Bert Van Uytsel

Leestijd 3 — 6 minuten

Gelezen

“In deze periode van oorlogsdreiging, waar zovele waarden verbleekt zijn, stellen we vooral nog vertrouwen in de kunstenaar.” (Ernest Van Buynder, algemeen voorzitter Willemsfonds en Adjunct-Commissaris Generaal voor Internationale Samenwerking in Het Laatste Nieuws, 29/01/1991)

“Jammer ook dat de eerste Memphis op flauwekul eindigde, en die flauwekul had -kan het nog anders ,- iets met theater te maken. Een buslading liefhebbers van het genre begaf zich naar Frankfurt om er “The sound of one hand clapping” van Jan Fabre te ondergaan. (…) Een liefhebber van het genre getuigde dat de voorstelling heel bijzonder was (…). Er weerklonken nog een paar overspannen kreten die men van de theaterkritiek had opgelopen.” (RV, Humo, 05/02/1991)

“De enige reden die ik kan bedenken dat Vlaamse acteurs zo geliefd zijn in Nederland, is juist vanwege die spelvreugde. Zij richten zich weer onmiddellijk tot de toeschouwer, iets wat lange tijd verboden was. Zij hebben het theater warmte teruggegeven. Hun spel is erotischer dan dat van Hollandse acteurs, zinnelijker. Iemand als Katelijne Damen bij voorbeeld in Strange lnterlude. Alles wat ze doet heb ik al eerder gezien, duizend maal eerder, tot en met haar grote gebaar, en toch geeft ze aan haar gevoelens opnieuw gestalte.” (Eric Schneider, in Cultureel Supplement NRC Handelsblad 15/02/1991)

“Het is schrikbarend dat alleen de Blauwe Maandag volle zalen trekt, terwijl de stoelen voor eenieder ander leeg blijven. En met het experiment is het helemaal flauw gesteld.. Avant-gardisten dient men te mijden, men keert ze hoofdschuddend de rug toe, laakt hun pretentie, begrijpt ze niet. Men zweert in het teater opnieuw bij de tekst. Konservatisme.”

(De La Barrikade, 15/01/1991)

“Ik heb in het Reizend Volkstheater 200 keer De Vrek gespeeld met Luc (Philips), een klein rolletje, maar toch voldoende om de man te leren kennen. Hij wilde ons teveel bevaderen, mij in elk geval. Dora (Van der Groen) werkte totaal anders. Wat ze vertelde leek me eerst Chinees, ze gooide meteen alles weg wat Philips ons had geleerd. Iets of iemand naspelen was taboe. We moesten het allemaal in onszelf zoeken, naar binnen kijken. Met haar eigenzinnige aanpak heeft (zij) ontzettend veel teweeggebracht”

“Wat de drie grote gezelschappen (KVS, KNS, NTG) gemeen hebben is hun fabriekskarakter. Men programmeert acht stukken op een jaar, men stopt acteurs en actrices in stukken waar ze geen enkele voeling mee hebben. Gesprekken daarover zijn vrijwel onbestaande, laat staan dat er heftig zou gediscussieerd worden. Je speelt wel veel maar eigenlijk ben je niet aan het acteren, je bent een uitvoerder. Weinig inbreng, spelen op de automatische piloot. Of je daar nu goed of slecht presteert, je loon wordt toch gestort.”

“Een vaste baan en een acteercarrière, dat rijmt eigenlijk niet. Veel problemen in en rond het theater in Vlaanderen, kunnen niet opgelost worden wanneer men niet aan het sociale karakter van die problemen durft te raken. Er staan veel acteurs en actrices op de planken die daar eigenlijk niet horen te staan. Die hun ding doen omdat ze er voor worden betaald, tot de pensioengerechtigde leeftijd. Die het publiek niks meer geven.”

(Vic De Wachter, in Het Laatste Nieuws, 09/02/1991)

‘Morris made some serious missteps offstage. His Batman T-shirts, mop of brown curls and gay lifestyle challenged local artistic sensibilities. It didn’t help that he had posed nude in the magazine Vanity Fair. But his worst mistake may have been to publicly lambaste his predecessor, Maurice Béjart, a cultural icon who directed dance at the Monnaie for 27 years, as ‘bombastic, vulgar and megalomaniac’ Following Mythologies, the dance establishment declared war upon Morris; one reviewer described Morris as ‘fatter and more clumsy than ever.’ Morris appeared to take his dismissal in stride. Once his contract expires in June, his troupe will return to New York, where audiences and critics comprehend his leaps of imagination.’

(Meggan Dissly, Newsweek, 21 januari 1991.)

“Belangenbehartigers die de tijd kunnen uittrekken om kabinetten en administraties plat te lopen, krijgen in dit vacuüm meer belang dan hardwerkende, risiconemende kunstenaars. Het gepronk met een paar ‘internationale’ suksessen gaat fundamenteel niets veranderen aan de achterstand van de kuituur in dit land.”

(Walter Tillemans, Raamkrant, februari 1991)

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

Bert Van Uytsel

artikel