Walter Tillemans

Daan Bauwens

Leestijd 5 — 8 minuten

Ensemble KNS-Raamteater: Een eigentijds menselijk theater

Walter Tillemans

Walter Tillemans, jouw naam circuleerde al lang in verband met het directeurschap van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg. Nochtans ben je er zes jaar geleden weggegaan. Was het Raamteater een ultieme poging om theater te maken zoals je dat wou ?

W.T.: “Ik heb goede dingen kunnen doen in de KNS, maar ik heb ook gemerkt dat een beleid dat uitblinkt in onverschilligheid en desinteresse op de duur elke creatieve fut uit een gezelschap haalt. Men ging ervan uit dat men een soort Comédie Française was die nooit in gevaar zou komen en waar men van de wieg tot het graf bij was. Dat kon op een bepaald moment voor mij niet meer. Ik wou met een aantal mensen werken die ik ontmoet had en ook met andere principes dan telkens dat lijsttoneel. In de KNS gebeurde trouwens ook geen talent-scouting meer, wat ik zo belangrijk vind. Raamteater is een goede leerschool geweest als toneelleider. Ik zeg niet graag directeur want die hoort in een firma en theater is geen firma.”

Middeleeuwer

Nu je directeur bent geworden van de KNS…

W.T.: “Correctie, ik ben directeur van een samenwerkingsverband. Dat is een totaal nieuw gegeven dat ook de pers nog altijd niet in de gaten heeft. Dat samenwerkingsverband is een contract van drie jaar waarin twee gezelschappen gaan samenwerken onder één directie en waar de gezelschappen hun patrimonium en know-how gaan samenleggen om een grote activiteit te ontwikkelen. En dit binnen een totale autonomie. Ik had eerder kunnen ingaan op het voorstel van de stad maar de voorwaarde was dat ik het Raamteater zou laten vallen. Nu ben ik niet zo gek als men denkt. Ik ga toch niet iets wat ik gedurende jaren heb opgebouwd, waar ik op de loyauteit van uitstekende artiesten heb kunnen rekenen en waarmee ik zulke interessante dingen gemaakt heb in de steek laten om in een totaal verziekt en ontmoedigd milieu terecht te komen. Ik heb toen ook al voorgesteld om een joint-venture te maken. Maar in Vlaanderen gaat alles traag, de Vlaming is een middeleeuwer. Ik moet zeggen dat de manier waarop hier aan cultuurpolitiek gedaan wordt, toch altijd ontaardt in ordinaire café-politiek. Ik zal tonen hoe het moet. We hebben in Vlaanderen geen enkel idee over hoe deze kunstvorm organisatorisch in elkaar steekt. En men wil dat allemaal empirisch uitvinden in plaats van naar grote voorbeelden uit het buitenland te kijken.”

Wat waren je concrete voorwaarden voor aanvaarding van het directeurschap?

W.T.: “Een toevallige bundeling van acteurs die niet binnen het leidend principe van een artistieke visie bij elkaar zijn, kan ik moeilijk een gezelschap vinden. Die mensen bespelen een gebouw en daar blijft het bij. Ik vind dat een stad als Antwerpen met het oudste beroepstheater van dit land een gezelschap moet hebben. Nu men mijn voorstellen aanvaard heeft, ga ik daaraan beginnen. Ik wou autonomie, een samenwerkingsverband Raamtheater-KNS, een sanering en het werken met een enveloppe. Artistieke vrijheid is daarbinnen geen gunst maar een ongeschreven wet. Alhoewel, als ik onze theatergeleerden bezig hoor, hoor ik wel weer de Kulturkammer-ideëen doorklinken. Als ik een Minister van Cultuur een Cultuurraad van cultuurpausen zie samenstellen dan denk ik: dit is à la Goebbels.”

Wat is jouw ambitie met die nieuwe constructie?

W.T.: “Dezelfde principes als in het Raamteater staan voorop nl. het idee ensemble, samenspel, een menselijk theater, eigentijds, met humor, kracht en eenvoud. Ik kan onmogelijk om de haverklap van gedachten veranderen. Men gaat op een aantal eigenzinnige vuistregels voort. Ik wil Ensemble KNS-Raamteater proberen een duidelijk gelaat te geven. Ik weet goed dat het breekpunt in de KNS voor mij was: er is geen animerende kracht. Die ziel moet er zijn en dat is iets anders dan een sergeant die de troepen drilt.”

Ensemble

In vergelijking met twintig, dertig jaar geleden is het theaterlandschap behoorlijk verbreed. Wat is de huidige plaats van de KNS?

W.T.: “De KNS moet een grootstedelijk theater worden d.w.z. een theater waar de toeschouwer met gerust hart naartoe kan om een degelijke leervolle en menselijke voorstelling te zien. Dat is ook de plek die b.v. het Dramaten in Stockholm heeft. Jonge theatermakers krijgen de gelegenheid zich te profileren in een eigen werking, b.v. Blauwe Maandag Cie. Het amusementstheater zie je bij het Echt Antwerps Teater en het Theater van de Lach. Mensen die denkbeeldige experimenten willen zien kunnen in de Monty terecht. Ik geloof niet dat een groot gezelschap zich geroepen moet voelen om al die taken op zich te nemen. Een groot gezelschap moet staan voor ‘het theater’, voor continuïteit, beroepsernst, intelligentie en bundeling van talent.”

‘Het theater’? Wat bedoel je daar precies mee?

W.T.: “Wat die andere gezelschappen doen is voornamelijk de profilering van een bepaalde theaterleider. In een grootstedelijke schouwburg moet de waaier groter zijn dan de profilering van één bepaalde stijl. Er moet een standaard van spelniveau, intelligentie en gevoeligheid zijn.”

De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij jou. Hoe ga je dat invullen in relatie tot het gezelschap, de infrastructuur enz?

W.T.: “Men kan dit niet even volgens een LSP-methodeaanpakken. Ik ben geen manipulator. Ik ben wel iemand die iets kan bezielen. De vakbonden hebben het theater een slechte dienst bewezen door een ouderwetse vorm van het syndicalisme aan te kleven, nl. het corporatisme en te grote specialisatie bij het technisch personeel. In plaats van met 34 machinisten gaan we het met 16 doen die polyvalent zijn en hopelijk een beter statuut dan dat van gewone werkman krijgen. Wat de acteurs betreft, denk ik dat hun carrière niet lineair mag bekeken worden. Ik ben voor een vaste behoorlijke wedde en daarnaast een extra artistieke waardering.

De stadsschouwburg is uitstekend geschikt als spektakelzaal voor ballet, musicals en dergelijke en zal in de toekomst hopelijk meer die functie krijgen. Gesproken toneel moet naar de Bourla-schouwburg met zijn Italiaanse toneelzaal. Wij gaan in de KNS maar vijf produkties brengen. De twee Raamteaters passen perfect in de nieuwe organisatie.”

Lichaam en hoofd

Neem je zelf niet teveel hooi op je vork?

W.T.: “Dat moet gebeuren onder de verantwoordelijkheid van één man. Het idee van een dramaturg zie ik niet zo direct omdat er niemand voorhanden is. Deze scheiding van hoofd en lichaam is trouwens een onnozel idee. Een artiest kan lezen en schrijven en heeft niemand nodig die hem komt uitleggen wat er precies in de tekst staat. Ik kan mijn kostbare tijd niet verspillen om dit even te gaan uitproberen en daardoor de vertrouwensrelatie met mijn acteurs op het spel te zetten.”

Was het niet veel eenvoudiger geweest om met de drie A-gezelschappen (KNS, KVS en NTG) een ensemble te vormen ?

W.T.: “Vlaanderen is geen natie, lees er Pirenne maar op na. Dit land is een beschaving en een verzameling van steden. Dat ligt heel gevoelig. Gent zou dat niet pikken en terecht. Het is belangrijk dat we elkaar blijven volgen en ik wil in de toekomst Gent wel de mogelijkheid geven in Antwerpen te spelen.”

Artistieke ademnood

Heeft Blauwe Maandag Cie geen informelere manier van werken gevonden door vanuit een vaste kern langzaam te bouwen aan een ensemble?

W.T.: “Dat heeft het Raamteater toch ook gedaan. Elders zou iets dat zich waardevol ontwikkelt snel de middelen krijgen. Hier zit je strop omdat je niet kunt groeien. Men bekijkt alles met zoveel argwaan! Maar ik denk dat een oude instelling zoals de KNS, die al zolang in artistieke ademnood leeft maar waar nochtans goede spelers zijn, nu maar eens dringend moet gemotiveerd worden rond een groot repertoire en goede regisseurs. Ik geloof dat Perceval precies doet wat hij moet en kan doen en het is uitstekend dat dit kan. Dat is het verschil met vroeger. De grote ellende is dat de Vlaamse Gemeenschap, waarvan de politici hun bestaansreden te danken hebben aan de cultuurstrijd, zo weinig geld voor cultuur uittrekken.”

gesprek
Leestijd 5 — 8 minuten

#35

15.09.1991

14.12.1991

Daan Bauwens

gesprek