Pieter Martens

Leestijd 6 — 9 minuten

Empire – Milo Rau / International Institute of Political Murder

Vertrekkend vanuit kleine, biografische verhalen poogt Milo Rau in Empire, het sluitstuk van zijn Europa-trilogie, licht te werpen op grotere gebeurtenissen en historische verschuivingen. De Zwitserse regisseur weeft op een indringende en geraffineerde manier het levensverhaal van vier acteurs uit het oude Europa en Syrië tot een exemplarisch stuk Europese geschiedenis.

Het licht dooft en het applaus barst los, langdurig en heftig. Je hebt net Empire van Milo Rau gezien, het sluitstuk van zijn Europa-trilogie waarin de Zwitserse regisseur op een indringende en geraffineerde manier het levensverhaal van vier acteurs uit het oude Europa en Syrië tot een exemplarisch stuk Europese geschiedenis weeft. Je klapt uit respect voor de vier mensen op scène, die je hebben ontroerd, maar je klapt ook een onbehagen weg dat zich doorheen de voorstelling almaar dieper in je heeft genesteld.

Net zoals in The Civil Wars en The Dark Ages hanteert Rau in dit derde deel opnieuw het principe van de ‘microstoria’. Vertrekkend vanuit kleine, biografische verhalen poogt Rau licht te werpen op grotere gebeurtenissen en historische verschuivingen, in dit geval die van Europa: van de neergang van de grote rijken (het Ottomaanse, het Russische, het Habsburgse en het Britse rijk), via twee verwoestende oorlogen en een losvaste verzameling van natiestaten, tot het in zijn voegen krakende Fort Europa dat baadt in een sociale en economische malaise. De theatermaker beschouwt zijn trilogie, zo zegt hij zelf, als een symfonie van stemmen, die doordrenkt zijn van en gevormd zijn door die Europese geschiedenis en die er zowel voortdurend commentaar op leveren als er levende producten van zijn.

Na West-Europa en Oost-Europa ligt de focus deze keer op Zuid-Europa en de rafelranden van het imperiale Europese tapijt. Het publiek krijgt de aaneengeregen getuigenissen te horen van een Griek die het kolonelsregime is ontvlucht, een Roemeense met Joodse wortels wier familie uitgemoord werd tijdens WO II, een Syriër en een Syrische Koerd die om uiteenlopende redenen hun ineenstortende thuisland moesten verlaten. In een veelal bedaarde, ingetogen gemoedstoestand vertellen vier acteurs aan een keukentafel afwisselend hun levensverhaal. Je ziet en hoort hen elk in hun eigen taal vertellen. Ze kijken zelden rechtstreeks naar het publiek maar spreken in een camera die continu door één van hen bemand wordt. Hun gezichten worden op groot scherm geprojecteerd. Zo countert de enscenering de nabijheid die de verhalen langzaamaan creëren met een onoverbrugbare vervreemding. Dit proces van aantrekken en afstoten, inlevingsvermogen en onvermogen om je volledig met hun woelige geschiedenis te identificeren, laat je als kijker op het einde gedesoriënteerd achter en draagt bij aan het onbehagen dat de voorstelling oproept.

De verhalen getuigen allevier van een uitzonderlijke levensloop met vele verschillen, maar ook vele raakvlakken. Onder de anekdotes over moeizame familierelaties, de rol van religie tijdens hun opvoeding en ontluikende seksualiteit, thema’s die je op zich ‘universeel’ zou kunnen noemen, getuigen de levensverhalen van de Joods-Roemeense Maia Morgenstern en de Griek Akillas Karazissis  op een dieper niveau van een verloren gegane wereld, en de zoektocht naar een thuis in een nieuwe wereld. Beiden hebben hun familiewortels in het Europa van het Habsburgse en Russische rijk en Ceausescu en het Griekse kolonelsbewind. Ze maakten de verpaupering van de Zuid-Europese periferie aan de lijve mee.

De vluchtelingenproblematiek is een tweede thema dat doorheen de voorstelling waait. Ik vermijd bewust te spreken over een ‘crisis’, want dat woord doet een acute en ongewone situatie vermoeden, die verhult dat de malaise veel dieper zit en dat vluchtelingen al meer dan vijftien jaar aanspoelen op de Europese kusten. Met de keuze voor een Syriër en een Syrische Koerd wrijft Milo Rau Europa een dubbele malaise aan. Niet alleen een onvermogen om om te kunnen gaan met de vluchtelingenstroom, maar ook een amnesie met betrekking tot hun eigen verantwoordelijkheid daarin. Syrië en het hele Midden-Oosten is daarbij de regio bij uitstek die mismeesterd is door Europees kolonialisme en tot een kunstmatige verzameling landen is gemaakt.  De vluchteling, belichaamd door de Syriër Rami Khalaf en de Syrische Koerd Ramo Ali, wordt op dezelfde dubbele manier tegenover Europa afgezet. Khalaf en Ali getuigen over hoe ze zich in allerlei bochten moesten wringen om Fort Europa binnen te geraken en hoe Europa bij uitbreiding – dat is althans de lading die je er in kan lezen – mee verantwoordelijk is voor de implosie van hun thuisland (via het koloniale verleden én door het laten betijen van het Assad-regime).

Empire is geen feitelijke analyse van de staat van Europa. Het gaat er niet om de kijker begrip bij te brengen, noch om hem een geweten te schoppen. Er is geen moreel kompas. De vier acteurs verduidelijken niet, oordelen niet, verlichten niet. Ze vertellen op een heel indringende en dwingende manier en wurmen zich zo bij je naar binnen in een soort van grillig identificatieproces dat je als kijker uitput. Meevoelen gaat boven begrijpen. Grotere kapstokken zijn er niet, slechts een enkele losvaste rode draad. In de eerdere delen waren dat De kersentuin en Hamlet, hier is het de Griekse tragedie en met name Medea, bij uitstekbelichaamd door Morgenstern, die zelf haar twee kinderen verloor in een scheiding. De prachtige muziek van Eleni Karaindrou drapeert een weemoedig deken over het geheel. De verhalen  van de vier acteurs vallen natuurlijk niet zomaar samen met hun leven.  Ze vertolken er een versie van. Versies die je als kijker bespelen en die bijna ‘hollywoodiaanse’ trucjes bevatten als het afwisselen van lichte en zware anekdotes, van empathie en lijden, en opnieuw: nabijheid en afstand. Op die manier werpt het stuk vooral vragen op over het grillige concept ‘werkelijkheid’, over de rol van theater en over de zin of onzin van het hervertellen van een pijnlijk verleden. In tijden van meedogenloze reality-tv en ‘alternative facts’ krijgt Empire zo een extra dimensie als tegelijk kind van en spiegel op zijn eigen tijd.

In zoverre als het stuk een echte alternatieve Europese geschiedenis ambieert, vanuit de periferie in plaats van het West-Europese centrum, schiet het wel enigszins te kort. Milo Rau mag dan geen aanvulling op onze dagelijkse journaals of de stroom historische boeken over Europa hebben nagestreefd, de momentane verheldering die een sterke microstoria biedt op praktisch ongrijpbare grotere gebeurtenissen is zo goed als afwezig. De grotere actuele politieke thema’s die boven Empire zweven, worden tijdens de voorstelling onvoldoende uit de lucht geplukt en concreet gemaakt. Bovendien kan je je vragen stellen bij het idee ‘Europa’ dat aan Empire ten grondslag ligt of waar Rau op vooruitblikt. De theatermaker maakt een eigenzinnige staat van Europa op via een polyfonie van persoonlijke levensverhalen en stelt daarbij Europa centraal als idee en realiteit, geworteld in een gedeeld verleden. Daardoor lijkt hij logischerwijs pessimistisch over de toekomst. Want in die visie stoelt Europa enerzijds op een gemeenschappelijk verleden, en anderzijds op de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust als trauma dat ‘zich nooit meer mag herhalen’. Nu de Tweede Wereldoorlog steeds verder achter ons komt te liggen en de gedeelde beleving van het verleden van de eerste EU-lidstaten via de uitbreiding van de Unie is opengebroken, hetgeen Empire zelf mee belichaamt via de Zuid-Europese stemmen die een ander verleden hebben beleefd dan de West-Europese stichtende landen, is het moeilijk om iets anders te zien dan verwatering en verloedering.

Op die manier missen Rau en vele anderen een essentieel punt: Europa, met een eigen identiteit, heeft nooit echt bestaan. Het is in de eerste, tweede en derde plaats een berekend economisch project. Begonnen als een industriële samenwerking op het vlak van kolen en staal en uitgegroeid tot een bontgekleurde economische reus op lemen voeten waarvan alle ledematen min of meer veroordeeld zijn tot elkaar. De economische verstrengeling van de huidige EU is immers (zeker sinds de invoering van de euro) uit de hand gelopen en valt eigenlijk niet terug te draaien. Politiek is er daarnaast nooit echt werk gemaakt van eenwording, laat staan dat er zich een gemeenschappelijke identiteit vormde. Die blinde vlek werkt door in de thema’s die in Empire aan bod komen. Zo rept de trilogie met geen woord over de problematische status van perifere lidstaten zoals Roemenië en Griekenland als ‘zwakke broertjes’ binnen de huidige EU. Evenzeer gaat het stuk voorbij aan het feit dat vluchtelingen niet naar ‘Europa’ komen, maar naar specifieke landen in Europa (Duitsland, Zweden, het VK).

Ironisch genoeg lijken het net de Anderen, de vluchtelingen en migranten, die aantonen dat Europa eigenlijk een verzameling landen is verbonden door een gemeenschappelijk economisch avontuur dat uit de hand is gelopen en nu vooral zichzelf aanstuurt. Vanuit deze prozaïschere visie is het nu net mogelijk om optimistischer te zijn over Europa. Europa is slechts embryonaal een idee of een realiteit. Bovenal is het een noodzakelijke uitdaging. Door in Empire vier acteurs te laten terugblikken op hun leven lijkt Rau te suggeren dat een Europese identiteit enkel schuilt in een gedeeld verleden en gedeelde beslommeringen. Hij zoekt naar overblijfselen en echo’s van een verwaterd en verloren Europa. Hoopvol is hij enkel op het niveau van mensen die leren luisteren naar elkaar, die de Ander toelaten dichterbij te komen en zichzelf zelfs toelaten gelijkenissen met hem te ontdekken. Dat kan ook een krachtige eerste aanzet zijn richting een Europese identiteit, evengoed is het een illustratie van ‘het hoogst haalbare’ waardoor die Europese identiteit eigenlijk onmogelijk wordt gemaakt, zeker gezien de enorme uitdagingen waar Europa intern maar ook globaal voorstaat. In Empire slaagt Rau er niet alleen niet in Europa  als een nog te verwezenlijken project te zien, bovendien lijkt hij te berusten in de idee van het hoogst haalbare. Het maakt de balans tussen de emotionele verbinding die Empire nastreeft en de politieke belofte daarvan op z’n minst ambigu.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#148

15.03.2017

14.06.2017

Pieter Martens