© Jakob Khrist

Leestijd 3 — 6 minuten

Erwan Ha Kyoon Larcher – Ruine

Een aaneenschakeling van spectaculaire mislukkingen

Drie amforen, een vierkante grasmat, eenenveertig eieren, het schild van een schildpad en een collectie synthesizers maken allen deel uit van een statisch decor. Niets voelt levend aan, behalve misschien een murmelende rookmachine. Zonder muziek en met de zaallichten aan (deze zullen lange tijd ook aanblijven) heerst er een koele, gespannen, bijna klamme sfeer. Hoe langer we het vooralsnog onbemande podium bekijken, hoe meer alledaagse en vreemde objecten we ontdekken. Pijl en boog. Een plant. Een snaredrum. 

Wanneer Erwan Ha Kyoon Larcher (hij/hem) opkomt in een tweedelig, monochroom-kaki trainingspak verstomt het geroezemoes en kijkt het publiek verwachtingsvol naar deze ongeïnteresseerd kijkende, nonchalante artiest. Hij treft nog even wat praktische voorbereidingen, creëert een kabbelende soundscape en ontsteekt tenslotte een vuurwerkstokje. De olympische vlam is daarmee aangestoken. De circusvoorstelling Ruine kan van start gaan. 

Het vuurwerkstokje laat via een lont Larchers brandveilige kleren ontvlammen – dit terwijl hij ondersteboven op zijn handen staat. Even weten we niet wat er moet gebeuren. Blijft hij branden? Is er ergens een brandblusapparaat in de buurt? Larcher zorgt zelf voor de oplossing: hij gaat naast de rookmachine liggen en laat daaruit een helwitte wolkenzee stromen, die hem sissend blust. Het publiek herademt, het eerste sterke beeld is een feit. 

Hierna neemt hij pijl en boog en schiet op het schild van de schildpad. Via een contactmicrofoon triggert de pijl een geluidsbandje: “Doe het opnieuw”, vertelt de Franse tekst hem. In een volgende act klimt hij op een stelling waaruit een houten lat steekt. Op het uiteinde ervan balanceert hij met een zaag; hij zal zichzelf letterlijk de dieperik in zagen. De scènes roepen spanning op door langzaam toe te werken naar gevaar, maar de abrupte, onaffe en emotieloze eindes breken die spanning opnieuw af. Alsof het allemaal maar niets voorstelt.

Larcher, geboren in Zuid-Korea (Incheon) en opgegroeid in Frankrijk is danser, drummer, circusartiest, muzikant, zanger, performer en boogschutter. In Ruine bevraagt hij zichzelf als persoon, mens en artiest en kaart hij gevoelens aan van twijfel, onzekerheid en verveling. Nonchalance, frustraties, zelfvernietiging, extase, hoop en verandering komen aan bod. Als maker en speler bespeelt en onderzoekt hij de mislukking. Wat als hij zelf de mislukking in gang zet? Is het dan nog steeds een mislukking? Hij rijgt een reeks korte acts, handelingen en choreografieën aan elkaar. Hoewel we door het boogschieten van de ene scène naar de andere worden geleid, is de fragmentatie van de voorstelling een structuur schatplichtig aan het traditionele circus.

In Ruine zit een sterk zelfbewustzijn vervat. Statements rond racisme en stereotypering zijn leesbaar in de (ingesproken) gedichten. Daarnaast schuilen ze in de metaforen: het in brand steken, in de diepte storten en verdrinken van het eigen lichaam. Over deze snel wisselende beelden en acties heen drapeert Larcher een serie knalharde, ultra-energetische en zelf geproduceerde technobeats.

Larcher, een achternaam die uit het oud-Frans stamt, betekent ‘boogschutter’. Met enige regelmaat komt dit woord, zowel fonetisch als letterlijk, terug in de gedichten: onder andere in lâche (laf, lafaard), lâcher (‘laten gaan’ of ‘loslaten’) en het letterlijke l’archer. Zo beschrijft hij zichzelf als boogschutter en lafaard. Daarnaast moet hij leren de dingen die hij krampachtig vasthoudt, los te laten. Zijn positie als schutter, als strijder in het leven, is de rode draad door de voorstelling. Ook al lijken veel acties op het eerste gezicht betekenisloos, disfunctioneel of soms zelf dadaïstisch, niets is zonder inhoud. Niets is louter toeval.

Alles samen vormt Ruine een zelfportret van iemand die nergens een plek vindt. Larcher lijkt zowel Oosters als Westers georiënteerd maar verlangt naar vaste, vertrouwde grond onder de voeten. Hij spreekt vloeiend Frans ‘voor een Chinees’, zo blijkt uit sommige reacties. Hij uit zijn ongenoegen en frustratie over deze denigrerende, racistische, stereotyperende opmerkingen door ze in de lucht weg te slaan.

Aan het eind van de voorstelling danst hij een ballet dat sterk doet denken aan de choreografie van Clowns van de Israëlische chorograaf Hofesh Shechter – een luchtig en licht, maar in wezen serieus ballet. Voor de laatste act, waarbij Larcher handstand doet op een dozijn eieren (opnieuw een geplande mislukking)  vult een zelfreflectieve tekst de zaal.

Lâcheté : à bannir    Lafheid: uit te bannen

Joie : travailler    Vreugde: om te werken

Remords : tuer    Wroeging: om te doden

Humour : pourrait être mieux    Humor: kan beter

Zo blikt de artiest zelf terug op zijn voorstelling. Hij reflecteert op wat anders kan, mislukt is, of beter moet. Hiermee toont hij zijn sterke zelfbewustzijn. Desondanks blijft hij op zoek. Naar zijn plaats in de wereld en naar manieren om zichzelf te verbeteren, om zijn lichamelijke kunnen steeds weer te overstijgen.

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

Samuel Pennynck

Samuel Pennynck studeert Theaterwetenschappen aan de UGent, is analoog fotograaf en loopt stage bij Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!