Leestijd 2 — 5 minuten

Gelezen

KRONIEK – RECHT OP EEN ANDERE VISIE

“Kunst is vrij van politieke boodschappen. Kunst staat los van een doel. Brecht heeft beweerd dat kunst wel degelijk een medium is voor sociale kritiek, maar ik geloof daar niet in. (…) Voor mij kan toneel alleen tot doel hebben de werkelijkheid zichtbaar te maken. Een kritische werkelijkheid, dat wel.”

Christof Wackernagel, Duits acteur, voormalig lid van de Rote Armee Fraktion, in interview met het weekblad Haagse Post, 5 december 1987, p. 27.

 

“Ik erken het recht van anderen om daar anders over te denken, maar ik zie geen toneel zonder maatschappelijke betrokkenheid. Toneel met alleen een l’art pour l’art-functie, toneel om het toneel, daar blijf ik me tegen verzetten, (…) Kijk, als theater in staat is om gefundeerd en overdácht te ontregelen, mensen anders naar buiten stuurt dan ze binnenkwamen, dan is theater fantastisch.”

Hans Croiset in interview met het weekblad Elsevier, 2 april 1988, p. 103.

 

“…tal van misvattingen en misbruiken, bekend onder de naam ‘regisseurstheater’: een regisseur die zelf auteur wil zijn, en Shakespeare, Molière en Tsjechow naar zijn hand en inzichten zet, of in de mond legt wat de auteur eigenlijk niet bedoeld heeft. Zulk soort theater – ook een gevolg van de visualiserende trend in onze cultuur – heeft auteur en acteur verlamd, en de hedendaagse dramaturgie uitgedroogd,”

Alfons Van Impe. Wie, hör ich das Licht? Mogelijke ontwikkelingen van de lyrische kunst in een beeldcultuur in het maandblad Kultuurleven, jg. 54, nr. 9 (november 1987), p. 839.

 

“Teater ontstaat als je een tekst interpreteert. Het is laf om een tekst zonder visie te spelen. Als je alleen maar de auteur in toneelbeelden omzet, kun je het publiek voor hetzelfde geld de tekst laten lezen.”

Jappe Claes in een interview met Dirk Van den Eede, Humor licht het dagelijkse bestaan een beetje, in Intermediair, 11 december 1987, p. 9.

 

“Dit seizoen trekt de KVS meer gastrollen aan dan vroeger, waaronder heel wat jonge mensen. Het is een stap in de goede richting. Zo wordt een theater wel verplicht zichzelf te verjongen of zich tenminste vragen te blijven stellen. Het is spijtig dat we met al deze mensen onze stukken maar voor zo’n korte periode kunnen spelen. De drie grote Vlaamse theaters zouden moeten samenwerken. Er moet echt werk gemaakt worden van de idee “draaischijf’, zodat alle stukken voor een lange periode in de drie theaters gespeeld kunnen worden. Maar er zijn blijkbaar zovele barrières. Het cultuurbeleid in Vlaanderen is echt om bij te huilen.”

Chris Lomme in een interview met het tweemaandelijkse tijdschrift Graffiti, jg. 6, nr, 28 (januari-februari 1988), p. 20,

 

“Veel geld in kuituur stoppen is niet slecht, het is slim. Wanneer een regering, een natie verdwijnt, blijft enkel de kuituur over. Geld in kuituur steken, is als geld in een levensverzekering steken,”

Maurice Béjart in interview met het dagblad De Morgen, 20 januari 1988.

 

“Wij denken dat een goed cultuurbeleid er niet in bestaat artiesten te verplichten zich naar de regels te plooien. Wij denken eerder dat een goed minister regels en beleid moet aanpassen aan de reële cultuurwerking. Zijn diensten moeten een breed en gevarieerd aanbod mogelijk maken. En wij hebben het lef te denken dat ook ons publiek recht heeft op professioneel theater en dat ook onze mensen recht hebben op een decent loon.”

Kollektief Internationale Nieuwe Scène in het eigen mededelingenblad, jg. 12, nr. 1 (januari-maart 1988),

 

“Teaterwetten bestaan om te worden overtreden”.

Hugo Van den Berghe in interview met Dirk Van den Eede, Mea L. Loman neemt assertiviteit op de korrel, in Intermediair, 29 februari 1988, p. 16.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.