© Begüm Erciyas

Leestijd 7 — 10 minuten

Forest Silent Gathering – Begüm Erciyas

Samenkomen in en door de geluiden van het bos

Forest Silent Gathering is, na het geslaagde Letters from Attica, de tweede voorstelling van Begüm Erciyas in de publieke ruimte. Ditmaal is die ruimte niet de drukke stad, maar een rustig bos in de periferie. In de Kalmhoutse Heide brengt ze, samen met muzikanten Eric Desjeux en Matthias Meppelink, een groep mensen bijeen en laat hen via een uiterst eenvoudige maar slimme geluidsperformance samenhorigheid ervaren. Het eindigt met een gezellig theekransje, al is de nasmaak, terecht, wat bitter.

Het is verzamelen geblazen aan de bosrand van de Kalmthoutse Heide. Daar wacht performance-artieste Begüm Erciyas ons met haar artistieke team op. Iedereen krijgt een oranje-zwart mp3-spelertje, koptelefoon en wat anti-muggenspray aangeboden. We moeten de pijltjes in het bos volgen. Daar zou al minstens één iemand aanwezig zijn.

Ik haal al snel twee andere participanten in. We knikken elkaar een verplicht, maar gemeend hallo toe en zetten onze tocht apart verder. Op de open plek net naast een wandelpad verzamelen uiteindelijk vijftien mensen. Groepjes mensen die elkaar overduidelijk al kennen keuvelen gezellig. Anderen duiken in hun mobiele telefoon om hun ongemak wat te verdoezelen. Het bos is zo de setting voor een typische scène in de theaterfoyer.

Op instructie van de vrouw die ons opwachtte, vormen we een kleine, intieme cirkel. Ik zou zomaar de hand van mijn linker- of rechterbuur kunnen grijpen. Starten doen we op haar aangeven. Tezamen drukken we op ‘play’, al vraagt het ons eerlijkheidshalve wel een aantal pogingen om dat effectief tegelijk te doen.

Een stem spreekt ons via de koptelefoon toe in het Engels: “We zijn een groep met verschillen en gelijkenissen. Velen in deze groep wonen in de stad en kwamen met het openbaar vervoer. Eén persoon kwam met een koersfiets, één iemand heeft een verrekijker bij, …” Het is alsof de stem wil benadrukken dat we én een groep, én individuen zijn. Tot slot krijgen we een laatste instructie: iedere minuut zal een belletje te horen zijn waarop ieder van ons twee of drie stappen achteruit het bos in moeten zetten.

Onze achterwaartse choreografie begint makkelijk, al zet de ene grotere en/of meer stappen dan de andere. Minuut na minuut groeit onze onregelmatige cirkel. Het trage, synchrone bewegen heeft wat weg van een ritueel. Ondanks de koptelefoon hoor ik alleen het wuiven van de bomen in de wind en het kraken van de grond wanneer we weer een aantal stappen achteruit zetten. In de momenten van stilstand tussen onze rugwaartse bewegingen is het vredig, rustig. Niemand zegt iets. Sommigen kijken naar elkaar, anderen werpen een blik omhoog of staren introspectief voor zich uit. Opvallend genoeg kijkt niemand om.

Tot het bos onze bewegingen begint te bemoeilijken. Zomaar achteruitstappen blijkt een hele opgave. De één moet uitwijken voor een tak of een volledige boom, de ander moet opletten of struikelt over een onregelmatigheid op de bosgrond. Al snel draaien sommigen zich om en lopen niet langer achter- maar voorwaarts het bos in. Toch keert iedereen zich, na een aantal stappen, weer om en kijkt dan richting het middelpunt van de cirkel. Het is alsof we elkaar blijven zoeken. Letterlijk dan: kan ik de persoon voor mij nog zien?

Na een minuut of 20 is de cirkel zo groot dat ik amper mijn linker- en rechterbuur kan ontwaren. Af en toe zie ik een contour of een vermoedelijk niet door de wind veroorzaakte beweging van takken en bladeren. Verder ben ik alleen. Dat heeft een merkbaar, maar niet geheel onverwachts effect. Waar ik eerder aandacht had voor mijn mede-performers en de meta-situatie – “Iedereen heeft stapschoenen aan zoals aangeraden op de website” of “Hoe weten ze dat er slechts één iemand, ikzelf, met de fiets aankwam?” – begin ik meer en meer mijn omgeving te gadeslaan: ik zie de grond met al zijn mos, bladeren en dennenappels. Ik merk de kleine, beginnende boompjes en vraag me af of ze zullen volgroeien tot mastodonten die het bos overschouwen. Ik hoor vogels fluiten, bladeren ruisen, takken kraken.

Dat initiële effect valt echter bijna even snel weer weg als het verscheen. Ik betrap mezelf op de vraag waarom ik braaf stappen blijf zetten en niet ga zitten. Niemand zou het merken. Wanneer één van mijn buren, als uit het niets, opnieuw in mijn gezichtsveld verschijnt, lijkt ook hij last te hebben van verslappende aandacht. Hij tokkelt wat op zijn telefoon. Toch duiken hij en ik bij het volgende belletje opnieuw wat dieper het bos in.

Forest Silent Gathering speelt overduidelijk met de basisconventies van het theater. Zo maakt de eenvoudige opzet je regelmatig bewust van de theatrale suspension of disbelief die noodzakelijk is voor het welslagen van eender welke performance. Het is een duidelijke verderzetting van Erciyas’ voorgaand werk, waaronder Pillow Talk (2019). In die performance ging het publiek één-op-één in gesprek met een artificiële vrouwenstem uit een kussen. De artieste belichtte zo op doordachte wijze de bijna onbegrensde capaciteit van een publiek om zich over te geven aan een verhaal, ook al valt dat verhaal erg makkelijk te doorprikken.

Tegelijk werpt Forest Silent Gathering een licht op het verwachtingspatroon dat theater installeert, namelijk dat er ieder moment iets kan gebeuren. Ik blijf daarom, ondanks groeiende twijfels, braafjes achteruit bewegen en luisteren, al is het maar omdat ik de mogelijkheid tot iets onverwachts niet wil missen. Bovendien voel ik de onzichtbare hand van een gedeelde setting. Ik, maar ook mijn buur, wil het niet verpesten voor de anderen, ook al zijn we zo vrij als een vogel om het voor bekeken te houden en weg te wandelen. Forest Silent Gathering is in die zin een echte co-performance. Wij, mijn buur en ik, maar ook al de rest, zijn het subject, het draagvlak. Zonder ons, geen performance. Onze toewijding aan deze simpele, maar wel gedeelde opzet is van vitaal belang. Toch zit in die eenvoud ook een risico: eentonigheid loert om iedere boom.

Net op het moment dat ik mijn engagement dreig te verliezen en outzone, hoor ik zachtjes iets in mijn koptelefoon. Het is de eerste keer dat ik écht iets hoor – of dat denk ik toch – afgezien van het belgeluid dat ons achteruit doet bewegen. Het is een witte ruis, die eerst aanzwelt tot het de omgevingsgeluiden volledig overstemt, en daarna weer afneemt tot het bos opnieuw de soundtrack van deze performance overneemt.

Het is een curieus gegeven, de soundtrack van Forest Silent Gathering. Je hebt dan wel constant een koptelefoon op, je hoort grotendeels alleen de geluiden van het bos. Enkele keren zette ik mijn koptelefoon zelfs af of duwde ik hem wat harder tegen mijn oren om te controleren of ik wel echt alleen het bos hoorde. Toch speelt de audio een cruciale rol. Maar waar in vorig werk de focus van de audio lag op de stem en het spreken van het publiek, heeft de audio in Forest Silent Gathering veeleer een simpele signaalfunctie. Het regisseert de groep en zorgt dat de afstand tussen haar leden toeneemt. Maar er zijn niet alleen verschillen. Net als in Erciyas’ vorige creaties is de soundtrack niet alleen van de hand van de betrokken artiesten. De deelnemers en het bos waarin die bewegen voeden en vormen de soundtrack. Het geeft, net zoals de choreografie die ontstaat door de zelf gekozen bewegingen van de deelnemers, aanleiding tot reflectie over wat audio is en kan zijn, en hoe dat zich dan verhoudt tot auteurschap.

Een noemenswaardige uitzondering op het samenspel van toevalligheden als soundtrack, is het moment halverwege de voorstelling waarop het begint te regenen. Gelukkig voor ons regent het alleen in de koptelefoon. Toch leidt het geluid bij mij tot een erg sensorische ervaring. Regent het nu echt? Reflexmatig steek ik de palm van mijn hand uit en ga ik na of ik druppels voel. Verschillende keren vrees ik dat er druppels op mijn hoofd en mijn neus vallen. Het doet wat denken aan synesthesie, het neurologische verschijnsel waarbij een zintuiglijke waarneming ongewild een of meerdere andere zintuiglijke indrukken oproept. En het blijft niet alleen bij regen: donder en bliksem zorgen voor een volwaardige storm. Dat laatste had bij mij minder effect, wat misschien te wijten was aan het zonnige weer die dag. Van een andere deelnemer hoorde ik dat de storm bij haar wel een angstig gevoel teweegbracht. Ze keek meteen om zich heen of er geen gevaar loerde en waar haar partner zich bevond.

Na ongeveer een uurtje zit onze samenkomst erop. Ik kijk wat verdwaasd om me heen, want ik realiseer me pas dat het voorbij is wanneer het belletje al even niet meer weerklinkt en de soundtrack op de mp3-speler terug op nul staat. Ik besluit me richting de startplek te begeven, een beslissing die ik deel met de andere deelnemers, want al snel zie ik mijn cirkelburen uit het bos verschijnen. Maar waar naartoe? Er springt een groot, rond lichtpunt in het oog. Is het de maan? Toch loop ik er bijna instinctief op af. Het blijkt een lamp op een hoog statief te zijn die ons gidst.

Mondjesmaat, één na één, komen we terug samen op de plek waar alles begon. We krijgen een kopje thee aangeboden om ons aan op te warmen op deze frisse avond in april. Al snel begint iedereen zijn impressies te delen. Dat is best opvallend: iedereen praat met iedereen, een groot verschil met de beginsituatie waarbij we ons nog aan de ongeschreven regels van de theaterfoyer leken te houden.

Forest Silent Gathering zoekt net zoals Erciyas’ voorgaande creatie Letters from Attica (2020) – waarin deelnemers stukken tekst uit de brieven van revolutionair Sam mond-tot-mond doorgeven via een langgerekte, gedeelde maar ook geïsoleerde keten – het spanningsveld op tussen isolement en gemeenschap. Het resulteert in een simultaan eenzaam en samenhorig gevoel. Je mag dan wel het merendeel van de tijd alleen in het bos zijn, die contactarme ervaring deel je met anderen. Het brengt je al snel terug naar de coronalockdowns, waarin zowel deze performance als Letters from Attica ontstonden. Het verplicht gezamenlijk in isolement gaan, waarbij een bepaald doel voor ogen gehouden wordt, weerspiegelt treffend de realiteit van de voorbije coronaperiode.

Deze co-performance, die deel uitmaakte van het CARTA 22 festival in De Singel, is even slim als simpel. Erciyas speelt met en zoekt de grenzen op (van de wetten) van theater, performance en geluidskunst en laat ons zo nadenken over wat het betekent om samen te komen. Wat maakt het samenkomen mogelijk? Met dat opzet ligt dit werk geheel in lijn met de insteek van het festival dat de kracht van het onverklaarbare en mysterieuze wil inzetten om de grenzen van vakgebieden te onderzoeken en zo belangwekkende verhalen over onze samenleving te vertellen.

Het ‘eindresultaat’ stemt zeker en vast tot denken. Toch is het woord ‘eindresultaat’ hier minder of zelfs niet van belang. De uitkomst zal, afhankelijk van de specifieke bosomgeving en de betrokkenheid die de deelnemers aan de dag leggen, steeds andere gedaantes aannemen. Het kan ook evengoed mislukken: er moet maar eens iemand stoppen met achteruit te stappen.

Misschien is dat wel het belangrijkste punt dat Forest Silent Gathering maakt: zonder ieders individuele beslissing om te geloven in een collectief verhaal, valt de mogelijkheid tot samenhorigheid en gedeeld engagement weg. Hoe zullen we het redden wanneer we geen waarde hechten aan het – overigens uiterst reële, maar toch vaak als fictief voorgestelde – verhaal dat onze planeet zonder onze zorg en verantwoordelijkheid ten dode is opgeschreven? Het plichtsbewuste zorgen dat we op het hoogtepunt van de pandemie zo hoog in het vaandel droegen, lijkt net als corona zelf alweer tot een ver vervlogen verleden te behoren. Of hoe de thee bij het hoopvolle (want samenhorige) einde plots een wat bittere, maar terechte, nasmaak krijgt.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#167

15.03.2022

14.05.2022

Jasper Delva

Jasper Delva werkt als beleidsmedewerker rond kennisontwikkeling bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid en doet onderzoek naar loopbanen in het Vlaamse podiumlandschap aan de KU Leuven. Hij schrijft tevens voor diverse cultuurmedia.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!