Leestijd 2 — 5 minuten

Gelezen

KRONIEK – ONDER EEN BEZIELENDE LEIDING WEL HOOGTE HALEN

“Men zegt nu: ‘Mijnheer de minister, u schrapt vijf gezelschappen. Blijkbaar hebt u niet genoeg geld’. Nee, niet waar. Met 453 miljoen kan men misschien iets gaan invullen op voorwaarde dat men het anders organizeert, zonder dat men een aantal toestanden moet blijven gedogen. Gewoon meer geld? Op korte termijn zou dat voor mij de gemakkelijkste politieke houding zijn. Vijf gezelschappen verder in leven houden? Laat mij dan daar wat afnemen en hier wat minder geven en die vijf blijven erkend. Geen protest. Is dat een houding?”

Minister Patrick Dewael in De Morgen, 16 juni 1986

“Shakespeare zegt in Hamlet dat de akteur een kroniek van zijn tijd is. Het is een illusie om te denken dat het publiek door een toneelstuk anders gaat denken. Dat-is-niet-waar! Er is nog niemand kommunist geworden na het zien van Galileï. Men vindt het schoon. Vormingsteater is flauwekul! Toneel kan de mensen wel laten nadenken over iets. Dat is al heel wat. Vanuit die hoek bekeken is alle teater vormend. Men mag de impakt ervan echter niet overschatten.”

Luc Philips in interview met Dirk Van den Eede, “De ziel van het toneelspelen heb je of heb je niet” in Intermediair, 20 juni 1986

“Herman Liebaers zei het laatst erg mooi: de kunst is een geschenk van de mens aan de mens. Laten we dit geschenk zonder reserve uitdelen en het in godsnaam niet opnemen in een konsumentenpakket. Want voor je het weet is het besmet met allerhande overbodige kleurtoevoegsels, smaakmakers, zoethouders en promotieslogans. De geest van Droogstoppel en makelaar was laatst nog aanwezig op een colloqium over ‘Kunst en Geld’ op de V.U.B. Na enkele beschouwingen van deze heren kreeg je het gevoel in ‘Lijmen’ van Willem Elschot te zijn verzeild.”

Walter Tillemans in Raamteater, mei-juni 1986

“Ik heb mij als ambtenaar altijd met opera beziggehouden. Als ik mij nu de vraag stel: ‘Hoe ben je verdomd op deze post terechtgekomen?’, dan geloof ik dat ik moet zeggen dat ik mijn hele leven reeds gefascineerd was door de menselijke stem. Hoe je dan uiteindelijk in deze opera terechtkomt? Ik vermoed dat alles op een diner begonnen is – zo’n 10 jaar geleden – toen ik naast mevrouw Rika De Backer zat, als voorzitter van de V.Z.W. ‘Vlamingen in de wereld’ en wij het over de opera hadden. Ik heb haar toen gezegd: ‘Mevrouw, geef mij een opdracht. We zullen wel zien.’ Dat moet op een zeker ogenblik in een stroomversnelling geraakt zijn toen Gerard Mortier moest benoemd worden. Wat er dan verder gebeurd is, weet ik niet.”

(uit: Info Opera, juni 1986, interview met uittredend directeur Alfons Van Impe van de Opera voor Vlaanderen)

“Film heeft meer met realiteit te maken dan theater, heeft iemand eens gezegd. Oh ja! Dat klinkt toch vreemd: in film kun je, om maar een sterk voorbeeld te noemen, ruimtereizen ondernemen en marsmannetjes horen praten, daar splijt de Rode Zee in twee, storten steden in elkaar, enzovoort. Kan niet in een theater. Juist. Maar in een theater kunnen een wit doek in de achtergrond en een bloempot volstaan om de toeschouwers de illusie te geven dat zij in een woonkamer zitten-en dat kan niet op film. Daar heb je deuren nodig, en schilderijen aan de muur, daar moet het ‘echt’ zijn. Theater kan dus meer dan film.”

Uit “Over theaterstukken (en brokken)”, KJT Makisien, jg.2, nr.9

varia
Leestijd 2 — 5 minuten

#15

15.09.1986

14.12.1986

varia