Artiesteningang: Dries Verhoeven
Dries Verhoeven
© Nora Ramakers
Wat als de natuur je atelier is? Drie kunstenaars die van planten en oogsten hun praktijk hebben gemaakt, delen inzichten en bedenkingen over lokaliteit, landschapszorg en permacultuur. Of: hoe het kweken van wilde citroenen, in een ecodorp wonen of zelf aardappelen kweken om er frieten van te maken je op een andere manier naar voedsel en consumptie laten kijken.
‘When you look at the borders of your garden, I assure you that you’re seeing a mirage. There are no borders around your garden. Your garden is more like a pebble dropped in the water – what you perceive as a boundary is just the innermost ripple; countless other ripples spread out from there and bounce back from afar.’1
Permacultuur Principe 4: Apply Self Regulation and Accept Feedback
In de zomer van 2020, tussen alle lockdowns, avondklokken en afgelaste voorstellingen door, reis ik af naar het zuiden van Portugal voor een Permaculture2 Design Course. Ik voelde me begrensd in mijn makerschap en vervreemd van het vak waar ik vier jaar voor had gestudeerd. Ik had moeite toe te geven dat ik eigenlijk nog maar weinig plezier vond in het theatermaken. In mij groeide een verlangen om naar buiten te treden, letterlijk en figuurlijk, op een manier die vereiste dat ik, in ieder geval tijdelijk, afstand deed van mijn makerschap zoals ik het tot dan toe had gekend. Waar die stap me in eerste instantie licht beangstigende, sloeg dat gevoel daarna om in iets dat nog veel erger was dan angst: schaamte.
Ik ervoer een diepe schaamte om toe te geven dat ik het na jaren toewijding aan dit vak misschien toch over een andere boeg wilde gooien. Het voelde als een falen. Maar het voelde vooral alsof ik een deel van mijn identiteit verloor in de noodzakelijke verdieping van een ander deel. Ik was op zoek naar de verbinding en de overgave die ik zo goed had gekend op de vloer en in creatieprocessen, maar die ik schijnbaar was verloren. Ik was op zoek naar de betovering van de zelfvergetelheid – het gevoel volledig in beslag te worden genomen, uit de tijd getild. Ik vond ze terug in de tuin. Het gevoel dat het tuinieren in mij ontwaakte had ik ook gekend in repetitieruimtes, tijdens het schrijven van een nieuwe tekst en zeker ook tijdens het spelen zelf, maar ik was het kwijtgeraakt, evenals de ontvankelijkheid om te realiseren dát ik het was kwijtgeraakt. En zo was ik in een levenloze wachtkamer terechtgekomen, hopend op een verlossing. Want wat zonder aandacht is, is levenloos; de kwaliteit van onze aandacht meet de kwantiteit van onze levendigheid.
Permacultuur Principe 10: Edge Effect
Ruim een jaar na de cursus in Portugal verhuis ik naar een ecodorp op het Zweedse eiland Gotland om me verder te verdiepen in permacultuur en de aandachtigheid te blijven voeden. De breuk met de normaliteit die ik actief probeerde vorm te geven door mezelf buiten de mainstream te plaatsen en een alternatieve levensstijl op te zoeken, zag ik als een kans om verder te gaan dan ‘denken over’ of ‘denken met’ en daadwerkelijk te ‘leven naar’ ideeën die ik eerder had onderzocht in mijn artistieke praktijk, maar die ik nog niet zozeer praktiseerde of belichaamde. Het ecodorp bevindt zich tussen de akkers van een conventionele graanboer en een militaire basis. De ligging doet denken aan een veelge bruikt ontwerpprincipe uit de permacultuur, het edge effect: het bewuste gebruik en de waardering van randen.
In de ecologie wordt een gebied dat fungeert als grens of overgang tussen twee ecosystemen een ecotoon genoemd. Ecotonen zijn van groot belang omdat ze rijk zijn aan verscheidene soorten die vaak uniek zijn voor de specifieke ecotoon, en compleet verschillend van de soorten die voorkomen in de aangrenzende ecosystemen. Deze diversiteit is cruciaal, want hoe groter de biologische en genetische diversiteit van een systeem, hoe veerkrachtiger het systeem.
Permacultuur Principe 12: Creatively Use and Respond to Change
Zeg veerkracht en ik denk aan Derek Jarman, de filmmaker, kunstenaar en activist die in de jaren 1980 aan de kust van Kent, tussen een oude vuurtoren en een kerncentrale (even paradoxaal als de ligging van het ecodorp), op een kale, met kiezelstenen bedekte kust, waar de wind de planten zout waait en de grond te wensen overlaat, een aards paradijs uit de grond tovert. Terwijl de ene na de andere vriend sterft aan hiv en Jarman zelf ook almaar dichter bij zijn einde komt, bouwt hij gestaag verder aan zijn tuin. In 1991 verschijnt Modern Nature, een persoonlijk dagboek waarin hij de totstandkoming van zijn paradijs beschrijft. De Perzische oorsprong van het woord paradijs betekent omheining en verwees inderdaad naar tuinen en priëlen, maar Jarman beweert dat zijn paradijs onomheind is, grenzeloos: ‘my garden’s boundaries are the horizon’.
Hij is niet de enige. Ook Will Bonsall, veganistisch landbouwer en fervent zaadbewaarder door wie ik me graag laat inspireren, hangt een ‘tuinen-zonder-grenzen’-filosofie aan: een tuin is een levend systeem, dat aldoor uitwaaiert en in dialoog is met zijn omgeving.
Ik raak gefascineerd door het idee van de grenzeloze tuin en probeer me een realiteit voor te stellen waarin de grenzen tussen ecodorp, graanboer en militaire basis vervagen, een realiteit waarin de randen van deze drie systemen versmelten tot een veelvoud van relaties en doordringbaar worden, permeabel. Ik begin me af te vragen hoe zich dat vertaalt naar het landschap waar ik straks naar terugkeer: het podiumkunstenlandschap. Want hoezeer de tuin me ook op mijn plaats en in het heden wortelt, ook ik droom over de toekomst. Bevind ik me als theatertuinier wellicht in een ecotoon? Of ben ik zelf de ecotoon?
Permacultuur Principe 8: Integrate Rather than Segregate
Jarmans tuin floreerde omdat hij zijn omgeving nauwkeurig observeerde (het eerste permacultuurprincipe) en aan de hand van die observaties zijn tuin schiep. Zijn paradijs roept het hoopvolle gevoel op dat als daar een tuin kan worden aangelegd, er op elke plek een tuin kan worden aangelegd, hoe klein en kwetsbaar die plek ook is, zolang de kwalitatieve aandacht er maar aan ten grondslag ligt. Ik voelde me lang een kleine en kwetsbare plek toen ik besloot me te verdiepen in permacultuur en de theatersector voor onbepaalde tijd achter me te laten. Ik voelde me zonder vaste grond onder de voeten, ontaard, niet langer ingebed. Zie eens hoeveel woorden in onze taal die te maken hebben met een gevoel van zekerheid ontleend zijn aan planten of tuinieren. Het verwondert me dan ook niet dat ik die zekerheid en zinnigheid terugvond in de tuin.
Maar zoals het principe integrate rather than segregate voorschrijft: ik hoef niet te kiezen tussen het een of het ander. Langzaam ontwaak ik in de gewaarwording dat bij de integratie van de twee, theater én tuinieren, wellicht mijn ware werk begint: daar waar ik het activistische voorkomen van performance, spel, aandacht en zelfvergetelheid begin te herkennen en te erkennen en de ecotoon tussen kunst en ecologie misschien een nieuwe naam behoeft, of juist ongedefinieerd en vloeibaar mag blijven. Dat is alvast waar ik me bevind: op het broeierige podium van het perma-performatieve landschap. Niet per se tussen twee gebieden in, maar erdoorheen bewegend; cyclisch als het land en de seizoenen en verenigd in een levend systeem waarvan de verschillende delen hun rol ten tonele brengen in het voordeel van elkaar én het geheel.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.