Luk Nys

Leestijd 4 — 7 minuten

Gevraagd: een professionele adviesraad met een heldere visie

Brief van Luk Nys, artistiek leider van Nova Zembla

De voorbije maanden heeft Nova Zembla zowel mondeling als schriftelijk een dialoog willen voeren met het beleid. De concrete vragen die we aan adviesraad, administratie, kabinet en minister van Cultuur stelden, werden meestal ontweken of botweg niet beantwoord. Wij stellen ons de vraag: wil het beleid wel communiceren? Dit schrijven toont de feiten, suggereert hoe het anders kan en wenst een debat te stimuleren tussen het veld en het beleid over de grond van de zaak.

In juni ’96 wordt de beslissing genomen over de structurele subsidie voor het teksttheater 1997-2001. De minister van Cultuur volgt hierin maar gedeeltelijk het advies van de adviesraad. Zo bijvoorbeeld wil de minister vier gezelschappen die door de adviesraad werden erkend zonder subsidie, toch subsidiëren mits zij een samenwerkingsverband ontwikkelen: Nova Zembla, TheaterTeater, TIL en Ultima Thule. De adviesraad voelt zich o.a. om deze ingreep zwaar getackeld en formuleert haar bedenkingen in een brief van 2 juli ’96 aan minister Martens. In kernpunt 14 van deze brief verbaast het de adviesraad dat de minister voor deze vier gezelschappen een som van 22 miljoen opzij heeft gezet. De raad pleit ervoor om deze som toe te voegen aan de projectenpot. Nova Zembla informeert bij het kabinet of de route die de adviesraad suggereert, nog kan worden gevolgd. De beslissing over de subsidieverdeling is dan wel definitief, maar toch… in België weet je nooit.

Aanvankelijk kan men onze vraag op het kabinet niet beantwoorden. Maar op 17 juli ’96 ontvangen wij een schrijven van minister Martens waarin zwart op wit te lezen staat dat de som van 22 miljoen besteed wordt aan ‘de vier erkende maar nog niet gesubsidieerde gezelschappen mits zij een samenwerkingsverband opzetten met een erkend en/of gesubsidieerd gezelschap’.

In de maand september vertellen enkele raadsleden ons dat de adviesraad elk samenwerkingsvoorstel a priori negatief zal beoordelen; zij kunnen zich niet verzoenen met de ingreep van de minister van Cultuur. Omdat de adviesraad zo furieus is, schrijven de vier gezelschappen op 24 september een brief naar het kabinet om ook de voorzitter en/of de ondervoorzitter van de adviesraad uit te nodigen op de informatieve ‘samenwerkingsvergadering’ van 30 september ’96. Wij wensen op deze manier alle mogelijke misverstanden uit de wereld te helpen. Op die vergadering is de adviesraad helaas niet aanwezig. Werd de adviesraad niet uitgenodigd of wilden zij niet komen? Tijdens deze vergadering wordt nog eens door administratie en kabinet mondeling bevestigd dat de 22 miljoen bestemd is voor de samenwerkingsverbanden. Er wordt ook vermeld dat de vier gezelschappen met een som van ongeveer 5,5 miljoen aan alle decretale voorwaarden zullen moeten voldoen. De voorbije vier jaar heeft Nova Zembla met een startenveloppe van 6 miljoen gewerkt. We weten ondertussen dat dit geen realistisch bedrag is om een gezelschap te dragen. De adviesraad heeft dit ook begrepen en heeft daarom nu de startenveloppes verhoogd tot 7,5 miljoen.

Om een samenwerkingsverband te realiseren ging Nova Zembla dus op zoek naar een realistisch gesprekspartner. TheaterTeater was het enige gezelschap dat zowel artistiek, zakelijk als decretaal beantwoordde aan onze doelstellingen. Onze gesprekken resulteerden in de fusie tot ‘Het Derde Bedrijf’. Waarom deze fusie? Ten eerste vormde zich artistiek en zakelijk zeer snel een beleidsconsensus. Ten tweede kon door het fusioneren van de twee gezelschappen aanspraak gemaakt worden op een realistische subsidiesom om alzo aan de decretale voorwaarden te voldoen.

Op 23 januari ’97 lezen wij de adviezen van de raad over de samenwerkingsverbanden in de krant. Alle dossiers worden negatief beoordeeld. Voor ons is dit geen verrassing; die optie werd ons reeds in september ’96 meegedeeld. Wij hebben hierop niet gereageerd; wij wisten dat de minister dit advies naast zich zou neerleggen. De minister heeft dit niet gedaan; hij heeft de adviesraad gevolgd.

Op 4 februari ’97 worden wij gehoord door de adviesraad. Wij vragen een analyse van de kernpunten van ons dossier: wij krijgen geen antwoord op onze vraag. Wij vragen een beoordeling van de artistieke en zakelijke kern: wij krijgen geen antwoord op onze vraag. Wel wordt er geopperd dat twee van de vier producties van de voorbije twee jaar verrassend goed waren. Wij vragen of dit dan geen argument is om ons dossier te honoreren: weer krijgen wij geen antwoord. Kortom: alle antwoorden op onze concrete vragen worden vermeden en geplaatst in een globaal standpunt waaronder je alles kunt verkopen. Wij drukken ons ongenoegen uit over een te summiere en te vage beoordeling: zeven lijntjes! De raad antwoordt daarop dat niet enkel die zeven lijntjes maar ook de ‘Algemene bemerkingen in het evaluatierapport’ deel uitmaken van het advies. Ik heb na het gesprek met de adviesraad het evaluatierapport nog eens grondig doorgenomen en stel het hier ter discussie.

In kernpunt 5.g. van het evaluatierapport stelt de adviesraad dat een volwaardig theaterlandschap nood heeft aan grote gezelschappen. Ik ben geen tegenstander van grote gezelschappen, maar hun noodzaak als een dogma poneren getuigt van bewuste kortzichtigheid. Zowel de sector als het publiek weten dat er al jaren te weinig dynamiek uitgaat van onze stadstheaters. Ook de adviesraad onderkent dit probleem en suggereert daarom in het evaluatierapport enkele criteria waaraan een stadstheater zou moeten voldoen. Dat is waarschijnlijk allemaal goed bedoeld, maar weinig doortastend. In het evaluatierapport wordt nergens de werking van de stadstheaters fundamenteel in vraag gesteld. Integendeel, de adviesraad wringt zich in de vreemdste bochten om deze initiatieven te sparen. Een protectionistische reflex, en dit uiteraard ten nadele van de starters en de doorgroeiers.

In kernpunt 5.a. stelt de adviesraad dat het artistieke belang van de theateractiviteit en de overtuigingskracht van de artistieke visie de doorslag moeten vormen bij de evaluatie. Dat is lovenswaardig, maar het getuigt van een tekort aan intellectuele eerlijkheid wanneer dit niet consequent wordt toegepast. De raadsleden weten zeer goed dat voor vele dossiers enkel niet-artistieke motieven de basis vormen voor een positieve beoordeling. Het ontbreekt de adviesraad aan moed en lef om dit ook zo te benoemen in het evaluatierapport. En omdat hij de feiten niet op papier durft te zetten, krijgt niemand een helder beeld over de werkelijke motieven van de adviesraad. Dit is niet correct tegenover de sector.

Het is een noodzaak dat de raad haar visie met glasheldere parameters onderbouwt, argumenteert en in de beoordeling consequent toepast. Als dit niet gebeurt blijven de adviezen steken in de sfeer van favoritisme, subjectiviteit en real-politiek. Het is een noodzaak dat deze sector met zichzelf in het reine komt en dat begint bij het correct functioneren van de raad.

Zetelen in de adviesraad is momenteel een vrijwillige en daardoor spijtig genoeg voor te veel raadsleden een vrijblijvende bezigheid. De raad kan niet gesanctioneerd worden wanneer hij afwezig blijft op voorstellingen, wanneer er een gemis is aan dossierkennis, wanneer de adviezen onvoldoende zijn onderbouwd of wanneer er te weinig slagkracht is. Het oprichten van een professionele adviesraad is daarom noodzakelijk. Een slagvaardige professionele adviesraad dus, die een transparante visie ontwikkelt en hierover een dialoog aangaat met het veld, het kabinet en de administratie.

In kernpunt 6. ‘meent de raad dat het niet mogelijk is om de adviezen te negeren als men bekommerd is om een theaterleven dat vitaal, eigentijds en noodzakelijk is’. Dit korte betoog moge volstaan om deze zelfverheerlijking te relativeren en te ontwrichten.

 

open brief
Leestijd 4 — 7 minuten

#60

15.06.1997

14.09.1997

Luk Nys

open brief