Average Happiness – Dinsdag.org / Bas Vanderschoot
G = (GM – OGM)/t
Pepijn Loobuyck
“(25.10.1985: Ik ontmoet Peter Zadek op de 12u-boot tussen Hoek van Holland en Southampton) Peter Van Becker: U vertrekt midden in het seizoen naar Engeland? Peter Zadek: Ja, in Hamburg houd ik het niet meer uit! Van Becker: Het weer? Zadek: Niet het weer, het klimaat is er prachtig. Van Becker: Maar het theater? Zadek: Het theater in zijn geheel is verschrikkelijk, onbetrouwbaar, onwaarachtig… Van Becker: Wat hebt u dan tegen het theater? Zadek: Idiote vraag. Ik heb niets tegen het theater dat vitaal en dwaas en zeer menselijk is. Maar in Duitsland, in Hamburg is het theater zo dood. Morsdood. En nu maak ik het prachtig stuk ‘Malfi’ dat niemand hier kent en ik wil het theater openbreken zoals de bioscoop: 400 goedkope kaartjes, elke avond beschikbaar aan de kassa…” Theater Heute-Interview mit Peter Zadek “Ein Haufen Lügen”, in Theater Heute, 11 november, 1985, P7.
Steve Austen was de oprichter van het Shaffytheater, zette orde op zaken bij de Rotterdamse Kunststichting en bouwde het aan de Amsterdamse Herengracht gevestigde Nederlandse Theater Instituut om tot een all-round kunstbedrijf. “Als het aan Steve Austen ligt kan er nog heel wat gesaneerd worden in de kunstsector. ‘Al het middelmatige talent in de ondersteunende functies moet weg. Als je het niet weet of je wilt het niet weten, dan moet je godverdorie opsodemieteren. Ga dan bij het gemeentebedrijf werken, maar donder op uit de kunstsector. Of je nog zo van goede komaf bent, of je weet hoe je een das moet strikken, of je een tante hebt die thuis een piano heeft staan. Het is allemaal heel onprofessioneel. Dat is funest. In kunstbedrijven gaat men er maar al te vaak vanuit dat je iedereen kent die voor een functie in aanmerking komt. Dat is misverstand nummer één. Misverstand twee is, dat je de kwaliteiten zou kennen van degenen die je kent. Zo gaat het: «Laten we die maar vragen». Als die dan «ja» zegt, ga je een borrel drinken en is het beklonken. Naarmate mensen ogenschijnlijk bekender zijn moet je ze juist meer doorzagen over hun opvattingen, capaciteiten. In een goed bedrijf gebeurt het net zo. Competitie, met de billen bloot.’
‘Als deze sector serieus genomen wil worden, als kunst gewoon een normaal onderdeel dient te zijn van het maatschappelijk stelsel, dan moet je eisen durven stellen aan de mensen die daar de leidinggevende posities innemen. Het is toch al moeilijk genoeg bezig te zijn met een produkt dat niet per definitie kan rekenen op een consument. Dat is nou juist het aardige van deze branche. Je maakt eerst een aanbod. Als je goed bent moet je ervan uitgaan dat je activiteiten erop gericht zijn om een aanbod te creëren en vervolgens moet je dan verrekt goed proberen daar een vraag bij te vinden. Als je het noodzakelijk vindt een Schönbergvoorstelling te realiseren die in Nederland maar één iemand wil zien, dan moet je natuurlijk wel zorgen dat die ene er ook zit. Dat aspect is uit gemakzucht stelselmatig verwaarloosd’.”
“Kunstondernemer Steve Austen. De keizer van de Herengracht”. Haagse Post, 15 juni, 1985.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.