‘Aantekeningen van een dode’

Luk Van den Dries

Leestijd 4 — 7 minuten

Een BKT-seizoen in assemblage

April ’84. Voor het BKT is het seizoen afgelopen. Het geld is op. Acteurs en medewerkers worden technisch werkloos of vinden elders werk. Voor dit seizoen heeft het BKT 2,5 miljoen minder subsidie gekregen. Inlevering die beantwoord wordt met een soort drastische werktijdverkorting. Wat aan twee kanten snijdt: er zijn minder recettes en het tijdelijk verdwijnen van het produkt BKT op de al erg beperkte afzetmarkt gaat gepaard met gezichtsverlies.

Het gezicht van een gezelschap is vaak persoonsgebonden aan een goed manager (Mortier b.v.) of een opvallend regisseur (Decorte, Stein, Mnouchkine,…); af en toe profileert een groep zich als groep met zeer goede produkties (Radeis, De Witte Kraai, enz.). Het BKT vind ik een wat schimmig gezelschap. Mensen komen en gaan, functies verschuiven, produkties zijn erg wisselvallig. Het ontbreekt aan de basis aan een visie op theater, aan een functiebepaling in het theaterspectrum. Je kan dan ook positief zeggen: het BKT is erg mobiel, altijd zoekend, opnieuw uitproberend. Brengen we het afgelopen seizoen in rekening, zou ik het houden op de eerste formulering.

Drie stukken bood men aan: Bekende gezichten, gemengde gevoelens van Botho Strauss, Het Bos van David Mamet en Van dageraad tot middernacht van Georg Kaiser. Het eerste in regie van Dirk Buyse, de twee andere door Luc De Smet.

Puur tekstueel is het samenspel van Strauss en Mamet interessant. Botho Strauss heeft zowat de status verworven van kroniekschrijver van de jaren ’70. Daarin is hij niet navolgbaar. Meedogenloos laat hij de banaliteit en eendimensionaliteit aan het woord. Een passantenwereld bevolkt met louter ruggen (“Am ganzen Körper bin ich nur noch Rücken”). Alles ademt een zielige misère, ruikt naar muffige middelmatigheid. Om nog iets van het leven te maken, houden de personages vast aan vluchtwegen, aan schijnoplossingen en daarmee komen ze uiteraard in last met de realiteit. Dat uit zich in onderdrukte neuroses die het oppervlaktewater beroeren.

Ook in Het Bos van David Mamet gaat het om de verhouding tussen werkelijkheid en individu en vooral dan om de bemiddelende functie daartussen, de taal. Taal is in deze tekst een zelfstandig leven gaan leiden en bevindt zich in de vorm van aangeleerde, gehoorde, gelezen zinsflarden op de tongen van de sprekers. Wat daar blijft hangen is een mengsel van algemene ‘wijsheden’, conversatiethema’s, kindervertellingen, clichés; volstrekt inwisselbaar (“In de zomer?” – “Ja. In de herfst”) en zonder band met de realiteit: uitspraken verwijzen alleen naar zichzelf en naar vroegere taaluitingen. Zo wordt een indrukwekkend netwerk uitgebouwd van taalrelaties: vraag-antwoord, bewering-negatie, herhalingen, variaties. Kernwoord in de tekst is ‘to know’, in al zijn (onvertaalbare) betekenissen: een dode als stoplap, ‘kennen’, ‘weten’. De kennis die de sprekers zich voorhouden is evident ontleend, uit de zoveelste hand. Probeert men toch zelf de realiteit te benoemen, komt men in moeilijkheden (“Ik hoor de krekels tjilpen. Bestaat dat?” ) of men beperkt zich tot het nabootsen van natuurgeluiden. De échte werkelijkheid (het thema van de wilde natuur, de vissen, de beer) is als projectie aanwezig, ver van de schijnwereld waarin Nick en Ruth zich ophouden.

De dialoog tussen de twee stukken is opvallend. Zowel bij Strauss als bij Mamet is er een gapend gat tussen de personages en de werkelijkheid waarin ze leven. Strauss toont de neuroses die dat bij zijn figuren te weeg brengt. De focus van Mamet is nog smaller: hij laat alleen de taal horen, deficiënt en vol valkuilen.

Wat brouwt het BKT daarvan op scène? Over Bekende gezichten is hier al geschreven (zie Etcetera 5, p. 61). Dirk Buyse vertaalde de betekenisinhouden in duidelijke, theatrale tekens in ruimte, decor, aankleding. Wisselvallige acteerprestaties maakten het geheel niet overtuigend, te weinig prangend. Luc De Smet las in Het Bos een psychologisch gevecht tussen man en vrouw. Hij probeerde een realistische ondertoon te vinden voor de gesprekken en gebeurtenissen op de scène (wat de spelers niet konden waarmaken). De eigen logica van de tekst, die zich juist niet laat vangen door enige realiteit, ging daarbij volledig verloren. Ik denk dat dit stuk geen realisme verdraagt, geen kostuumwisselingen, geen psychologische rolinvulling. Het Bos is een intelligente, boeiende tekst. Het eist een confrontatie met even interessante acteurs.

Het laatste stuk, Van dageraad tot middernacht van Georg Kaiser, trekt het perspectief weer breed open. De hele samenleving komt onder de hamer van een naar geluk zoekende kassier. Hij dient te bewijzen dat geluk niet met geld te koop is en dat de mens fundamenteel slecht is. Het speelt zich in expressionistische kadans af: felle kleuren, strepen, vegen, een hoog tempo, korte gebalde zinnen, heel veel personages.

Op scène is daarvan niets te merken. Luc De Smet is een regisseur die scherp observeert en oog heeft voor details : dat uit zich in een vingerzetting, een houding, een steminclinatie, en levert een aantal goede momenten op. Maar het pointillisme past niet op de dynamische felheid, steekt stokken in de ritmiek. Het stuk geraakt niet op dreef en moet het hebben van wat flauwe grappen en acteertics. Wat reeds bedacht en gezien was: het expressionisme heeft op dramatisch vlak weinig opgeleverd (behalve de vroege stukken van Brecht), en een goede theaterpedagoog schiet tekort als regisseur.

Met dit seizoen wordt nog eens duidelijk dat het BKT als groep niet bestaat. Het is enkel een budget waarmee produkties worden gefinancierd. De ontmoeting tussen de verschillende stukken is occasioneel en eerder een dramatisch dan een theatraal gebeuren. Het is een beetje de ziekte van het Vlaamse theater: er wordt te veel van de ene produktie naar de andere gewerkt zonder voort te bouwen op resultaten. Produkties en seizoenen vormen geen schakels in een theatraal onderzoek. Als alles meezit krijg je van het BKT een briljante enscenering. Maar even goed en voor hetzelfde geld een mislukking zonder klasse. Toch blijf je met het BKT in verwachting, er komt altijd wel iets uit dat de moeite is: hier een regie, daar een acteur, dan een tekst. In de assemblage moet je wel zelf voorzien.

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#7

15.07.1984

14.10.1984

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.