(redactie Etcetera)

Leestijd 2 — 5 minuten

Gelezen

“Wij zouden in het repertoiretheater niet veel moeten doen om gemakkelijke successen te behalen. Het recept Dirk Tanghe bij voorbeeld. Veel beweging, een beetje kolder en vooral geen spaander heel laten van Molière of Shakespeare. Maar dat is geen cultuur,”

“Ivonne Lex wil jongeren over teaterdrempel helpen,” In De Standaard, 19-20 november 1988

“Tanghe is een herboren Alladin, bij elke creatie ontsteekt hij een wonderlamp; Dirk erfde de magische drijfveer van Parsifal, hij kan uit een fait divers een adembenemend verhaal smeden, Als een gracieus graalridder gaat hij op zoek naar geluk dat nog met mensenmateriaal opgeroepen wordt

Dirk Tanghe noemt zich ‘een ouderwetse verteller’, maar het lijkt er meer op dat de jonge man, op de drempel van de elektronische eenentwintigste eeuw, moet bewonderd worden als een voorloper van onze geheime dromen naar meer artistieke warmte.

Want, zeg nu zelf; zit u voor uw televisietoestel te applaudiseren? Hebt u video al met een staande ovatie bedacht?

Johan Anthierens, ‘Speelvogel Dirk Tanghe: Feesten met feeksen, vrijen met vrekken’, in NTG-magazine 1 p.5.

“De gedrevenheid van de makers om iets op het toneel te laten gebeuren dat aansluit bij hoe mensen vandaag het leven ervaren én daar iets essentieels aan toevoegt; hun vermogen om daar een vorm voor te vinden die correspondeert met hun bedoelingen én die bijzonder is in het gebruik van theatermiddelen; dat zijn de factoren die bij de juryleden doorslaggevend blijken te zijn.”

Uit het juryrapport van het Theaterfestival 1988, p. 9.

“Het moralisme dat het Theaterfestival zo vol zelfbesef uitstraalt (…) deel ik niet Het lijkt me een overbodig argument. Veel dieper reikt het argument dat theater zijn betekenis krijgt doordat het uitbeelding geeft aan de ongrijpbaarheid van andermans ervaringen en gedachten. Theater dat vormgeeft aan zoiets raadselachtigs als menselijk gedrag, daarin verheldering aanbrengt en tevens raadselachtigheid kat bestaan, wekt verwondering en eist aandacht Geen dwingende en eensluidende verklaringen, evenmin de opgeheven wijsvinger, maar wel een vormgeving die voortdurend beroep blijft doen op de eigen fantasie en het eigen oordeelsvermogen. De opwindende, verlokkende geheimzinnigheid van vroeger mag onder geen beding in het theater verloren gaan.”

Kester Freriks, *De behaagzieke eis van actualiteit’, in NRC Handelsblad, CS 19-8-88,

“Toneel was elitair, zou alleen nog maar naar zichzelf verwijzen en die jonge regisseurs rotzooiden maar wat aan met klassieke teksten. Toneel moest weer op een behoorlijk niveau onderhoudend worden, zo predikten de linksgeaarde opinionleaders met als voorwaarde vakmanschap en eerbied voor de tekst. Zo werd geprobeerd de als dominant ervaren vernieuwingsdrang te pareren. Een kortzichtige, domme en zinloze actie, waarmee de betekenis van toneel gereduceerd werd tot een onbetekende amusementsfactor”

Ten geleide’, in Nederlands Theaterboek nr. 37, p.4.

“Voor een regisseur is alles geoorloofd, hij mag Hamlet achterstevoren laten spelen door dertien doofstomme weesmeisjes, hondervijftig bladzijden tekst samenvatten in drie regels, maar dat wil niet zeggen dat uit naam van de vernieuwingsdrift over het eindresultaat niet geoordeeld mag worden. Het gaat om goed of slecht toneel, niet om modern en repertoiretoneel. De vraag is niet of Kijnders zich aan Shakespeare mag vergrijpen, maar of zijn motivatie interessant is.”

Bas Heijne, ‘Knieval”, in Vrij Nederland, boekenbijlage 22 oktober 1988.

artikel
Leestijd 2 — 5 minuten

#24

15.12.1988

14.03.1989

(redactie Etcetera)

artikel