Omarme. Ritueel voor het verlies van de omhelzing, Barbara Raes & Colin H. Van Eeckhout. Sculptuur: Valentine Kempynck © Femke den Hollander

Leestijd 14 — 17 minuten

‘Er is geen andere oplossing dan tijd voor zorgvuldigheid’

Gesprek over de toegenomen aandacht voor psychische kwetsbaarheid op scène en in de instellingen daarachter

Psychische kwetsbaarheid: geeft het theater er steeds meer aandacht aan of blijft het juist een gesloten potje? Ergens tussen de heropening van de theaters in januari en de eerste alarmerende subsidieberichten eind maart, lichten theatermaker Khadija El Kharraz Alami, kunstenaar-programmator Jozefien Mombaerts en maker van afscheidsrituelen Barbara Raes in gesprek met Wouter Hillaert samen het dekseltje van gevoelige kwesties als burn-out en mentaal lijden. ‘Deze periode is echt een scharniermoment.’

Aanleiding voor dit driegesprek is vooral een artistieke observatie: met de regelmaat van de klok waren de jongste seizoenen solo’s en producties te zien die het stilzwijgen doorbraken over depressie en mentale uitputting, omgaan met dood en zelfmoord, de verwerking van grensoverschrijdend gedrag en zelfs verkrachting, leven met een alcoholverslaving… Zulke mentale worstelingen vormen natuurlijk al eeuwen – van Hamlet tot Platonov – de smeerolie van het theaterbedrijf, maar toch valt vandaag een nieuwe documentaire en autobiografische mededeelzaamheid op. De scène dient graag om over psychisch lijden het eigen boekje open te doen. Het publiek wordt deelgenoot van een kwetsbare zoektocht naar een vorm die onze strikt persoonlijke huishouding blootlegt, voorbij de individuele ervaring. Hoe moeten we die groeiende aandacht voor mentale kwetsuren precies lezen?

‘Eigenlijk zou je dit gesprek ook met drie mannen moeten voeren’, zo zullen Barbara Raes, Jozefien Mombaerts en Khadija El Kharraz Alami na ruim twee uur praten besluiten. Raes werkt sinds haar afscheid bij Vooruit op het kruispunt tussen kunst en zorg, waar ze voor individuele mensen afscheidsrituelen creëert met Beyond the Spoken, haar ‘werkplaats voor niet-erkend verlies’. Mombaerts heeft als programmator Jong Werk voor Theater Aan Zee een goed zicht op wat jonge makers bezighoudt, maar baarde onlangs ook zelf opzien met haar solo Een pleidooi voor zelfmoord. El Kharraz Alami is voor haar nieuwe voorstelling dan weer volop aan de slag met The Waves (1931) van Virginia Woolf, een van die iconische kunstenaars wier psychologische onrust het werk sterk mee bepaalde. Ook zelf kent ze die problematiek van dichtbij. ‘Mijn geluk én ongeluk is die bipolaire vrouw geweest met wie ik ben opgegroeid.’

Is mentale kwetsbaarheid een persoonlijkheidstrek? Of veeleer het effect van hardnekkige structuren en omstandigheden? Van nature trekken we bij anderen snel de persoonlijke kaart, maar niet toevallig komt dit gesprek steeds terug op de maatschappelijke randvoorwaarden, en hoe die zich doorzetten tot in de vezels van het theaterbedrijf. ‘Het ergert me dat er over psychische kwetsbaarheid steeds gesproken wordt alsof het om een bepaald type mensen gaat’, betoogt Mombaerts. ‘Terwijl iederéén toch psychisch kwetsbaar is? Ik ken niemand zonder blauwe plekken, zichtbaar of onzichtbaar. Je moet daar echt niet hypergevoelig voor zijn of een raar soort antenne voor in je hoofd hebben. Het is gewoon een fucking harde wereld.’

“Ik ken niemand zonder blauwe plekken, zichtbaar of onzichtbaar. Je moet daar echt niet hypergevoelig voor zijn of een raar soort antenne voor in je hoofd hebben. Het is gewoon een fucking harde wereld.”
(Jozefien Mombaerts)

Erkennen jullie dat er meer ruimte gekomen is om het over psychische kwetsbaarheid te hebben? En hoe komt dat dan? Wat is er nu anders dan vijf jaar geleden?

Barbara Raes: ‘De illusie van een onkwetsbare wereld is weggevallen. De coronacrisis heeft die neoliberale ballon waarin we allemaal onafhankelijk van elkaar successen moeten behalen, genadeloos doorgeprikt. Kwetsbaarheid is centraal komen te staan: we zijn niet onkwetsbaar, niet oneindig. De dood is er gewoon, en voor iedereen. Die waarheid is ons zo in het gezicht geslingerd dat al die eerdere inspanningen om ze bespreekbaar te maken, ineens al te bleek uitvielen.’

Leve corona, dus?

Raes: ‘Wat dat betreft wel, ja.’

Jozefien Mombaerts: ‘Maar ook daarvoor liep het aantal burn-outs toch al hoog op? We zaten al lang tegen een grens. Eerst vielen de meest kwetsbaren uit, nu gaan er zoveel mensen onderdoor dat hun roep vanzelf luider klinkt. Er is zoveel nood om het erover te hebben, om te zoeken naar andere narratieven. Omdat een steeds grotere groep almaar hopelozer wordt.’

Khadija El Kharraz Alami: ‘Vanuit mijn perspectief is die nood er altijd al geweest. Als je als minderheid opgroeit in de onderlaag van de maatschappij, met armoede en een negatief sociaal zelfbeeld, dan is er absoluut niets nieuws onder de zon. Ik heb me daar ook altijd duidelijk over uitgesproken. Al werd er thuis nooit over onze mentale toestand gesproken, het was wel heel gewoon dat je vroeg: “hoe gaat het met je, kan ik je ergens in ondersteunen?” Hebben we het hier dus niet vooral over een westers probleem? In mijn wereld is zorg altijd al een standaard geweest.’

Mombaerts: ‘In mijn wereld ook, maar ik heb wel het gevoel dat die wereld nu wat groter mag zijn. Thema’s als psychische kwetsbaarheid werden vroeger veel sneller weggezet.’

El Kharraz Alami: ‘Ik kan niet ontkennen dat er een verschuiving is, maar tegelijk voel ik toch enig wantrouwen. Het is niet omdat het nu op de voorgrond komt in theater, dat er ook in de dagelijkse praktijk van culturele instellingen al veel veranderd is.’

Een pleidooi voor zelfmoord, Jozefien Mombaerts © Phile Deprez

Is een van de verschuivingen niet net dat die zorg voor mentaal welzijn nu ook institutioneel verankerd wordt? Vertrouwenspersonen bijvoorbeeld, waar had je die vijf jaar geleden al?

Raes: ‘Het Sociaal Fonds Podiumkunsten heeft met zijn toolbox tegen grensoverschrijdend gedrag in de kunstensector zeker veel inspanningen gedaan. Maar toch zitten we nog maar aan het begin. Als vertrouwenspersoon bij een aantal gezelschappen merk ik dat zorgbeleid een thema is dat vaak onderaan in de schuif blijft liggen. In veel instellingen komt zorg alleen aan bod als thema van een festival, óf als het echt crisis is. Alleen dan kan er tijd voor gemaakt worden. Hoe verduurzaam je die zorg? Er is nog heel veel werk te doen.’

Mombaerts: ‘Is dat geen algemeen maatschappelijk verschijnsel, ook in andere sectoren? We reageren pas als het heel erg fout loopt. Zo hoorde ik onlangs van iemand uit de jeugdzorg: “We zeggen al drie maand dat dat ene meisje iemand gaat vermoorden als ze niet opgenomen wordt, maar er is geen plek in een gesloten instelling.” Eerst moeten er blijkbaar drama’s gebeuren voor we weer zullen gaan debatteren over meer plek in gesloten instellingen.’

El Kharraz Alami: ‘En maken we ook tijd en ruimte om terug te kijken en stil te staan bij alle discriminatie, racisme of seksisme van de afgelopen jaren? Dat is echt ten koste gegaan van mensen! Staan we hen bij in dat helingsproces? Bij sommige organisaties blijkt dat gewoon niet te bestaan.’

Raes: ‘Mooi dat je dat zegt, ja. Op dat vlak zitten we echt op een scharniermoment. Hoeveel mensen zijn er tijdens corona niet verloren gegaan in dat voortdurende harde gevecht voor ons bestaansrecht? Kijk je terug, dan zie je nogal een puinhoop: depressies, burn-outs, mensen die het hebben opgegeven… Welke instellingen en organisaties zullen nu gewoon weer doorgaan: komaan, focus, weer zoals vroeger! En welke zullen die zorg voor de puinhoop wel meenemen? Veerkracht begint dáár. Er is geen andere oplossing dan tijd maken voor zorgvuldigheid: het omgekeerde van economische tijd, van kloktijd, van gebrek aan tijd.’

El Kharraz Alami: ‘Alleen geldt er nog steeds een dubbele standaard. Mochten vooral witte mannen onderdrukt zijn geweest, hadden we al een stuk verder gestaan.’

Hoe klinkt dat bij iemand die zelf deel uitmaakt van zo’n cultuurorganisatie?

Mombaerts: ‘Ik vind het niet makkelijk. Ook Theater Aan Zee wordt vaak bekritiseerd, en deels ook terecht. Alleen blijkt het helemaal niet zo evident om een en ander te veranderen, terwijl ik me daar wel verantwoordelijk voor voel. Je kan zeggen: ik stop ermee en verkas naar een plek waar ik het in mijn eentje kan. Maar raken we daarmee een stap verder?’

El Kharraz Alami: ‘Misschien moet er eerst iets sterven om iets nieuws te laten ontstaan?’

Mombaerts: ‘Maar instellingen gaan niet sterven, dat is het juist. Uitsterven gaat traag, he!’

El Kharraz Alami: ‘Als er in die instellingen steeds wissels van de wacht zijn, en zij ontwikkelen zich niet meer, dan sterven ze op zeker moment een stille dood. Ik zeg niet dat jij eruit moet stappen, maar zelf ben ik wel eens uit producties gestapt. Heeft dat geholpen om het niet meer te laten gebeuren? In elk geval gaat het mij niet meer gebeuren. Ik probeer geen giftige principes meer te internaliseren, maar zorg te dragen voor een hygiënischer werkveld. Of dat nu als huisartiest van De Singel is of als coach bij anderen: ik probeer toxische patronen een halt toe te roepen.’

Mombaerts: ‘Buiten instellingen kun je sneller kleine steentjes verleggen. Maar binnenin kun je heel traag proberen een grotere steen te verleggen, ook al krijg je intussen veel bagger over je heen: “het verandert niet snel genoeg!” Waar ligt de verantwoordelijkheid? Kunstenaars wijzen naar de instituten, de instituten wijzen naar de regering, de regering…’

El Kharraz Alami: ‘Ik zeg: de verantwoordelijkheid ligt bij mij. Om te kiezen wat ik aankan en hoe ik meehelp aan een zorgzamer werkveld. Instellingen hebben mij al in de steek gelaten van bij mijn geboorte. Ooit ging ik naar de theaterschool om ergens bij te horen, maar ik trof het tegenovergestelde aan: een witte ruimte die niet voor mij was. Ook de politiek is niet bezig met mij, wel met het beschermen van het kapitaal. Dat ga ik dan niet van binnenuit proberen te veranderen. Eigenlijk vind ik het zelfs problematisch hoeveel verantwoordelijkheid zoveel vrouwen elk in hun positie voelen om het te moeten veranderen, terwijl het instituut zelf in de weg zit. Eigenlijk zouden we al onze energie gewoon moeten kunnen investeren in het concreet maken van onze voorstellen.’

Jij stapte zeven jaar geleden uit de sector, Barbara. Wat heb je daaruit geleerd?

Raes: ‘Dat je zelf moet bepalen wat de vorm en het engagement zijn waarin je het beste samenvalt met jezelf. Achteraf bekeken zat er iets in de vorm van zo’n instelling dat te veraf stond van wie ik eigenlijk ben. Ik dacht dat mijn activisme dáár moest plaatsvinden om echt impact te hebben. Maar dat vereiste een veel te grote beweging, en deze wereld verplicht ons al zo vaak om ver buiten onszelf te gaan staan. Nu draag ik meer op microniveau bij tot de samenleving, door telkens met één iemand te werken. Dat genereert een rimpeleffect dat veel trager gaat, maar het is een vorm die mij beter past. Voorts heb ik geleerd hoe belangrijk het is om op tijd naar je blauwe plekken te kijken, want van buitenaf krijg je inderdaad steeds de kritiek dat het niet rap genoeg gaat, terwijl je intern soms op muren botst. Op den duur sta je tussen twee vuren. Dan móét je de juiste mensen rond je verzamelen. Je kunt en mag het niet alleen doen. Je mag de verantwoordelijkheid niet alleen voelen. Dat gaat gewoon niet.’

“De illusie van een onkwetsbare wereld is weggevallen. Corona heeft die neoliberale ballon waarin we allemaal onafhankelijk van elkaar successen moeten behalen, genadeloos doorprikt.” (Barbara Raes)

El Kharraz Alami: ‘En die blauwe plekken zitten al in ons DNA als vrouw, zeker als je een persoon van kleur of zwart én queer bent. Je bent nog de plekken aan het verzorgen waar je je bewust van bent, en intussen komen er alweer nieuwe aan de oppervlakte, waarvan je niet eens wist dat je ze had. Dáárom is het nodig om mensen te hebben die je horen, die je visie erkennen, die ze mee willen dragen. Ik dacht dat ik alles alleen aankon, maar heb op zeker moment echt moeten oplijsten wie er nog allemaal in mij geloofde. Ik heb geleerd dat je ze dicht bij je moet houden.’

Mombaerts: ‘In je eigen werk als maker is dat vrij makkelijk, daar heb je alles zelf in handen. In een grotere context moet je ook dealen met al de rest. Toch vind ik dat niet per se negatief. Ik moet blijven snappen wat er gaande is in de wereld, waarom sommige dingen moeilijk gaan. Want er zit ook een gevaar in louter werken met mensen die voelen wat ik voel en denken wat ik denk. Algauw beland je in een soort bubbel. Ik vind zelfzorg megabelangrijk, maar soms voelt ze ook egoïstisch omdat ik de luxe heb om die keuze te maken.’

El Kharraz Alami: ‘Dat soort egoïsme is toch niet slecht? Als ik niet af en toe voor mezelf kies, ga ik veel te veel tegelijk doen en neem ik overal mijn stress en mijn vermoeidheid mee. Dat kan nog veel egoïstischer overkomen. Een beetje egoïsme af en toe overleven we wel!’

Van de sector terug naar de scène. Opvallend vaak zijn het vrouwelijke makers die nu solo’s maken over hun innerlijke kwetsuren. Toeval?

Mombaerts: ‘Is mentale kwetsbaarheid niet sowieso een vrouwelijk thema? Een thema dat nu meer stem krijgt omdat theaters gewoon meer bezig zijn met hun genderevenwicht? Misschien komt die verschuiving van de jongste jaren wel vooral daarop neer. Zelf had ik tien jaar geleden ook al Een pleidooi voor zelfmoord kunnen maken. Mijn thema’s zijn sindsdien niet erg veranderd. Maar misschien is er nu pas plek voor?’

El Kharraz Alami: ‘Is zorg dan echt een vrouwelijk thema? Mij lijkt de waarheid eerder dat de verantwoordelijkheid ervoor ooit gemakshalve toegewezen is aan het concept ‘vrouw’.’

Mombaerts: ‘Dat volg ik, maar pas door moeder te worden voelde ik ineens vanwaar die associatie kwam, waarom ze zo logisch aanvoelde. Dat moederschap is zo diep, zo instinctief. Ik heb ook het verschil gezien met het vaderschap. Dat is echt iets anders.’

El Kharraz Alami: ‘Moet je dan echt bevallen zijn om te kunnen zorgen? En wat met twee ouders die zich als man identificeren, of twee non-binaire personen?’

Mombaerts: ‘Ik zeg niet dat die minder zouden zorgen. Ik deel gewoon mijn eigen ervaring.’

Raes: ‘Ook in mijn praktijk komt de vraag om een ritueel te maken bijna altijd van vrouwen. Zij nodigen daar dan een groep vrienden of familie op uit en daar zijn mannen bij, hoewel sommigen van hen uiteindelijk afhaken. Maar of het nu gaat om een solo over kwetsbaarheid of een ritueel rond psychisch lijden: daar is echt lef voor nodig. Er hangt rond zorg een soort oordeel of perceptie van “te soft”, maar het omgekeerde is waar.’

El Kharraz Alami: ‘Dat zijn inderdaad de ideeën die rond man- en vrouwzijn geconstrueerd zijn. Mannen moeten ballen tonen, vrouwen zijn met gevoelige dingen bezig. Zulke ideeën zijn zo geïnternaliseerd dat vrouwen door de onderdrukking veel sneller voelen dat ze zich ergens van moeten bevrijden, terwijl mannen in de illusie leven dat ze daar al van bevrijd zijn.’

Mombaerts: ‘Heel veel mannen zitten toch ook in kwetsbare posities?’

El Kharraz Alami: ‘Net daarom vraag ik me af of zorg alleen onder te brengen valt bij het concept vrouw.’

Raes: ‘Het is ook iets generationeels. Zo kreeg ik onlangs een vraag om een ritueel van een man van in de zestig, die aan zijn kinderen zijn spijt wou betuigen omdat hij na de zelfdoding van zijn vrouw, dertig jaar geleden, zo snel een nieuwe partner had genomen. De moed van die man om dat aan zijn drie kinderen te zeggen, toont dat je levenslang kunt leren om ruimte te maken voor rouw en verlies. Het is nooit klaar.’

Zon dag kind, een rouwritueel van Beyond the Spoken © Titus Simoens

Andere associaties die vaak terugkomen bij autobiografische voorstellingen over mentale kwetsuren zijn: ‘therapeutisch’ en ‘te persoonlijk’. Hoe kijken jullie daarnaar?

El Kharraz Alami: ‘Ik erger me er weleens aan. Zo publiceerde Etcetera deze zomer een recensie over de voorstelling Let me tell you something you already know van Merel Severs, die ik mee coachte. Er stond: “Het trauma voelt nog erg vers.” Ik dacht: waarom meen jij te moeten bepalen dat wat er op scène te zien is, een herbeleving is? We kunnen dat niet besluiten voor een ander. Mijn ervaring met bipolariteit is zo anders dan iemand anders’ ervaring met bipolariteit. We moeten echt leren accepteren dat we complexe wezens zijn. Zo’n kritiek klinkt als: je moet eerst jezelf helen vóór je bij ons kunt meedraaien. Waarom zouden we daar geen ruimte voor kunnen maken? Daar zouden we toch net heel veel van kunnen leren? Nee, in de kunsten komt er altijd een mening over: te letterlijk; te therapeutisch; is dit wel theater? Als Ovidius schrijft dat vrouwen onderdrukt en verkracht worden, vinden we het hartstikke mooi. Maar als iemand een eigen ervaring reconstrueert, blijkt ons dat te schokken. Dát is pas schokkend: blijkbaar ben je als maker met een bepaalde kwetsuur kwetsbaarder op een plek waar het net veiliger zou moeten zijn.’

Mombaerts: ‘Het theater is inderdaad geen commune. Je kent de toeschouwers niet en zij kennen elkaar ook niet, dus is het ergens ook logisch dat het onveiliger is.’

El Kharraz Alami: ‘Ik heb het eerder over peers die dat interpretatiekader in stand houden. Bij het publiek ervaar ik veeleer de behoefte om er open over door te praten.’

Hoe ervaarde jij dat bij Een pleidooi voor zelfmoord, Jozefien? Ook daarin sprak je sterk vanuit jezelf over zelfdoding, spelend met je eigen biografie.  

Mombaerts: ‘Ik ben zelf suïcidaal geweest, maar dat was niet de aanleiding voor deze solo. Ik heb vooral veel mensen geïnterviewd en die getuigenissen geïntegreerd in één verhaal, dat ik vervolgens in eigen naam vertel. Mensen uit de sector stelden daar veel vragen over: wat is waar en wat niet, wat is legitiem en wat niet? Het publiek vond dat eigenlijk onbelangrijk. Het concludeerde vaak dat dingen die niet waar zijn, wel waar zijn, en omgekeerd. Voor mij voelde dat heel veilig, als een extra filtertje om daar niet helemaal naakt te staan. Critici daarentegen leken erg bezig met hét vraagstuk van deze tijd: wie mag wat vertellen? Ik vind dat een heel boeiende vraag, maar ook wel een harde. Je mag precies alleen maar spelen wie je bent, dus mag je eigenlijk niet meer spelen. En tegelijk mag je ook niet te veel spelen wie je bent, want dan is het geen theater meer. Een lastig debat dus. Andere mensen zeiden dan weer: waarom maak je er geen essay van? Maar als essay zou het niet werken. Je hebt een ruimte nodig om het samen te delen. Daarin zit net de helende kracht van dit soort verhalen.’

Raes: ‘Zelf heb ik me tijdens jouw voorstelling ook helemaal niet afgevraagd of het echt is of niet. Uiteindelijk koop je een ticket voor een theatervoorstelling. Was dat voor Romeo en Julia geweest, dan had ik me die vraag toch ook niet gesteld? (lacht) De crux is dat ik anders zal buitenkomen dan ik ben binnengegaan. Dat daar iets gebeurd is.’

Mombaerts: ‘Het heeft ook iets te maken met wát je vertelt, denk ik. Vertegenwoordig je de dominante stem, dan wordt er nooit gevraagd of het waar is of niet. Dan is het “universeel”. Maar als je niet zo’n dominante stem belichaamt, dan heet het algauw “te persoonlijk”. Dat viel me bijvoorbeeld op tijdens corona. Als ik op het werk de niet-gevaccineerden verdedigde, was de reactie vaak: je mag je persoonlijke mening niet uiten op de werkvloer. Maar als mijn persoonlijke mening zou zijn dat iedereen fucking gevaccineerd moet worden, dan zou niemand dat te persoonlijk vinden. Bij een thema als psychische kwetsbaarheid zie je precies hetzelfde. Alleen bleek meer dan de helft van mijn zaal bij Pleiooi voor zelfmoord steeds uit nabestaanden te bestaan. Voor hen vertolkte ik allesbehalve een particuliere stem.’

Nu ben ik Medea, Khadija El Kharraz Alami © Casper Koster

Hebben jullie het dan zelf nooit meegemaakt dat een voorstelling zo persoonlijk en kwetsbaar wordt dat ze het hele thema onderuithaalt?  

Mombaerts: ‘Zeker wel. Dan krijg je de indruk dat de speler op scène het zelf zo nodig heeft dat je in de zaal een verantwoordelijkheid krijgt die je misschien niet wil. Dat is totaal iets anders dan een voorstelling die therapeutisch werkt voor een publiek. Het gaat om de rol: wie is de therapeut en wie ontvangt die therapie? Als het publiek de therapeut wordt, krijg je het gevoel dat applaus teruggeven niet volstaat. Ik vind die vraag dus zeker legitiem.’

El Kharraz Alami: ‘Toch worden er te veel meningen over gevormd, in plaats van simpele nieuwsgierigheid te tonen. Er mag liever een vraag klinken, zonder zomaar te beslissen dat iets therapeutisch is. Misschien is alles wel therapeutisch?’

Raes: ‘En is dat dan gelijkwaardig, het zorgende en de kunst?’

El Kharraz Alami: ‘Dat zou wel moeten, ja. Ook als maker ben ik daar verantwoordelijk voor tegenover de mensen die ik samenbreng, van de spelers en de lichtontwerper tot het publiek. Wat je faciliteert, moet veilig zijn. Maar in hoe ik ben opgeleid, is dat nooit de norm geweest. Dat bouwde op machtsmisbruik, onderdrukking, censuur, veel geïnternaliseerde standaarden. Daar leerde je: “als er geen conflict is, is er geen theater.” Het zijn zulke ‘waarheden’ die we  nu moeten deconstrueren, ook bij onszelf.’

Mombaerts: ‘Zoals ook het idee dat net die onveiligheid voor creativiteit zou zorgen?’

El Kharraz Alami: ‘Ja, dat je tot het uiterste moet gaan om succesvol te zijn. Dat is nu eenmaal de grond van het kapitalisme en het patriarchaat. En dat zet zich door in alles, van de zorg tot het onderwijs. Ook zelf heb ik lang aangenomen dat ik vooral hard moet werken, dat ik mee moet met de stroom. Pas door stil te staan en mezelf af te vragen wat ik toevoeg of wat ik in stand hou, ben ik al die conventies gaan bevragen. Tegelijk kwam ik tot het inzicht: pick your battles. Waar geef je je tijd aan, wat laat je gaan? Welk steentje kan een grotere beweging veroorzaken, wat niet? Zelfzorg begint voor mij bij keuzes maken.’

“Mannen moeten ballen tonen, vrouwen zijn met gevoelige dingen bezig. Zulke ideeën
zijn zo geïnternaliseerd dat vrouwen door de onderdrukking veel sneller voelen dat ze zich ergens van moeten bevrijden, terwijl mannen in de illusie leven dat ze daar al van bevrijd zijn.” (Khadija El Kharraz Alami)

Welke algemene denkbeelden rond psychische kwetsbaarheid moeten we nog begraven?

Raes: ‘Ik erger mij vooral aan de volgorde waarin de zorg nu verloopt. Eerst moet het trauma plaatsvinden, vervolgens breken daarvan de effecten uit, en dan moeten wij als samenleving of als overheid zeggen: hier heb je vijf sessies bij de psychiater die we je zullen terugbetalen, want wij zorgen toch zo goed voor elkaar! Natuurlijk moet die opvang blijven bestaan, maar we hebben de wenselijke ondersteuning totaal omgekeerd. Er zit zoveel meer kracht in preventie, in echt werken met mensen. In liefde, in nabijheid.’

Mombaerts: ‘Tegelijk vraag ik me af hoe dwingend we daarin moeten worden. Ergens is het natuurlijk supergezond dat we al die kwetsuren willen helen, maar mensen moeten ook het recht behouden om te zeggen: ik stop het in mijn kelder en ik doe er lekker niets aan! Je kan niemand verplichten om psychisch gezond te zijn. Liever leren we aanvaarden dat we niet in een samenleving leven vol monniken die alles aangegaan zijn en perfect verwerkt hebben.’

El Kharraz Alami: ‘Ja, het is net die veelzijdigheid waar we het meest van kunnen leren. Zelf heb ik het bijvoorbeeld echt nodig om heel veel naast elkaar te doen. Mensen zeggen mij: dat is echt niet gezond, je doet te veel. Maar dat is gewoon mijn ritme, ik vind daar rust in. Tegelijk zijn er anderen die maar vier uur per dag kunnen werken, omdat dat hun ritme is.  Ook dat moet kunnen. De gelijkwaardigheid zit ‘m daarin, en niet in “ik acht uur, jij acht uur”, “ik drie dingen tegelijk, jij drie dingen tegelijk”, “ik verwerk het zo, jij verwerkt het zo”. Sommigen hebben een jaar nodig, anderen tien jaar. En dan moeten we hen dat ook kunnen geven. Zorg is maatwerk.’

Raes: ‘Nog één ding: laten we stoppen met het hele oeuvre van iemand te bekijken door de bril van psychische kwetsbaarheid. Dat heb ik zelf ervaren met de tekst die ik schreef bij mijn vertrek uit de kunstensector. De aanleiding was mijn burn-out, maar bovenal ging het mij over de sector en de samenleving. Alleen werd ik vervolgens jaren bekeken als “het meisje met de burn-out”. Hetzelfde zie je bij kunstenaars die zelfmoord pleegden en waarvan het hele werk alleen nog bekeken wordt vanuit dat tragische einde. Dat er in ons veld veel meer aandacht moet gaan naar de mens achter het werkpaard, wil niet zeggen dat er minder aandacht moet gaan naar het autonome werk achter de kwetsbare mens.’

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

gesprek
Leestijd 14 — 17 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Wouter Hillaert

Wouter Hillaert is cultuurjournalist, dramaturg en docent aan het Conservatorium Antwerpen. Hij richtte cultuurtijdschrift rekto:verso en burgerbeweging Hart Boven Hard mee op.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!