen haar verwaande zussen) aanloopt. Wanneer de maskers van the American Dream vallen gebeurt dat vaak op een gewelddadige manier, maar het lijkt erop dat die pijn noodzakelijk is om eindelijk tot hartverscheurende (en zeldzame) momenten te komen van oprechte verbinding.

Camping Sunset speelt op locatie in een oude wasserij, en dat is nodig, want de industriële ruimte met zijn vele verdiepjes, trapjes en platforms geeft het collectief de gelegenheid om een zekere mate van gelijktijdigheid te organiseren, daar waar de film lineair verloopt. In die organisatie van volk en handeling in de ruimte – aka: de regie – toont het collectief zich matuur, want het slaagt erin betekenis toe te voegen ten aanzien van het filmbeeld, zoals wanneer de twee zussen toekijken hoe Joy eindelijk terugvecht tegen de zoveelste man die haar gebruikt, of wanneer de treurige ‘hoogtepunten’ van pedofiel Bill, zijn elfjarige zoon Billy en Joy samenvallen. Ook de vele kostuumwissels scheppen ruimte voor subtekst, zoals wanneer de stamvader van de familie liefdevol de kleren opvouwt van zijn hysterische bijna-ex-vrouw, die intussen al lang in een ander personage is getransformeerd.

De acht spelers zetten in op een spel dat fysiek en vaak grotesk is maar nooit karikaturaal, daarvoor blijven de personages te kwetsbaar. Ze razen op het jachtige ritme van de drie muzikanten die centraal in de ruimte de vele scène- en personagewissels aanvuren. Tempo mag evenwel geen haast worden, want Happiness is weliswaar een comedy/tragedy of man maar geen deurenkomedie die het moet hebben van situatiehumor. Sommige scènes vragen uitdrukkelijk om rust, zoals het verkillende moment van eerlijkheid waarin Bill aan zijn zoon Billy opbiecht dat hij seks heeft gehad met diens vriendje. Of een sleutelzin als het schijnbaar banale ‘De meeste mensen hebben hun betere en slechtere kanten’, waaronder een wereldbeeld vol mededogen schuilt, maar die verloren gaat in het gewoel (en in de barslechte akoustiek van de ruimte).

De voortdurend kruisende en overlappende aanwezigheden van personages zorgen voor een snedigheid die nodig is om het verschil te maken met de film – dit is een doordachte theaterbewerking, niet het netjes naspelen van een filmscenario. Het betekent dat de leden van Camping Sunset, pas afgestudeerde dramastudenten aan de Gentse kunstenhogeschool KASK, verdomd goed weten wat theater is, hoe theater werkt en welke tools ze daarvoor dienen in te zetten. Ze getuigen met andere woorden van een groot regiematig en dramaturgische doorzicht, terwijl ze zichzelf ironisch genoeg vooral profileren als spelers.

Bij hun eersteling vorig jaar (die Camping Sunset heette, een bewerking van Maxim Gorki’s Zomergasten) ontwikkelden ze de idee dat een spelerscollectief langer moet spelen dan repeteren, omdat spel maar groeit in de aanwezigheid van het publiek. Dat leidde tot een kort repetitieproces en een lange speelreeks van drie weken, met een aangepast prijzenbeleid: met één kaartje kon je drie avonden terugkomen, om het spel te zien evolueren. Ook Happiness is zo’n work-in-progress, niet als verontschuldigende paraplu voor artistieke onvolmaaktheid, maar als een keuze. Ook dat getuigt van een groot bewustzijn rond het gereedschap van de acteur, maar evengoed rond de noodzaak van de gedeelde aanwezigheid van performers en publiek, een idee dat de laatste maanden serieus werd uitgedaagd.

Last but not least is Happiness een ‘grote’ productie, want tegenwoordig mag je acht spelers en drie muzikanten op de bühne al een boel volk noemen. Die dynamiek van de ‘massa’ blijft, alle mooie monologen ten spijt, toch echt wel een heerlijke ervaring. Laat theater de komende onzekere seizoenen dus alsjeblieft niet inkrimpen tot een reeks kleine, bescheiden en o-zo-veilige productietjes. We hebben ook de grote geste nodig, de fysieke kracht van een ensemble, de weidsheid van een groot platform. Happiness bewijst dat het nog steeds kan.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.