© Maaike Buys

Leestijd 7 — 10 minuten

GIJ ZIJT HET — Jozefien Mombaerts & Johan Heldenbergh

Een zoektocht naar verbinding

‘We krijgen veel lessen in autonomie, maar niet in verbinding’, klinkt het in Gij Zijt Het, de recentste theatervoorstelling van Jozefien Mombaerts waarin zij het podium deelt met haar partner Johan Heldenbergh. Zij zijn ondertussen zo’n tien jaar verbonden en doen op het podium een poging om de lessen te delen die zij daaruit trekken door samen de implicaties van een uitspraak als ‘gij zijt het’ te verkennen — en de vragen die daar onvermijdelijk uit voortkomen.

Het podium van NTGent is sober aangekleed: twee parallelle pupiters op de voorgrond, een gekantelde trampoline op het achtertoneel, een bijzettafeltje met enkele kaarsen aan de ene zijde en een gitaar aan de andere zijde van de scène. ‘Wij zijn dicht bij elkaar gekropen’, zingt Heldenbergh, verlicht door een enkele spot. Het lied sterft weg en Mombaerts betreedt het podium. ‘Ik ben een runaway bride’, verkondigt ze, ‘maar dit is een ander soort verhaal.’ Zo vertelt zij hoe ze na een aanrijding, half buiten bewustzijn, een stem hoorde en wist: ‘Fuck, gij zijt het’.

Samen doen de spelers de kaarsen aan en vervolgens hun ringen uit. Beiden nemen plechtig plaats achter een pupiter, als zouden zij zich opmaken voor een pleidooi. Er is maar één spelregel, besluiten zij: de spreekwoordelijke rugzak gaat af, alsof zij elkaar voor het eerst ontmoeten. Zo begint een rollenspel tussen ‘Anna’ en ‘Johan’ — vooral niet te verwarren met Johan zelf. Wat feit is en wat fictie laten de spelers in het midden. Op die manier is de opzet gemaakt voor de rest van de voorstelling: liefde als een spel, ondoelmatig, waarvan niemand de regels lijkt te kennen maar de rollen veelal op voorhand verdeeld worden. ‘Ik heb nooit gevoeld wat Sneeuwwitje en Assepoester mij hebben voorgelogen’, bekent Heldenbergh, ‘maar ik heb vaak geprobeerd zo goed mogelijk de prins op het witte paard te spelen.’

Vier aktes volgen, waarin de grotere thema’s Veiligheid, Eerlijkheid, Vrijheid en Intimiteit worden gedissecteerd. De gekantelde trampoline functioneert als projectiescherm waarop de verschillende hoofdstukken duidelijk worden aangekondigd. Hierin verweven de spelers schijnbaar alledaagse anekdotes met bredere beschouwingen over liefde en eenzaamheid. Zo wordt een servies een metafoor voor bindingsangst en de gelijktijdige vrees de ander te verliezen: hij kocht meteen hetzelfde servies als het hare, voor mocht zij alsnog besluiten te vertrekken. ‘Ge hebt twintig borden in uw kast maar leeft alsof ge er maar tien zou hebben’, observeert zij. Zij wil zichzelf graag verliezen, versmelten met de ander. Hij heeft nooit geleerd hoe.

“Misschien zit daar nog het meeste waarheid in: in het erkennen dat over liefde geen universeel verhaal valt te vertellen.”

Ondertussen merken zij op hoe ook liefde niet ontsnapt aan bredere sociale verwachtingen: ‘als je tegen de tijd dat je volwassen bent niet de liefde van je leven hebt gevonden, is er toch iets mis met je’. Echter, ‘romantische liefde’ is een relatief nieuw gegeven, stelt Heldenbergh, zich ergerend aan de culturele misvatting van liefde als bouwproject en de resem self-help boeken, podcasts en zelfverklaarde guru’s die beloven het bouwplan te bieden. Liefde is big business in een westerse consumptiemaatschappij, klinkt het, en toch leven we in ‘de eenzaamste eeuw sinds de uitvinding van de eeuwen’. Hoe kan liefde daarin vorm krijgen? De vraag roept enkel nieuwe vragen op: vallen passie en veiligheid wel te verzoenen? Wat is de functie van intimiteit? Is radicale eerlijkheid wenselijk of net dodelijk voor een relatie? Moeten we elkaar volledig willen kennen of net hopen elkaar te blijven ver-kennen? Wat is dan een ‘succesvolle’ relatie? En zou je liever meer liefhebben en meer lijden of minder liefhebben en minder lijden?

In het zoeken naar antwoorden nemen de spelers de dichterlijke vrijheid om losjes met hun eigen verhaal aan de slag te gaan. Af en toe lijken zij uit hun aangenomen rollen te stappen, voor zover dat mogelijk is op het theater, om te overleggen hoe het verhaal moet worden verteld, of om even bij elkaar te toetsen: ‘Mag ik eerlijk zijn?’ ‘Gaat ge niet weglopen?’.

Elke poging om uit hun beschouwingen een bredere les uit te trekken over ‘de liefde’ eindigt echter in vertwijfeling. Er lijkt geen recept te zijn voor liefde, concluderen zij, wat de befaamde lijst van 36 vragen of het zoveelste Flair-artikel over ‘wat mannen echt willen’ ook beweren. Zo toont het stuk de onmogelijkheid van universele uitspraken over liefde. Elke poging daartoe neigt dan ook al snel naar het clichématige. Het vertoog wordt af en toe doorbroken door een weifelende dans, een uitbundig springen op de trampoline of een lied: Mombaerts brengt Britney Spears’ …Baby One More Time, terwijl Heldenbergh luidkeels de lijn ‘my loneliness is killing me’ meebrult. Op die manier krijgen ook nuances die niet talig kunnen worden geuit ruimte op scène. En zo lijken zij tegelijk te onderstrepen dat ook in het uitdrukken van liefde geen universele taal bestaat.

Ik moet toegeven dat ik me steeds met een zeker wantrouwen verhoud tegenover de belofte die de titel van het stuk in zich lijkt te dragen: dat er één iemand is, ‘de ware’, en dat je op een bepaald moment kan concluderen: ‘gij zijt het’. Dus neem ik met een eerder sceptische houding plaats in het theaterzeteltje, op voorhand lichtelijk verveeld met het zoveelste koppel dat de nood lijkt te voelen om normbevestigend publiekelijk te verkondigen ‘gij zijt het’ — deze keer niet voor het altaar maar, zo mogelijk nog opzichtiger, op een podium. Daarbij zijn de ervaringen en verhalen van heteronormatieve koppels maar al te vaak het uitgangspunt voor zogenaamd universele ideeën over liefde. Sceptisch dus, ik zei het al.

Dat Gij Zijt Het in de eerste plaats voor de spelers zelf lijkt te zijn gemaakt, voelt dus eerder als een troef: waar het gevaar bestaat te vervallen in platitudes over ‘de liefde’, biedt de anekdotiek het nodige tegengewicht. Net omdat de personages in het delen van hun eigen twijfels niet pretenderen alles te begrijpen wat we onder de noemer ‘liefde’ plaatsen. Hoe dichter zij bij hun persoonlijke verhaal blijven, hoe krachtiger — misschien zit daar nog het meeste waarheid in: in het erkennen dat over liefde geen universeel verhaal valt te vertellen. En dat ook zij de antwoorden niet kennen. En zo doet Mombaerts ons twijfelen of liefde een gevoel is, dan wel een aanduiding voor een kluwen van gevoelens die we maar al te graag willen begrijpen, bewaken, en daarom veiligheidshalve onder die naam thuisbrengen.

Een citaat uit Marguerite Duras’ De Ziekte van de Dood sluipt tersluiks in Mombaerts’ monoloog — enkel te onderscheiden van de theatertekst omdat ik het zelf ooit ergens neerkrabbelde: ‘U zegt haar dat u het wilt proberen, misschien enige dagen achter elkaar proberen. Misschien enige weken. Misschien zelfs uw leven lang. Zij vraagt: wat proberen? U zegt: Lief te hebben.’ Waar Gij Zijt Het de verbeelding van alternatieve manieren van vormgeven aan liefde en verbinding weinig prikkelt, toont het wel de schoonheid van dat proberen, het zoeken, het spelen.

‘Eigenlijk zou ik op de eerste afspraak al meteen alle vragen willen stellen’, klinkt het bij Mombaerts. ‘Ben je ook geïnteresseerd in de antwoorden?’ kaatst Heldenbergh even later terug. De voorstelling toont echter dat het voor de spelers voornamelijk gaat over het blijven stellen van vragen, het ‘zoeken naar de beste manier om in verbinding te blijven’, zoals Mombaerts het stelt.

Gij Zijt Het is dus vooral een openhartig exploreren van wat die ‘Het’ dan precies inhoudt voor het koppel. Of dat op het podium moest gebeuren, blijft echter de vraag. Wat voor de spelers ongetwijfeld een waardevolle les in verbinding is, lijkt het persoonlijke echter niet te overstijgen. Zodoende daagt de zoektocht op het podium de kijker niet echt uit om mee te zoeken of om, in het eigen zoeken naar verbindingen, de spelregels in vraag te durven stellen.

Achteraf bel ik met mijn vader. Ik vertel over de voorstelling en de bedenkingen die deze bij mij oproept. ‘Klinkt eigenlijk als heel gewone mensen’, vat hij het goed samen.

Gij Zijt Het reist tot eind januari rond in Vlaanderen. De speellijst vind je hier

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#173

15.09.2023

14.12.2023

Margot De Grave Loyson

Margot De Grave Loyson heeft een achtergrond in de beeldende kunsten (KASK, Gent), culturele studies (KU Leuven) en gender studies (Universiteit Utrecht). Via taal en beeld onderzoekt ze het potentieel van (feministische) artistieke praktijken en alternatieve vormen van kennisproductie in het verbeelden van verdrukte verhalen en het uitdagen van een dominant cultureel geheugen.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!