Jos Geens, Dirk Buyse, Warre Borgmans en Kris Cuppens in ‘Hitler is dood’ © Stef Depover

Leestijd 12 — 15 minuten

Être-les-uns-avec-les-autres

Het muziektheatergezelschap Braakland/ZheBilding kreeg op 3 mei de Cultuurprijs van de K.U.Leuven uitgereikt. Een prijs die – op het vlak van de podiumkunsten -eerder dramaturge Marianne Van Kerkhoven, choreografe Meg Stuart en auteur en theatermaker Bart Meuleman te beurt viel. Bart Philipsen hield de laudatio.

Enkele jaren voor de millenniumwisseling publiceerde de Franse filosoof Jean-Luc Nancy een lijvig politiek-filosofisch essay met als titel Être singulier pluriel (1996). Tegen de achtergrond van een lange opsomming van etnische, religieuze, sociale, politieke en economische conflicten en brandhaarden van zijn tijd – waarbij het Joegoslavische conflict en de symbolische aanslag op Sarajevo nog vers in het geheugen lagen – stelt Nancy opnieuw de radicale vraag naar wat het betekent gemeenschap of samenleving te zijn in de overgang van de twintigste naar de eenentwintigste eeuw. Het antwoord is niet eenvoudig, het is ook niet gewoon meervoudig, het is enkelvoudig meervoudig, singulier pluriel. Voor Nancy is die enkelvoudige meervoudigheid of meervoudige enkelvoudigheid – hij leest zelf zijn titel in beide richtingen – altijd en fundamenteel een met-elkaar-zijn, être-les-uns-avec-les-autres. Nancy’s boek is een vaak moeilijke maar fascinerende exploratie van dit fundamentele en radicale ‘met’, dat zoals het woord ‘naast’ zowel kan verwijzen naar een louter arbitraire, empirische, ruimtelijke nabijheid, naar een toevallig aan elkaar grenzen en ‘naast elkaar onder dezelfde zon leven’, als naar werkelijk nabuurschap, naar verwantschap en verbondenheid. Onze naaste is zowel de toevallige medereiziger die naast ons op de bus zit als het kind, de ouder, de broer of zus, de vriend van wie het leven ons op bepaalde ogenblikken dierbaarder is dan het eigen leven. En net zoals de vreemde op de bus door toevallige omstandigheden een lotgenoot kan worden wiens leven met het onze verbonden wordt, zo blijft er in onze meest intieme relaties een dimensie van afstand en vreemdheid die op bepaalde momenten misschien schokkend kan zijn. Maar die afstand behoedt er ons voor om de meervoudsvorm ‘wij’ tot een fataal sjabloon van collectieve verdwazing te maken, zowel op het macrosociale of-politieke niveau, de klasse, de etnie, de geloofsgemeenschap en zo verder, als op het niveau van de kleine gemeenschap – de familie bijvoorbeeld, nog steeds de hardnekkigste, meest weerbarstige menselijke gemeenschapsvorm, een biotoop van grote liefde en verbondenheid, maar evengoed van geweld, pijn en scheiding. Feit is dat we zonder dat ‘met’ ons bestaan niet eens kunnen denken – er is niets, en al zeker geen ik, dat eraan voorafgaat, zegt Nancy -, maar toch heeft elke poging om ons tot dat ‘met’ te verhouden de neiging om te mislukken of zelfs te ontsporen. De allesbehalve idyllische feitelijkheid van het être-les-uns-avec-les-autres is net zo onherleidbaar als ons verlangen om het te overstijgen en ons te onttrekken aan de draaikolk van elkaar opvolgende of gelijktijdige bindingen en scheidingen die er inherent aan is. We willen aan het ‘met’ een diepere, hogere en duurzamere betekenis toekennen, er een verborgen kern van gemeenschappelijkheid in ontdekken en die dan vastschrijven als een essentie of identiteit waaraan we ons kunnen vastklampen als aan een baken of richtsnoer – met alle insluitings- en uitsluitingsmechanismen en gewelddadige erupties of botsingen die daarbij horen. Nancy pleit voor een radicaal denken en beleven van het ‘met-elkaar’, zonder het verbindingsstreepje op te heffen dat zowel verbindt als scheidt, wetende dat zoiets in de praktijk van het samenleven nooit anders dan een reeks dramatische pogingen kan opleveren. ‘Compassion’ noemt hij, misschien wat verrassend, die ervaring en hij verduidelijkt ze als volgt:

‘Ik spreek over mede-lijden: maar het gaat daarbij in geen geval om een medevoelen dat vooral over zichzelf ontroerd geraakt en daarvan leeft. Mede-lijden: dat is besmetting, deaanrakingvan het met-elkaar-zijn in het tumult. Geen altruïsme noch identificatie maar ontreddering door het pure naast-elkaar-bestaan.’

Liefde in tijden van eenzaamheid

De cultuurprijs van de K.U.Leuven bekroont dit jaar geen individuele kunstenaar maar een collectief: het muziektheatergezelschap Braakland/ZheBilding (BZB). Deze groep begaafde en enthousiaste muziektheatermakers heeft tijdens het voorbije decennium een eigenzinnig repertoire uitgebouwd dat in vele opzichten cirkelt rond het ontredderend ‘met-en-naast-elkaar-zijn’, de draaikolk van bindingen en scheidingen in onze tijd; een repertoire dat ontegensprekelijk gedreven is door de onsentimentele compassion waaraan Nancy appelleert. Het gezelschap aarzelt niet om zichzelf met enige nadruk te presenteren als een generatie waarvan het de preoccupaties wil documenteren. De makers zijn de mede-lijdende én (zelf) ironische chroniqueurs, de nadenkende en betrokken deelgenoten van een tijdsgewricht dat hier en nu kraakt en piept, maar bij uitbreiding de hele condition moderne betreft – op z’n minst de epoche die voor de theatermakers van BZB begonnen is in de vroege twintigste eeuw, in Sarajevo en in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.

BZB is bovendien in haar professionele samenstelling, als collectief van singuliere kunstenaars, een levend voorbeeld van dit être singulier pluriel, enkelvoudig meervoudig, être-les-uns-avec-les-autres. Het gezelschap profileert zich als een artistieke en intellectuele gemeenschap van schrijvers, muzikanten, regisseurs, acteurs, dramaturgen, filmmakers, technici -sommige leden zijn dat bijna allemaal tegelijk. In elk geval valt de interdisciplinaire enkelvoudige meervoudigheid niet samen met het organogram van het gezelschap. Misschien kunnen we BZB wat modieus omschrijven als een ‘nieuw samengesteld gezin’. De muziekmakende familie Pasmans, die recent samen met acteur Warre Borgmans de prachtige Elsschot-novelle Het dwaallicht een nieuw, door en door actueel en swingend leven heeft ingeblazen en gezongen, lijkt er de jongste tak van te zijn.

Eigen aan het nieuw samengestelde gezin is behalve het precaire karakter van de samenstelling en het zoeken naar verbindingen en adem-ruimte tussen uiteenlopende biografieën, talenten en karakters, ongetwijfeld ook de wil, de noodzaak eigenlijk, om zelf een nieuwe traditie te stichten. In de geschiedenis van BZB heeft zich dat vertaald in de ontwikkeling van een indrukwekkend eigen en veelzijdig repertoire met een zeer herkenbare signatuur. We mogen gerust spreken van een oeuvre, maar dan niet omdat er afgesloten werkstukken afgeleverd zouden worden. Een van de opvallende eigenschappen van vele producties van BZB is net de herneming van materiaal in andere vormen en media of op andere locaties: als hoorspel, roadmovie, theatertekst, dvd, in theaterzalen, maar evengoed op de verlaten dertiende verdieping van het Leuvense Sint-Pietershospitaal of in een piepkleine flat in de Antwerpse wijk Luchtbal. Het beklijvende van deze producties ligt in de complexe en kwalitatief hoogstaande, zeer vaak crossmediale vormentaal die doorheen hernemingen en variaties ontwikkeld wordt en die het verwarrende, onbestendige hart van de tijdsgeest telkens weer in de vlucht raakt en loslaat. Die vormentaal is er zeker een van taal in haar meest bekende vorm, het meest complexe van alle media. Geen toeval dat het gezelschap met eigen teksten twee keer kort na elkaar de Taalunie Toneelschrijfprijs binnenrijfde: in 2006 voor Lied, een harde maar ontroerende autobiografische existentiële balans van Kris Cuppens, en in 2009 voor het indruk wekkende docudrama Hitler is dood, een tekst van Stijn Devillé over de Neurenberg-processen. Beide voorstellingen zijn representatief voor de thematische spanwijdte van het repertoire. Tussen het historisch-documentaire karakter van Hitler is dood, waarin het falend moreel besef eigenlijk alle politieke hoofd- en bijrolspelers –the good and the bad – treft en de intieme poëzie van Lied, waarin de grote geschiedenis als canvas fungeert voor een pakkende persoonlijke familiekroniek, loopt een spoor dat iets vertelt over het enjeu van BZB, over wat het gezelschap beroert: de ontreddering van mensen – alleen ofin groep – in een wereld die vooral sinds het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw de ethische en epistemologische coördinaten lijkt kwijt te zijn. Acteurs van de grote geschiedenis of gewone vaders en moeders, zonen en dochters, kinderen en volwassenen: allemaal zijn ze on the road – vaak ook letterlijk, de reis is een leidmotief bij een aantal voorstellingen van BZB -, onderweg langs de afgrond, tastend naar woorden om zichzelf een plaats ofhouvast te geven, zich te verhouden tot en te verantwoorden tegenover anderen, soms met cynische welsprekendheid, meestal onzeker en met een ingehouden hulpeloosheid en woede die enkel door een bepaald gevoel voor absurde humor worden verzacht.

Het zijn onmogelijk geworden bindingen en hechtingen of net het ontbreken ervan en het verdriet of de woede die uit dit gemis of‘te veel’ oprijst, die de verhalen voortdrijven. En vaak loopt het slecht af, storten de personages zich te pletter in hun eigen radicaliteit, stappen ze eruit, nadat ze alle schepen achter zich hebben verbrand, zoals de generatiegenoten en toevallige compagnons-de-route in de zinderende performance Gevoelige mensen, een tekst en concept van Adriaan Van Aken waarvan het motto ‘Liefde in tijden van eenzaamheid’ zou kunnen luiden – om de bestseller van psychoanalyicus Paul Verhaeghe te citeren. Hoe zelfdestructief én gewelddadig voor de samenleving dat gern is kan worden, toont Immaculata, een voorstelling waarin de ontstellende highschool killings in Columbine High School en in Erfurt worden verplaatst naar een middelbare school in een Vlaamse provinciestad. Met de stemmen van ten dode opgeschreven jongeren componeert de voorstelling een onthutsende schreeuw, de klacht van een generatie die moet opgroeien in een wereld waarin – en ik parafraseer een sterke zin van de website van bzb zelf- ‘winst maken zo veel is gaan betekenen, dat men vergeten is om met verlies om te gaan’; die misschien ook zit met een verlangen dat niet herleid kan worden tot een te stillen behoefte. Zo’n verlangen, dat zowel geweld als kracht, zowel destructie als schepping kan betekenen, zit eigenlijk in elk van ons. Het moet een plaats krijgen, zoals in de kindervoorstelling Klopterop die Kris Cuppens met de BZB-ploeg in coproductie met BRONKS maakte.

Meerstemmigheid

Toch zijn al deze producties, waarin het woord als monoloog of dialoog zo centraal staat, maar compleet door de muzikale scores die de tekst-partituren begeleiden. De uitdrukking begeleiden’ doet overigens geen recht aan de zelfstandige artistieke betekenis van de muzikale creaties van BZB, die eigen materiaal en lectures aan tekst en spel toevoegen. Urban chamber music noemt BZB het muzikale ‘huisidioom’; een cross-over van rock, jazz, folk, minimal music en electro die zelf weer vele vaders heeft: Rudy Trouvé, Gerrit Valckenaers, Youri Van Uffelen, Geert Waegeman en Ephraim Cielen.

Pas in de contrapuntische meerstemmigheid van tekst en muziek, van een vertellen vanuit meerdere perspectieven en een grensoverschrijdend musiceren ontstaat het theater dat zo herkenbaar theater van BZB is. De woorden en de klanken ontmoeten elkaar, maar dagen elkaar ook uit, tasten elkaars idioom af, botsen met en kruisen elkaar. Kortom: ze zijn les uns-avec-les-autres. Zo creëren ze samen een auditief-theatrale ruimte waarin het musiceren deel uitmaakt van de voorstelling in plaats van louter intermezzo of background te zijn; het woord wordt op zijn beurt bevrijd uit de cocon van de dramatische illusie om frontaal vertellend het publiek letterlijk en figuurlijk aan te spreken en de virtuele actie op de scene in te ruilen voor de act van het woord. Een woord dat oprijst uit maar ook kan oplossen in een textuur van klanken die verwijzen naar een dimensie voorbij of vóór die van de betekenissen, een wereld van betekenis-loze of soms ook uit-zinnige, zotte sensualiteit en materia-liteit waarin het verlangen huishoudt voor het taal wordt – of nadat taal uitverteld is.

De interactie van woord en muziek is slechts de meest opvallende vorm van een theatertaal die sowieso graag de hybriditeit, multi- en intermedialiteit opzoekt. In Gevoelige mensen wordt een spannende dialoog geënsceneerd tussen frontaal acterende en vertellende acteurs, een geprojecteerde roadmovie met deels dezelfde acteurs en een complexe, live gecreëerde soundscape. In Weer over naar jou wordt met het publiek een muzikaal gestuurde lectuur van een strip ondernomen. Dat laatste maakt duidelijk dat het enthousiaste en competente uitbuiten van het intermediale en electronische potentieel het theatermaken niet wegdrukt maar versterkt. In alle opzichten blijven de voorstellingen van BZB theater waarin de levende, fysieke interactie tussen acteurs, muzikanten en publiek essentieel blijft. Zonder te vervallen in een romantisch-nostalgische kritiek op de spektakelmaatschappij spelen de makers van BZB letterlijk en figuurlijk met de hypermediatisering van onze condition moderne, ondertussen al een condition post-postmoderne. Dat blijkt niet enkel uit de ironische knipoogjes naar bijvoorbeeld reality-tv in sommige voorstellingen, maar ook uit de blogs en filmpjes op de BZB-website.

BZB wil theater maken voor deze onvoltooide wereld en tijd, het plant zich in het hart van de global village en werpt er een schuinse blik op. Dat BZB ook stadstheater van Leuven geworden is, is de erkenning van wat altijd al het geval was: dat de natuurlijke biotoop van BZB de stad is, dat het reist in de stad en tussen steden, vagebonderend in theatrale roadmovies en city trips. Zo ontstaat een theater dat op een bijzonder wijze streetwise is, niet zomaar modieus, wel met een grote scheut vervreemding. Voor de voorstelling Naast. De verhalen die wij zijn hadden theatermaker Sara Vertongen en muzikant Gerrit Valckenaers maandenlang in de stad Leuven via interventies, opname- en videomateriaal, gesprekken en speurtochten verhalen, klanken en objecten gesprokkeld die gearchiveerd en in een zowel ontroerende als ludieke theatrale performance ook fragmentarisch aan de stad teruggeschonken werden. Het ‘waken’ over en bewaren van de verhalen die vaak sporen van verlies, eenzaamheid, gemis, ziekte en dood vertoonden, maakte van deze performance een ritueel treurspel dat melancholie en verontrusting, maar ook wijsheid en speelsheid uitstraalde en overdroeg. Het project Naast, dat kaderde in een artistiek onderzoek van de Afdeling Drama van het Lemmensinstituut en de Faculteit Architectuur en Kunsten van de Associatie K.U.Leuven, kreeg van dezelfde makers bij het begin van dit jaar een tweede leven in de multiculturele Antwerpse wijk Luchtbal. Geen betere plek om te zien, te horen, te voelen, te ruiken en te smaken wat Nancy zo abstract être singulier pluriel noemde, être-les-uns-avec-les-autres, de brutale maar ook fascinerende, altijd ontredderende empirie van mensen bij, naast, met elkaar. In Naast (Wish you were here) werden de toeschouwers eerst letterlijk en een voor een de nachtelijke wijk ingestuurd om te luisteren en te kijken, gestuurd door een tekst en klankband via een koptelefoon, vooraleer ze mochten Thuiskomen’ in een piepkleine en volgestouwde flat in een van de torenhoge, grijze betonblokken van de wijk. Geen valse empathie maar ook geen afstandelijk voyeurisme, wel betrokkenheid, compassion. Theater dat tijd en plaats maakt om het pure met-elkaar-zijn te ervaren zonder moraliserende duiding, enkel om aandacht te schenken.

Want ‘Aandacht’, zo schreef de Duits-joodse cultuurfilosoof Walter Benjamin in een opstel over Kafka aan het begin van de twintigste eeuw, ‘aandacht is het natuurlijke gebed van de ziel.’ Meer moet kunst allicht niet betrachten, maar ook niet minder. De ‘familie’ van Braakland/ZheBilding vervult die verwachting in alle opzichten.

Jean-Luc Nancy, Être singulier pluriel. Paris: Galilée, 1996.

Walter Benjamin, Über Kafka. Texte,Briefzeugnisse, Aufzeichnungen (hrsg. von Hermann Schweppenhäuser). Frankfurt a. M.: Suhrkamp 1981

www.braakland.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 12 — 15 minuten

#125

01.06.2011

—

31.08.2011

Bart Philipsen

Bart Philipsen (1961) is hoogleraar Duitse literatuur en theater & cultuur aan de KULeuven. Zijn publicaties en onderzoek hebben o.a. betrekking op de moderne en hedendaagse erfenis van romantiek en idealisme.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!