Cullberg Ballet – Giselle (Maks Ek) – Foto: L. Leslie – Spinks

Alexander Baervoets

Leestijd 4 — 7 minuten

Giselle

Cullberg Baletten

Giselle is één van de prototypes van het klassieke ballet. Op 28 juni 1841 vond de première plaats in de Parijse Opera. Théophile Gautier voelde zich aangesproken door een sprookjesvertelling van Heinrich Heine en tipte de befaamde librettist Vernoy de Saint-Georges. Samen vonden ze een voor het theater aanvaardbare versie, vroegen Adolphe Adam muziek te schrijven en een week later gingen de repetities reeds van start in een choreografie van Jules Perrot en Jean Coralli en met de aankomende ster Carlotta Gresi in de hoofdrol. Sindsdien is Giselle zonder onderbreking gedanst, werd de hoofdrol een droomrol voor vele jonge danseressen en Giselle de naam van schone dochters van balletfanaten.

Het thema is van alle tijden: de liefde, hier in de romantische vorm van de onmogelijke liefde. Het verhaal is eenvoudig. Het overgevoelig dorpsmeisje Giselle wordt, zeer tot ongenoegen van haar lief Hilarion, verleid door de adellijke jonker Albrecht, die zich vermomd heeft als dorper. Wanneer een nobele jachtpartij verfrissing zoekt in het dorp en Albrecht door deze confrontatie ontmaskerd wordt — zijn ware verloofde Bathilde maakt deel uit van het gezelschap — begrijpt Giselle dat ze Albrecht nooit zal kunnen huwen en werpt ze zich uit vertwijfeling op zijn zwaard en sterft.

In het tweede bedrijf is Giselle een Wili geworden. Wili’s zijn geesten van jonge meisjes die tijdens hun verloving zijn gestorven. Zij leven teruggetrokken in het woud met hun koningin Myrtha en verleiden ‘s nachts mannelijke voorbijgangers die ze meeslepen in een uitputtende dans. Op een nacht bezoekt Albrecht het graf van zijn geliefde, verscheurd door berouw. Giselle verschijnt, maar hun weerzien wordt verstoord door de andere Wili’s en Giselle, bij wie de liefde nog steeds heerst over de wraak, moet Albrecht verbergen. Een verdwaalde Hilarion komt op, wordt door de Wili’s in een uitputtende dans meegevoerd en uiteindelijk verdronken in het meer. Wanneer de Wili’s ook Albrecht ontdekken, poogt Giselle hem te beschermen, maar Myrtha verplicht haar te gehoorzamen. De ongelukkige danst en raakt snel vervoerd, maar gelukkig breekt de ochtend door en moeten de Wili’s verdwijnen. Albrecht is gered, maar na een ontroerend afscheid zinkt Giselle terug in haar graf, voorgoed. Bathilde vindt Albrecht radeloos aan Giselles graf, vergeeft hem en tracht hem te troosten.

Er zijn dus slechts twee bedrijven, met zelfs zeer weinig actie, maar met veel gelegenheid tot dans: eerst de zeer klassieke pastorale vorm en daarna de typisch romantische vorm van de feeërie, twee uitgesproken tableaux. Het is merkwaardig hoe de choreograaf Mats Ek er in zijn nieuwe versie in geslaagd is dit duidelijk gedateerde verhaaltje te transponeren naar de eigen tijd. Het thema, de kern van het stuk is tijdloos, maar pastellen boerentonelen en dwarrelende elfen zijn nu minder aanvaard. Ek heeft diep gesneden, zonder evenwel aan de essentie te raken. In het eerste bedrijf is het standenverschil behouden — pitteleer versus kiel — maar de hooilucht is vervangen door een uiterst knap toneeldoek met landschap. Geen mufheid, geen lemen huizen of tuinhekken, geen rieken of folkloristische klederdracht, maar mensen van vlees en bloed die dansen in een weids landschap met een open lucht. Enkele summiere attributen onderlijnen de passionele gebeurtenissen: in het begin is Giselle om het middel aan een touw gebonden, maar door de ontmoeting met Albrecht weet ze zich te bevrijden, verruimt de facto haar reikwijdte en krijgt als het ware vleugels; de pop die Giselle aan haar hart drukt of gekscherend door haar benen heen haalt, verwijst naar de wensdroom van het kind, het zinnebeeld van de duurzame liefde. Door het zuinige gebruik van symboliek en de kracht van de zeer expressieve dans, werken deze beelden diep in.

In het tweede deel is Ek nog veel ingrijpender tewerk gegaan, maar weer zonder aan de essentie te raken. In de plaats van een werkelijke dood en een fantaisistische verrijzing stelt Ek de geestelijke dood, de waanzin. Giselle is opgenomen in een psychiatrische instelling waar Myrtha de zachtaardige rol van verzorgster speelt en eerst Hilarion en later Albrecht langskomen als bezoekers. Het effect is verscheurend. De luchtige dans van de lichtzinnige wraakel-fen ruimt plaats voor de sombere werktuiglijke dans van de patiëntes (allemaal jonge vrouwen). Hilarion sterft niet, en het lot van Albrecht is zowaar nog zwaarder doordat hij bij Giselle eerst de herkenning en een korte vreugde onderkent, maar tenslotte ervaart dat ze nooit meer de eenheid zullen terugvinden. Het toneeldoek is hier een kale kamer in versterkt perspectief, waarin stukken lichaam en ledematen rondzwerven, een ijselijke illustratie van de geestelijke verscheurdheid. Albrecht en Giselle dansen een lange pas de deux, waarbij Albrecht zich helemaal ontkleedt. Wanneer Giselle als laatste patiënte de ziekenzaal verlaat, blijft Albrecht alleen achter. Het eerste toneeldoek valt vóór het tweede en Albrecht zoekt lafenis aan het meer. Hilarion vindt hem daar naakt, wil hem eerst te lijf gaan, maar hangt hem dan uit medeleven een deken om. Albrecht is Albrecht niet meer. Doek. Ovatie.

Eks Giselle zit ongelooflijk vernuftig in elkaar: de oude structuur én de integrale muziekpartituur zijn op een ingenieuze manier opgevangen en ingebed in het nieuwe verhaal, zodat de meeste klassieke scènes een heldere tegenhanger terugvinden. Met grote vreugde kan men vaststellen dat de grote Europese traditie van het ballet d’action nog springlevend is. Doch de grootste vreugde is er om de uitvoering. Het is een herademing dat de regie hier niet prevaleert, maar juist door haar eenvoud de dans alle kansen laat. Eks stijl leunt aan bij die andere hedendaagse klassieken als Béjart en Neumeier — een klassieke basis met aanvullende expressionistische elementen — maar blijft over de gehele lijn jong, fris en sprankelend. Giselle is een zeer veeleisende, maar tevens erg knappe choreografie, afwisselend en vaardig, zonder leemtes, met een rijke schat aan passen en bewegingen, originele vondsten en zeer mooie duo’s. Het is heel aardig om zien hoe zelfs sommige stroevere elementen van het origineel – poses, corps de ballet, het ballet-in-het-ballet (de dorpsjeugd danst voor de jagers), enzoverder – door de vormgeving nu eens niet gênant maar spontaan overkomen. Het is tenslotte helemaal merkwaardig hoe Ek de oorspronkelijke muziek over alle stijlverschillen heen heeft kunnen volgen en zelfs verrijken.

Het uiteindelijke welslagen van deze voorstelling berustte uiteraard bij de dansers zelf. Het Cullberg Baletten verraste met een uitzonderlijk hoogstaand en coherent ensemble dat een zelden geziene dansvreugde uitstraalde. Zoals het de traditie betaamt, schitterde Ana Laguna, met een prachtige techniek, een groot uithoudingsvermogen, een grote eenvoud en veel humor als een vertederende en ontroerende Giselle.

Deze Giselle was meteen een hoogtepunt in het nieuwe dansseizoen. Met daarenboven de komst van Nikolais in hetzelfde Paleis voor Schone Kunsten in december, lijkt men in België eindelijk toe te zijn aan een verfrissende en vooral evenwichtiger dansprogrammatie.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Alexander Baervoets

recensie